Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2007:BA1517

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
14-03-2007
Datum publicatie
27-03-2007
Zaaknummer
48289 HA ZA 03-2170, 50245 HA ZA 03-2509 en 50496 HA ZA 03-2558
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij een onroerend goed transactie wordt een perceelgedeelte van ongeveer 700 m2 uitgezonderd. Een projectontwikkelaar laat huizen bouwen, die voor een deel op het perceel van 700 m2 blijken te staan. Het overblijvende gedeelte wordt daardoor gereducerd tot minder dan 500 m2. Vordering van eigendom van dit perceel tot revindicatie en amotie toegewezen. Vordering tot vestiging erfdienstbaarheid afgewezen ontbreken wettelijke grondslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummers: 48289 HA ZA 03-2170, 50245 HA ZA 03-2509 en 50496 HA ZA 03-2558

vonnis van de meervoudige kamer van 14 maart 2007

in de zaak van

(48289 HAZA 03-2170)

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur: mr. D. Berlijn,

tegen

1.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[bedrijfsnaam] Projectontwikkeling B.V.,

gevestigd te Hardinxveld-Giessendam,

gedaagde in conventie,

procureur: mr. J. Wijnja,

2.

[gedaagden sub 2],

beiden wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

procureur: mr. J.A. Visser,

3.

[gedaagden sub 3],

beiden wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

procureur: mr. F. Lewin.

Eiseres in conventie tevens verweerster in reconventie zal hieronder worden aangeduid als [eiseres hoofdzaak]. Gedaagde sub 1 zal hieronder worden aangeduid als [gedaagde sub 1 hoofdzaak]. Gedaagden sub 2 en 3 tevens eisers in reconventie zullen hieronder worden aangeduid als [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. respectievelijk [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s..

Deze zaak zal hieronder worden aangeduid als de hoofdzaak.

en in de zaak van

(50245 HAZA 03-2509)

[eisers vrijwaring/gedaagden hfdzk],

beiden wonende te [woonplaats],

eisers in vrijwaring,

procureur: mr. J.A. Visser

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[bedrijfsnaam] Projectontwikkeling B.V.,

gevestigd te Hardinxveld-Giessendam,

verweerster in vrijwaring,

procureur: mr. J. Wijnja.

Partijen zullen hieronder worden aangeduid als [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. en [gedaagde sub 1 hoofdzaak].

Deze zaak zal hieronder worden aangeduid als vrijwaringszaak I.

en in de zaak van

(50496 HAZA 03-2558)

[eisers vrijwaring/gedaagden hfdzk],

beiden wonende te [woonplaats],

eisers in vrijwaring,

procureur: mr. F. Lewin,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[bedrijfsnaam] Projectontwikkeling B.V.,

gevestigd te Hardinxveld-Giessendam,

verweerster in vrijwaring,

procureur: mr. J. Wijnja.

Partijen zullen hieronder worden aangeduid als [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. en [gedaagde sub 1 hoofdzaak].

Deze zaak zal hieronder worden aangeduid als vrijwaringszaak II.

Het verdere procesverloop

1. De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende processtukken:

- proces-verbaal van de comparitie van partijen van 27 mei 2005,

- akte na tussenvonnis zijdens [eiseres hoofdzaak],

- antwoordakte zijdens [gedaagde sub 1 hoofdzaak],

- antwoordakte zijdens [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s.,

- antwoordakte zijdens [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s.,

- de door [gedaagde sub 1 hoofdzaak] overgelegde productie.

De verdere omschrijving van het geschil

Deskundigenbericht

2. Bij vonnis van 17 november 2004 is een deskundigenbericht gelast ter beantwoording van de volgende vragen:

1. "Kunt u op basis van de aan de notariële akten van levering d.d. 9 februari 1999 en d.d. 17 september 1999 gehechte situatietekening (producties 1 en 2 bij akte houdende overlegging van de in de dagvaarding aangekondigde producties) en de daarop ingetekende perceelsgrenzen en aangegeven gearceerde perceelsgedeelten, op een kadastrale tekening aangeven wat de grenzen zijn van het aan [gedaagde sub 1 hoofdzaak] respectievelijk [eiseres hoofdzaak] geleverde perceel?

