Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2007:BB1485

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
09-08-2007
Datum publicatie
09-08-2007
Zaaknummer
11/500238-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een 23-jarige verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 16 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, terzake van afpersing, diefstal door middel van valse sleutels, diefstal met geweld en diefstal met bedreiging van geweld gepleegd ten opzichte van de bewoner van het huis waarin verdachte en de medeverdachten hebben ingebroken. De rechtbank merkt verdachte aan als mededader van de afpersing en de diefstal met geweld en de bedreiging met geweld ondanks het feit dat verdachte slechts zeer korte tijd in het huis aanwezig is geweest en het slachtoffer niet heeft gezien.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Tegenspraak

Parketnummer : 11/500238-07

Zittingsdatum : 26 juli 2007

Uitspraak : 9 augustus 2007

VERKORT STRAFVONNIS

De rechtbank Dordrecht heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de zaak tegen:

[Verdachte],

geboren te .. op ..19..,

wonende te [adres en woonplaats]

thans gedetineerd in de P.I. Rijnmond, locatie Noordsingel, te Rotterdam.

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.

1. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven en zoals deze ter terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie als volgt is gewijzigd:

1.

A.

hij op of omstreeks 15 april 2007 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer],

heeft gedwongen tot

- de afgifte van een geldbedrag (ongeveer 35 Euro) en/of een of meerdere

bankpas(sen) en/of een of meerdere laptop(s) en/of een desktop(computer) en/of een woofer en/of een beeldscherm en/of een home cinema set en/of een PDA en/of een videocamera en/of

- het ter beschikking stellen van gegevens, te weten (een) pincode(s) (behorende bij voornoemde bankpas(sen))

geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of/althans

B.

hij op of omstreeks 15 april 2007 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (ongeveer 35 Euro) en/of een of meerdere bankpas(sen) en/of een of meerdere laptop(s) en/of een desktop(computer) en/of een woofer en/of een beeldscherm en/of een home cinema set en/of een PDA en/of een videocamera, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf, zijnde de woning van die [slachtoffer] aan de [adres slachtoffer], heeft/hebben verschaft en/of voornoemd geldbedrag en voornoemde goederen en/of voornoemde gegevens (pincode(s)) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming,

bestaande hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- een steen door een ruit van de woning van die [slachtoffer] heeft/hebben gegooid waardoor die ruit kapot is gegaan en/of

- (vervolgens) door de ontstane opening voornoemde woning heeft/hebben betreden

en/

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededaders, althans een aantal van hen, althans een van hen,

- die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat hij mazzel had dat ze geen pistool hadden want dat ze dat anders hadden gebruikt, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer] de woorden heeft/hebben toegevoegd:"Nou moet je zeggen waar de kluis is anders zullen we je wel even helpen" en/of woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer] een of meerdere keren op zijn gezicht en/of tegen zijn hoofd en/of tegen zijn lichaam heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of

- die [slachtoffer] de woorden heeft/hebben toegevoegd dat hij geen sprookjes moest vertellen en mee moest helpen omdat hij anders weer een paar klappen zou krijgen, althans woorden van soortgelijke aard en strekking en/of

- die [slachtoffer] een of meerdere malen heeft/hebben gedreigd met een bierfles op zijn gezicht en/of tegen zijn hoofd te slaan.

2.

hij op of omstreeks 15 april 2007 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een) geldautoma(a)t(en) heeft weggenomen een of meerdere

geldbedragen (te weten een geldbedrag van 500 euro en/of een geldbedrag van 240 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) die geldbedragen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten (een) niet voor het gebruik door hem/hen bestemde bankpas(sen).

2. De voorvragen

2.1 De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

2.2 De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

2.4 De schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

3. Het onderzoek ter terechtzitting

3.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft -het ten laste gelegde bewezen achtend- gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar en met aftrek van voorarrest.

3.2 De verdediging

De verdediging heeft een strafmaatverweer gevoerd.

4. De bewijsbeslissingen

4.1De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

1.

A.

op 15 april 2007 te Dordrecht tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot

- het ter beschikking stellen van gegevens, te weten pincodes behorende bij bankpassen

toebehorende aan die [slachtoffer],

en

B.

op 15 april 2007 te Dordrecht tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en meerdere bankpassen en meerdere laptops en een desktop(computer) en een woofer en een beeldscherm en een home cinema set en een PDA en een videocamera, toebehorende aan [slachtoffer], vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer]

gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf, zijnde de woning van die [slachtoffer] aan de [adres slachtoffer], hebben verschaft en voornoemd geldbedrag en voornoemde goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak,

bestaande hierin dat verdachte en/of zijn mededaders

- een steen door een ruit van de woning van die [slachtoffer] hebben gegooid waardoor die ruit kapot is gegaan en

- vervolgens door de ontstane opening voornoemde woning hebben betreden

en

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededaders, althans een van

hen,

- die [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat hij mazzel had dat ze geen pistool hadden want dat ze dat anders hadden gebruikt en

- die [slachtoffer] de woorden heeft/hebben toegevoegd:"Nou moet je zeggen waar de kluis is anders zullen we je wel even helpen" en

- die [slachtoffer] meerdere keren op zijn gezicht heeft/hebben gestompt en

- die [slachtoffer] de woorden heeft/hebben toegevoegd dat hij geen sprookjes moest vertellen en mee moest helpen omdat hij anders weer een paar klappen zou krijgen, en

- die [slachtoffer] een of meerdere malen heeft/hebben gedreigd met een bierfles op zijn gezicht te slaan.

