Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2007:BB1450

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
09-08-2007
Datum publicatie
09-08-2007
Zaaknummer
11/510169-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een 26-jarige verdachte veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden, terzake van afpersing, diefstal door middel van valse sleutels, diefstal met geweld en diefstal met bedreiging van geweld gepleegd ten opzichte van de bewoner van het huis waarin verdachte en de medeverdachten hebben ingebroken. De rechtbank rekent het verdachte in het bijzonder aan dat de bewoner ‘s nachts in zijn eigen huis klappen in zijn gezicht heeft gekregen en is bedreigd. De rechtbank legt een straf op die lager is dan de eis van de officier van justitie omdat de geweldshandelingen voornamelijk door een medeverdachte zijn verricht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Tegenspraak

Parketnummer: 11/510169-07

Zittingsdatum: 26 juli 2007

Uitspraak: 9 augustus 2007

VERKORT STRAFVONNIS

De rechtbank Dordrecht heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de zaak tegen:

Verdachte],

geboren op 4 mei 1981,

wonende te [adres en woonplaats],

thans gedetineerd in de P.I. Rijnmond, locatie Noordsingel, te Rotterdam.

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.

1. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven en zoals deze ter terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie als volgt is gewijzigd:

1.

A.

hij op of omstreeks 15 april 2007 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1], heeft gedwongen tot

- de afgifte van enig goed, te weten een geldbedrag (ongeveer 35 Euro) en/of een of meerdere bankpas(sen) en/of een of meerdere laptop(s) en/of een desktop(computer) en/of een woofer en/of een beeldscherm en/of een home cinema set en/of een PDA en/of een videocamera en/of

- het ter beschikking stellen van gegevens, te weten (een) pincode(s) (behorende bij voornoemde bankpas(sen))

geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of/althans

B.

hij op of omstreeks 15 april 2007 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (ongeveer 35 Euro) en/of een of meerdere bankpas(sen) en/of een of meerdere laptop(s) en/of een desktop(computer) en/of een woofer en/of een beeldscherm en/of een home cinema set en/of een PDA en/of een videocamera, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf, zijnde de woning van die [slachtoffer 1] aan de [adres], heeft/hebben verschaft en/of voornoemd geldbedrag en voornoemde goederen en/of voornoemde gegevens (pincode(s)) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming,

bestaande hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- een steen door een ruit van de woning van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gegooid waardoor die ruit kapot is gegaan en/of

- (vervolgens) door de ontstane opening voornoemde woning heeft/hebben betreden

en

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededaders, althans een aantal van hen, althans een van hen,

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat hij mazzel had dat ze geen pistool hadden want dat ze dat anders hadden gebruikt, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd:"Nou moet je zeggen waar de kluis is anders zullen we je wel even helpen" en/of woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 1] een of meerdere keren op zijn gezicht en/of tegen zijn hoofd en/of tegen zijn lichaam heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd dat hij geen sprookjes moest vertellen en mee moest helpen omdat hij anders weer een paar klappen zou krijgen, althans woorden van soortgelijke aard en strekking en/of

- die [slachtoffer 1] een of meerdere malen heeft/hebben gedreigd met een bierfles op zijn gezicht en/of tegen zijn hoofd te slaan;

2.

hij op of omstreeks 15 april 2007 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een) geldautoma(a)t(en) heeft weggenomen een of meerdere geldbedragen (te weten een geldbedrag van 500 euro en/of een geldbedrag van 240 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) die geldbedragen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel(s), te weten (een) niet voor het gebruik door hem/hen bestemde bankpas(sen);.

2. De voorvragen

2.1 De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

2.2 De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

De verdediging heeft de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie dan wel bewijsuitsluiting bepleit op de grond - kort weergegeven - dat een medeverdachte op onrechtmatige wijze zou zijn staandegehouden en aangehouden.

De rechtbank verwerpt dit verweer. De rechtbank heeft in de zaak van de medeverdachte het vergelijkbare verweer verworpen. Voorts kan het verweer ook overigens niet slagen, daar het niet verdachte is die door de beweerdelijke schending van een voorschrift is getroffen in een belang dat dit voorschrift beoogt te beschermen (HR 30-3-2004, NJ 2004, 376).

