Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2007:BB0982

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
02-08-2007
Datum publicatie
03-08-2007
Zaaknummer
11/500157-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een 24-jarige verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor een poging tot een gewapende overval, een afpersing en diefstal met geweld en een woninginbraak. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij door zijn (gewelddadige) handelen een ernstige inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Tegenspraak

Parketnummer: 11/500157-07 en 11/500323-07 (ttz. gev)

Zittingsdatum: 19 juli 2007

Uitspraak: 2 augustus 2007

VERKORT STRAFVONNIS

De rechtbank Dordrecht heeft op grondslag van de tenlasteleggingen en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de zaak tegen:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1983,

wonende te [adres en woonplaats]

thans gedetineerd in de P.I. Zuid-West, locatie Dordtse Poorten, te Dordrecht.

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de benadeelde partij.

1. De tenlasteleggingen

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 25 november 2006 te Zwijndrecht

A. met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een mobiele telefoon en/of 15 euro en/of een televisie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

en/of

B. met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon en/of 15 euro althans enig geld en/of een televisie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte,

- die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond en/of;

- die [slachtoffer 1] heeft geduwd en/of;

- (met kracht) een telefoon uit de hand van die [slachtoffer 1] heeft gepakt en/of;

- die [slachtoffer 1] (met vlakke hand) in het gezicht heeft geslagen en/of;

- heeft gezegd: "als ik problemen door jullie krijg, kom ik jullie dood maken";

2.

hij op of omstreeks 04 januari 2006 te Zwijndrecht met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een paar schoenen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij verdachte met een van zijn tot vuist gebalde handen een klap en/of een stomp tegen het hoofd althans het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft gegeven en/of met een van zijn geschoeide voeten meermalen, althans eenmaal tegen het hoofd, althans het lichaam van die [slachtoffer 3] heeft geschopt en/of getrapt (waardoor die [slachtoffer 3] een gebroken kaak heeft bekomen);

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 04 januari 2006 te Zwijndrecht aan een persoon genaamd

[slachtoffer 3], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (een gebroken kaak), heeft

toegebracht, door deze opzettelijk met een van zijn tot vuist gebalde handen

tegen het hoofd,althans het lichaam te slaan en/of te stompen en/of met een van zijn geschoeide voeten tegen het hoofd, althans het lichaam te trappen en/of te schoppen;

MEER SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 04 januari 2006 te Zwijndrecht opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 3]), met een van zijn tot vuist gebalde handen tegen het hoofd,althans het lichaam heeft geslagen en/of heeft gestompt en/of met een van zijn geschoeide voeten tegen het hoofd, althans het lichaam heeft getrapt en/of heeft geschopt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

11/500323-07

1.

ZAAK 1

hij op of omstreeks 09 december 2005 te Ermelo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan Snackbar Kokkie en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

- (met een bivakmuts op) in (de keuken van) genoemde snackbar is binnengedrongen (waar die [slachtoffer 4] zich op dat moment bevond) en/of

- een pistool, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 4] heeft gericht, althans aan die [slachtoffer 4] heeft getoond en/of

- een gebaar heeft gemaakt richting die [slachtoffer 4], dat zij achteruit moest lopen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

ZAAK 3

hij op of omstreeks 25 februari 2006 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan [adres]), heeft weggenomen een (digitale) camera en/of meerdere, althans één horloge('s) en/of een (portable) computer en/of een zonnebril en/of parfum, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten: een niet voor hem, verdachte, bestemde sleutel, en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, op die [slachtoffer 6] heeft gericht, althans aan die [slachtoffer 6] heeft getoond;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

ZAAK 3

hij op of omstreeks 25 februari 2006 te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen aan [adres]) weg te nemen een (digitale) camera en/of meerdere, althans één horloge('s) en/of een (portable) computer en/of een zonnebril en/of parfum,geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn bereik te brengen door middel van een valse sleutel, te weten: een niet voor hem, verdachte, bestemde sleutel, met genoemde sleutel die woning heeft betreden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 6], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging hierin bestond(en), dat hij, verdachte, en/of of zijn mededader(s), een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, op die [slachtoffer 6] heeft gericht, althans aan die [slachtoffer 6] heeft getoond;

2. De voorvragen

2.1 De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig zijn.

2.2 De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

2.4 De schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

3. Het onderzoek ter terechtzitting

3.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak bepleit voor het onder parketnummer 11/500323-07 onder feit 1 ten laste gelegde feit. De officier van justitie heeft –het overige ten laste gelegde bewezen achtend- gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

3.2 De verdediging

De verdediging heeft zich namens verdachte voor wat betreft de bewezenverklaring van het onder parketnummer 11/500323-07 onder 2 ten laste gelegde feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank en heeft voor wat betreft de overige ten laste gelegde feiten vrijspraak bepleit Voorts heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd.

