Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2006:AY9441

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
15-09-2006
Datum publicatie
04-10-2006
Zaaknummer
Awb 05/1353
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Weigering vrijstelling bestemmingsplan ten behoeve van gebruik pand als twee separate woningen. Verweerder heeft onvoldoende onderzocht of eisers het pand op grond van het overgangsrecht als twee woningen konden gebruiken. Verweerder heeft hiermee gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 3:2 van de Awb.

Voorts is verweerder bij de beslissing op bezwaar niet ingegaan op zelfstandige bezwaargrond eisers dat sprake is van belangverstrengeling als bedoeld in artikel 2:4 van de Awb. Verweerder heeft hiermee gehandeld in strijd met het bepaalde in artikel 7:11, eerste lid, van de Awb.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector Bestuursrecht

procedurenummer: AWB 05/1353

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor bestuur[xxx]en

inzake

[xxx],

wonende te Dordrecht, eisers,

gemachtigde: mr. J.E. Dijk, advocaat te Dordrecht,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Cromstrijen, verweerder,

gemachtigden: mr. E.J. van Huut en A. Rotscheid, ambtenaren van de gemeente, en

D. Kraaijveld, burgemeester van de gemeente.

1. Ontstaan en loop van het geding

Verweerder heeft bij besluit van 10 juni 2005 de aanvraag van eisers om het huisnummer Rijksstraatweg 11a te Klaaswaal weer in de Gemeentelijke Basisadministratie (hierna: GBA) in te voeren afgewezen, alsmede eisers vrijstelling van het bestemmingsplan "Dorp Klaaswaal" geweigerd ten behoeve van het gebruik van het pand Rijksstraatweg 11 te Klaaswaal als twee separate woningen.

Tegen dit besluit hebben eisers bij brief van 13 juni 2005 bezwaar gemaakt bij verweerder.

Bij besluit van 22 september 2005, verzonden 23 september 2005, heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit hebben eisers bij faxbericht van 3 november 2005 beroep ingesteld bij de rechtbank Dordrecht.

De rechtbank heeft de zaak ter behandeling gevoegd met de zaken met procedurenummers

AWB 05/1352, 05/1354 en 05/1475.

De zaken zijn op 29 augustus 2006 ter zitting van een enkelvoudige kamer behandeld.

Eisers zijn ter zitting verschenen bij gemachtigde. Tevens is [xxx] verschenen.

Verweerder is verschenen bij gemachtigden.

Na de behandeling ter zitting zijn de zaken gesplitst. Thans wordt in onderhavige zaak afzonderlijk uitspraak gedaan.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Verordening straatnaamgeving en huisnummering (hierna: verordening) kunnen burgemeester en wethouders aan een object of aan een te onderscheiden deel daarvan een nummer toekennen.

Ingevolge artikel 29, eerste lid, van het bij het bestemmingsplan "Dorp Klaaswaal" behorende voorschriften mag het gebruik van gronden en bouwwerken dat afwijkt van het plan op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt, worden voortgezet.

2.2. De rechtbank gaat bij haar beoordeling uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Eisers zijn eigenaar van het pand gelegen op het perceel Rijksstraatweg 11 te Klaaswaal.

Bij besluit van 18 september 1997 heeft verweerder eisers vrijstelling als bedoeld in artikel 17 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) geweigerd ten behoeve van de tijdelijke vestiging van een kantoor in het pand Rijksstraatweg 11a te Klaaswaal.

Op 14 januari 1998 hebben eisers verweerder verzocht de woningen Rijksstraatweg 11 en 11a te Klaaswaal samen te voegen omdat de beneden- en bovenwoning aan dezelfde familie [xxx] zal worden verhuurd voor een periode van vijf jaar.

Bij brief van 26 april 2005 hebben eisers verweerder verzocht het huisnummer Rijksstraatweg 11a te Klaaswaal weer in de GBA in te voeren omdat de betreffende familie de beneden- en bovenwoning niet meer huurt.

Bij het primaire besluit van 10 juni 2005 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen, alsmede eisers vrijstelling geweigerd ten behoeve van het gebruik van het pand Rijksstraatweg 11 te Klaaswaal als twee separate woningen.

2.3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder, onder overneming van het advies Commissie Bezwaarschriften van 31 augustus 2005, het bezwaar van eisers ongegrond verklaard.

