Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2007:BA1417

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
01-03-2007
Datum publicatie
23-03-2007
Zaaknummer
182972 CV EXPL 06-3999
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wet Aanpassing Arbeidsduur (WAA). Afwijzing vordering werkgever om voor recht te verklaren dat hij het verzoek van werknemer om aanpassing van de arbeidsduur terecht heeft afgewezen. Uit de wetsgeschiedenis en de uitspraken in JAR volgt niet dat werkgever een verzoek om vermindering van de arbeidsduur op grond van de WAA mag afwijzen aangezien hij de mogelijkheid moet hebben om een pedagogisch beleid te voeren zoals de Wet Kinderopvang voorschrijft en de belangen van de kinderen en hun ouders dat vergen. Een dergelijk verzoek dient per individueel geval beoordeeld te worden. Werkgever had uiteen moeten zetten tot welke (voorzienbare) voor hem onaanvaardbare gevolgen van pedagogische aard de toewijzing van het verzoek zou leiden en kon daarbij niet volstaan met het verwijzen naar documentatie waarin algemene uitgangspunten worden verwoord voor pedagogisch verantwoorde kinderopvang noch met het verwijzen naar evaluatieformulieren van ouders (die geen betrekking hebben op het onderhavige verzoek). Roostertechnische problemen zijn door werkgever onvoldoende onderbouwd. Belangenafweging bij het verzoek van de werknemer tot spreiding van de arbeidsuren.

Wetsverwijzingen
Wet flexibel werken
Wet flexibel werken 2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAR 2007, 80
JAR 2007/147
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector kanton

Locatie Dordrecht

kenmerk: 182972 CV EXPL 06-3999

vonnis van de kantonrechter te Dordrecht van 1 maart 2007

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SDK Kinderopvang B.V.,

gevestigd te Dordrecht,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

gemachtigde: mr. M.V.R. Grandjean Perrenod Comtesse, advocaat te Rotterdam,

tegen:

[naam],

wonende te [plaats],

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

gemachtigden: mr. M. Jimmink en mr. R. van Tricht, advocaten te Amsterdam,

Partijen worden hierna aangeduid als SDK respectievelijk [gedaagde in conventie].

1. Verloop van de procedure

De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken:

1. de dagvaarding van 14 juli 2006;

2. de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie;

3. de conclusie van repliek in conventie tevens antwoord in reconventie;

4. de conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie;

5. de akte uitlating producties in conventie en conclusie van dupliek in reconventie;

6. de overgelegde producties.

2. Omschrijving van het geschil

2.1. De feiten in conventie en reconventie

2.1.1. Als gesteld door de ene partij en niet of onvoldoende weersproken door de andere partij wordt uitgegaan van het volgende.

2.1.2. Sinds 1 september 1999 is [gedaagde in conventie] als groepsleidster in dienst bij (een rechtsvoorganger van) SDK voor 32 uur per week. SDK exploiteert kinderopvangverblijven in Dordrecht en Rotterdam en biedt zowel dagopvang (DO) als buitenschoolse opvang (BSO) aan.

2.1.3. Na een periode van zwangerschapsverlof heeft [gedaagde in conventie] ouderschapsverlof genoten en daarbij 16 uur per week gewerkt, verdeeld over twee dagen.

2.1.4. Aansluitend op haar ouderschapsverlof heeft [gedaagde in conventie] gedurende het zwangerschapsverlof van een collega op grond van een tijdelijk contract 16 uur per week gewerkt als invalkracht.

2.1.5. Bij brief van 24 oktober 2005 heeft [gedaagde in conventie] bij SDK een verzoek als bedoeld in de Wet aanpassing arbeidsduur (hierna: WAA) ingediend. In dit verzoek staat – voor zover thans relevant- het navolgende vermeld: 'Ik wil graag per 27 februari 2006 16 uur per week gaan werken. Deze 16 uur zou ik graag als volgt spreiden over de week; 8 uur op dinsdag –tussen 09:00 en 18:00 uur- en 8 uur op donderdag –tussen 07:00 en 16:00 uur-'.

