Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2006:AZ0036

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
02-10-2006
Datum publicatie
12-10-2006
Zaaknummer
11/510113-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een 52-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar voor onder meer het plegen van een overval op een postkantoor aan de Van Hogenhoucklaan te Den Haag op 14 oktober van het vorig jaar en voor het voorbereiden van een overval op een GWK-Kantoor aan de Beijerlandselaan te Rotterdam in de tweede helft van 2005. Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank meegewogen dat de man zich gedurende zijn 33-jarige contacten met justitie heeft ontwikkeld tot een professionele, weloverwogen, onverbeterlijke beroepscrimineel. Ook medeverdachten hebben gevangenisstraffen gekregen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 46
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NS 2006, 438
NBSTRAF 2006/438

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Tegenspraak

Parketnummer: 11/510113-05

Zittingsdata : 17 januari 2006, 30 maart 2006, 22 juni 2006 en 18 september 2006

Uitspraak : 2 oktober 2006

VERKORT STRAFVONNIS

De rechtbank Dordrecht heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren in1954,

wonende [adres en woonplaats],

dan wel [adres en woonplaats],

thans gedetineerd in de P.I. Utrecht, locatie Nieuwegein, te Nieuwegein.

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de

vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren

heeft gebracht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vorderingen van de benadeelde partijen.

1. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding van 4 januari 2006, aangevuld met de nadere omschrijving ex artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering van 18 september 2006, is omschreven.

De rechtbank heeft de vordering nadere omschrijving ex artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering toegelaten.

Kopieën van de dagvaarding en genoemde nadere vordering omschrijving zijn als bijlage 1 en 1A aan dit vonnis gehecht en maken hiervan deel uit.

1.

hij op of omstreeks 14 oktober 2005 te 's-Gravenhage

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A)

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

geldbedrag (Euro 233.685), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan Postkantoren B.V., in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd

met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s)

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren,

en/of

B)

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (Euro 233.685), in elk geval

van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Postkantoren B.V., in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn, verdachtes mededader(s) met voornoemd oogmerk -

zakelijk weergegeven -

- die [slachtoffer 1] bij haar arm heeft/hebben vastgepakt en/of tegen die

[slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd: "meekomen, meekomen" en/of

- een pistool en/of een revolver aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2]heeft/hebben getoond en/of

- op een dreigende toon tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat zij geen

fouten mocht maken, omdat zij anders een kogel door haar hoofd zou krijgen,

althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 2] bij zijn nek heeft/hebben vastgepakt en/of op de grond

heeft/hebben gegooid en/of

- een revolver en/of een pistool tegen de nek en/of de rug, althans tegen het

lichaam, van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geduwd en/of geduwd gehouden en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: "Ga liggen, hoofd voorover, niet

kijken, niet praten, anders schiet ik je dood.", althans woorden van

soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- op een dreigende toon tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: "We richten een

bloedbad aan en als je een fout maakt slaan we een gat in die grijze kop van

je.", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: "Jij wil geintjes uithalen, als je

geintjes uithaalt schiet ik je door je kop heen.", althans woorden van

soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: "Je moet het rustig doen, geen gekke

dingen doen, in een keer goed, anders sla ik een gat in je hersens.",

althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- de handen van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] met tie-wraps op

hun/haar/zijn rug heeft/hebben vastgebonden en/of

- met kracht aan de benen van die [slachtoffer 2] heeft/hebben gerukt en/of getrokken;

2.

hij in of omstreeks de periode van 18 augustus 2005 tot en met 12 oktober 2005

te Rotterdam en/of Roosendaal, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter voorbereiding van een misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving

een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met

geweld in vereniging hetgeen het misdrijf van artikel 312 lid 1 en lid 2 onder

2 van het Wetboek van Strafrecht en/of afpersing in vereniging hetgeen het

misdrijf van artikel 317 lid 1 en lid 3 van het Wetboek van Strafrecht

oplevert,

opzettelijk

- een of meerdere gestolen (personen)auto('s) (te weten een Toyota Paseo,

kenteken: [kenteken] en/of een BMW, kenteken: [kenteken]) en/of

- een of meerdere GSM('s)

kennelijk bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of

vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of

voorhanden heeft gehad,

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen aldaar (onder meer)

