Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2007:AZ9390

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
27-02-2007
Datum publicatie
27-02-2007
Zaaknummer
11/500650-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een verdachte wederom voor oplichting via internet / Marktplaats tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij binnen een week na het uitzitten van een gevangenisstraf voor dezelfde feiten, opnieuw in de fout is gegaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Tegenspraak

Parketnummer: 11/500650-06

Zittingsdatum: 13 februari 2007

Uitspraak: 27 februari 2007

VERKORT STRAFVONNIS

De rechtbank Dordrecht heeft op grondslag van de gewijzigde tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de zaak tegen:

[Verdachte],

geboren te in 1985,

wonende te [adres en woonplaats],

thans gedetineerd in de P.I. Zuid-West, locatie Dordtse Poorten, te Dordrecht.

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de

vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren

heeft gebracht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vorderingen van de benadeelde partijen.

1. De tenlastelegging

Aan de verdachte is gewijzigd ten laste gelegd dat:

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 september 2006 tot en met 09 november 2006 te Leerdam, en/of elders in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgr(e)ep(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels, één of meerdere perso(o)n(en) heeft bewogen tot

de afgifte van één of meerdere geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, te weten:

zaak 1: in of omstreeks de periode van 25 september 2006 tot en met

02 oktober 2006, [slachtoffer 1] (EUR 163,75) en/of

zaak 2: in of omstreeks de periode van 27 september 2006 tot en met

04 oktober 2006, [slachtoffer 2] (EUR 125,00) en/of

zaak 3: in of omstreeks de periode van 25 oktober 2006 tot en met

30 oktober 2006, [slachtoffer 3] (EUR 133,00) en/of

zaak 4: in of omstreeks de periode van 07 oktober 2006 tot en met

20 oktober 2006, [slachtoffer 4] (EUR 80,00) en/of

zaak 5: in of omstreeks de periode van 04 oktober 2006 tot en met

24 oktober 2006, [slachtoffer 5] (EUR 105,00) en/of

zaak 6: in of omstreeks de periode van 28 september 2006 tot en met

03 oktober 2006, [slachtoffer 6] (EUR 167,75) en/of

zaak 7: in in of omstreeks de periode van 1 november 2006 tot en met

09 november 2006, [slachtoffer 7] (EUR 39,75) en/of

één of meerdere (andere) perso(o)n(en),

hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- op markplaats.nl en/of (een) soortgelijke site(s) meerdere, althans één, goed(eren) (o.a. X-box 360 Premium pakket(en) en/of Sony PSP's en/of Ipod(s)) te koop aangeboden en/of

- nadat meerdere, althans één, koper(s) contact met hem, verdachte, had(den) gezocht, met die koper(s) afgesproken dat die koper(s) (direct) geld zou(den) overmaken naar zijn, verdachtes, (internet)rekening, waarna hij, verdachte, de/het goed(eren) naar die koper(s) zou verzenden (welke overmaking(en) is/zijn gedaan, maar de zending(en) van die/het goed(eren) achterwege is/zijn gebleven);

waardoor één of meerdere bovengenoemd(e) perso(o)n(en) en/of één of meerdere (andere) perso(o)n(en) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(s);

2. De voorvragen

2.1 De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

2.2 De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

2.4 De schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

3. Het onderzoek ter terechtzitting

3.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft -het ten laste gelegde bewezen achtend- gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact. Voorts vordert de officier van justitie toewijzingen van de vorderingen van de benadeelde partijen uit de zaken 1 tot en met 6, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en gedeeltelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij uit zaak 7 tot een bedrag van EUR 39,75, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

3.2 De verdediging

De verdediging heeft een bewijsverweer gevoerd en vrijspraak bepleit.

3.3 De vordering van de benadeelde partij

De hierna te noemen benadeelde partijen hebben zich in het geding gevoegd en hebben gevorderd verdachte te veroordelen tot het betalen van de hierna nader te noemen bedragen, ter zake van schadevergoeding:

[slachtoffer 1] (zaak 1) EUR 163,75

[slachtoffer 2] (zaak 2) EUR 125,00

[slachtoffer 3] (zaak 3) EUR 133,00

[slachtoffer 4] (zaak 4) EUR 80,00

[slachtoffer 5] (zaak 5) EUR 105,00

[slachtoffer 6] (zaak 6) EUR 167,75

[slachtoffer 7] (zaak 7) EUR 64,75

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vordering van [slachtoffer 7]tot een bedrag van EUR 39,75, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, en tot niet ontvankelijkheid van het overige gedeelte van deze vordering.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot integrale toewijzing van de vorderingen van de overige benadeelde partijen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Namens de verdachte is de aansprakelijkheid van de schade betwist.