3.3 De vordering van de benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd [slachtoffer 1], [adres en woonplaats].

Hij vordert verdachte te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van EUR 1500 ter zake van materiële en immateriële schadevergoeding.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet – ontvankelijkheid van de benadeelde partij in zijn vordering.

Door of namens de verdachte is de aansprakelijkheid voor de schade betwist.

4. De bewijsbeslissingen

4.1 De vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen wat aan de verdachte onder parketnummer 11/500157-07 onder feit 2 ten laste is gelegd.

Op grond van het dossier en het verhandelde ter zitting zou tot het oordeel kunnen worden gekomen dat verdachte op meerdere momenten het slachtoffer [slachtoffer 3] heeft mishandeld. Uit de bewijsmiddelen volgt echter niet dat verdachte ook op of omstreeks 4 januari 2006 dit slachtoffer heeft mishandeld. Nu het wettig bewijs ontbreekt dat verdachte deze mishandeling heeft gepleegd,zal verdachte worden vrijgesproken van dat feit.

4.2 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

11/500157-07

1.

op 25 november 2006 te Zwijndrecht

A.

met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een 15 euro en/of een televisie, toebehorende aan die [slachtoffer 1],

en

B.

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij,erdachte,

- die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond en;

- die [slachtoffer 1] heeft geduwd en;

- een telefoon uit de hand van die [slachtoffer 1] heeft gepakt en;

- die [slachtoffer 1] (met vlakke hand) in het gezicht heeft geslagen en;

heeft gezegd: "als ik problemen door jullie krijg, kom ik jullie dood maken"

11/500323-07

1.

ZAAK 1

op 09 december 2005 te Ermelo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld en/of goederen, toebehorende aan aan een ander of anderen dan aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 4], te plegen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

- met een bivakmuts op in de keuken van genoemde snackbar is binnengedrongen waar die [slachtoffer 4] zich op dat moment bevond en

- een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 4]heeft gericht en

- een gebaar heeft gemaakt richting die [slachtoffer 4], dat zij achteruit moest lopen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

ZAAK 3

op 25 februari 2006 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een woning (gelegen aan [adres]), heeft weggenomen een digitale camera en meerdere horloge's en een portable computer en een zonnebril en parfum, toebehorende aan [slachtoffer 5], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van een valse sleutel.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.3 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De bewijsmiddelen zijn als bijlage aan dit vonnis gehecht.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De bewezen geachte feiten volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

11/500157-07

1.

AFPERSING

en

DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN EN VERGEZELD VAN GEWELD EN VOORAFGEGAAN, VERGEZELD EN GEVOLGD VAN BEDREIGING MET GEWELD, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN EN OM, BIJ BETRAPPING OP HETERDAAD, AAN ZICHZELF HETZIJ DE VLUCHT MOGELIJK TE MAKEN HETZIJ HET BEZIT VAN HET GESTOLEN TE VERZEKEREN;

11/500323-07

1.

POGING TOT DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN, VERGEZELD VAN BEDREIGING MET GEWELD, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL GEMAKKELIJK TE MAKEN EN OM, BIJ BETRAPPING OP HETERDAAD, AAN ZICHZELF HETZIJ DE VLUCHT MOGELIJK TE MAKEN HETZIJ HET BEZIT VAN HET GESTOLENE TE VERZEKEREN;

2.

DIEFSTAL DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN, WAARBIJ DE SCHULDIGE ZICH DE TOEGANG TOT DE PLAATS VAN HET MISDRIJF HEEFT VERSCHAFT DOOR MIDDEL VAN VALSE SLEUTELS.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. De redenen, die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

7.1 Strafmotivering

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie ernstige strafbare feiten. Verdachte heeft geprobeerd een snackbar te overvallen. Verdachte is de snackbar binnen gegaan met een bivakmuts op en een pistool in zijn hand. Verdachte heeft door dit zeer dreigende handelen de schoonmaakster, die op dat moment aan het werk was, de stuipen op het lijf gejaagd. Omdat het slachtoffer naar buiten wist te lopen en om hulp wist te roepen is verdachte uiteindelijk weggerend.