2.1.6 Bij brief van 9 november 2005 heeft SDK dit verzoek afgewezen. De inhoud van deze brief luidt - voor zover thans relevant - als volgt: 'Helaas kunnen wij niet op uw verzoek ingaan. De reden hiervoor is dat er geen vacature voorhanden is zoals u wenst. Verder delen wij u mede dat wij het aantal groepleidsters in de dagopvang met een vast dienstverband van 16 uur niet zullen uitbreiden. Om pedagogische redenen zullen wij dit niet meer doen. Wij zijn van mening dat het maximum aantal leidsters met een arbeidscontract van 16 uur is bereikt.'

2.1.7. Na overleg heeft SDK aan [gedaagde in conventie] drie voorstellen gedaan die zijn vastgelegd in een gespreksverslag van 20 februari 2006. Bij faxbericht van 21 februari 2006 heeft [gedaagde in conventie] deze voorstellen afgewezen.

2.1.8. Het pedagogisch beleidsplan van SDK dat naar aanleiding van de Wet op de Kinderopvang is herzien, dateert van augustus 2005 en bevat –voor zover thans relevant- de navolgende bepaling:

'5.3. Het personeelsbeleid

Ons uitgangspunt is dat we zoveel mogelijk rust en continuïteit (te) waarborgen. Daarom zijn op elke groep vaste gediplomeerde leid(st)ers aanwezig. (…) Om continuïteit te waarborgen streeft de SDK naar een minimale arbeidsduur bij de dagopvang van 24 uur of 18 uur bij de BSO. Een aantal groepsleidsters heeft echter een dienstverband van 16 uur (of 12 uur bij de BSO) wegens verworven rechten of werkt 16 uur (of 12 uur bij de BSO) wegens ouderschapsverlof (…).'

2.2. De vordering in conventie en reconventie

2.2.1. SDK vordert in conventie bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

1. voor recht te verklaren dat zij het verzoek van [gedaagde in conventie] om aanpassing van de arbeidsduur terecht heeft afgewezen vanwege zwaarwichtige bedrijfsbelangen; en

2. [gedaagde in conventie] te gebieden om conform haar arbeidsovereenkomst 32 uur per week arbeid te verrichten;

subsidiair:

1. voor recht te verklaren dat de arbeidsuren van [gedaagde in conventie] in geval van een 16-urige werkweek verdeeld mogen worden over vier werkdagen (zodat zij [gedaagde in conventie] een 4x4 werkweek kan aanbieden) of bij gebreke daarvan te verklaren dat de arbeidsuren van [gedaagde in conventie] in geval van een 16-urige werkweek verdeeld mogen worden over drie werkdagen;

2. voor recht te verklaren dat [gedaagde in conventie] op alle werkdagen van de week door SDK kan worden ingezet;

een en ander met veroordeling van [gedaagde in conventie] in de kosten van het geding.

2.2.2. SDK stelt daartoe -samengevat en zakelijk weergegeven- het volgende.

SDK heeft het verzoek van [gedaagde in conventie] terecht afgewezen op grond van de navolgende zwaarwegende bedrijfsbelangen: de uitvoering van haar pedagogisch beleid en roostertechnische problemen. SDK is op grond van de Wet Kinderopvang verplicht een zodanig pedagogisch beleid te voeren dat zij daarmee verantwoorde kinderopvang biedt. Op grond daarvan en op basis van wetenschappelijke kennis over de ontwikkeling van het kind is het beleid van SDK er op gericht om zo veel mogelijk rust en regelmaat te waarborgen zodat de kinderen zich emotioneel veilig kunnen voelen. Om dit beleid te realiseren streeft SDK naar een minimale arbeidsduur bij de DO van 24 uur en bij de BSO van 18 uur per week, beide verdeeld over drie werkdagen per week. Op deze wijze worden kinderen zo min mogelijk met wisselingen van groepsleidsters geconfronteerd, hetgeen een voorwaarde is voor het creëren van een stabiele (vertrouwens)-relatie tussen leidster en kind. Dit pedagogisch beleid moet worden gerespecteerd en mag niet worden gefrustreerd door de WAA. Ter staving van haar stellingen heeft SDK een aantal wetenschappelijk artikelen in het geding gebracht en verwijst zij naar de wetsgeschiedenis van de WAA en naar een aantal uitspraken in de JAR.