2.4 De schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

3. Het onderzoek ter terechtzitting

3.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft -het ten laste gelegde bewezen achtend- gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot 42 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.

3.2 De verdediging

De verdediging heeft primair niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit. Subsidiair heeft zij vrijspraak bepleit.

4. De bewijsbeslissingen

4.1 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

1.

A.

op 15 april 2007 te Dordrecht tezamen en in vereniging anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1],

heeft gedwongen tot

- het ter beschikking stellen van gegevens, te weten pincodes behorende bij bankpassen toebehorende aan die [slachtoffer 1], en

B.

op 15 april 2007 te Dordrecht tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en meerdere bankpassen en meerdere laptops en een desktop(computer) en een woofer en een beeldscherm en/of een home cinema set en een PDA en een videocamera, toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,

waarbij en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf, zijnde de woning van die [slachtoffer 1] aan de [adres], hebben verschaft en voornoemd geldbedrag en voornoemde goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak,

bestaande hierin dat verdachte en zijn mededaders

- een steen door een ruit van de woning van die [slachtoffer 1] hebben gegooid waardoor die ruit kapot is gegaan en

- vervolgens door de ontstane opening voornoemde woning hebben betreden

en

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of zijn mededaders,althans een van hen,

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat hij mazzel had dat ze geen pistool hadden want dat ze dat anders hadden gebruikt en

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd:"Nou moet je zeggen waar de kluis is anders zullen we je wel even helpen" en

- die [slachtoffer 1] meerdere keren op zijn gezicht heeft/hebben gestompt en

- die [slachtoffer 1] de woorden heeft/hebben toegevoegd dat hij geen sprookjes moest vertellen en mee moest helpen omdat hij anders weer een paar klappen zou krijgen, en

- die [slachtoffer 1] een of meerdere malen heeft/hebben gedreigd met een bierfles op zijn gezicht te slaan;

2.

op 15 april 2007 te Dordrecht tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit (een) geldautoma(a)t(en) heeft weggenomen meerdere geldbedragen (te weten een geldbedrag van 500 euro en een geldbedrag van 240 euro), toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte en zijn mededaders die geldbedragen onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels, te weten niet voor het gebruik door hen bestemde bankpassen.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.2 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

4.3 Nadere bewijsoverweging

Door de verdediging is bepleit – kort weergegeven - dat verdachte moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten, nu betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde feiten slechts afgeleid kan worden uit onbetrouwbare verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en een incorrecte fotoconfrontatie, tijdens welke verdachte door het slachtoffer werd aangewezen als een van de personen die tijdens de inbraak in zijn huis was geweest.

De rechtbank acht de getuigenverklaringen van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] niet onbetrouwbaar, nu zij gedetailleerd en consistent hebben verklaard. Ook komt hun verklaring overeen met een aantal objectief controleerbare feiten zoals het moment van pinnen en de gevoerde telefoongesprekken. Zij hebben voorts geen evident belang gehad om in belastende zin over verdachte te verklaren nu zij met hun verklaringen ook zichzelf beschuldigen.

Ook de fotoconfrontatie (PL1810/07-502531; PV Aanvullende stukken) kan tot bewijs dienen. Het doel van deze confrontatie was naar het oordeel van de rechtbank om vast te stellen wie van de verdachten in het huis aanwezig zijn geweest ter toetsing van de verklaringen van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Ook hun foto’s zijn toegevoegd. Daarmee levert de confrontatie niet alleen bewijs ten opzichte van de verdachte op, maar toont zij ook mede de betrouwbaarheid van de eerder genoemde verklaringen aan.

Naast deze verklaringen en de fotoconfrontatie dienen tevens tot bewijs onder meer de aangifte van het slachtoffer (PL1810/07-502531; dossierparagraaf 2.1.10), de SMS-berichten die [medeverdachte 1] aan verdachte stuurde (PL1810/07-042700; Dossierparagraaf 2.1.42, p 39 van 40: “Voor de deur” en “Beveiliging ree langs wegwezen”) in de vroege ochtend van 15 april 2007 en de verklaring van [medeverdachte 2] (PL1810/07-042700; Dossierparagraaf 2.1.53, proces-verbaal van verhoor d.d. 16 mei 2007) en de verklaring van P. Bos (PL1810/07-042700; Dossierparagraaf 2.1.54, proces-verbaal van verhoor d.d. 18 mei 2007).