2. Kunt u tevens aangeven wat de oppervlakte van deze percelen is?

3. Kunt u aan de hand van de huidige feitelijke situatie ter plaatse op voormelde door u te vervaardigen kadastrale tekening aangeven welk(e) gedeelte(n) van het aan [eiseres hoofdzaak] geleverde perceel feitelijk in gebruik is/zijn bij [gedaagde sub 1 hoofdzaak], [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. en/of [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s.?

4. In hoeverre komt dit overeen met de door [eiseres hoofdzaak] op de als producties 10, 11 en 12 (bij akte houdende overlegging van de in de dagvaarding aangekondigde producties) overgelegde situatietekeningen gearceerde perceelsgedeelten?

5. Indien (een) gedeelte(n) van het aan [eiseres hoofdzaak] geleverde perceel feitelijk in gebruik is/zijn bij [gedaagde sub 1 hoofdzaak], [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. en/of [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s., kunt u dan concreet aangeven wat de oppervlakte is van deze bij [gedaagde sub 1 hoofdzaak], [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. en/of [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s in gebruik zijnde perceelsgedeelte(n) van [eiseres hoofdzaak] alsmede welke bebouwing en/of bestrating daarop is aangebracht?

6. Zijn er nog nadere opmerkingen van uw zijde die van belang zouden kunnen zijn voor de verdere afdoening van deze zaak door de rechtbank?"

3. De deskundige heeft die vragen als volgt beantwoord.

1. "Hiervan uitgaand geeft de vertaling van de maten, genoteerd op de bij de betreffende akte gevoegde situatietekening (zie productie 4), naar de huidige terreinsituatie het navolgende beeld te zien (productie 6). (...) In respectievelijk enkele streep- en kruisarcering is de beoogde situatie (zie omschrijving gesteld bij vraag 1) van het aan [gedaagde sub 1 hoofdzaak] Projectontwikkeling B.V. en aan H. [eiseres hoofdzaak] geleverde perceel aangegeven."

Productie 6 bij het deskundigenrapport is in kopie aan dit vonnis gehecht.

2. "I) het gedeelte (met enkele streeparcering aangegeven [lees: in productie 6]), zoals bij akte d.d. 9 februari 1999, deel [kadasteraanduiding] nummer [kadasteraanduiding] (productie 4), verkregen door [gedaagde sub 1 hoofdzaak] Projectontwikkeling B.V., een geschatte oppervlakte heeft van: 28 a 49 ca

(...)

II) het gedeelte (met kruisarcering aangegeven), zoals bij akte d.d. 17 september 1999, deel [kadasteraanduiding] nummer [kadasteraanduiding] (productie 5), verkregen door H. [eiseres hoofdzaak], een geschatte oppervlakte heeft van: 6 a 17 ca"

3. "Zie productie 12

Aan de hand van de huidige feitelijke situatie ter plaatse zijn weergegeven de perceelsgedeelten in gebruik bij respectievelijk [gedaagde sub 1 hoofdzaak] Projectontwikkeling B.V., [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s., [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s.; nader aangeduid met de letters A, B en C.

De overige perceelsgedeelten, te stellen ten name van [gedaagde sub 1 hoofdzaak] Projectontwikkeling B.V., [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s., [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. en H. [eiseres hoofdzaak] zijn respectievelijk aangeduid met de letters D, E, F en G."

Productie 12 bij het deskundigenrapport is in kopie aan dit vonnis gehecht.

4. "De bij voorgaande vragen genoemde beoogde situatie (zie omschrijving gesteld bij vraag 1) komt niet geheel overeen met de op de als producties 10, 11 en 12 (bij akte houdende overlegging van de in de dagvaarding aangekondigde producties) overgelegde situatietekeningen gearceerde perceelsgedeelten."

5. " Zie productie 12

Op de onderstaande gedeelten van het aan H. [eiseres hoofdzaak] (in de beoogde situatie) geleverde perceel bevinden zich:

i) aangeduid met A (groot 0 a 35 ca): wegverharding;

ii) aangeduid met B (groot 0 a 72 ca): gedeelte woonhuis nr. 8, betonnen rand (laag) als erfascheiding en tuin;

iii) aangeduid met C (groot 0 a 65 ca): tuin en provisorisch aangelegde parkeerplaats."