Verweerder heeft daartoe overwogen dat de huisnummers 11 en 11a te Klaaswaal in januari 1998 op verzoek van eisers zijn samengevoegd tot één huisnummer 11, als gevolg waarvan er in de GBA op het perceel Rijksstraatweg 11 te Klaaswaal sprake is van één woning. Nu de GBA het huisnummer 11a niet kent, dient het verzoek van eisers te worden opgevat als een verzoek tot toekenning van een nieuw huisnummer op grond van de Verordening. Verweerder heeft dit verzoek afgewezen op grond van de overweging dat op het betreffende perceel ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Dorp Klaaswaal" slechts één woning is toegestaan. Met betrekking tot de toepasselijkheid van het in het geldende bestemmingsplan opgenomen overgangsrecht heeft verweerder overwogen dat eisers hierop geen beroep kunnen doen omdat ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan op 24 april 2001 volgens de GBA sprake was van één woning, die overeenkomstig de bestemming "Woondoeleinden" ook feitelijk als één woning werd gebruikt. Verweerder heeft er op gewezen dat eisers geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om tijdens de totstandkoming van het bestemmingsplan hun zienswijzen naar voren te brengen en dat het enkele feit dat het pand beschikt over gescheiden opgangen niet met zich brengt dat sprake is van twee woningen, aangezien het niet verplicht is om een binnendoorgang naar de bovenverdieping te hebben. Vervolgens heeft verweerder bezien of er aanleiding is vrijstelling te verlenen van het geldende bestemmingsplan. Verweerder heeft overwogen dat hij hieraan geen medewerking wil verlenen omdat het huidige wooncontingent geen ruimte biedt voor het honoreren van het verzoek.

2.4. Eisers kunnen zich hiermee niet verenigen en hebben aangevoerd dat het betreffende pand is gebouwd als dubbelwoonhuis, bestaande uit twee separate woningen, en dat in de indeling van het pand tot op heden niets is gewijzigd. Ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan "Dorp Klaaswaal" op 24 april 2001 was het pand ook feitelijk in gebruik als twee separate woningen, bewoond door twee zelfstandig opererende huishoudens. Verweerder heeft naar de opvatting van eisers dan ook onvoldoende onderzoek verricht naar de vraag of hen een beroep op het overgangsrecht toekomt. Eisers hebben toegelicht dat, mede gelet op de voorgeschiedenis, hun verzoek van 14 januari 1998 om de huisnummers Rijksstraatweg 11 en 11a te Klaaswaal samen te voegen niet zozeer was bedoeld om er één woning van te maken doch veeleer om een deel van het pand als kantoor te gebruiken. Verweerder heeft op dit verzoek overigens nimmer formeel gereageerd. Voorts hebben eisers betoogd dat hen niet kan worden verweten dat zij niet hebben geageerd tegen de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan, nu verweerder hen nimmer op de hoogte heeft gesteld van het feit dat de samenvoeging tot één woning zou worden geformaliseerd in dit bestemmingsplan. Met betrekking tot de weigering vrijstelling te verlenen hebben eisers betoogd dat verweerder onvoldoende heeft onderbouwd op basis waarvan het woningcontingent is vastgesteld, en op basis waarvan moet worden geconcludeerd waarom er geen enkele mogelijkheid meer zou zijn extra woningen aan het woningbestand toe te voegen, temeer nu eisers niet de intentie hebben nieuwbouw te plegen. Voorts hebben eisers in beroep opnieuw betoogd dat sprake is van belangenverstrengeling als bedoeld in artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) aangezien de persoonlijke belangen van één van de wethouders een rol hebben gespeeld bij de besluitvorming rondom het pand. Ten slotte hebben eisers betoogd dat sprake is van détournement de pouvoir aangezien verweerder vrijstelling met name heeft geweigerd om te voorkomen dat buitenlanders zich in de gemeente Cromstrijen vestigen.

2.5. De rechtbank overweegt het volgende.

De rechtbank stelt vast dat verweerder bij het bestreden besluit zijn weigering heeft gehandhaafd het huisnummer Rijksstraatweg 11a te Klaaswaal weer in de GBA in te voeren, alsmede zijn weigering eisers vrijstelling te verlenen van het vigerende bestemmingsplan "Dorp Klaaswaal" ten behoeve het gebruik van het pand Rijksstraatweg 11 als twee separate woningen.

Met betrekking tot de weigering het huisnummer Rijksstraatweg 11a te Klaaswaal weer in de GBA in te voeren overweegt de rechtbank ambtshalve het volgende.

