Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2007:AZ8221

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
08-02-2007
Datum publicatie
12-02-2007
Zaaknummer
189398 CV EXPL 06-6819
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzet tegen verstekvonnis uit 1987. Destijds geen betekening in persoon en in de periode van bijna 20 jaar is geen daad van bekendheid gebleken. Geopposeerde verzuimt de oorsponkelijke dagvaarding over te leggen en brengt evenmin aard, inhoud en strekking van de oorspronkelijke vordering naar voren. Nu opposant zich niet tegen de vordering kan verdedigen, is het verzet gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector kanton

Locatie Dordrecht

kenmerk: 189398 CV EXPL 06-6819

vonnis van de kantonrechter te Dordrecht van 8 februari 2007

in de zaak van:

[naam],

wonende te [plaats],

opposant,

gemachtigde mr. P.H.A. de Boer, advocaat te Rotterdam,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Oosthoek’s Uitgeversmaatschappij B.V.,

gevestigd te Utrecht, domicilie gekozen hebbende te Rotterdam, Teilingerstraat 170,

geopposeerde,

gemachtigde Maas-Delta, deurwaarders te Rotterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als [opposant] en Oosthoek.

Verloop van de procedure

De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken:

1. het verstekvonnis van 19 maart 1987;

2. de dagvaarding in oppositie van 15 november 2006;

3. de conclusie van antwoord in oppositie;

4. de conclusie van repliek in oppositie;

5. de door beide partijen overgelegde producties.

Omschrijving van het geschil

De vaststaande feiten

1. Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van producties, voorzover niet betwist, staat het volgende tussen partijen vast.

2. Op 19 maart 1987 is tegen [opposant] een verstekvonnis gewezen door de kantonrechter te Dordrecht, waarbij [opposant] is veroordeeld tot betaling aan Oosthoek van NLG 3.402,96, met de wettelijke rente over NLG 2.391,-- vanaf 23 februari 1987, met kosten. Dit vonnis is op 4 mei 1987 aan [opposant] betekend door het exploot in gesloten envelop op zijn adres achter te laten. Bij exploot van 1 november 2006 is het vonnis aan [opposant] in persoon betekend.

De vordering in oppositie

3. [opposant] vordert bij vonnis, hem te ontheffen van de veroordeling, tegen hem uitgesproken bij het genoemde verstekvonnis en Oosthoek in haar oorspronkelijk vordering niet-ontvankelijk te verklaren, althans haar die te ontzeggen , met veroordeling van Oosthoek in de kosten van de verzetprocedure. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd.

4. Niet eerder dan 1 november 2006 heeft [opposant] van het vonnis kennisgenomen. Het vonnis is hem niet eerder in persoon betekend, noch is door hem enige daad van bekendheid met dit vonnis verricht. Het verzet is dan ook tijdig. Voorts heeft [opposant] nog nooit van Oosthoek gehoord en kan zich niet herinneren ooit met haar een overeenkomst te hebben gesloten. Er is geen rechtsgrond voor de vordering van Oosthoek. [opposant] kent de oorspronkelijk dagvaarding niet en verzoekt Oosthoek deze en eventuele overige processtukken in het geding te brengen.

Het verweer tegen de vordering in oppositie

5. Oosthoek heeft geconcludeerd dat [opposant] voldoende op de hoogte was van het verstekvonnis en verzoekt [opposant] te verklaren tot kwaadopposant. Zij voert hiertoe het volgende aan.

6. Na de betekening van het verstekvonnis is er destijds met [opposant] een betalingsregeling overeengekomen, die hij echter niet nakwam. Er is een bedrag van € 300,-- in mindering op de vordering voldaan. Uit deze betaling blijkt dat [opposant] bekend was met het verstekvonnis.

Beoordeling van het geschil

7. Het exploot van 4 mei 1987 is niet in persoon aan [opposant] betekend en kan dus niet dienen als het aanvangstijdstip voor de termijn van verzet. Oosthoek heeft aangevoerd dat uit betalingen van [opposant] blijkt dat hij bekend was met het verstekvonnis. [opposant] heeft evenwel betwist dat hij betalingen heeft verricht en Oosthoek heeft slechts brieven van haar gemachtigde van destijds in het geding gebracht. In deze brieven wordt weliswaar genoemd dat [opposant] betalingen heeft verricht, maar nu betalingsbewijzen waaruit de ontvangst van de bedragen blijkt niet zijn overgelegd, is dit onvoldoende om aan te nemen dat [opposant] daadwerkelijk is overgegaan tot betaling. Nu niet is gebleken van betaling door [opposant] en Oosthoek terzake geen bewijs heeft aangeboden, kan niet worden uitgegaan van een daad van bekendheid met het verstekvonnis door [opposant]. Dit brengt met zich dat het betekeningsexploot van 1 november 2006 als uitgangspunt dient en dat het verzet tijdig is ingesteld.

8. Oosthoek heeft, ondanks uitdrukkelijk verzoek daartoe van [opposant], niet de oorspronkelijke dagvaarding overgelegd. Evenmin heeft Oosthoek enige stelling naar voren gebracht omtrent aard, inhoud en strekking van de oorspronkelijke vordering. [opposant] kan zich hier dan ook niet tegen verdedigen. Onder deze omstandigheden is het verzet gegrond en dient de oorspronkelijke vordering te worden afgewezen, met veroordeling van Oosthoek in de kosten van het geding in oppositie.

Beslissing

De kantonrechter:

In oppositie:

vernietigt het verstekvonnis van de kantonrechter te Dordrecht van 19 maart 1987.

Opnieuw rechtdoende:

wijst de vordering af;

veroordeelt Oosthoek in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [opposant] bepaald op € 300,-- aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr B.C. Vink, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 februari 2007, in aanwezigheid van de griffier.