Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2007:AZ8234

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
30-01-2007
Datum publicatie
12-02-2007
Zaaknummer
190266 HA VERZ 06/796
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing van de verzochte voorwaardelijke goedkeuring van afwijkend (huur)beding in exploitatieovereenkomst betreffende een benzinestation nu het gaat om een overeenkomst korter dan twee jaar en waarvan, gelet op de contractspartijen en -inhoud, blijkt dat het niet gaat om een voortzetting van een eerdere overeenkomst en zulks tussen partijen ook niet in geschil is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector kanton

Locatie Dordrecht

kenmerk: 190266 HA VERZ 06/796

beschikking van de kantonrechter te Dordrecht van 30 januari 2007

inzake het voorwaardelijk verzoek van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

De Haan Minerale Oliën B.V.,

gevestigd te Alblasserdam,

vertegenwoordigd door H.A.A. de Haan,

en

[naam],

wonende te Bleskensgraaf,

hierna te noemen 'De Haan' respectievelijk '[verzoeker 2]' dan wel gezamenlijk 'verzoekers'.

Verloop van de procedure

De kantonrechter beslist op de volgende processtukken:

1. het voorwaardelijk verzoekschrift dat ter griffie is binnengekomen op 21 december 2006;

2. de overgelegde producties;

3. de griffiersaantekeningen van de op 16 januari 2007 gehouden mondelinge behandeling.

Het verzoek en daaraan ten grondslag gelegde feiten

Verzoekers hebben in december 2006 een exploitatieovereenkomst gesloten betreffende het verkooppunt voor motorbrandstoffen gelegen aan de Provincialeweg 36 te Wijngaarden voor de periode van 21 december 2006 tot 20 oktober 2008.

De reden voor het aangaan van deze overeenkomst was gelegen in de omstandigheid dat de exploitatieovereenkomst tussen de vorige eigenaar, BP Nederland B.V. en de vorig exploitant, Filling Station Jongeneel B.V., is beëindigd en het verkooppunt door De Haan is gekocht.

Verzoekers wensen in de tussen hen geldende overeenkomst het volgende beding op te nemen:

'15.1 Deze overeenkomst is gesloten voor een periode van 22 maanden, ingaande 21 december 2006 en automatisch eindigend op 20 oktober 2008.

15.2 De overeenkomst kan niet langer duren dan de periode waarover De Haan de beschikking over het verkooppunt heeft.'

Verzoekers voeren aan dat zij naar hun oordeel een overeenkomst als bedoeld in artikel 7:301 BW hebben gesloten en dat de artikelen 7:291 tot en met 7:300 BW niet van toepassing zijn, tenzij zou komen vast te staan dat de tussen verzoekers gesloten overeenkomst één geheel vormt met de exploitatieovereenkomst die gold tussen BP en Jongeneel B.V. Voor dat geval vragen verzoekers goedkeuring van voormeld beding. Zij hebben het verzoek onderbouwd.

Ter zitting hebben verzoekers desgevraagd verklaard dat het om een nieuwe overeenkomst tussen twee andere partijen gaat, die inhoudelijk verschilt van de voorafgaande overeenkomst tussen BP en Jongeneel B.V. Daartoe voert [verzoeker 2] aan dat hij niet in de plaats is gekomen van Jongeneel B.V. en dat er bijvoorbeeld een andere huursom is overeengekomen. Verzoekers voeren aan dat niet in geschil is dat de huidige overeenkomst geen voortzetting van de overeenkomst tussen BP en Jongeneel B.V. is.

Voorts is een bewijs van beëindiging van de overeenkomst tussen BP en Jongeneel B.V. per 20 december 2006 overgelegd.

Beoordeling van het verzoek

De exploitatieovereenkomst valt onder de bepalingen betreffende huur van bedrijfsruimte in afdeling 6 van Boek 7 BW.

De overeenkomst tussen verzoekers is een overeenkomst korter dan twee jaar, zodat de artikelen 7:290 tot en met 7:300 BW daarop niet van toepassing zijn.

Gelet op hetgeen ter zitting is aangevoerd, is gebleken dat de exploitatieovereenkomst tussen verzoekers geen voortzetting van de overeenkomst tussen BP en Jongeneel B.V., maar een inhoudelijk andere overeenkomst tussen andere partijen is en dat daarover tussen verzoekers geen geschil bestaat. Derhalve bestaat geen grond waarop de tussen partijen gesloten overeenkomst van korter dan twee jaar, toch langer dan twee jaar zal kunnen blijken te zijn en kunnen de artikelen 7:290 tot en met 7:300 BW evenmin van toepassing blijken. Voor het voorwaardelijk verzoek bestaat dan ook onvoldoende grond, zodat het wordt afgewezen.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek tot goedkeuring van het voorgestelde beding af.

Deze beslissing is gegeven door mr. C.H. Kemp-Randewijk, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 januari 2007, in aanwezigheid van de griffier.