Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2007:BB0487

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
25-07-2007
Datum publicatie
26-07-2007
Zaaknummer
70811 / KG ZA 07-129
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot opheffen van een executoriaal beslag naar aanleiding van eerder kort geding.

Verbeurde dwangsommen wegens onjuiste rectificatie. De eerste rectificatie is geen behoorlijke voldoening aan het vonnis omdat de omliggende tekst deze bagatelliseert; de tweede publicatie is niet tijdig. Aldus zijn de dwangsommen verbeurd tot het maximale bedrag. Er is voorshands geen aanleiding de executie te schorsen, gezien het uitgangspunt van de wettelijke regeling. Geen sprake van een dermate onevenredigheid in de wederzijdse belangen dat het voortzetten van de executieverkoop nu te ver zou voeren. Voorshands kan niet worden aangenomen dat gedaagden met de verkoop een ander doel hebben dan verkrijging van voldoening van een deel van de vordering.

De vordering wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 70811 / KG ZA 07-129

Vonnis in kort geding van 25 juli 2007

in de zaak van

1. [eiser1],

wonende te Papendrecht,

2. [eiser2],

wonende te Papendrecht,

eisers,

advocaat mr. C. Wendenburg te Dordrecht,

procureur mr. Th.M. Briggeman,

tegen

1. de vennootschap onder firma

[gedaagde1]

tevens handelende onder de naam EROTIC-STYLE,

gevestigd te Roggel, gemeente Leudal,

2. [gedaagde2],

wonende te Roggel, gemeente Leudal,

3. [gedaagde3],

wonende te Roggel, gemeente Leudal,

gedaagden.

Erotic-Style is vertegenwoordigd door [gedaagde2] en [gedaagde3] als haar beherend vennoten, [gedaagde2] en [gedaagde3] zijn in persoon verschenen.

Eisers zullen hierna worden aangeduid als [eiser1] en [eiser2]. Gedaagden zullen gezamenlijk worden aangeduid als Erotic-Style c.s. en afzonderlijk als Erotic-Style, [gedaagde2] en [gedaagde3].

1. De procedure

1.1. De voorzieningenrechter heeft ter terechtzitting van 12 juli 2007 kennis genomen van het volgende:

- de dagvaarding van 3 juli 2007,

- de pleitnota van [eiser1] en [eiser2],

- de pleitnota van Erotic-Style c.s.,

- de door partijen overgelegde producties.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Erotic-Style organiseert sinds 2002 licht erotisch getinte uitgaansavonden voor stellen. Erotic-Style werkt daarbij met zogenaamde "gaststellen". [eiser1] en [eiser2] hebben als gaststel voor Erotic-Style gewerkt. Omstreeks 5 oktober 2005 is de samen-werking verbroken.

2.2. Bij dagvaarding van 1 februari 2006 heeft Erotic-Style c.s. een kort geding aanhangig gemaakt bij deze rechtbank waarin zij -kort samengevat- heeft gevorderd [eiser1] en [eiser2] te verbieden om de bezoekers van Erotic-Style te benaderen middels het adressenbestand van Erotic-Style. Voorts is gevorderd [eiser1] en [eiser2] te gebieden op hun website een bericht te plaatsen waaruit blijkt dat zij onrechtmatig hebben gehandeld.

2.3. Bij vonnis van 23 februari 2006 (hierna: het vonnis) heeft de voorzieningenrechter [eiser1] en [eiser2] verboden de bezoekers van Erotic-Style te benaderen middels het adressenbestand van Erotic-Style, dit met uitzondering van de bezoekers die reeds voor

23 februari 2006 op een van de door hen georganiseerde avonden zijn verschenen.

Voorts zijn [eiser2] en de Jonge geboden binnen drie dagen na betekening van het vonnis op hun website een bericht te plaatsen met de volgende inhoud:

[eisers] hebben wanprestatie gepleegd respectievelijk onrechtmatig gehandeld door bezoekers van Erotic-Style te benaderen voor de door hen georganiseerde uitgaansavonden middels het bij Erotic-Style behorende adressenbestand.

Bij vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Dordrecht van 23 februari 2006 is hen verboden bezoekers van Erotic-Style te benaderen middels voornoemd adressenbestand, dit met uitzondering van de bezoekers die in de periode van 7 oktober 2005 tot en met 23 februari 2006 reeds op een van de door hen georganiseerde uitgaansavonden zijn verschenen."