- met die GSM('s) afspraken met een of meerdere van zijn mededader(s) en/of

met elkaar gemaakt in de buurt van en/of in de omgeving van het

Grenswisselkantoor, gevestigd aan de Beijerlandselaan te Rotterdam en/of

zich in de nabijheid daarvan bevindende andere geldinstellingen en/of

- met en/of vanuit (een) voertuig(en) (een) observatie(s) gedaan/uitgevoerd op

het Grenswisselkantoor, gevestigd aan de Beijerlandselaan te Rotterdam

en/of zich in de nabijheid daarvan bevindende andere geldinstellingen en/of

- met en/of vanuit (een) (rijdend(e)) voertuig(en) en/of lopend, personeel van

het Grenswisselkantoor, gevestigd aan de Beijerlandselaan te Rotterdam

gevolgd en/of geobserveerd te Rotterdam en/of Roosendaal;

3.

hij op of omstreeks 23 juni 2005 te Spijkenisse tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag en/of (een) autosleutel(s) en/of

een (Macro)pasje en/of een rijbewijs (t.n.v. [slachtoffer 3]), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming

en/of

hij op of omstreeks 23 juni 2005 te Spijkenisse tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een auto (merk/type: Mercedes 639 Vito 109 Cd;

chassisnummer: [nummer]) in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een niet

voor zijn, verdachte, en/of zijn mededader(s), gebruik bestemde sleutel;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 23 juni 2005 tot en met 14 oktober 2005 te

Dordrecht en/of Tilburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, een auto (merk/type: Mercedes 639

Vito 109 Cd; chassisnummer: [nummer]) heeft verworven, voorhanden

heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten

tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die auto wist(en),

althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het een door misdrijf

verkregen goed betrof;

4.

hij op of omstreeks 04 juli 2005 te Zoetermeer tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen meerdere, althans één, kentekenpla(a)t(en)

(kenteken: [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s);

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 04 juli 2005 tot en met 14 oktober 2005 te

Dordrecht en/of Tilburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, meerdere, althans één,

kentekenpla(a)t(en) (kenteken: [kenteken]) heeft verworven, voorhanden heeft

gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde

van het verwerven of het voorhanden krijgen van die kentekenpla(a)t(en)

wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door

misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2. De voorvragen

2.1 De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

2.2 De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

2.4 De schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

3. Het onderzoek ter terechtzitting

3.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft -het ten laste gelegde onder 1, 2, 3 subsidiair en 4 subsidiair bewezen achtend- een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren gevorderd.

3.2 De verdediging

De verdediging heeft algehele vrijspraak bepleit.

3.3 De vordering van de benadeelde partij

Als benadeelde partij hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

* [slachtoffer 1]

Zij vordert verdachte te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van EUR 1.750,= , ter zake van immateriële schadevergoeding.

* [slachtoffer 4]

Hij vordert verdachte te veroordelen aan hem te betalen een bedrag van EUR 173,67, ter zake van materiële schadevergoeding.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen.

Door of namens de verdachte is de aansprakelijkheid en de hoogte van de schade betwist.

4. De bewijsbeslissingen

4.1 De vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 3 primair en subsidiair en feit 4 primair ten laste is gelegd.

De rechtbank overweegt dienaangaande het volgende.

feit 3 primair

Uit de inhoud van de wettige bewijsmiddelen is niet komen vast te staan dat de verdachte als pleger of als medepleger betrokken is geweest bij de in het genoemde feit omschreven diefstal.

feit 3 subsidiair

Ten aanzien van de subsidiair tenlastegelegde heling overweegt de rechtbank dat er geen bewijsmiddel voorhanden is waar uit blijkt dat de Mercedes Vito waar onder meer verdachte over beschikte, hetzelfde chassisnummer had als de gestolen Mercedes Vito ([chassisnummer]), zodat niet vast te stellen is of de gestolen auto dezelfde auto is als waarin verdachte is aangetroffen.

feit 4 primair

Uit de inhoud van de wettige bewijsmiddelen is niet komen vast te staan dat de verdachte als pleger of als medepleger betrokken is geweest bij de in het genoemde feit omschreven diefstal.