2.

op 15 april 2007 te Dordrecht tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening uit (een) geldautoma(a)t(en) heeft weggenomen meerdere geldbedragen (te weten een geldbedrag van 500 euro en/of een geldbedrag van 240 euro), toebehorende aan [slachtoffer], waarbij verdachte en zijn mededaders die geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten niet voor het gebruik door hen bestemde bankpassen.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.2 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

VOORTGEZETTE HANDELING VAN

1. A en B

AFPERSING EN DIEFSTAL VERGEZELD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, EN TERWIJL DE SCHULDIGE ZICH DE TOEGANG TOT DE PLAATS VAN HET MISDRIJF HEEFT VERSCHAFT DOOR MIDDEL VAN BRAAK.

2.

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, WAARBIJ DE SCHULDIGE HET WEG TE NEMEN GOED ONDER ZIJN BEREIK HEEFT GEBRACHT DOOR MIDDEL VAN VALSE SLEUTELS, MEERMALEN GEPLEEGD.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. De redenen, die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

7.1Strafmotivering

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 15 april 2007 tezamen en in vereniging met drie anderen bankpassen, geld en een grote hoeveelheid elektronica gestolen uit een woning aan het [adres van het slachtoffer] in Dordrecht. Vervolgens hebben zij met de gestolen bankpassen en de afgeperste pincodes diverse malen gepind. Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich de toegang tot de woning verschaft door middel van braak.

Een inbraak in een woning brengt naast materiële schade, gevoelens van angst en onveiligheid teweeg, omdat de woning bij uitstek een plaats is waar iemand zich veilig moet kunnen voelen. Het behoeft geen nader betoog dat dit in heviger mate het geval zal zijn, indien de bewoner tijdens de inbraak thuis is.

Daarbij rekent de rechtbank het de verdachte in het bijzonder aan dat het slachtoffer in het holst van de nacht is overrompeld en de aanwezigheid van de inbrekers geruime tijd heeft moeten verduren. Dit rechtvaardigt een gevangenisstraf van langere duur.

De rechtbank houdt rekening met het feit dat verdachte en medeverdachten oorspronkelijk niet voornemens waren het slachtoffer in het huis te treffen, en met de geringere rol van de verdachte binnen de groep.

Voor wat betreft de persoonlijke omstandigheden van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op het voorlichtingsrapport van M. Buitelaar van de Stichting Reclassering Nederland d.d. 12-7-2007. In dit rapport komt onder andere naar voren dat verdachte spijt heeft van zijn daden, hetgeen ook ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft de bewezen verklaarde strafbare feiten bekend en heeft aangegeven “zich nooit meer bezig willen te houden met dit soort zaken.”

De rechtbank heeft hierin en in de geringere rol van verdachte doordat hij niet actief was betrokken bij de geweldshandelingen aanleiding gezien om een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie geëist en om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te melden duur dient te worden opgelegd.

7.2 In beslag genomen voorwerpen

De rechtbank is van oordeel, dat de onder verdachte en aan hem toebehorende, in beslag genomen voorwerpen:

- 1 GSM, merk: Nokia, kleur: zilver (volgnummer 1)

- 1 Broek, merk: Brooklyn, kleur: blauw (volgnummer 5)

- 1 Schoen, merk: Nike, kleur: meerkleurig (volgnummer 7)

- 1 Stuk kleding, merk: Brooklyn, kleur: meerkleurig (volgnummer 8)

- 1 Pet, merk: Roccawear, kleur: zwart (volgnummer 11)

- 1 Jas, merk: Celtics, kleur: zwart (volgnummer 12)

dienen te worden teruggeven aan verdachte.

8. De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf is gegrond op de volgende wettelijke voorschriften:

artikelen 14a, 14b, 14c, 56, 57, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank

verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals vermeld onder 4.1 van dit vonnis;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5. vermelde strafbare feiten oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens die feiten tot:

een GEVANGENISSTRAF voor de duur van ACHTTIEN MAANDEN;

bepaalt dat een gedeelte van deze straf, te weten ZES MAANDEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd die wordt bepaald op TWEE JAREN, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

gelast dat aan verdachte wordt teruggegeven:

- 1 GSM, merk: Nokia, kleur: zilver (volgnummer 1)

- 1 Broek, merk: Brooklyn, kleur: blauw (volgnummer 5)

- 1 Schoen, merk: Nike, kleur: meerkleurig (volgnummer 7)

- 1 Stuk kleding, merk: Brooklyn, kleur: meerkleurig (volgnummer 8)

- 1 Pet, merk: Roccawear, kleur: zwart (volgnummer 11)

- 1 Jas, merk: Celtics, kleur: zwart (volgnummer 12)

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H. Bedee, voorzitter,

mr. M.M. Moolenburgh - Pelser en mr. P.L. van Dijke, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C-J. Booij,

griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 augustus 2007.