Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2007:BB2332

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
15-08-2007
Datum publicatie
27-08-2007
Zaaknummer
63829 / HA ZA 06-2195
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervolg op LJN: AZ 7922

Eindvonnis na bewijslevering inzake t.b.v. hennepkwekerij buiten de meter om afgenomen electriciteit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 63829 / HA ZA 06-2195

Vonnis van 15 augustus 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[ENECO NETBEHEER B.V.],

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

procureur mr. A. Ester,

tegen

[gedaagde],

wonende te Arkel,

gedaagde,

procureur mr. H.W.F. Klarenaar.

Partijen zullen hierna [Eneco] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 31 januari 2007

- de akte van [Eneco] van 14 februari 2007,

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 1 mei 2007,

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 14 juni 2007,

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 3 juli 2007.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. Bij voornoemd vonnis is [Eneco] opgedragen te bewijzen dat vóór 10 november 2005 in het pand meer dan één hennepoogst heeft plaatsgevonden. Voorts is [gedaagde] bij dat vonnis toegelaten tot tegenbewijs van de voorshands bewezen geoordeelde stellingen:

a. dat de hennepkwekerij in het pand vóór 10 november 2005 gedurende een periode van 70 dagen is geëxploiteerd;

b. dat in de periode vóór 10 november 2005 waarin de hennepkwekerij in het pand werd geëxploiteerd, de elektriciteit die door die hennepkwekerij werd verbruikt, buiten de registratie van de meetinstallatie om is afgenomen.

2.2. Aan de zijde van [Eneco] zijn als getuigen gehoord:

- [de man heer V.], brigadier bij de politie Zuid Holland Zuid,

- [fraudemedewerker1], fraude medewerker van [Eneco],

- [fraudemedewerker2], fraude medewerker van [Eneco],

- [de heer S.], politieagent,

Aan de zijde van [gedaagde] zijn als getuigen gehoord [gedaagde] zelf en [C. van B.], zelfstandig ondernemer.

De verklaringen van de getuigen worden, voor zover relevant, hieronder weergegeven.

2.3. Verklaring van [de man heer V.]:

"Ik was bij de ontmanteling van de hennepkwekerij die op 30 november 2005 plaatsvond op het adres aan de [het pand] te Arkel aanwezig. ... In ieder geval heb ik op de bakken waarin de planten stonden veel kalkaanslag gezien. Dat duidt er voor mij op dat die kwekerij al langer in gebruik was. Omdat die mate van kalkaanslag niet in een paar werken ontstaat. Hoe lang dan wel kan ik niet zeggen. Ik heb in verband met mijn functie meerdere kwekerijen gezien. Ik trek mijn conclusie dan ook op grond van die ervaring.

Er stonden circa 130 dozen opgestapeld. Volgens een collega, die dat ook uit ervaring weet, werden in dat soort dozen gebruikelijk die planten aangevoerd. In een doos kunnen volgens die collega, 120 planten. Wij troffen in de kwekerij op dat moment ongeveer 4800 plantjes aan. ..."

2.4. Verklaring van [fraudemedewerker1]:

"Ik ben aanwezig geweest aan het pand aan de [het pand] te Arkel toen daar op 30 november 2005 een hennepkwekerij werd ontmanteld. Beroepshalve ben ik inmiddels al in zo'n honderden hennepkwekerijen geweest. Op grond van die ervaring kan ik concluderen dat in dit geval er voor de planten die wij aantroffen al een aantal keren is geoogst. Ik leidde dat af aan de mate van vervuiling van de filters. Op één van de overgelegde foto's ziet u dat de ketting waarmee die filter werd opgehangen enigszins van zijn plek was geschoven, zodat het lichte onderstuk zichtbaar is. Wanneer 2e hands filters gebruikt waren zou dat niet zichtbaar zijn geweest op deze wijze. Op een close-up foto van 1 van de kappen van lampen ziet u hoeveel stof er op die kap lag. Dat heb ik zichtbaar gemaakt door er een veeg op te maken. De droog rekken waren ook vervuild, de scharen en tangen waren duidelijk gebruikt bij een hennepoogst. Dat zag ik aan de troep die in de gereedschapskist lag. Wij troffen een zeer grote hoeveelheid gestapelde dozen aan. Ik heb ze niet geteld maar het waren er veel meer dan honderd. In die dozen worden de stekjes aangevoerd. In iedere doos zit een plateautje waarop meer dan honderd stekjes kunnen staan. Ik heb deze dozen niet aan de binnenkant gezien maar ik herkende ze van andere kwekerijen. Ter plaatse troffen we meen ik een kleine 5000 planten aan. In die dozen kon een veelvoud daarvan aangevoerd worden.