De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van die feiten.

4.2 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

1.

op 14 oktober 2005 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

geldbedrag toebehorende aan Postkantoren B.V.,

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld

en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd

met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]

heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag toebehorende aan Postkantoren B.V.,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij,

verdachte, en/of zijn, verdachtes mededader(s) met voornoemd oogmerk -

zakelijk weergegeven -

- die [slachtoffer 1] bij haar arm heeft/hebben vastgepakt en tegen die

[slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd: "meekomen, meekomen" en

- een pistool en/of een revolver aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben getoond en

- op een dreigende toon tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd dat zij geen fouten mocht maken, omdat zij anders een kogel door haar hoofd zou krijgen,

althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en

- die [slachtoffer 2] bij zijn nek heeft/hebben vastgepakt en/of op de grond

heeft/hebben gegooid en

- een revolver en/of een pistool tegen de nek van die [slachtoffer 2] heeft/hebben geduwd en/of geduwd gehouden en

- tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: "Ga liggen, hoofd voorover, niet kijken, niet praten, anders schiet ik je dood.", althans woorden van

soortgelijke dreigende aard en/of strekking en

- op een dreigende toon tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: "We richten een bloedbad aan en als je een fout maakt slaan we een gat in die grijze kop van je.", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en

- tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: "Jij wil geintjes uithalen, als je geintjes uithaalt schiet ik je door je kop heen.", althans woorden van

soortgelijke dreigende aard en/of strekking en

- tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: "Je moet het rustig doen, geen gekke dingen doen, in een keer goed, anders sla ik een gat in je hersens.",

althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en

- de handen van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] met tie-wraps op

hun rug heeft/hebben vastgebonden en

- met kracht aan de benen van die [slachtoffer 2] heeft/hebben gerukt en/of getrokken;

2.

in de periode van 18 augustus 2005 tot en met 12 oktober 2005

te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen,

ter voorbereiding van een misdrijf, waarop naar de wettelijke omschrijving

een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten diefstal met

geweld in vereniging hetgeen het misdrijf van artikel 312 lid 1 en lid 2 onder

2 van het Wetboek van Strafrecht en/of afpersing in vereniging hetgeen het

misdrijf van artikel 317 lid 1 en lid 3 van het Wetboek van Strafrecht

oplevert, opzettelijk

- meerdere (personen)auto's (te weten een Toyota Paseo,

kenteken: [kenteken] en een BMW, kenteken: [kenteken]) en

- meerdere GSM's

kennelijk bestemd tot het begaan van dat misdrijf,

voorhanden heeft gehad,

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) toen aldaar (onder meer)

- met die GSM's afspraken met een of meerdere van zijn mededader(s)

met elkaar gemaakt in de buurt van en/of in de omgeving van het

Grenswisselkantoor, gevestigd aan de Beijerlandselaan te Rotterdam en

- met en/of vanuit (een) voertuig(en) (een) observatie(s) gedaan/uitgevoerd op

het Grenswisselkantoor, gevestigd aan de Beijerlandselaan te Rotterdam

en

- met en/of vanuit (een) (rijdend(e)) voertuig(en) en/of lopend, personeel van

het Grenswisselkantoor, gevestigd aan de Beijerlandselaan te Rotterdam

gevolgd en/of geobserveerd te Rotterdam.

4.

SUBSIDIAIR:

in de periode van 04 juli 2005 tot en met 14 oktober 2005 in Nederland,

kentekenplaten (kenteken: [kenteken]) voorhanden heeft

gehad terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die kentekenplaten

redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.3 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De rechtbank bezigt de inhoud van de geschriften als bedoeld in artikel 344, lid 1 sub 5° van het Wetboek van Strafvordering alleen in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

4.4 Nadere bewijsoverweging feit 1

Door de verdachte is ter terechtzitting betoogd dat hij weliswaar is aangehouden in de auto, een Mercedes Vito met kenteken [kenteken], waarin zich ook het geld van de overval bevond, maar dit betekent volgens verdachte niet dat hij de overval ook heeft (mede)gepleegd. Door hem wordt aangevoerd dat hij de auto (na de overval) slechts in Wassenaar van een ander heeft overgenomen.