Blijkens vaste jurisprudentie is er sprake van voldoende procesbelang indien het resultaat, dat de indiener van een beroepschrift met het instellen van beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijk betekenis kan hebben.

Eisers beogen met het beroep te bewerkstelligen dat alsnog het huisnummer Rijksstraatweg 11a in de GBA wordt ingevoerd. Dit resultaat kan evenwel niet worden bereikt met het onderhavige beroep, aangezien verweerder bij besluit van 7 maart 2006 zijn in het primaire besluit vervatte weigering om mee te werken aan de inschrijving van P. den Hartigh op het adres Rijksstraatweg 11a te Klaaswaal heeft herroepen op grond van de overweging dat is gebleken dat het huisnummer 11a nog altijd in de GBA bestaat.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat eisers niet meer kunnen bewerkstelligen wat zij met het instellen van het beroep hebben beoogd.

Van enig belang bij een inhoudelijke beoordeling van de rechtmatigheid van het besluit tot weigering van de toekenning van het huisnummer Rijksstraatweg 11a te Klaaswaal is geen sprake.

Het beroep dient in zoverre niet-ontvankelijk te worden verklaard.

Met betrekking tot de weigering vrijstelling te verlenen van het vigerende bestemmingsplan "Dorp Klaaswaal" overweegt de rechtbank het volgende.

Ingevolge artikel 11 van de bij het bestemmingsplan "Dorp Klaaswaal" behorende voorschriften rust op het betreffende perceel de bestemming "Woondoeleinden".

Ingevolge het derde lid, aanhef en onder a, van dit artikel mag het aantal woningen ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan niet worden vergroot, met dien verstande dat indien op de kaart een aantal tussen haakjes (..) is opgenomen, het aantal woningen per bouwvlak niet meer mag bedragen dan het aangegeven aantal.

Blijkens de plankaart zijn op de acht percelen Rijksstraatweg 5 tot en met 19 te Klaaswaal maximaal acht vrijstaande woningen toegestaan zodat er omgerekend op ieder perceel, waaronder het perceel Rijksstraatweg 11, slechts één woning is toegestaan.

Het bestemmingsplan "Dorp Klaaswaal" heeft op 24 april 2001 rechtskracht verkregen. Beoordeeld dient derhalve te worden hoe het pand Rijksstraatweg 11 te Klaaswaal destijds werd gebruikt. Indien immers zou moeten worden vastgesteld dat op dat moment feitelijk sprake was van het gebruik van het pand als twee woningen terwijl ingevolge het nieuwe bestemmingsplan op het perceel slechts één woning is toegestaan, dan zou het gebruik van het pand als twee woningen met toepassing van het overgangsrecht alsnog zijn toegestaan.

Anders dan de voorzieningenrechter heeft overwogen kan het standpunt van verweerder met betrekking tot het overgangsrecht dan ook niet worden aangemerkt als een - niet als besluit aan te duiden - bestuurlijk rechtsoordeel.

Verweerder heeft zijn standpunt dat eisers geen geslaagd beroep op het overgangsrecht toekomt met name gebaseerd op de overweging dat er volgens de GBA ten tijde hier van belang sprake was van één woning aan de Rijksstraatweg 11 te Klaaswaal die door drie personen van dezelfde familie werd bewoond.