6. Samengevat, merkt de deskundige op, dat de opmerkingen en verzoeken die door de diverse belanghebbenden zijn ingediend, geen aanleiding geven voor een wijziging van de uitkomst van het rapport.

Reactie van partijen

4. Ter gelegenheid van de op 27 mei 2005 gehouden comparitie hebben alle partijen aangegeven dat zij zich in het rapport van de deskundige kunnen vinden.

Wijziging van eis

5. Tijdens de comparitie deelde [eiseres hoofdzaak] mee dat zij haar vorderingen handhaaft met dien verstande dat de maatvoering van de deskundige kan worden aangehouden. De rechtbank begrijpt een en ander aldus, dat [eiseres hoofdzaak] haar eis sub I onder aanhef en primair, zoals weergegeven in het tussenvonnis van 14 juli 2004 onder 10, heeft gewijzigd in die zin dat de verwijzingen in de eis naar de "kadastrale tekening" nader wordt ingevuld door productie 6 bij het deskundigenrapport en dat de verwijzingen naar de producties 10, 11 en 12 van [eiseres hoofdzaak] moet worden gelezen als verwijzingen naar producties 6 en 12 bij het deskundigenrapport.

Gedaagden hebben zich tegen deze eiswijziging niet verzet.

De verdere beoordeling van het geschil

In de hoofdzaak in conventie

6. Nu alle partijen met de uitkomst van het deskundigenrapport hebben ingestemd, neemt de rechtbank die uitkomst over en maakt de conclusies van de deskundige tot de hare.

Voorts gaat de rechtbank in het vervolg van de gewijzigde eis uit.

7. De rechtbank stelt op basis van het deskundigen rapport vast, dat de grenzen van het aan [eiseres hoofdzaak] geleverde perceel verlopen conform het met kruisarcering aangegeven gedeelte van de tekening die als productie 6 aan het deskundigenrapport is gehecht. De rechtbank stelt daarmee ook vast dat [gedaagde sub 1 hoofdzaak] daarom geen eigenaar is geworden van de perceelsgedeelten die op productie 12 bij het deskundigenrapport zijn aangeduid met A, B en C (verder: deel A, deel B en deel C), en dat [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. en [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. op hun beurt geen eigenaar zijn geworden van respectievelijk de delen B en C. De door [eiseres hoofdzaak] gevorderde (gewijzigde) verklaring voor recht zal dan ook worden toegewezen.

8. In het hierna volgende worden eerst de overige tegen de afzonderlijke gedaagden gerichte vorderingen tot revindicatie en amotie behandeld, daarna de tegen [gedaagde sub 1 hoofdzaak] ingestelde vordering tot schadevergoeding en tenslotte de nevenvorderingen.

9. Vordering tegen [gedaagde sub 1 hoofdzaak] (deel A).

[eiseres hoofdzaak] vordert dat [gedaagde sub 1 hoofdzaak] de aan [eiseres hoofdzaak] in eigendom toebehorende grond (deel A) aan haar ter beschikking stelt en dat zij de bebouwing verwijdert. [gedaagde sub 1 hoofdzaak] beroept zich tegenover deze vordering op misbruik van recht aan de zijde van [eiseres hoofdzaak]. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

10. Vast staat dat [gedaagde sub 1 hoofdzaak] deel A feitelijk in gebruik heeft, danwel anderen daarvan feitelijk gebruik laat maken. Blijkens het deskundigenrapport en haar eigen stellingen heeft zij daarop bebouwing aangebracht zoals bestrating, putten en verlichting. Door dit alles maakt [gedaagde sub 1 hoofdzaak] inbreuk op het eigendomsrecht van [eiseres hoofdzaak], en is [eiseres hoofdzaak] van alle genot van dit deel van haar eigendom verstoken. Van misbruik van recht kan sprake zijn als [eiseres hoofdzaak], in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen haar belang bij de uitoefening van haar eigendomsrecht en het belang (eventueel van anderen dan [gedaagde sub 1 hoofdzaak]) dat daardoor wordt geschaad naar redelijkheid niet tot de uitoefening van haar recht had kunnen komen (artikel 3:13 BW). Naar het oordeel van de rechtbank is dat ten aanzien van deel A niet het geval. De omstandigheden die [gedaagde sub 1 hoofdzaak] aanvoert - de mogelijkheid tot keren van auto's, de belangen van [gedaagden sub 2 hoofdzaak] en [gedaagden sub 3 hoofdzaak], verplichtingen van [gedaagde sub 1 hoofdzaak] tegenover de gemeente, aangeboden schadevergoeding en de aard van het resterend gedeelte van de grond van [eiseres hoofdzaak] - zijn niet van dien aard, dat [eiseres hoofdzaak] in redelijkheid niet tot uitoefening van haar eigendomsrecht kan komen op de wijze zoals haar dat voor ogen staat. De (gewijzigde) vordering van [eiseres hoofdzaak] zal dan ook worden toegewezen.

