Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2006:AY9250

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
14-09-2006
Datum publicatie
12-10-2006
Zaaknummer
11/700757-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft de dagvaarding in een zedenzaak nietig verklaard. De rechtbank is van oordeel dat de tenlastelegging onvoldoende duidelijk is, niet kan fungeren als grondslag voor (het onderzoek op) een terechtzitting en derhalve niet voldoet aan de vereisten van het bepaalde in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 245
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 261
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NS 2006, 442
NBSTRAF 2006/442

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer : 11/700757-06

Zittingsdatum : 14 september 2006

Uitspraak : 14 september 2006

STRAFVONNIS

De rechtbank te Dordrecht heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren in 1987,

wonende te [adres en woonplaats].

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de

vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren

heeft gebracht.

1. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij in of omstreeks de periode van 1 december 2004 tot en met 1 maart 2005 te

Hardinxveld-Giessendam, met [slachtoffer] (geboortedatum 20 juli 1990), die de

leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt,

buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die

bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte

-over de borst(en) van die [slachtoffer] gewreven en/of gestreeld, althans in elk geval de borst(en) van die [slachtoffer] betast en/of aangeraakt en/of

-over de bil(len) van die [slachtoffer] gewreven en/of gestreeld, althans in elk

geval de bil(len) van die [slachtoffer] betast en/of aangeraakt en/of

-over de vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer] gewreven en/of gestreeld, althans in elk geval de vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer] betast

en/of aangeraakt en/of

-die [slachtoffer] ge(tong)zoend en/of

-zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] gestoken/gedaan en/of

-zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gestoken/gedaan en/of

-(vervolgens) met zijn penis op-en-neer-gaande bewegingen gemaakt in de vagina

van die [slachtoffer].

2. De voorvragen

2.1 De geldigheid van de dagvaarding

De officier van justitie heeft, naar aanleiding van nadere vragen van de rechtbank omtrent de inhoud van de tenlastelegging ter terechtzitting, - kort en zakelijk samengevat - het navolgende gesteld.

De officier van justitie heeft op grond van het betreffende proces-verbaal van de politie geconstateerd dat verdachte en [slachtoffer] uiteenlopende verklaringen hebben afgelegd omtrent pleegdatum en pleegplaats van het delict waarvoor verdachte wordt vervolgd, alsmede van de omstandigheden waaronder dit delict zich zou hebben voorgedaan.

Op grond daarvan heeft hij in de tenlastelegging bewust een ruimere pleegperiode opgenomen en heeft hij er voor gekozen om de onder een zevental gedachtestreepjes genoemde feitelijkheden zodanig te formuleren en op te nemen in de tenlastelegging, dat zij de beide feitelijke situaties, zoals daaromtrent door verdachte en [slachtoffer] voornoemd, is verklaard en waarvan ook in het betreffende proces-verbaal van de politie blijkt, dekken.

De raadsman heeft zich niet uitgelaten omtrent het vorenstaande.

De rechtbank is op grond van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende gebleken.

Verdachte en [slachtoffer] hebben beiden verklaard - kort en zakelijk samengevat - dat zij éénmaal geslachtsgemeenschap met elkaar hebben gehad. Verdachte heeft verklaard dat dit heeft plaatsgevonden medio februari 2005 in een parkje bij de Deltabrug in Hardinxveld-Giessendam. [Slachtoffer] heeft verklaard dat deze gemeenschap heeft plaatsgevonden op 18 december 2004 in de woning van verdachte in Hardinxveld-Giessendam. Beiden verklaren derhalve over volstrekt andere situaties. Daarnaast hebben zowel verdachte als [slachtoffer] verklaard omtrent overige seksuele handelingen - in de tenlastelegging opgenomen onder een zevental gedachtestreepjes - welke rondom genoemde gemeenschap zouden zijn verricht. Een aantal van deze handelingen kan slechts betrekking hebben op één van beide situaties.

De rechtbank komt op grond van het vorenstaande tot het oordeel dat de beide situaties elkaar uitsluiten. In de tenlastelegging zoals door de officier van justitie geformuleerd - mede gelet op de toelichting van de officier van justitie ter terechtzitting - wordt echter geen keuze gemaakt tussen beide situaties. Doordat de officier van justitie verzuimt een keuze te maken in hetgeen hij verdachte verwijt en waarvoor hij hem vervolgt, terwijl hij hem in de tenlastelegging uitdrukkelijk slechts één feit verwijt, laat de officier van justitie daarmee impliciet deze keuze aan de rechtbank. Dit is in strijd met de wet.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de tenlastelegging onvoldoende duidelijk is, niet kan fungeren als grondslag voor (het onderzoek op) een terechtzitting en derhalve niet voldoet aan de vereisten van het bepaalde in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal dan ook de dagvaarding nietig verklaren.

3. De beslissing

De rechtbank:

verklaart de dagvaarding nietig.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. drs. T.F. van der Lugt, voorzitter,

mr. F.L.J.M. Heijnen en mr. W.P.M. Jurgens, rechters,

in tegenwoordigheid van A. Gaal, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 september 2006.