Verdachte heeft tevens een woning overvallen waarbij een van de slachtoffers gedwongen werd tot afgifte van zijn geld en zijn televisie. Verdachte heeft ook bij deze overval gebruik gemaakt van een wapen. Verdachte heeft met het wapen in zijn hand ook de mobiele telefoon van een van de slachtoffers afgepakt. Dit slachtoffer moest onder dwang zijn televisie in een vuilniszak stoppen, waarna verdachte uiteindelijk is weggegaan. Verdachte heeft hierbij de slachtoffers met de dood bedreigd om hen ervan te weerhouden voor problemen te zorgen en hem achter na te gaan.

Verdachte heeft ten slotte samen met een medeverdachte bij een woonhuis ingebroken. Zijn medeverdachte had nog steeds de sleutel van deze woning en teneinde wraak te nemen op een ex-vriend zijn zij samen de woning binnen gegaan. In de woning hebben zij de deur van slaapkamer geforceerd en diverse goederen meegenomen.

Verdachte heeft met de in de woningen gepleegde feiten een ernstige inbreuk gemaakt op de privacy van de slachtoffers. De omgeving van het eigen huis is bij uitstek de plaats waar men zich veilig en beschermd hoort te voelen. Door woningen binnen te dringen heeft verdachte een ontoelaatbare inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de bewoners. Bij een van de feiten heeft verdachte daarenboven ook nog met een vuurwapen gedreigd. De handelingen van verdachte zijn dermate traumatiserend dat slachtoffers hiervan vaak nog langdurig psychische schade ondervinden. Ook de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer van de overval op de snackbar is ernstig geschaad. Zij is immers op klaarlichte dag, tijdens haar dagelijkse werkzaamheden, geconfronteerd met de geweldadige handelingen van verdachte. De onderhavige feiten zorgen ook in de maatschappij voor gevoelens van angst, onrust en onveiligheid.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij zich aan dit alles weinig gelegen heeft laten liggen en kennelijk slechts oog heeft gehad voor zijn eigen financiële gewin.

De onderhavige feiten rechtvaardigen zonder meer de oplegging van een langdurige vrijheidsstraf.

Voor wat betreft de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het uittreksel uit de Justitiële Documentatie omtrent verdachte d.d. 19 juni 2007 waaruit blijkt dat verdachte reeds eerder met justitie in aanraking is geweest. De rechtbank houdt tevens rekening met de nog jeugdige leeftijd van verdachte.

Gelet op de aard en de ernst van de feiten is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is. De rechtbank zal een gedeelte van deze straf voorwaardelijke opleggen teneinde te bereiken dat verdachte er in de toekomst van wordt weerhouden wederom strafbare feiten te plegen.

7.2 De vordering van de benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij, voor zover die hierna zal worden toegewezen, van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder parketnummer 11/500157-07 als feit 1 bewezenverklaarde strafbare feit door de handelingen van verdachte rechtstreekse materiele schade heeft geleden tot een bedrag van EUR 15,00 zal de rechtbank de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Naast gedeeltelijke toewijzing van deze civiele vordering zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij voor het overige afwijzen, omdat het bestaan van deze schade niet, althans onvoldoende is aangetoond.

De rechtbank zal de verdachte veroordelen in kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

8. De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf en maatregel gegrond op de volgende wettelijke voorschriften:

artikelen 14a, 14b, 14c, 24c, 36f, 45, 57, 310, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder parketnummer 11/500157-07 onder 2. ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals vermeld onder 4.2 van dit vonnis;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5. vermelde strafbare feiten oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens die feiten tot:

een GEVANGENISSTRAF voor de duur van ZESENDERTIG (36) MAANDEN;

bepaalt dat een gedeelte van deze straf, te weten ZES (6) MAANDEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd die wordt bepaald op TWEE JAREN, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan [slachtoffer 1], een bedrag van EUR 15,00 met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van EUR 15,00 ten behoeve van [slachtoffer 1];

beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 1 dag;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

wijst af het overige gedeelte van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

Dit vonnis is gewezen door:

mr. drs. T.F. van der Lugt, voorzitter,

mr. F.L.J.M. Heijnen en mr. A.J. Japenga, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.E. Schenk, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 augustus 2007.

Wegens afwezigheid is mr. Heijnen buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.