De warmtemeting is op 7 november 2005 gedaan. Wij hebben abusievelijk in deze procedure aangegeven dat het op 11 juli 2005 was. Het apparaat schrijft de datum op Amerikaanse wijze op. Ik was bij die warmtemeting aanwezig en stond zo'n 150 meter pand vandaan. De henneplucht rook ik daar. Op 3 november 2005 is de netmeting verricht. De grafieken zijn in deze procedure overgelegd zo begrijp ik van mr. Ester. Ik laat u zien dat af te lezen valt dat in blokken van 12 uur verbruikt werd. Mij wordt gevraagd of de hoeveelheid stof die er werd aangetroffen ook aanwezig was geweest als bijvoorbeeld de ruimte tussen 2 kweken in een tijdje niet gebruikt zou zijn geweest. Dat is volgens mij niet het geval. Dan wordt er niet zoveel stof gegenereerd. We troffen planten aan waarvan een deel ongeveer 5 a 6 weken oud was, een deel wat jonger en een derde deel waarvan de planten maar een paar dagen oud waren. Gemiddeld hielden wij aan dat de planten 21 dagen waren. In de oudste planten zaten nog geen toppen maar die komen pas vanaf de 7e week."

2.5. Verklaring van [fraudemedewerker2]:

"Ik ben thermoloog bij [Eneco] en als zodanig gecertificeerd. ... De warmtemeting die in deze procedure is overgelegd is door mij verricht op 7 november 2005. ... Ongeveer medio augustus heb ik op verzoek van [de heer S.] daar ook metingen verricht. Op die dag registreerde ik dat het kantoorgedeelte koud was en de loods warmte uitstraalde. Echter het pand ernaast straalde ook zoveel warmte uit zodat op dat moment besloten werd nog nader onderzoek moest worden verricht. Ik heb daar die dag in de omgeving rondgereden en ook andere panden gecheckt. Deze 2 sprongen er uit. ... Ik ben op 30 november 2005 ook mee naar binnen geweest. Samen met van Loon concludeerde ik dat gelet op de mate van vervuiling die wij aantroffen er zeker 2 oogsten geweest moesten zijn, of te wel die kwekerij was volgens ons al minstens een half jaar gaande. Ik wijs u op de foto's in het dossier waarin de stof op de kappen is te zien is en de mate van vervuiling van de filters. Ook ziet u vervuilde droogrekken en planten resten op de vloer. Wij troffen achterin een grote stapel dozen aan ... Die dozen herkende ik als dozen waarin stekjes worden aangevoerd. De stapels besloegen een wand van 6 x 2,5 meter. Ook in de kwekerij troffen wij nog lege dozen aan. ... De dozen konden veel meer planten bevatten dan wij daar aantroffen. Boven heb ik nog zo'n slang opengemaakt en ook daar trof ik vervuiling aan. Dat vond ik wel bijzonder, want dat zie je niet zo vaak en het duidde er voor mij ook op dat die kwekerij al langere tijd in gebruik was. De planten die we aantroffen waren in verschillende fasen van groei. De oudsten waren volgens mij al bijna oogstrijp, dus zo'n 70 dagen oud. De jongste stekjes waren een paar dagen oud. Wij hebben toen een gemiddelde leeftijd van 21 dagen aangehouden. Ik toon u op foto 40 op het 11de blad dat daar de knoppen al goed te zien zijn en de planten dus bijna oogstrijp zijn."

2.6. Verklaring van [de heer S.]:

"Een van mijn taken bij de politie is het voorbereiden van een zogenaamde hennepveegdag. Een keer in de 3 à 4 maanden wordt op een dag een aantal hennepkwekerijen opgerold. Wij concentreren die acties omdat en [Eneco] en het bedrijf dat zaak moet opruimen mee moet. ... Met [Eneco] is de afspraak dat wij voorafgaande aan een inval, locaties langs rijden op een avond en nacht en daar warmtemetingen doen. In casu hebben wij bij het pand aan de Vlietkade 1703 op 7 november een warmtemeting gedaan. ... Ik kan mij niet herinneren dat ik eerder dan op 7 november 2005 ook al ter plaatse warmtemetingen heb verricht.