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

VOORTGEZETTE HANDELING VAN

1. A en B

AFPERSING EN DIEFSTAL VERGEZELD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, EN TERWIJL DE SCHULDIGE ZICH DE TOEGANG TOT DE PLAATS VAN HET MISDRIJF HEEFT VERSCHAFT DOOR MIDDEL VAN BRAAK.

2.

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, WAARBIJ DE SCHULDIGE HET WEG TE NEMEN GOED ONDER ZIJN BEREIK HEEFT GEBRACHT DOOR MIDDEL VAN VALSE SLEUTELS MEERMALEN GEPLEEGD.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. De redenen, die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

7.1 Strafmotivering

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft met zijn medeverdachten op 15 april 2007 ’s nachts een inbraak gepleegd in een woning aan het [adres] te Dordrecht, alwaar zij een grote hoeveelheid elektronica, geld en bankpassen hebben gestolen. Op het moment dat zij zich realiseerden dat de bewoner nog in het huis aanwezig was, hebben zij het slachtoffer meerdere malen in het gezicht geslagen en hebben zij gedreigd hem met een bierfles in het gezicht te slaan om zo het slachtoffer te dwingen mee te werken. Op deze manier hebben zij het slachtoffer gedwongen tot afgifte van de pincodes behorend bij zijn bankpassen.

Verdachte en zijn medeverdachten zijn daarbij planmatig opgetreden hetgeen blijkt uit de duidelijke rolverdeling binnen de groep, de eerdere observatie van de woning en de gebruikte methode om geld van de rekeningen van het slachtoffer te pinnen.

Feiten als deze maken een ernstige inbreuk op de rechtsorde en veroorzaken gevoelens van angst, onveiligheid en onrust in de samenleving. Verdachte heeft zich echter slechts door zijn eigen belang en financieel gewin laten leiden, zonder zich te bekommeren om de gevolgen die zijn gedrag voor het slachtoffer zou kunnen hebben.

De rechtbank rekent het verdachte daarbij in het bijzonder aan dat zij de bewoner in het holst van de nacht hebben overrompeld in zijn eigen woning, een plaats waar men zich bij uitstek veilig zou moeten voelen. De bewoner heeft daarbij klappen in zijn gezicht gehad en er is gedreigd om hem met een bierfles in het gezicht te slaan waardoor hij angstig is geworden.

Voor wat betreft de persoonlijke omstandigheden van de verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op de justitiële documentatie van verdachte, waaruit blijkt dat verdachte al enkele malen eerder door de rechter is veroordeeld.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te melden duur dient te worden opgelegd. Daarbij wijkt de rechtbank af van de eis van de officier van justitie, omdat de geweldshandelingen grotendeels niet door verdachte zijn gepleegd.

7.2 In beslag genomen voorwerpen

De rechtbank is van oordeel, dat de onder verdachte in beslag genomen en aan hem toebehorende voorwerpen:

- 1 Jas, merk: Time Out, kleur: bruin (volgnummer 38)

- 2 Schoenen, merk: Lacoste, kleur: bruin (volgnummer 37)

- 1 GSM, merk: Nokia, kleur: grijs (volgnummer 41)

- 1 GSM, merk: Nokia, kleur: grijs (volgnummer 42)

dienen te worden teruggeven aan verdachte.

8. De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf is gegrond op de volgende wettelijke voorschriften:

artikelen 56, 57, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank

verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals vermeld onder 4.1 van dit vonnis;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5 vermelde strafbare feiten oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens die feiten tot:

een GEVANGENISSTRAF voor de duur van ZESENDERTIG (36) MAANDEN;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

Gelast dat aan verdachte wordt teruggegeven:

- 1 Jas, merk: Time Out, kleur: bruin (volgnummer 38)

- 2 Schoenen, merk: Lacoste, kleur: bruin (volgnummer 37)

- 1 GSM, merk: Nokia, kleur: grijs (volgnummer 41)

- 1 GSM, merk: Nokia, kleur: grijs (volgnummer 42)

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H. Bedee, voorzitter,

mr. M.M. Moolenburgh - Pelser en mr. P.L. van Dijke, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C-J. Booij, griffier,en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 augustus 2007.