Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2007:AZ8272

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
01-02-2007
Datum publicatie
13-02-2007
Zaaknummer
190845 HA VERZ 07-5
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijkend huurbeding ten gunste van huurder in de vorm van mogelijkheid tot tussentijdse opzegging. Beding goedgekeurd nadat huurder ervan blijk heeft gegeven de voorwaarden voor de uitoefening van deze gunstige afwijking te begrijpen en de overeenkomst in deze vorm te willen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector kanton

Locatie Dordrecht

kenmerk: 190845 HA VERZ 07-5

beschikking van de kantonrechter te Dordrecht van 1 februari 2007

inzake het verzoek van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Fortis Vastgoed B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te 6584 BA Utrecht, Archimedeslaan 6,

vertegenwoordigd door drs. M.H.M. Mulder,

en

[naam] en [naam] h.o.d.n. Guidoos Bikerepair,

wonende te [adres],

hierna te noemen “verzoekers”, danwel verhuurder respectievelijk huurder.

Verloop van de procedure

De kantonrechter beslist op de volgende processtukken:

1. het verzoekschrift dat ter griffie is binnengekomen op 8 januari 2007;

2. de griffiersaantekeningen van de op 1 februari 2007 gehouden mondelinge behandeling.

Voor verhuurder is verschenen mevrouw Schakers, huurder is niet verschenen maar heeft telefonisch op de vragen van de kantonrechter geantwoord.

Het verzoek en daaraan ten grondslag gelegde feiten

Verzoekers hebben overeenstemming bereikt over het sluiten van een huurovereenkomst betreffende de ruimte aan het [adres] te Dordrecht, welk pand bedrijfsruimte is in de zin van artikel 7:290 BW.

Partijen wensen in de huurovereenkomst een afwijkend huurbeding op te nemen, waarvoor partijen de goedkeuring verzoeken van de kantonrechter. De reden voor de hierna te noemen afwijkende termijn in de huurovereenkomst hangt samen met het feit dat huurder dan na drie jaar zijn marktsituatie en verkoopmogelijkheden kan beoordelen om vervolgens te besluiten al dan niet een nieuwe huurtermijn aan te gaan.

Partijen wensen, gelet op bovenstaande, in de tussen hen geldende huurovereenkomst het volgende op te nemen:

‘Art. 3.1 Deze overeenkomst is aangegaan voor de duur van 3 jaar, ingaande op 1 juli 2006 en lopende tot en met 30 juni 2009.

Art 3.2 Na het verstrijken van de in art. 3.1 genoemde periode wordt deze overeenkomst voortgezet voor een aansluitende periode van twee jaar, derhalve tot en met 30 juni 2011. Deze overeenkomst wordt vervolgens voortgezet voor aansluitende perioden van telkens 5 jaar.

3.3 Beëindiging van deze overeenkomst vindt plaats door opzegging tegen het einde van een huurperiode met inachtneming van een termijn van tenminste één jaar.

3.4 Opzegging dient te geschieden bij deurwaardersexploot of per aangetekend schrijven.’

Aan huurder is gevraagd of hij zich realiseert dat hij, gelet op de opzegtermijn in het beding, om gebruik te maken van de mogelijkheid tot beëindiging van de overeenkomst na drie jaar, één jaar daaraan voorafgaand dient op te zeggen. Huurder verklaarde daarop dat hij dan dus dient op te zeggen na twee jaar. Voorts heeft hij desgevraagd verklaard dat hij de overeenkomst op deze manier wenst aan te gaan, ongeacht andere mogelijke varianten zoals het aangaan van een huurovereenkomst korter dan twee jaar.

Beoordeling van het verzoek

Gebleken is dat door deze bedingen de huurbescherming van de huurder niet wezenlijk worden aangetast. Integendeel, er wordt in het belang van de huurder afgeweken van de wettelijke bepaalde huurtermijn, zodat in die zin niet ten nadele van de huurder wordt afgeweken van de bepalingen van afdeling 6 (boek 7 BW, titel 4) en de daarin geboden bescherming van de huurder niet noodzakelijk is. Huurder heeft er voorts blijk van gegeven zich te realiseren dat, gelet de opzegtermijn van een jaar, voor een eventuele beëindiging na drie jaar een opzegging na twee jaar is vereist.

Gelet op artikel 7: 291 juncto artikel 7:292 BW keurt de kantonrechter voornoemde bedingen goed.

Beslissing

De kantonrechter:

keurt voorgestelde bedingen goed.

Deze beslissing is gegeven door mr. C.H. Kemp-Randewijk, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 februari 2007, in aanwezigheid van de griffier.