De rechtbank leidt uit het dossier het volgende af.

Verdachte is met de medeverdachte op de avond voor de overval (13 oktober 2005 om 22.55 uur) door een observatieteam gezien, lopend in de omgeving van het postkantoor.

De medeverdachte heeft verklaard de avond voor de overval (13 oktober 2005 na 22.00 uur) te hebben ingebroken in het postkantoor.

Op 14 oktober 2005 om 12.17 uur werd door het observatieteam gezien dat de Mercedes Vito stond geparkeerd op ongeveer 800 meter van het postkantoor.

Op 14 oktober 2005 om 13.14 uur kwam er bij de meldkamer van de regiopolitie Haaglanden de melding van een overval op het postkantoor binnen.

Uit peilbakengegevens blijkt dat de Mercedes Vito op 14 oktober 2005 omstreeks 13.14 uur is gaan rijden vanaf genoemde parkeerplaats.

Op 14 oktober 2005 om 13.40 uur werden verdachte en zijn medeverdachte op de rijksweg A20 aangehouden.

Tussen de voorstoelen van de Mercedes Vito werd een zwarte sporttas aangetroffen, ten aanzien waarvan de medeverdachte heeft verklaard dat hij die tas ook heeft gebruikt bij de inbraak in het postkantoor. In de tas bevond zich het geld van de overval. Daarnaast bevatte het zijvak van de tas een bivakmuts met een DNA-spoor dat overeen kwam met het profiel van verdachte. Getuigen hebben verklaard dat de twee overvallers een bivakmuts droegen.

Nadien is door een slachtoffer van de overval de schoenen van de medeverdachte herkend als de schoenen van één van de bankovervallers.

De rechtbank leidt uit de loop en aard van deze gebeurtenissen af dat het uiterst onwaarschijnlijk is dat verdachte de Mercedes Vito slechts in Wassenaar heeft overgenomen en dat hij geen grotere betrokkenheid heeft gehad bij de overval op het postkantoor. Daarbij speelt voor de rechtbank met name een rol dat het DNA van verdachte is aangetroffen op een bivakmuts die is gevonden in de sporttas die het geld van de overval bevatte en dat hij geen gedetailleerde verklaring heeft gegeven omtrent zijn aanwezigheid in de auto.

De rechtbank verwerpt daarom het gevoerde bewijsverweer.

4.5 Nadere bewijsoverweging feit 2

Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting gaat de rechtbank uit van het volgende.

Uit peilbakengegevens, observaties en tapgesprekken is gebleken dat verdachte en/of zijn medeverdachten zich in de periode 18 augustus 2005 tot en met 12 oktober 2005 veelvuldig ophielden op of in de buurt van het GWK-kantoor aan de Beijerlandselaan te Rotterdam. Door het observatieteam is geconstateerd dat verdachte en/of zijn medeverdachten dit kantoor met name rond sluitingstijd vanuit dan wel vlakbij de auto in de gaten hielden en dat zij na sluiting medewerkers van het kantoor naar het station zijn gevolgd. Tijdens, voor dan wel na deze handelingen onderhielden verdachte en de medeverdachten contact met elkaar via mobiele telefoons.

De rol van verdachte was dat hij in een auto heeft gezeten die veelvuldig bij het kantoor werd gesignaleerd, dat hij met medeverdachten gedurende, voor dan wel na afloop van deze handelingen belde via zijn mobiele telefoon en dat hij deze medeverdachten ook met elkaar in contact bracht.

Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte bij de genoemde handelingen in die mate is betrokken geweest dat kan worden gesproken van medeplegen van de voorbereiding van een bankoverval (vergelijk HR 18 november 2003, NS 2003, 423, LJNAJ0535).