Ook is er sprake van ernstige roostertechnische problemen als gevolg van het pedagogisch uitgangspunt van beperkte leidsterwisselingen in relatie tot het aanbod van de opvanguren per week, de toekomstige verplichte uitbreiding daarvan, het groot aantal parttimers en de vele aanvragen voor zwangerschaps- en ouderschapsverloven. Als gevolg van het Convenant Verantwoorde Kinderopvang (hierna: convenant) waarin een maximum van drie leidsters per kind is bepaald zal het niet meer haalbaar zijn om leidsters voor 16 uur per week als vaste leidster te werk te stellen en toewijzing van het verzoek van [gedaagde in conventie] zal ten koste gaan van het rooster van een of meer andere leidsters zodat daarmee het probleem wordt verschoven.

Subsidiair moet het belang van [gedaagde in conventie] om slechts op twee dagen te werken wijken voor het belang van SDK om haar meer dan twee dagen in te kunnen roosteren. Bij een 16-urige werkweek is het niet mogelijk om [gedaagde in conventie] als vaste groepsleidster in te zetten, nu het pedagogisch beleid zich daartegen verzet. Het karakter van een invalkracht brengt de noodzaak van flexibiliteit met zich mee.

2.2.3. In reconventie vordert [gedaagde in conventie] (na wijziging) bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. voor recht te verklaren dat haar arbeidsduur op grond van de arbeidsovereenkomst met SDK 16 uur per week bedraagt, dat deze uren per week dienen te worden verdeeld over steeds twee vaste dagen waarbij alle werkdagen in aanmerking komen behalve de vrijdag en dat zij op grond van de arbeidsovereenkomst met SDK alleen met haar uitdrukkelijke instemming op een van de locaties van SDK buiten Dordrecht geplaatst kan worden;

2. SDK te gebieden haar in overeenkomstige zin in te roosteren voor haar werkzaamheden, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

3. SDK te verbieden haar op een van haar locaties buiten Dordrecht in te zetten, op straffe van verbeurte van een dwangsom,

een en ander met veroordeling van SDK in de kosten van het geding.

2.2.4. [gedaagde in conventie] stelt daartoe -samengevat en zakelijk weergegeven- het volgende.

Tussen [gedaagde in conventie] en SDK bestaat overeenstemming over de vermindering van de arbeidsduur tot 16 uur per week, aangezien mevrouw [naam] op 1 april 2005 een dergelijke toezegging heeft gedaan die [gedaagde in conventie] heeft aanvaard. Voorts is de arbeidsduur op grond van het bepaalde in artikel 2 leden 7 en 10 WAA van rechtswege verminderd overeenkomstig het verzoek van [gedaagde in conventie].

Ten slotte wenst [gedaagde in conventie] duidelijkheid over de verdeling van haar arbeidsuren over de werkdagen en locatie(s) waar zij werkzaamheden dient te verrichten.

2.2.5. Partijen bestrijden over en weer elkaars standpunten. De inhoud van hun stellingen zal in het navolgende voor zover nodig nader worden beschreven.

3. Beoordeling

In conventie

3.1. Beoordeeld dient te worden of het op 24 oktober 2005 gedane verzoek van [gedaagde in conventie] terecht door SDK is afgewezen. Dit verzoek heeft enerzijds betrekking op de aanpassing van de arbeidsduur en anderzijds op de spreiding van de arbeidsuren.