4. De bewijsbeslissingen

4.1 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

op meerdere tijdstippen in de periode van 25 september 2006 tot en met 09 november 2006 te Leerdam, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse naam en door een

samenweefsel van verdichtsels, meerdere personen heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen, te weten:

zaak 1: in de periode van 25 september 2006 tot en met 02 oktober 2006, [slachtoffer 1] (EUR 163,75) en

zaak 2: in de periode van 27 september 2006 tot en met 04 oktober 2006, [slachtoffer 2] (EUR 125,00) en

zaak 3: in de periode van 25 oktober 2006 tot en met 30 oktober 2006, [slachtoffer 3] (EUR 133,00) en

zaak 4: in de periode van 07 oktober 2006 tot en met 20 oktober 2006, [slachtoffer 4] (EUR 80,00) en

zaak 5: in de periode van 10 oktober 2006 tot en met 24 oktober 2006, [slachtoffer 5] (EUR 105,00) en

zaak 6: in de periode van 28 september 2006 tot en met 03 oktober 2006, [slachtoffer 6] (EUR 167,75) en

zaak 7: in de periode van 1 november 2006 tot en met 09 november 2006, [slachtoffer 7] (EUR 39,75),

hebbende verdachte telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en in strijd met de waarheid

- op markplaats.nl en een soortgelijke site meerdere, goederen (o.a. X-box 360 Premium pakketen en Sony PSP's en Ipod) te koop aangeboden en

- nadat meerdere kopers contact met hem, verdachte, hadden gezocht, met die kopers afgesproken dat die kopers direct geld zouden overmaken naar zijn, verdachtes, rekening, waarna hij, verdachte, de goederen naar die kopers zou verzenden (welke overmakingen zijn gedaan, maar de zendingen van die goederen achterwege zijn gebleven);

waardoor bovengenoemde personen werden bewogen tot bovenomschreven afgiftes.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.2 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De rechtbank bezigt de inhoud van de geschriften als bedoeld in artikel 344, lid 1 sub 5° van het Wetboek van Strafvordering alleen in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

4.3 Nadere bewijsoverweging

Door de raadsvrouw is betwist dat de tenlastegelegde feiten door verdachte zijn gepleegd. Verdachte is zelf slachtoffer van hacking van zijn persoons- en computergegevens en de oplichtingen zijn door een ander gepleegd in naam van de verdachte.

De rechtbank overweegt ten aanzien van dit verweer als volgt.

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is voldoende gebleken dat door verschillende slachtoffers, na voorafgaand mailcontact, geldbedragen zijn gestort op rekening nummer [rekeningnummer] ten name van [verdachte]. Verdachte heeft verklaard deze bedragen te hebben ontvangen op zijn rekening. Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist van wie de gelden afkomstig waren maar dat hij het wel heeft uitgegeven aan "leuke dingen".

Uit het mailcontact, voorafgaand aan de koop van een XBOX pakket door een van de slachtoffers, is gebleken dat de verkoper onder het hotmail adres [adres] gebruik maakte van een IP adres 89.98.17.252. Blijkens een algemeen proces-verbaal d.d. 11 december 2006, is dit IP adres van de provider Chello gekoppeld aan het woonadres van verdachte te weten [adres en woonplaats]. Verdachte is eerder veroordeeld ter zake van oplichting op dezelfde wijze als thans aan de orde. De onderhavige oplichtingen zijn begonnen slechts enkele dagen nadat verdachte in vrijheid was gesteld na tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde gevangenisstraf. De oplichtingen zijn vervolgens gestopt op het moment dat verdachte in verzekering werd gesteld voor de nieuwe feiten.

Alles overwegend is de rechtbank van oordeel dat het niet aannemelijk is dat een ander persoon dan verdachte de oplichtingen heeft gepleegd. De rechtbank acht het daarbij hoogst onwaarschijnlijk dat er op zo'n wijze een complot tegen verdachte is gesmeed dat verdachte tegelijkertijd ook de begunstigde van de oplichting was.

De rechtbank verwerpt derhalve dit verweer.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

OPLICHTING, MEERMALEN GEPLEEGD.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. De redenen, die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

7.1 Strafmotivering

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van vijf weken schuldig gemaakt aan diverse oplichtingen via het internet. Verdachte bood onder verschillende namen op sites als Marktplaats en Speurders gewilde electronica aan. Verdachte kwam met de slachtoffers overeen dat zij eerst het geld op zijn bankrekening zouden storten alvorens hij de spullen als X-box pakketten, I-pods en Sony Playstations op zou sturen.

Nadat verdachte het geld op zijn rekening had ontvangen besteedde hij dit aan "leuke dingen". De niet bestaande goederen werden nooit opgestuurd naar de slachtoffers.

Door de handelswijze van verdachte zijn meerdere slachtoffers financieel gedupeerd. Verdachte heeft op grove wijze misbruik gemaakt van het vertrouwen van de slachtoffers in de handel in internet. Onderhavige feiten zorgen voor grote ergernis in de samenleving nu Marktplaats bij uitstek het medium is waar miljoenen burgers op goed vertrouwen spullen kopen en verkopen. Verdachte heeft zich hier weinig gelegen aan laten liggen en slechts zijn eigen gewin vooropgesteld.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij pas zeer recent door deze rechtbank is veroordeeld voor dezelfde feiten. Dit heeft verdachte er echter niet van weerhouden binnen een week na zijn invrijheidstelling wederom dergelijke feiten te plegen, kennelijk slechts om zichzelf te verrijken. Verdachte heeft hiermee blijk gegeven van een totaal gebrek aan inzicht in zijn daden en de gevolgen daarvan voor zijn slachtoffers.