Daarbij is bepaald dat [eiser1] en [eiser2] hoofdelijk een dwangsom zullen verbeuren van € 1.000,- voor iedere werkdag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dat zij in gebreke zullen blijven aan bovenstaand gebod te voldoen, zulks tot een maximum van

€ 50.000,-.

2.4. Het vonnis is op 24 februari 2006 aan [eiser1] en [eiser2] betekend.

2.5. [eiser1] en [eiser2] hebben de rectificatie op 26 februari 2006 op hun website geplaatst, voorzien van opmerkingen. De gepubliceerde tekst is als productie 2 aan de dagvaarding gehecht.

2.6. De raadsvrouwe van Erotic-Style c.s. heeft [eiser1] en [eiser2] bij brief van

3 maart 2006 laten weten niet tevreden te zijn met de rectificatie. Daarop hebben [eiser1] en [eiser2] op 4 maart 2006 de gehele tekst van hun website verwijderd.

2.7. Bij brief van 6 maart 2006 heeft de raadsvrouwe van Erotic-Style c.s. [eiser1] en [eiser2] gesommeerd de rectificatie uiterlijk woensdag 8 maart 2006 te 12:00 uur op deugdelijke wijze te publiceren op hun website. [eiser1] en [eiser2] hebben hier geen gehoor aan gegeven. Vervolgens zijn [eiser1] en [eiser2] bij deurwaardersexploot van 17 maart 2006 gesommeerd om binnen twee dagen alsnog aan de inhoud van het vonnis te voldoen.

2.8. [eiser1] en [eiser2] hebben de rectificatie op 15 mei 2006 wederom op hun website geplaatst, ditmaal zonder toevoegingen. De rectificatie heeft gedurende een maand op de website gestaan.

2.9. Erotic-Style c.s. stellen zich op het standpunt dat [eiser1] en [eiser2] niet aan het vonnis hebben voldaan zodat de dwangsommen zijn verbeurd. Ter incassering van die dwangsommen hebben zij op 27 april 2006 executoriaal derdenbeslag doen leggen op het salaris van [eiser2] onder zijn werkgever. De overbetekening van de beslaglegging heeft plaatsgevonden bij exploot van 4 mei 2006.

2.10. Tot en met 12 januari 2007 hebben er inhoudingen plaatsgevonden op het salaris van [eiser2]. Op 12 januari 2007 is hij op staande voet ontslagen.

2.11. Met ingang van 15 januari 2007 is aan [eiser1] en [eiser2] een uitkering op grond van de Wet Werk en Bijstand toegekend.

2.12. Op 1 juni 2007 hebben Erotic-Style c.s. executoriaal beslag doen leggen op een aantal roerende goederen van [eiser1] en [eiser2], waaronder inboedelzaken.

De vordering van Erotic-Style c.s. bedroeg op dat moment € 48.638,37. Het proces-verbaal van de beslaglegging is op 8 juni 2007 aan [eiser1] en [eiser2] betekend. Daarbij is aangezegd dat de executoriale verkoop van de goederen zal plaatsvinden op 26 juli 2007 te 16:00 uur.

3. Het geschil

3.1. [eiser1] en [eiser2] vorderen -samengevat- schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 23 februari 2006 in die zin dat het gelegde executoriale beslag:

primair: met onmiddellijke ingang wordt opgeheven;

subsidiair: met onmiddellijke ingang wordt opgeheven, zulks totdat de bodemrechter over de rechtmatigheid van het beslag en over de hoogte van de vordering heeft beslist;

meer subsidiair: met onmiddellijke ingang (gedeeltelijk) wordt opgeheven, met dienverstanden dat het beslag blijft gehandhaafd voor een door de voorzieningenrechter te bepalen bedrag;

meer subsidiair: met onmiddellijke ingang (gedeeltelijk) wordt opgeheven, met dienverstanden dat het beslag blijft gehandhaafd voor een door de voorzieningenrechter te bepalen bedrag, zulks totdat de bodemrechter over de rechtmatigheid van het beslag en over de hoogte van de vordering heeft beslist.

3.2. Erotic-Style c.s. voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. In een executiegeschil kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis slechts schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant - mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad - geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

4.2. [eiser1] en [eiser2] stellen dat er sprake is van misbruik van bevoegdheid aan de zijde van Erotic-Style c.s. omdat dat zij aan het vonnis hebben voldaan.