11. Vordering tegen [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. (deel B).

[eiseres hoofdzaak] vordert van [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. ter beschikkingstelling van de grond (deel B), het ondoorzichtig maken van ramen en vensters, amotie van de aan het woonhuis grenzende bebouwing en vestiging van een erfdienstbaarheid ten gunste van [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. voor wat betreft het deel grond waar het woonhuis van [gedaagden sub 3 hoofdzaak] op staat. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

12. [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. hebben deel B feitelijk in gebruik. Blijkens het deskundigenrapport is daarop bebouwing aangebracht bestaande uit een deel van een woonhuis, een betonnen rand en een tuin. [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. maken derhalve inbreuk op het eigendomsrecht van [eiseres hoofdzaak], waardoor [eiseres hoofdzaak] van alle genot van dit deel van haar eigendom is verstoken. [eiseres hoofdzaak] heeft uitdrukkelijk aangegeven dat zij niet verlangt van [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. dat zij een deel van hun woning zullen afbreken. [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. hebben geen ander verweer gevoerd dan dat zij eigenaar van deel B zijn geworden, welk verweer hiervoor reeds is verworpen. De vorderingen tot revindicatie en amotie tegen [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. liggen dan ook voor toewijzing gereed. Dat geldt ook voor de vordering tot het ondoorzichtig maken van ramen, waartegen [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. geen verweer hebben gevoerd.

Voor toewijzing van de vordering tot vestiging van een erfdienstbaarheid, zoals door [eiseres hoofdzaak] (en niet door [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s.) gevorderd, ontbreekt de wettelijke grondslag. Artikel 5:54 BW, waar [eiseres hoofdzaak] naar verwijst, biedt immers niet aan [eiseres hoofdzaak] de mogelijkheid om een vordering in te stellen. Deze vordering is overigens ook onvoldoende bepaald. Dat deel van de vordering zal dan ook worden afgewezen.

13. Vorderingen tegen [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. (deel C).

[eiseres hoofdzaak] vordert van [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. ter beschikkingstelling van de grond (deel C), amotie van de daarop aangebrachte bebouwing en vestiging van een erfdienstbaarheid ten gunste van [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. om te komen en te gaan naar de openbare weg. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

14. [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. hebben deel C feitelijk in gebruik. Daardoor maken zij inbreuk op het eigendomsrecht van [eiseres hoofdzaak], waardoor [eiseres hoofdzaak] van alle genot van dit deel van haar eigendom is verstoken. Blijkens het deskundigenrapport bevinden zich op deel C een tuin en een provisorisch aangelegde parkeerplaats. [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. voeren met betrekking tot deel C geen verweer tegen de gevorderde beschikbaarstelling van grond aan [eiseres hoofdzaak] en tot amotie van hetgeen daarop is gebouwd (anders dan het hiervoor verworpen verweer met betrekking tot het eigendomsrecht); het gaat hen om deel A. De (gewijzigde) vordering kan daarom in zoverre worden toegewezen. De door [eiseres hoofdzaak] (en niet door [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s.) gevorderde vestiging van een erfdienstbaarheid zal met betrekking tot deel C moeten worden afgewezen, omdat de wettelijke grondslag voor toewijzing aan [eiseres hoofdzaak] ontbreekt en deze vordering overigens ook onvoldoende is bepaald.