Bij de laatste uitspraak d.d. 25 juli 2006 is door deze rechtbank een deels voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd als stok achter de deur om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst wederom strafbare feiten te plegen. De praktijk heeft uitgewezen dat deze toekomst slechts een week heeft geduurd. Verdachte heeft ditmaal geweigerd om mee te werken aan het opstellen van een reclasseringsrapportage. Nu verdachte ook via zijn gemachtigde raadsvrouw heeft laten weten niet mee te zullen werken aan hulpverlening, ziet de rechtbank, in tegenstelling tot de officier van justitie, geen basis om wederom reclasseringscontact verplicht te stellen.

Alles overwegend acht de rechtbank een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

7.2 De vordering van de benadeelde partij

De benadeelde partijen in de zaken 1, 2, 3, 4, 5 en 6 zijn ontvankelijk in hun vorderingen, nu aan verdachte ten aanzien van deze feiten een straf wordt opgelegd en aan hen rechtstreeks schade is toegebracht door de bewezen verklaarde feiten.

De rechtbank is van oordeel dat de door deze benadeelde partijen gevorderde bedragen als redelijk en voldoende onderbouwd kunnen worden beschouwd. De rechtbank wijst derhalve deze vorderingen integraal toe.

De rechtbank zal de benadeelde partij uit zaak 7 gedeeltelijk ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot een bedrag van EUR 39,75, nu aan de benadeelde partij voor dat bedrag rechtstreekse schade is toegebracht. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij uit zaak 7 voor het overige gedeelte niet-ontvankelijk verklaren nu dit gedeelte van de schade niet rechtstreeks voortvloeit uit de bewezenverklaarde feiten.

Naast toewijzing van deze civiele vorderingen zal de rechtbank als extra waarborg voor deze schadevergoedingen tevens telkens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

8. De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf is gegrond op de volgende wettelijke voorschriften:

artikelen 24c, 36f, 57 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank

verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals vermeld onder 4.1 van dit vonnis;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5. vermelde strafbare feiten oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens die feiten tot:

een GEVANGENISSTRAF voor de duur van VIJFTIEN (15) MAANDEN;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

Ten aanzien van de benadeelde partijen:

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan [slachtoffer 1], [adres en woonplaats], een bedrag van EUR 163,75 (honderddrieënzestig euro en vijfenzeventig eurocent), met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

legt op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van EUR 163,75 (honderddrieënzestig euro en vijfenzeventig eurocent), ten behoeve van [slachtoffer 1], voornoemd;

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 3 dagen;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan [slachtoffer 2], [adres en woonplaats], een bedrag van EUR 125,00 (honderdvijfentwintig euro), met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

legt op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van EUR 125,00 (honderdvijfentwintig euro), ten behoeve van [slachtoffer 2], voornoemd;

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 2 dagen;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan [slachtoffer 3], [adres en woonplaats], een bedrag van EUR 133,00 (honderddrieëndertig euro), met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

legt op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van EUR 133,00 (honderddrieëndertig euro), ten behoeve van [slachtoffer 3], voornoemd;

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 2 dagen;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan A.R. van Maanen, [adres en woonplaats], een bedrag van EUR 80,00 (tachtig euro), met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

legt op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van EUR 80,00 (tachtig euro), ten behoeve van [slachtoffer 4], voornoemd;

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 1 dag;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan [slachtoffer 5], [adres en woonplaats], een bedrag van EUR 105,00 (honderdvijf euro), met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

legt op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van EUR 105,00 (honderdvijf euro), ten behoeve van [slachtoffer 5], voornoemd;

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 2 dagen;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan [slachtoffer 6], [adres en woonplaats], een bedrag van EUR 163,75 (honderddrieënzestig euro en vijfenzeventig eurocent), met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

legt op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van EUR 163,75 (honderddrieënzestig euro en vijfenzeventig eurocent), ten behoeve van [slachtoffer 6], voornoemd;

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 3 dagen;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan [slachtoffer 7], [adres en woonplaats], een bedrag van EUR 39,75 (negenendertig euro en vijfenzeventig eurocent), met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

legt op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van EUR 39,75 (negenendertig euro en vijfenzeventig eurocent), ten behoeve van [slachtoffer 7], voornoemd;

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 1 dag;

bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 7] niet ontvankelijk is in het resterende deel van de vordering en dat de benadeelde partij dit gedeelte slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I.M.A. Hinfelaar, voorzitter,

mr. W.P.M. Jurgens mr. P.L. van Dijke, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.E. Schenk, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 februari 2007.