Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2006:AZ0030

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
12-10-2006
Datum publicatie
12-10-2006
Zaaknummer
11/500404-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een 36-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden voor mishandeling en bedreiging van zijn ex-vrouw. De rechtbank laat in strafverhogende zin meewegen dat de feiten in de woning van het slachtoffer hebben plaatsgevonden. De rechtbank spreekt de verdachte vrij van het primair ten laste gelegde, nu de feiten (voorwaardelijk) opzet hiervan niet rechtvaardigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Tegenspraak

Parketnummer: 11/500404-06

Zittingsdatum : 28 september 2006

Uitspraak : 12 oktober 2006

VERKORT STRAFVONNIS

VERSTEK

De rechtbank Dordrecht heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de zaak tegen:

[Verdachte],

geboren in 1970,

zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de

vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren

heeft gebracht.

1. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 16 juni 2006 te Dordrecht ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] (zijnde zijn, verdachtes, ex-vrouw) van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet:

meermalen, althans eenmaal, tegen de keel van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en/of dichtgeknepen heeft gehouden, althans in die keel heeft geknepen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 16 juni 2006 te Dordrecht opzettelijk mishandelend een

persoon, te weten: [slachtoffer] (zijnde zijn, verdachtes, ex-vrouw), meermalen, althans eenmaal, tegen de keel heeft geslagen en/of de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en/of dichtgeknepen heeft gehouden, althans in die keel heeft geknepen,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 16 juni 2006 te Dordrecht [slachtoffer] (zijnde zijn, verdachtes, ex-vrouw) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "Als je niet bij me terugkomt, maak ik jou en je baby dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2. De voorvragen

2.1 De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

2.2 De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

2.4 De schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

3. Het onderzoek ter terechtzitting

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor feit 1 primair zal worden vrijgesproken en voor het overige zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden met aftrek van voorarrest waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

4. De bewijsbeslissingen

4.1 De vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is de primair aan verdachte ten laste gelegde poging tot doodslag, althans tot zware mishandeling niet bewezen. Uit de stukken in het dossier blijkt dat de verdachte het slachtoffer tegen de keel, meer in het bijzonder tegen de kin, heeft geslagen en dat hij haar in de keel heeft geknepen. Voorts blijkt dat het slachtoffer enig letsel aan de kin heeft opgelopen. Deze feiten op zichzelf rechtvaardigen echter niet de conclusie dat bij de verdachte opzet aanwezig was - al dan niet in voorwaardelijke vorm - om het slachtoffer te doden of haar zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Nadere bijzonderheden, op basis waarvan die conclusie wel gerechtvaardigd zou zijn, zijn niet gebleken.

De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit.

4.2 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

1.

SUBSIDIAIR:

op 16 juni 2006 te Dordrecht opzettelijk mishandelend een persoon, te weten: [slachtoffer] (zijnde zijn, verdachtes, ex-vrouw), eenmaal, tegen de keel heeft geslagen en in die keel heeft geknepen, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

2.

op 16 juni 2006 te Dordrecht [slachtoffer] (zijnde zijn, verdachtes, ex-vrouw) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "Als je niet bij me terugkomt, maak ik jou en je baby dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.3 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De bewezen geachte feiten volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

1.

Mishandeling.

2.

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. De redenen, die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

7.1 Strafmotivering

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Het huwelijk tussen de verdachte en het slachtoffer is ontbonden en zij leven gescheiden. Volgens de verklaring van het slachtoffer heeft zij inmiddels een kind van een andere man, hetgeen de verdachte kennelijk niet kan verkroppen. De verdachte heeft het slachtoffer op 16 juni 2006 tijdens een ruzie, en kennelijk gedreven door jaloezie, mishandeld door haar tegen haar keel en kin te slaan en haar in haar keel te knijpen. Bovendien heeft hij haar met de dood bedreigd. Dit zijn ernstige delicten. De verdachte heeft door zo te handelen zijn ex-echtgenote lichamelijk en psychisch mishandeld. Dit klemt temeer nu dit plaatsvond in de woning van het slachtoffer, een plaats waar men zich bij uitstek veilig zou moeten kunnen voelen. Dat de verdachte zich daarvan niets heeft aangetrokken laat de rechtbank in strafverhogende zin meewegen.

Wat de persoon van de verdachte betreft heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het uittreksel Justitiële Documentatie van 23 augustus 2006. Daaruit blijkt dat de verdachte in het verleden is veroordeeld wegens verkrachting.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te melden duur dient te worden opgelegd.

8. De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf is gegrond op de volgende wettelijke voorschriften:

artikelen 285 en 300van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 primair ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de overige ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals vermeld onder 4.1 van dit vonnis;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5. vermelde strafbare feiten oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens die feiten tot:

een GEVANGENISSTRAF voor de duur van 3 (DRIE) MAANDEN;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

Dit vonnis is gewezen door:

mr. drs. T.F. van der Lugt, voorzitter,

mr. S.R.B. Walther en mr. W.J.M. Diekman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.E. Boekholtz, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 oktober 2006.