Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2007:AZ8832

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
14-02-2007
Datum publicatie
19-02-2007
Zaaknummer
56857 / HA ZA 04-2767
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Waardering van getuigenbewijs. Eiseres grotendeels niet geslaagd in haar bewijsopdrachten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 56857 / HA ZA 04-2767

Vonnis van 14 februari 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NORMED INTERNATIONAL B.V.,

gevestigd te Capelle aan den IJssel,

eiseres,

procureur mr. J.A. Visser,

tegen

GROOTINT B.V.,

wonende te Zwijndrecht,

gedaagde,

procureur mr. V.J. Groot.

Partijen zullen hierna Normed en Grootint genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 7 december 2005

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 14 april 2006;

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 16 juni 2006;

- de conclusie na getuigenverhoor aan de zijde van Normed;

- de antwoordconclusie na getuigenverhoor aan de zijde van Grootint.

1.2. Aan de zijde van Normed zijn achtereenvolgens gehoord de getuigen [getuige 1], [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4]. Aan de zijde van Grootint zijn geen getuigen gehoord.

1.3. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. De rechtbank blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 7 december 2005 (hierna: het tussenvonnis). Dit betekent dat hetgeen Normed heeft aangevoerd tegen het oordeel van de rechtbank over de stuwadoorskosten en de advocaatkosten van Waterson Hicks, wordt gepasseerd.

2.2. In het tussenvonnis is Normed toegelaten te bewijzen

a. dat zij ten gevolge van het beslag de "TRINITAS" gedurende 21 uren ongebruikt in Rotterdam heeft moeten laten liggen;

b. dat, hoeveel en ter waarde waarvan de "TRINITAS" gedurende de onder (a) bedoelde periode brandstoffen heeft verbruikt;

c. dat Normed vóór de beslaglegging bij Abes een stuwadoorsploeg had besteld voor 16 april 2004 en dat de "TRINITAS" door het beslag pas zo laat uit Rotterdam heeft kunnen vertrekken dat zij die stuwadoorsploeg niet meer heeft kunnen benutten;

d. het werkelijke beloop van de kosten van de bemoeienissen van Waterson Hicks betrekking hebbende op (de opheffing van) het beslag.

De rechtbank overweegt hierover het volgende.

Ad a:

2.3. Uit de verklaringen van getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] moet worden afgeleid dat, nadat de "TRINITAS" op 15 april 2004 omstreeks 22.15 uur te Rotterdam was gelost, het schip enige tijd niet kon worden gebruikt doordat het beslag was gelegd op de brandstoffen in de bunkers van de "TRINITAS". Dat dit ging om een periode van 21 uur volgt uit de producties 13 en 15 van Normed en de verklaring van getuige [getuige 1], die als eigenaar van Normed als partijgetuige moet worden aangemerkt in de zin van artikel 164 Rv, welke verklaring ter aanvulling strekt op de genoemde producties.

2.4. Normed heeft mitsdien het betreffende bewijs geleverd. Er moet dan ook in rechte van worden uitgegaan dat Grootint schadevergoeding is verschuldigd aan Normed vanwege de kosten die Normed aan tijdvracht heeft moeten maken. Zoals door de rechtbank in het tussenvonnis is overwogen moet worden uitgegaan van een bedrag van € 3.650,- aan tijdvracht per dag. Nu de "TRINITAS" geen gehele dag, doch 21 uren ongebruikt in Rotterdam heeft gelegen, zal Grootint 21/24 deel van voornoemd bedrag aan Normed verschuldigd zijn, hetgeen neerkomt op € 3.193,75.

Ad b:

2.5. Enkel partijgetuige [getuige 1] heeft verklaard dat de "TRINITAS" brandstof heeft gebruikt tijdens de 21 uren dat de "TRINITAS" ongebruikt in Rotterdam heeft moeten liggen in verband met het beslag. Zijn verklaring kan geen bewijs in het voordeel van Normed opleveren tenzij de verklaring strekt ter aanvulling van onvolledig bewijs. Normed heeft ter zake geen ander bewijs bijgebracht zodat de rechtbank tot het oordeel komt dat Normed niet in het betreffende bewijs is geslaagd.

Ad c:

2.6. Uit geen enkele getuigenverklaring valt af te leiden dat de stuwadoorsploeg die bij Abes zou zijn besteld en die moest worden afgezegd omdat daarvan op 16 april 2004 in verband met het beslag geen gebruik kon worden gemaakt, besteld is vóórdat het beslag op de brandstoffen in de bunkers was gelegd. Uit de verklaring van getuige [getuige 1] lijkt juist het tegendeel te blijken, te weten dat hij de stuwadoorsploeg had besteld op het moment dat hij reeds wist dat er beslag op de brandstoffen in de bunkers van de "TRINITAS" was gelegd. Nu Normed ook overigens geen bewijs op dit punt heeft bijgebracht, is het deel van het probandum, dat ziet op het tijdstip van bestelling van de stuwadoorsploeg, niet bewezen. Dit betekent dat in rechte niet is komen vast te staan dat de kosten van de afbestelling van de stuwadoorsploeg voor rekening van Grootint moeten komen. Het ter zake gevorderde bedrag van € 3.250,- kan dan ook niet worden toegewezen.

Ad d:

2.7. De rechtbank is van oordeel dat het door getuige [getuige 4] ter gelegenheid van zijn getuigenverhoor overgelegde overzicht, waartegen Grootint geen tegenbewijs heeft geleverd, voldoende inzicht geeft in de kosten die Normed heeft moeten maken voor (het opheffen van) het beslag, te weten een bedrag van € 1.375,-. De omstandigheid dat deze informatie is gebaseerd op een boekenonderzoek en niet gebaseerd is op eigen ervaringen van [getuige 4] doet niet ter zake. Aangezien deze kosten de rechtbank niet onredelijk voorkomen, komen zij voor toewijzing in aanmerking. Dit geldt niet voor de overige kosten die Normed ter zake stelt te hebben gemaakt nu niet is gebleken dat deze direct voortvloeien uit het (opheffen van) het beslag.

2.8. In het tussenvonnis is reeds overwogen dat de kosten van AKD Prinsen van Wijmen advocaten ad € 2.811,65, alsmede de kosten van de bankgarantie ad

€ 482,50 dienen te worden toegewezen. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.

Samenvattend:

2.9. Op grond van het vorengaande is Grootint in totaal een bedrag van € 7.862,90 aan Normed verschuldigd, welk bedrag zal worden vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente vanaf 14 april 2004.

2.10. Nu partijen over en weer deels in het ongelijk worden gesteld, zal de rechtbank de proceskosten, de kosten van het incident daaronder begrepen, compenseren.

2.11. Wegens het vertrek van de rechter voor wie de enquête is gehouden, kan hij niet meewerken aan dit vonnis.

3. De beslissing

De rechtbank

veroordeelt Grootint om tegen kwijting aan Normed te betalen een bedrag van € 7.862,90, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 april 2004 tot de voldoening;

compenseert de kosten aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders gevorderde af;

verklaart het vonnis voor zover dit ziet op de veroordeling van Grootint uitvoerbaar bij voorraad .

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Witkamp en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2007.