Zoals gebruikelijk bij zo'n inval bespreken wij met de [Eneco] medewerkers de aangetroffen situatie. In dit geval viel op de enorme stapel lege dozen. Mijn collega van de financiële recherche herkende de dozen als zijnde van het soort dozen waarin jonge hennepplantjes worden aangevoerd. Ik kan mij herinneren dat wij er een telling op hebben losgelaten en dat we tot de conclusie kwamen dat er met die dozen wel 15.000 plantjes vervoerd konden worden. Het waren vrij platte dozen zoals er een te zien is op foto 66. ... In zo'n platte doos gingen 120 plantjes. Op het moment dat we daar waren stonden er 5.000 planten in drie verschillende fase van groei. Verder heb ik er niet echt verstand van om met recht te kunnen zeggen of ik aan de toestand van de loods, stof en zo, kan zien hoe lang die kwekerij daar al gedraaid moet hebben."

2.7. Verklaring van [gedaagde]:

"... Ik heb mij ... in de materie verdiept via internet en mij laten voorlichten door mensen die er verstand van hebben ook via internet. Op grond van de aldus door mij verkregen informatie wil ik aangeven dat in ieder geval op de dag dat de ijking plaatsvond zijnde 10 november 2005 geen stroom via de meter is verbruikt, maar dat men aggregaten gebruikt moet hebben. Ik heb geen generator gezien op de dag van inval. Ik heb nooit het lawaai van een aggregaat gehoord, maar naast ons staat een fabriek van kitten die vol continue draait, maar die mag 's avonds en 's nachts minder lawaai produceren.

Ik was aanwezig bij de ijking, welke werd gedaan door 2 medewerkers van [Eneco]. Die ijking duurde ongeveer een uur. De loodjes waren nog in orde. Ik zag dat die medewerkers de loodjes doorknipten. Die loodjes zullen nog wel op de vloer liggen. Ik heb van iemand gehoord dat als de loodjes niet in orde zijn, er de mogelijk is dat de stroom afgesloten wordt omdat er mogelijk malversaties zijn gepleegd. Op dat moment kunnen er geen nieuwe loodjes worden aangebracht, omdat dat door speciale mensen wordt gedaan. Als mijn huurders dus illegaal stroom hadden afgetapt had het dus even moeten duren voordat zij de medewerker van [Eneco] die die loodjes weer kan aanbrengen konden inschakelen. Mij is verzekerd van verschillende kanten dat die medewerkers omkoopbaar zijn. Maar alles is in orde bevonden. Ik heb toen die draden zoals die te zien zijn op foto 1 en 2 niet gezien. Ik heb mij laten vertellen dat planten die zover in de bloei zijn zoals ze waren op foto 13 niet lang zonder licht kunnen, omdat ze dan afsterven. Ik weet, dat heb ik gehoord, dat dergelijke grote planten 18 uur per 24 uur licht nodig hebben. Het schijnt dat dat in een regelmatige cyclus moet. Jonge plantjes behoeven maar een paar uur per dag licht. Volgens mij duidt dit er op dat pas na 10 november de stroom illegaal is afgetapt. De ijking was van te voren aangekondigd en ik wist dat ze in de ochtend zouden komen. Ik weet niet meer hoe lang van te voren ik wist dat ze zouden komen. Omdat ik de sleutel van de huurders moest krijgen, heb ik met [Eneco] een bepaalde dag afgesproken, naar ik meen tussen 10 en 12 uur. ..."

2.8. Verklaring van [C. van B.]:

"Ik ga al 20 jaar met hasjtelers om, het zijn vrienden van mij. Ik ben wekelijks in kwekerijen geweest. Ik heb zelf ook hasj gekweekt. ... Ik beschouw mijzelf dan ook als een deskundige op dit terrein. Ik hoor van mr. Ester dan [Eneco] mijn deskundigheid betwist.

U toont mij de foto's uit het dossier. De planten op de foto's 12 en 13, 23, 25 en 26 zijn oogstrijp. Op dat moment moeten ze continue licht krijgen om een optimale oogst te krijgen. Planten zijn oogstrijp in 10 weken. De laatste 2 weken krijgen ze dan continue licht. Je begint met 12 uur licht bij de stekken. Dat duurt een week of 5. Dan wordt de duur langzaam opgevoerd. Volgens mij kunnen de planten op de foto's niet 20 dagen er voor even zonder licht zijn geweest. Dat moet je aan de planten kunnen zien.