15. Vordering tot schadevergoeding tegen [gedaagde sub 1 hoofdzaak].

[eiseres hoofdzaak] vordert schadevergoeding van [gedaagde sub 1 hoofdzaak], nader op te maken bij staat. [gedaagde sub 1 hoofdzaak] stelt daar tegenover dat [eiseres hoofdzaak] niet heeft voldaan aan haar stelplicht, nu zij niet heeft gesteld om wat voor schade het hier gaat. Dat verweer slaagt. Het is aan [eiseres hoofdzaak] om feiten te stellen waaruit aannemelijk wordt dat zij mogelijk schade heeft geleden. [eiseres hoofdzaak] heeft echter geen feiten gesteld die aannemelijk maken dat zij mogelijk schade heeft geleden of zal lijden als aan haar de grond ter beschikking wordt gesteld - waartoe dit vonnis strekt -, waarop zij blijkens de toe te wijzen verklaring voor recht aanspraak op heeft. Daarom zal deze vordering worden afgewezen.

16. Termijnen/dwangsommen.

Alleen [gedaagde sub 1 hoofdzaak] heeft verweer gevoerd tegen de termijn van een maand die in de vordering tot revindicatie en amotie is opgenomen. Zij heeft echter niet gemotiveerd waarom aan haar een langere termijn dan een maand zou moeten worden gegund, zodat aan dat verweer voorbij wordt gegaan. De dwangsommen zullen worden gematigd en gemaximeerd.

17. Proceskosten.

Gedaagden zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de proceskosten van [eiseres hoofdzaak].

18. Beslagkosten.

[eiseres hoofdzaak] heeft, blijkens de in het geding gebrachte beslagstukken, conservatoir beslag gelegd ten laste van [gedaagde sub 1 hoofdzaak], [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. en [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s.. [eiseres hoofdzaak] heeft voorts bij conclusie van repliek in conventie/van antwoord in reconventie veroordeling van gedaagden in de beslagkosten gevorderd. [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. en [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. hebben daartegen geen verweer gevoerd. [gedaagde sub 1 hoofdzaak] heeft slechts met verwijzing naar haar overige verweer - dat hierboven al is verworpen - gesteld dat het ten laste van haar gelegde beslag vexatoir en onrechtmatig is. Dit verweer is niet onderbouwd en zal derhalve worden gepasseerd. Dit onderdeel van de vordering zal worden toegewezen.

In de hoofdzaak in reconventie

19. Nu de rechtbank in conventie op basis van het deskundigenonderzoek heeft kunnen vaststellen hoe de grens verloopt van het aan [eiseres hoofdzaak] geleverde perceel, is die grens niet onzeker. Daarom moet de reconventionele vordering van [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. en [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. worden afgewezen.

In vrijwaringszaak I

20. In deze vrijwaringszaak vorderen [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. dat [gedaagde sub 1 hoofdzaak] wordt veroordeeld om aan [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s te voldoen al datgene waartoe zij in de hoofdzaak mochten worden veroordeeld. [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. hebben deze vordering nader toegelicht, stellende dat deze vrijwaring niet ziet op de vordering tot revindicatie van [eiseres hoofdzaak], maar "slechts ziet op de schadevergoeding, die als nevenvordering van [gedaagden sub 2 hoofdzaak] en Plieger is gevorderd en/of wellicht nog bij wijziging van eis gevorderd zal gaan worden".

21. In de hoofdzaak heeft [eiseres hoofdzaak] geen schadevergoeding - anders dan een proceskostenveroordeling - van [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. gevorderd. Daarom kan in deze vrijwaringszaak ook geen andere schadevergoeding dan de proceskosten aan de orde zijn. Het gaat dus uitsluitend nog om een vrijwaring van de proceskostenveroordeling in de hoofdzaak.

22. Uitgangspunt voor de beoordeling daarvan is dat [gedaagde sub 1 hoofdzaak] ten tijde van de verkoop aan [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. beschikkingsonbevoegd was ten aanzien van deel C en dat [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. geen eigenaar zijn geworden van deel C. Het door [gedaagde sub 1 hoofdzaak] aan [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. geleverde komt, blijkens het in de hoofdzaak overwogene, niet overeen met hetgeen [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. mochten verwachten op grond van de situatietekening d.d. 16 november 2000, die aan de akte van levering is gehecht. [gedaagde sub 1 hoofdzaak] is dan ook in zoverre toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van haar overeenkomst met [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s.. Dit brengt met zich dat [gedaagde sub 1 hoofdzaak] zal worden veroordeeld in de proceskosten, waartoe [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. in de hoofdzaak worden veroordeeld.