Aanpassing arbeidsduur

3.2. Artikel 2 lid 5 van de WAA bepaalt dat de werkgever het verzoek inwilligt, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.

3.3. Anders dan SDK heeft aangevoerd, volgt uit de wetsgeschiedenis en de uitspraken in JAR niet dat SDK het verzoek mag afwijzen aangezien zij als werkgever de mogelijkheid moet hebben om een pedagogisch beleid te voeren zoals de Wet Kinderopvang voorschrijft en de belangen van de kinderen en hun ouders dat vergen. Een verzoek om vermindering van de arbeidsduur op grond van de WAA dient immers per individueel geval beoordeeld te worden.

SDK had derhalve uiteen moeten zetten tot welke (voorzienbare) voor haar onaanvaardbare gevolgen van pedagogische aard de toewijzing van het verzoek zou leiden. SDK kan daarbij niet volstaan met het verwijzen naar documentatie waarin algemene uitgangspunten worden verwoord voor pedagogisch verantwoorde kinderopvang noch met het verwijzen naar evaluatie-formulieren van ouders (die geen betrekking hebben op het verzoek van [gedaagde in conventie]) waaruit blijkt dat zij hechten aan de stabiliteit van de leidster. SDK heeft immers niet gesteld en uit deze stukken is niet gebleken dat van deze uitgangspunten geen sprake kan en zal zijn bij het toewijzen van het verzoek van [gedaagde in conventie]. Anders dan SDK heeft aangevoerd, houdt het vorenstaande niet in dat zij een verzoek als dat van [gedaagde in conventie] slechts kan en mag afwijzen totdat zich bij een of meer kinderen hechtingsproblemen of andere ontwikkelingsstoornissen openbaren. SDK dient per individueel geval bij afwijzing van het verzoek de alsdan voor haar onaanvaardbare gevolgen aannemelijk te maken. Deze kunnen per geval anders zijn terwijl SDK in het onderhavige geval niet heeft gesteld dat toewijzing van het verzoek tot deze problemen of stoornissen kan of zal leiden. Op grond van het vorenstaande is niet komen vast te staan dat afwijking van het pedagogisch beleidsplan voor SDK een zodanig zwaarwegend bedrijfsbelang betreft dat het verzoek van [gedaagde in conventie] zich daartegen verzet.

3.4. Ook ten aanzien van de door SDK aangevoerde roostertechnische problemen heeft zij onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die aantonen dat er sprake is van een zodanig zwaarwegend bedrijfsbelang dat inwilliging van het verzoek zich daartegen verzet. SDK heeft haar stellingen, wat daarvan ook zij, immers onvoldoende gemotiveerd onder-bouwd zodat daarmee niet is aangetoond welke concrete roostertechnische problemen zich voor gaan doen indien zij zou toestaan dat [gedaagde in conventie] 16 uur per week zou werken.

3.5. Op grond van het vorenstaande is niet gebleken dat de door SDK aangevoerde bezwaren zwaarwegend genoeg zijn om het verzoek van [gedaagde in conventie] af te wijzen. De primaire vordering in conventie zal derhalve worden afgewezen.

De spreiding van de arbeidsuren

3.6. Artikel 2 lid 6 van de WAA bepaalt dat de werkgever de spreiding van de uren vast-stelt overeenkomstig de wensen van de werknemer, tenzij hij daarbij een zodanig belang heeft dat de wens van de werknemer daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.

3.7. SDK heeft aangevoerd dat zij belang heeft bij een zo flexibel mogelijke inzet van [gedaagde in conventie] om pedagogisch verantwoorde roosters op te kunnen stellen. [gedaagde in conventie] heeft aangevoerd dat zij een financieel belang heeft bij een tweedaagse werkweek.