4.6 Nadere bewijsoverweging feit 4

Verdachte heeft aangevoerd geen wetenschap te hebben gehad van het feit dat de kentekenplaten op de door hem bestuurde Mercedes Vito gestolen waren. Mede uit de door verdachte ter terechtzitting afgelegde verklaring kan evenwel worden afgeleid dat verdachte regelmatig van de Mercedes Vito gebruik maakte. Hij leende deze auto dan van een andere persoon. Uit onderzoek is gebleken dat de stuurkolom van de Mercedes Vito deels ontbrak en dat sprake was van doorverbonden draden. Het had, zeker gelet op deze verdachte omstandigheden, op zijn weg gelegen om bij gebruikmaken van deze auto in ieder geval de kentekenpapieren onder zich te nemen en de juistheid daarvan te controleren. Verdachte heeft verklaard nooit om de kentekenpapieren te hebben gevraagd en deze ook niet te hebben gezien. Daarmee heeft verdachte niet aan de op hem als gebruiker/bestuurder van de auto rustende onderzoeksplicht voldaan hetgeen meebrengt dat de verdachte met de voor schuldheling vereiste aanmerkelijke onvoorzichtigheid heeft gehandeld.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

1.

de voortgezette handeling van:

DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN EN VERGEZELD EN GEVOLGD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN

EN

AFPERSING, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN.

2.

MEDEPLEGEN VAN VOORBEREIDING VAN DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN, VERGEZELD OF GEVOLGD VAN GEWELD OF BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN, OF OM, BIJ BETRAPPING OP HETERDAAD, AAN ZICHZELF OF ANDERE DEELNEMERS AAN HET MISDRIJF HETZIJ DE VLUCHT MOGELIJK TE MAKEN, HETZIJ HET BEZIT VAN HET GESTOLENE TE VERZEKEREN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN EN/OF AFPERSING, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN.

4. subsidiair

SCHULDHELING.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. De redenen, die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

7.1 Strafmotivering

De rechtbank heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met (een) ander(en) schuldig gemaakt aan een overval op een postkantoor te Den Haag, aan de voorbereiding van een overval op een grenswisselkantoor te Rotterdam en heling van kentekenplaten van een auto.

Bij de overval op het postkantoor te Den Haag hebben verdachte en zijn medeverdachte tijdens een lunchpauze een bankmedewerkster overrompeld en hebben zij een andere medewerker opgewacht en tegen de grond gegooid.

Verdachte en zijn medeverdachte hebben aan het personeel een (geladen) vuurwapen getoond en hen bevolen een kluis te openen waarbij zij zeer bedreigende taal hebben geuit.

Bovendien werden de polsen van het personeel met tie-rips aan elkaar vastgebonden.

Dit alles met als doel een groot geldbedrag weg te nemen.

Dergelijke feiten zijn zeer ernstig van aard en veroorzaken gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving in het algemeen en bij de slachtoffers in het bijzonder. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke gebeurtenissen dit als zeer traumatisch ervaren en nog geruime tijd psychisch nadelige gevolgen hiervan kunnen ondervinden. Verdachte heeft zich geen rekenschap gegeven van het leed dat door zijn handelen aan de slachtoffers wordt toegebracht.

Bekend is dat in ieder geval een van de slachtoffers nog steeds de nadelige gevolgen van deze overval ondervindt.

Bij de voorbereiding van de overval op het grenswisselkantoor (GWK) te Rotterdam hebben verdachte en zijn medeverdachten in wisselende samenstelling het GWK geobserveerd en hebben zij na sluitingstijd twee medewerksters van dat kantoor gevolgd.

Een strafbaar feit als verdachte en zijn medeverdachten voor ogen stond, veroorzaakt in het algemeen gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving. Voorbereiding van een dergelijk ernstig feit is aanleiding voor een aanmerkelijke strafrechtelijk reactie.

Heling is een ernstig feit, aangezien de helers het plegen van diefstallen en andere vermogensdelicten lucratief maken door de aldus verkregen goederen af te nemen.

Bij het bepalen van de strafmaat houdt de rechtbank rekening met het feit dat er sprake is van een grote mate van professionaliteit bij het uitvoeren van de overval te Den Haag. De rechtbank overweegt hiertoe dat de overvallers de overval zorgvuldig hebben voorbereid door zich onder meer te voorzien van bivakmutsen en vuurwapens, door het zorgvuldig uitgekozen tijdstip van de overval en doordat blijkens de verklaringen van de medewerkers de daders heel goed wisten wat ze moesten doen. De overvallers hebben zelfs opnameapparatuur van het postkantoor meegenomen en zich tijdens de overval bediend van een politiescanner.