23. [gedaagde sub 1 hoofdzaak] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s..

In vrijwaringszaak II

24. Van [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. vorderen dat [gedaagde sub 1 hoofdzaak] wordt veroordeeld om aan hen de schade, inclusief proceskosten, te voldoen die zij lijden als gevolg van een toewijzend vonnis in de hoofdzaak.

25. Uitgangspunt in deze vrijwaringszaak is dat [gedaagde sub 1 hoofdzaak] ten tijde van de verkoop aan [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. beschikkingsonbevoegd was ten aanzien van deel B en dat [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. geen eigenaar zijn geworden van deel B.

26. Het door [gedaagde sub 1 hoofdzaak] aan [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. geleverde komt, blijkens het in de hoofdzaak overwogene, niet overeen met hetgeen [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. mochten verwachten op grond van de situatietekening d.d. 16 november 2000, die aan de akte van levering is gehecht. [gedaagde sub 1 hoofdzaak] is dan ook in zoverre toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van haar overeenkomst met [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s.. Dit brengt met zich dat de vordering van [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. in beginsel voor toewijzing gereed ligt.

27. Uit het over en weer gestelde vloeit ook voort dat het aannemelijk is dat [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. mogelijk (andere) schade (dan proceskosten) zullen lijden door een toewijzend vonnis in de hoofdzaak, zodat de zaak voor wat betreft andere schade dan proceskosten naar de schadestaat procedure kan worden verwezen.

28. [gedaagde sub 1 hoofdzaak] beroept zich evenwel op eigen schuld aan de zijde van [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s.. In dat verband voert zij aan dat [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. in november 2001 door [eiseres hoofdzaak] zijn gewaarschuwd en dat zij nadien zelf nog bebouwing hebben doen aanbrengen, namelijk een aparte fundering en terras(sen). [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. stellen daartegenover dat het stilleggen van de bouw destijds niet is gesuggereerd en dat bovendien [gedaagde sub 1 hoofdzaak] de directie-uitvoerder van de bouw was.

29. Weliswaar stelt [gedaagde sub 1 hoofdzaak] dat [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. door [eiseres hoofdzaak] zijn gewaarschuwd, maar zij stelt niet in welke vorm die gestelde waarschuwing is gegoten en hoe die waarschuwing inhoudelijk precies heeft geluid. [gedaagde sub 1 hoofdzaak] verwijst slechts naar de stelling van [eiseres hoofdzaak] in de hoofdzaak. [eiseres hoofdzaak] noch [gedaagde sub 1 hoofdzaak] heeft een brief van [eiseres hoofdzaak] aan [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. in het geding gebracht, waaruit de rechtbank afleidt dat, voor zover iets tegen [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. is gezegd, dat mondeling is gebeurd. [eiseres hoofdzaak] heeft in de hoofdzaak omtrent de inhoud van de mededelingen gesteld dat zij de buren in november 2001 op de hoogte heeft gesteld, hen te kennen heeft gegeven "één en ander te laten uitzoeken", dat zij haar aanspraken op haar eigendom niet zou laten varen en dat zij het "niet verstandig achtte dat de buren nog verdere bouwplannen op haar perceel zouden realiseren." De rechtbank is van oordeel dat deze mondelinge mededelingen, voor zover die al als vaststaand kunnen worden aangenomen, onvoldoende zijn om aan [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. te verwijten dat zij zich - door een fundering en terras(sen) aan te brengen - anders hebben gedragen dan een redelijk mens onder de gegeven omstandigheden zou doen. Daarom verwerpt de rechtbank het beroep van [gedaagde sub 1 hoofdzaak] op eigen schuld van [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s..

30. [gedaagde sub 1 hoofdzaak] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s..