De rechtbank is van oordeel dat het door verweerder ten aanzien van het overgangsrecht verrichte onderzoek onvoldoende is geweest. In dit verband acht zij van belang dat op grond van de stukken op voorhand niet onaannemelijk is de stelling van eisers dat het betreffende pand al sinds de verbouwing in 1961 voorziet in twee separate woningen, die ieder beschikken over eigen voorzieningen en een eigen opgang, en dat het pand altijd als zodanig is gebruikt, ook ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan. De rechtbank acht eveneens van belang dat, zoals verweerder in zijn hiervoor reeds genoemde besluit van 7 maart 2006 heeft overwogen, bij nader inzien het adres Rijksstraatweg 11a te Klaaswaal volgens de GBA altijd heeft bestaan. Voorts acht de rechtbank van belang dat gelet op de aard en strekking van de aan het verzoek van 14 januari 1998 voorafgegane correspondentie tussen eisers en verweerder niet op voorhand valt uit te sluiten dat eisers met hun verzoek nimmer hebben beoogd één van de twee woningen (definitief) te onttrekken aan de woningvoorraad. Met betrekking tot het eerst ter zitting door verweerder ingenomen standpunt dat met de verklaring van eisers in hun bezwaarschrift van 24 maart 2001 gericht tegen de hoogte van de vaststelling van de waarde van het pand Rijksstraatweg 11 te Klaaswaal op de voet van de Wet waardering onroerende zaken, dat het pand op dat moment als één woning wordt gebruikt, vast staat dat niet aan de bepalingen van het overgangsrecht wordt voldaan, overweegt de rechtbank dat, nog daargelaten dat verweerder dit standpunt niet in het bestreden besluit heeft neergelegd, de enkele opmerking van eisers dat de woning in zijn geheel werd verhuurd niet zonder meer de conclusie rechtvaardigt dat het pand ook als één woning werd gebruikt. Eisers hebben immers genoegzaam aannemelijk gemaakt dat de bovenwoning van het betreffende pand ten tijde hier van belang door de dochter van de familie [xxx] zelfstandig werd bewoond en de benedenwoning door haar ouders.

Het vorenstaande in aanmerking nemende is de rechtbank van oordeel dat verweerder grondiger had moeten onderzoeken of eisers op grond van het overgangsrecht het pand Rijksstraatweg 11 te Klaaswaal als twee woningen konden gebruiken. Verweerder heeft hiermee gehandeld in strijd met het in artikel 3:2 van de Awb neergelegde vereiste dat het bestuursorgaan bij de voorbereiding van het besluit de nodige kennis vergaart omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen.

Voorts overweegt de rechtbank dat eisers reeds in bezwaar hebben betoogd dat sprake is van belangenverstrengeling als bedoeld in artikel 2:4 van de Awb aangezien het persoonlijke belang van de vakinhoudelijke wethouder, die op korte afstand woont van het betreffende pand, een rol heeft gespeeld bij verweerders besluitvorming. De rechtbank stelt vast dat verweerder in het bestreden besluit niet is ingegaan op deze zelfstandige bezwaargrond van eisers. Verweerder heeft hiermee gehandeld in strijd met het in artikel 7:11, eerste lid, van de Awb neergelegde vereiste dat op grondslag van het bezwaar een heroverweging van het bestreden besluit plaatsvindt.

Gelet hierop dient het beroep in zoverre gegrond te worden verklaard en komt het bestreden besluit voor zover dat betrekking heeft op de weigering van de vrijstelling, wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:11 van de Awb voor vernietiging in aanmerking.

Nu het beroep gedeeltelijk gegrond wordt verklaard dient verweerder op grond van het bepaalde in artikel 8:72, vierde lid, van de Awb het door eisers betaalde griffierecht te vergoeden.

De rechtbank ziet aanleiding om verweerder met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, van de Awb te veroordelen in de kosten die eisers in verband met de behandeling van dit beroep redelijkerwijs hebben moeten maken. De kosten in verband met door een derde beroepsmatig verleende bijstand zijn op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 644,- (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 322,- en wegingsfactor 1).

De rechtbank is niet gebleken dat eisers nog andere kosten hebben moeten maken die op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor vergoeding in aanmerking komen.

3. Beslissing

De rechtbank Dordrecht,

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk voor zover het is gericht tegen de bij het bestreden besluit gehandhaafde weigering het huisnummer Rijksstraatweg 11a te Klaaswaal weer in de GBA te voeren;

- verklaart het beroep gegrond voor zover het is gericht tegen de bij het bestreden besluit gehandhaafde weigering vrijstelling te verlenen van het vigerende bestemmingsplan;

- vernietigt het bestreden besluit in zoverre;

- bepaalt dat de gemeente Cromstrijen aan eisers het door hen betaalde griffierecht ten bedrage van € 138,- vergoedt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten die eisers in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs hebben moeten maken, welke kosten worden begroot op:

-€ 644,- ter zake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

- wijst de gemeente Cromstrijen aan als de rechtspersoon die voormelde kosten aan eisers moet vergoeden.

Aldus gegeven door mr. M.G.L. de Vette, rechter, en door deze en mr. M.C. Woudstra, griffier, ondertekend.

De griffier, De rechter,

Uitgesproken in het openbaar op:

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan een belanghebbende beroep instellen. Het instellen van het beroep geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag, binnen zes weken na dagtekening van verzending van deze uitspraak.