... U toont mij op foto 66 een doos. Dat zijn de standaard dozen waarin stekken worden aangevoerd, maar in zulke dozen wordt het kant en klaar materiaal ook afgevoerd. Vroeger gebeurde dat in vaten, maar omdat de politie strenger controleert, wordt dat nu ook in dozen gedaan, nadat het vacuüm is getrokken. In die dozen waarin ook is aangevoerd wordt dan ook afgevoerd om herkenning te voorkomen.

Op de foto's is te zien dat er stof ligt op de lampen. Daar ligt zoveel stof dat daarvan kan worden afgeleid dat in die ruimte is geknipt en gedroogd. Of dat van een eerdere oogst uit die ruimte is weet ik niet. Het zou ook kunnen dat volgroeide planten zijn aangevoerd. Ikzelf verving de filters altijd na 2 oogsten. Als je dat doet dan is met deze afzuiginstallatie zoals ik op de foto's te zien is buiten luchtherkenning niet mogelijk.

..."

2.9. Het proces-verbaal van aangifte van de politie Zuid-Holland-Zuid opgemaakt door J.W. Versteeg, buitengewoon opsporingsambtenaar, bevat naast de in het vonnis van 31 januari 2007 onder 2.6. opgenomen verklaring - voor zover hier van belang - de volgende verklaring van [fraudemedewerker1]:

"... Door een politieambtenaar van Zuid-Holland-Zuid werd mij verzocht om een netmeting te verrichten op het elektriciteitsnet van ENECO NetBeheer BV waar ook het pand [het pand] te Arkel op aangesloten staat. Het vermoeden bestond dat er in het pand een hennepkwekerij aanwezig zou zijn. Ik heb daarop een netmeting geplaatst vanaf 3 november 2005 tot en met 9 november 2005 in het transformatorstation van ENECO NetBeheer BV. Het resultaat van deze netmeting was positief, wat wil zeggen dat er grote toegenomen stroomafname aanwezig is met een cyclus van 12 uur in het elektriciteitsnet vermoedelijk veroorzaakt door de aanwezigheid van een hennepkwekerij ...".

2.10. Door [Eneco] is een grafiek overgelegd, ten aanzien waarvan zij onbestreden heeft gesteld dat deze de netmetingen betreft waarvan in de voormelde verklaring sprake is. Bovenaan deze grafiek is weliswaar vermeld donderdag 03-11-05 00:00:00 ... woensdag 09-11-05 24:00:00, maar de grafiek bestrijkt slechts de periode van 3 november 2005 11.00 uur tot 7 november 14.00 uur bestrijkt. Op deze grafiek zijn op of omstreeks de volgende tijdstippen zichtbaar:

3 november 18.00 uur een daling,

4 november 06.00 uur een stijging en 18.00 uur een daling,

5 november 05.00 uur een stijging, 17.00 uur een daling en 20.00 uur een verdere daling,

6 november 05.00 uur een stijging, 17.00 uur een daling en 19.00 uur een verdere daling,

7 november 0.5.00 uur een stijging.

2.11. Op grond van de verklaringen van de getuigen [fraudemedewerker1], [fraudemedewerker2] en [de heer S.] staat voldoende vast dat de warmtemeting waarvan in deze procedure sprake is niet op 11 juli 2005 is verricht, maar op 7 november 2005. Dit brengt mee dat in rechtsoverwegingen 2.7. en 4.7 van het tussenvonnis van 31 januari 2007 voor 11 juli 2005 7 november 2005 moet worden gelezen en dat in de laatstgenoemde rechtsoverweging de zin "Op die datum was het pand volgens de stellingen van [gedaagde] nog niet verhuurd" dient te vervallen. Voor het overige doet het niet aan de inhoud van dat tussenvonnis toe of af.

2.12. Getuige [C. van B.] heeft verklaard dat bij een afzuiginstallatie, zoals die op de foto's te zien is, luchtherkenning buiten niet mogelijk is als de koolstoffilters na 2 oogsten vervangen worden. [fraudemedewerker1] heeft als getuige verklaard dat hij op 7 november 2005 op een afstand van 150 meter van het pand henneplucht heeft geroken. Dit is tezamen met de in het proces-verbaal van aangifte van politie Zuid Holland Zuid opgenomen verklaring van [fraudemedewerker1] over de toestand van de aangetroffen koolstoffilters, zoals weergegeven in r.o. 2.6. van het tussenvonnis van 31 januari 2007, alsmede zijn verklaring daaromtrent zoals weergegeven onder 2.4, voldoende om bewezen te achten dat de in het pand aangetroffen koolstoffilters bij minimaal 2 oogsten zijn gebruikt.