In strafmaat verhogende zin neemt de rechtbank mee dat de medewerkers bijna een uur in grote onzekerheid omtrent hun leven hebben moeten doorbrengen.

Tevens houdt de rechtbank rekening, met de omstandigheid dat de bewezen voorbereidingshandelingen zich beperkt hebben tot handelingen aangaande observaties van een pand en medewerkers van de geldinstelling. Dat de voorbereiding van de overval reeds in een vergevorderd stadium was kan daaruit niet worden afgeleid.

Voorts heeft de rechtbank bij het bepalen van de straftoemeting in aanmerking genomen dat verdachte blijkens het hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 4 januari 2006 reeds vanaf 1973 veelvuldig in aanraking is gekomen met politie en justitie en reeds eerder voor bankovervallen is veroordeeld tot langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraffen.

Verdachte heeft zich gedurende zijn 33-jarige contacten met justitie ontwikkeld tot een professionele, weloverwogen, onverbeterlijke beroepscrimineel. Verdachte dient dan ook uit een oogpunt van het voorkomen van het plegen van nieuwe strafbare feiten voor lange tijd uit de samenleving te worden verwijderd.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te melden duur dient te worden opgelegd.

8. Bijkomende beslissingen

8.1 De vordering van de benadeelde partij

8.1.1 De benadeelde partij [slachtoffer 1] is ontvankelijk is haar vordering, nu aan verdachte een straf of maatregel wordt opgelegd en aan haar rechtstreeks schade is toegebracht door het bewezen verklaarde feit.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de door het bewezen verklaarde strafbare feit toegebrachte schade.

Naast toewijzing van deze civiele vordering zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

8.1.2 De benadeelde partij [slachtoffer 4] wordt in de vordering niet-ontvankelijk verklaard nu de gevorderde schade niet rechtstreeks is toegebracht door het onder 4. subsidiair bewezen verklaarde feit, nu niet is gebleken dat voldoende verband bestaat tussen de helingshandeling en de door [slachtoffer 4] geleden schade om te kunnen aannemen dat deze door die helingshandeling rechtstreekse schade heeft geleden.

8.2 De inbeslaggenomen voorwerpen

In de inbeslaggenomen Mercedes Vito met kenteken [kenteken] is een scanner, merk ICOM type ICR5 (beslagnummer T501J1) met antenne aangetroffen.

De rechtbank is van oordeel dat dit voorwerp verbeurd dient te worden verklaard, nu met behulp van dit voorwerp het onder 4.2. bewezenverklaarde feit 1 is begaan of voorbereid.

In de woning van verdachte is een walkie talkie van het merk Contell (beslagnummer C.C4.9) in beslag genomen.

De rechtbank zal de teruggave gelasten aan verdachte. Niet is gebleken dat genoemd voorwerp in enige relatie staat tot de bewezenverklaarde feiten.

9. De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf is gegrond op de volgende wettelijke voorschriften:

artikelen 24c, 33, 33a, 36f, 46, 47, 56, 57, 310, 312 en 317, 417bis van het Wetboek van Strafrecht.

10. De beslissing

De rechtbank

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 3 en onder feit 4 primair ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals vermeld onder 4.2van dit vonnis;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5. vermelde strafbare feiten oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens die feiten tot:

een GEVANGENISSTRAF voor de duur van ACHT JAREN;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

verklaart VERBEURD de scanner, merk ICOM type ICR5 met antenne;

gelast de teruggave aan verdachte van de walkie talkie van het merk Contell;

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan [slachtoffer 1], een bedrag van EUR 1.750,=, met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

verstaat dat gehele of gedeeltelijke betaling van voormeld bedrag door een mededader de veroordeling van de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] met eenzelfde bedrag doet verminderen;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van EUR 1.750,= ten behoeve van [slachtoffer 1];

beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 35 dagen;

verstaat dat de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van [slachtoffer 1] komt te vervallen voor zover een mededader heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van [slachtoffer 1].

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer 4] in de kosten door de verdachte gemaakt tot op deze uitspraak begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. dr. M.J.A. Plaisier, voorzitter,

mr. drs. F.J.P Lock en mr. dr. C.J. van der Wilt, rechters,

in tegenwoordigheid van R. van Andel, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 oktober 2006.