De beslissing

De rechtbank:

in de hoofdzaak conventie

verklaart voor recht dat [eiseres hoofdzaak] heeft gekocht en bij akte d.d. 17 september 1999 geleverd heeft gekregen een perceel grond, kadastraal bekend [kadastrale gegevens], groot 6 a 17 ca, conform de aan genoemde akte gehechte kadastrale tekening, zoals nader weergegeven in de tekening die als productie 6 is gehecht aan het door H.W.M.S. Bremmers opgestelde deskundigenrapport van 15 februari 2005;

veroordeelt [gedaagde sub 1 hoofdzaak] om dat deel van het perceel dat aan [eiseres hoofdzaak] in eigendom toebehoort, zoals aangeduid met A op de als productie 12 aan het deskundigenrapport gehechte kaart, aan [eiseres hoofdzaak] ter beschikking te stellen en de daarop gesitueerde bebouwing en straatwerken te amoveren, zulks onder verbeurte van een dwangsom ad € 500, = voor iedere dag dat [gedaagde sub 1 hoofdzaak] na één maand na betekening van het te dezen te wijzen vonnis in gebreke is met de nakoming daarvan, met een maximum van € 50.000, =;

veroordeelt [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. om dat deel van het perceel dat aan [eiseres hoofdzaak] in eigendom toebehoort, zoals aangeduid met B op de als productie 12 aan het deskundigenrapport gehechte kaart, aan [eiseres hoofdzaak] ter beschikking te stellen en de aan het huis van [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. grenzende gedeelten te amoveren, zulks onder verbeurte van een dwangsom ad € 500, = voor iedere dag dat [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. na één maand na betekening van het te dezen te wijzen vonnis in gebreke is met de nakoming daarvan, met een maximum van € 50.000, =;

veroordeelt [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. om alle ramen en vensters die zich binnen twee meter van de erfgrens bevinden en die uitzicht op het erf van [eiseres hoofdzaak] geven ondoorzichtig te maken;

veroordeelt [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. om dat deel van het perceel dat aan [eiseres hoofdzaak] in eigendom toebehoort, zoals aangeduid met C op de als productie 12 aan het deskundigenrapport gehechte kaart, aan [eiseres hoofdzaak] ter beschikking te stellen, en de daarop gesitueerde bebouwing te amoveren, zulks onder verbeurte van een dwangsom ad € 500, = voor iedere dag dat [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. na één maand na betekening van het te dezen te wijzen vonnis in gebreke is met de nakoming daarvan, met een maximum van € 50.000, =;

veroordeelt [gedaagde sub 1 hoofdzaak], [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. en [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. in de kosten van het geding tot op heden aan de zijde van [eiseres hoofdzaak] begroot op € 2486,00 aan salaris van de procureur en € 933,43 aan verschotten, waarvan € 125,00 aan griffierecht en

€ 646,11 aan beslagkosten (3 x (€ 146,66 + € 68,71));

verklaart dit vonnis tot zover, met uitzondering van de toegewezen verklaring voor recht, uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af;

in de hoofdzaak in reconventie

wijst de vorderingen af;

veroordeelt [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. en [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. in de kosten van het geding tot op heden aan de zijde van [eiseres hoofdzaak] begroot op € 678,00 aan salaris van de procureur;

in vrijwaringszaak I

veroordeelt [gedaagde sub 1 hoofdzaak] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. te voldoen de kostenveroordeling waartoe [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. als gedaagden bij het gelijktijdig uit te spreken vonnis in de hoofdzaak worden veroordeeld;

veroordeelt [gedaagde sub 1 hoofdzaak] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [gedaagden sub 2 hoofdzaak] c.s. begroot op € 904,00 aan salaris van de procureur en € 81,16 aan verschotten;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af;

in vrijwaringszaak II

veroordeelt [gedaagde sub 1 hoofdzaak] om tegen kwijting aan eisers te voldoen de schade die voor [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. als gedaagden in de hoofdzaak voortvloeit uit het gelijktijdig uit te spreken vonnis in de hoofdzaak, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en om tegen kwijting aan [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. te voldoen de proceskosten waartoe zij als gedaagden bij het gelijktijdig uit te spreken vonnis in de hoofdzaak worden veroordeeld;

veroordeelt [gedaagde sub 1 hoofdzaak] in de proceskosten tot op heden aan de zijde van [gedaagden sub 3 hoofdzaak] c.s. begroot op € 904,00 aan salaris van de procureur en € 81,16 aan verschotten;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.C. Vink, mr. F.J.P. Lock en mr. W.J.M. Diekman en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 14 maart 2007.