2.13. Uit de verklaringen van de getuigen [de man heer V.], [fraudemedewerker1], [fraudemedewerker2] en [de heer S.], gelezen in onderlinge samenhang, blijkt dat in het pand (platte) dozen zijn aangetroffen waarin gebruikelijk stekken van hennepplanten worden aangevoerd en dat in het aantal aangetroffen dozen voldoende was om het drievoud van het aantal aangetroffen hennepplanten aan te voeren. Dit wordt niet anders indien, zoals [C. van B.], heeft verklaard de dozen waarin de stekken zijn aangevoerd ook kunnen worden gebruikt voor de afvoer van het kant en klare materiaal.

2.14. Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank bewezen dat vóór 10 november 2005 in het pand twee hennepoogsten hebben plaatsgevonden. Rekeninghoudend met de tussen partijen vaststaande groeicyclus van een hennepplant totdat deze kan worden geoogst van 70 dagen, is daarmee tevens bewezen dat de hennepkwekerij in het pand vóór 10 november 2005 gedurende een periode van 140 dagen is geëxploiteerd. Hieruit volgt dat [Eneco] in het haar opgedragen bewijs is geslaagd en dat [gedaagde] niet is geslaagd in de levering van tegenbewijs voor de voorshands bewezen geachte stelling dat de hennepkwekerij in het pand vóór 10 november 2005 gedurende een periode van 70 dagen is geëxploiteerd.

2.15. Op grond van r.o. 4.12 en 4.13 in het tussenvonnis van 31 januari 2007 heeft de rechtbank voorshands bewezen geacht dat in de periode vóór 10 november 2005 waarin de hennepkwekerij in het pand werd geëxploiteerd, de elektriciteit die door die hennepkwekerij werd verbruikt, buiten de registratie van de meetinstallatie is afgenomen. Deze voorshands bewezen geachte stelling wordt thans tevens ondersteund door de netmetingen die vóór die datum zijn uitgevoerd en duiden op de aanwezigheid van een hennepkwekerij die gebruik maakt van het elektriciteitsnetwerk van [Eneco]. Om de in r.o. 4.13 van voormeld vonnis vermelde gronden, levert hetgeen [gedaagde] over de ijking van de meter op 10 november 2005 heeft verklaard geen tegenbewijs voor die stelling op. Dat tegenbewijs kan evenmin in de verklaring van getuige [C. van B.] worden gevonden, omdat daarin niet wordt ingegaan op de wijze waarop de hennepkwekerij op en/of vóór 10 november 2005 van elektriciteit werd voorzien.

2.16. Het vorenstaande leidt tezamen met r.o. 4.15 van het tussenvonnis van 31 januari 2007 leidt tot de conclusie dat [gedaagde] in totaal het onbemeten elektriciteitsverbruik over een periode van 161 dagen aan [Eneco] dient te vergoeden. Zoals in r.o. 4.16 van dat vonnis is overwogen dient daarbij te worden uitgegaan van een verbruik van 1.773,12 kWh per dag, hetgeen op een totaal van 285.472 kWh uitkomt. De daarvoor door [Eneco] berekende prijs van € 45.034,75 inclusief BTW is niet door [gedaagde] bestreden, zodat van de juistheid daarvan kan worden uitgegaan.

2.17. Op grond van het vorenstaande en r.o. 4.2 en 4.18 van voornoemd vonnis dient de vordering van [Eneco] te worden toegewezen tot het bedrag van (€ 45.034,75 + € 1.570,50 =) € 46.605,25.

2.18. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom met ingang van 30 november 2005 is toewijsbaar, nu [gedaagde] daartegen geen afzonderlijk verweer heeft gevoerd en de verschuldigdheid daarvan voldoende steun vindt in de vaststaande feiten en de wet.

2.19. [gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [Eneco] worden begroot op:

- dagvaarding € 71,32

- vast recht 1.070,00

- getuigenkosten 17,50

- salaris procureur 4.023,00 (4,5 punten × tarief € 894,00)

Totaal € 5.181,82

3. De beslissing

De rechtbank

veroordeelt [gedaagde] om aan [Eneco] te betalen een bedrag van € 46.605,25, te vermeerderen met wettelijke rente over dat bedrag vanaf 30 november 2005 tot de voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [Eneco] tot op heden vastgesteld op € 5.181,82.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. Kemp-Randewijk en in het openbaar uitgesproken op 15 augustus 2007.