Geoordeeld wordt dat een belangenafweging in beginsel ten gunste van SDK uitvalt. SDK heeft haar belang gelet op de onweersproken omstandigheid dat zij te maken heeft met het pedagogisch uitgangspunt van beperkte leidsterwisselingen in relatie tot het aanbod van de opvanguren per week, de mogelijke toekomstige uitbreiding daarvan, het groot aantal parttimers en de vele aanvragen voor zwangerschaps- en ouderschapsverloven voldoende aannemelijk gemaakt terwijl het financiële belang van [gedaagde in conventie] niet evident groot is. De kosten van kinder-opvang bij een driedaagse werkweek zijn immers door [gedaagde in conventie] gesteld op maximaal € 64,-- en door SDK op maximaal € 52,-- netto per maand. Gelet op het (geringe) aantal arbeidsuren van [gedaagde in conventie] wordt evenwel geoordeeld dat SDK de arbeidsuren van [gedaagde in conventie] over maximaal drie vaste werkdagen mag spreiden, zodat het financiële nadeel van [gedaagde in conventie] en haar zorg voor kinderopvang zo gering mogelijk blijven. [gedaagde in conventie] heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het voor haar onmogelijk is op vrijdag werkzaamheden te verrichten. Op het aanbod van SDK om op de vrijdag kinderopvang te bieden heeft [gedaagde in conventie] niet gereageerd terwijl zij overigens ter zake onvoldoende heeft aangevoerd.

3.8. Op grond van het vorenstaande zal de subsidiaire vordering in conventie gedeeltelijk worden toegewezen zoals hierna in de beslissing is vermeld.

In reconventie

3.9. Gelet op hetgeen in conventie is beslist, zal de vordering in reconventie voor zover die betrekking heeft op de arbeidsduur worden toegewezen en voor zover die betrekking heeft op de spreiding van de arbeidsuren worden afgewezen.

3.10. De vordering in reconventie om voor recht te verklaren dat [gedaagde in conventie] alleen met haar uitdrukkelijke instemming op een locatie buiten Dordrecht kan worden ingezet, zal worden afgewezen. [gedaagde in conventie] heeft haar belang bij deze vordering onvoldoende aannemelijk gemaakt. Zij heeft immers zelf erkend dat deze omstandigheid zich niet voordoet noch heeft voorgedaan terwijl haar stelling dat SDK heeft aangeven niet uit te sluiten dat de omstandigheid zich eventueel in de toekomst zal voordoen daarvoor onvoldoende is.

3.11. De gevorderde dwangsom zal worden afgewezen. In conventie is immers beslist dat de arbeidsuren van [gedaagde in conventie] over vaste werkdagen moeten worden gespreid terwijl gesteld noch gebleken is dat SDK weigert zich aan het inroosteren van [gedaagde in conventie] te houden zodat [gedaagde in conventie] onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat SDK de gevorderde dwangsom als prikkel nodig heeft om (zonder meer) aan de inhoud van dit vonnis te voldoen.

3.12. De overige stellingen en verweren behoeven, in het licht van het voorgaande, geen verdere bespreking meer.

In conventie en reconventie

3.13. Nu SDK in conventie en [gedaagde in conventie] in reconventie grotendeels in het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten in conventie en reconventie worden gecompenseerd zoals hierna vermeld.

4. Beslissing

De kantonrechter:

in conventie en reconventie

verklaart voor recht dat de arbeidsduur van [gedaagde in conventie] op grond van de arbeidsovereenkomst met SDK 16 uur per week bedraagt en dat deze uren verdeeld mogen worden over maximaal drie vaste werkdagen per week waarbij alle werkdagen van de week in aanmerking komen;

gebiedt SDK om [gedaagde in conventie] in overeenkomstige zin in te roosteren voor haar werkzaamheden;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten zodat iedere partij de eigen proceskosten betaalt;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Steenderen-Koornneef, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 maart 2007, in aanwezigheid van de griffier.