4.3. [eiser1] en [eiser2] hebben de bevolen rectificatie weliswaar op 26 februari 2006 gepubliceerd op hun website, maar de voorzieningenrechter acht het voorshands aannemelijk dat de bodemrechter deze rectificatie niet zal zien als een behoorlijke voldoening aan het vonnis omdat de omliggende tekst deze rectificatie bagatelliseert.

Dat [eiser1] en [eiser2] geen juridische kennis hebben en zich toen evenmin van juridische bijstand hebben laten voorzien doet daar niet aan af.

4.4. Voorts is gebleken dat [eiser1] en [eiser2] na het verwijderen van de tekst niet direct zijn overgegaan tot het opnieuw publiceren van de rectificatie hoewel zij daartoe door Erotic-Style c.s. diverse malen zijn gesommeerd. Eerst op 15 mei 2006 hebben [eiser1] en [eiser2] de rectificatie voor de tweede maal op hun website gepubliceerd, ditmaal zonder toevoegingen en gedurende een maand. Hoewel het aannemelijk is dat deze publicatie als een behoorlijke voldoening aan het vonnis zal worden gezien hebben [eiser1] en [eiser2] daarmee niet tijdig aan het vonnis voldaan. In het vonnis is immers bepaald dat [eiser1] en [eiser2] de rectificatie binnen drie dagen na betekening op hun website dienen te plaatsen, terwijl het vonnis op 24 februari 2006 aan hen is betekend.

4.5. Dit alles houdt in dat [eiser1] en [eiser2] de dwangsommen hebben verbeurd tot het maximale bedrag van € 50.000,00 en Erotic-Style c.s. aldus een vorderingsrecht op hen hebben. In de omstandigheid dat de bodemrechter daarover mogelijk anders oordeelt ziet de voorzieningenrechter voorshands geen aanleiding om de executie van de verbeurde dwangsommen te schorsen.

Uitgangspunt van de wettelijke regeling van dwangsommen is immers dat eenmaal verbeurde dwangsommen voor het gehele bedrag blijven verbeurd en dat de rechter niet tot aanpassing van het bedrag van de verbeurde dwangsom of tot opheffing van de verplichting tot betaling van een dwangsom overgaat.

Dit is ingevolge artikel 611d lid 1 Rv slechts anders in geval van blijvende of tijdelijke, gehele of gedeeltelijke onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling te voldoen. Gesteld noch gebleken is dat daarvan sprake is.

4.6. [eiser1] en [eiser2] stellen voorts dat zij door de executie van de inboedelgoederen zo zwaar in hun belang worden getroffen dat er geen sprake is van evenredigheid met het belang van Erotic-Style c.s. de executieverkoop voort te zetten.

Hoewel de executoriale verkoop van de inboedel voor [eiser1] en [eiser2] als uiterst bezwarend dient te worden aangemerkt is naar voorlopig oordeel niet gebleken dat er sprake is van een dermate onevenredigheid in de wederzijdse belangen dat het voortzetten van de executieverkoop nu te ver zou voeren. Daarbij speelt een rol dat de schuldhulpverlener van [eiser1] en [eiser2], Humanitas, de totale vordering van Erotic-Style c.s. heeft opgenomen op de lijst van schuldvorderingen en dat [eiser1] en [eiser2] zelf nimmer hebben gereageerd noch pogingen hebben ondernomen om in een eerdere fase tot een regeling te komen. Zoals hierboven reeds is overwogen valt niet te verwachten dat een bodemrechter zal overgaan tot aanpassing van het bedrag of opheffing van de verplichting van betaling van de dwangsommen terwijl evenmin valt te verwachten dat, indien het bedrag toch zou worden aangepast, de uiteindelijke definitieve dwangsom lager zal uitvallen dan de met de beoogde executie te realiseren opbrengst.

Ten slotte hebben [eiser1] en [eiser2] nog gesteld dat Erotic-Style c.s. met de executieverkoop trachten een deel van de door hen gestelde schade vergoed te krijgen. Erotic-Style c.s. hebben dit gemotiveerd betwist, zodat voorshands niet kan worden aangenomen dat zij met de executieverkoop een ander doel hebben dan verkrijging van voldoening van een (beperkt) deel van hun vordering.

4.7. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen van [eiser1] en [eiser2] worden afgewezen.

4.8. [eiser1] en [eiser2] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Erotic-Style c.s. worden begroot op EUR 251,00 aan vast recht.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiser1] en [eiser2] in de proceskosten, aan de zijde van Erotic-Style c.s. tot op heden begroot op EUR 251,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.D. Rentema en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2007.