Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2006:AY5850

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
24-07-2006
Datum publicatie
09-08-2006
Zaaknummer
11/510399-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

De raadkamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek, nu niet is gebleken dat hij zich ten tijde van het indienen van het verzoekschrift had gevoegd als benadeelde partij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Parketnummer: 11/510399-05

Registratienummer: RK 06/199

Beslissing van de meervoudige raadkamer van de rechtbank te Dordrecht op het verzoekschrift ex. artikel 51d van het Wetboek van Strafvordering van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats], [woonadres],

hierna te noemen: verzoeker.

Verzoeker wordt te dezer zake bijgestaan door mr. F.G.L. van Ardenne, advocaat te Rotterdam die zich, wegens afwezigheid op genoemde datum, ter zitting heeft laten vervangen door zijn kantoorgenoot mr. N. Flikkenschild.

Als raadsman van verdachte in onderhavige zaak is aanwezig mr. A. Ester, advocaat te Zwijndrecht.

De procedure

Ter griffie van deze rechtbank is op 24 juli 2006 binnengekomen een verzoekschrift, strekkende tot kennisneming van de processtukken waarbij verzoeker belang zou hebben.

De raadkamer heeft kennisgenomen van het strafdossier en heeft het verzoekschrift op 24 juli 2006 achter gesloten deuren behandeld, ter gelegenheid waarvan de officier van justitie, verzoeker en zijn raadsvrouw, alsmede de raadsman van de verdachte zijn gehoord.

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het verzoekschrift ongegrond moet worden verklaard.

Beoordeling van het verzoekschrift

Bevoegdheid

De raadkamer is bevoegd om op het verzoekschrift te beslissen nu zij behoort tot het gerecht waarvoor de zaak wordt vervolgd en het onderzoek ter terechtzitting reeds is aangevangen.

Ontvankelijkheid

Ingevolge artikel 51d van het Wetboek van Strafvordering wordt aan de benadeelde partij op haar verzoek toestemming verleend kennis te nemen van de processtukken waarbij zij belang heeft.

De artikelen 51a en 51b van het Wetboek van Strafvordering definiëren vervolgens wie zich als benadeelde partij kan voegen in het strafproces en de wijze waarop de voeging dient plaats te vinden. Dit is op grond van laatstgenoemd artikel mogelijk voor de aanvang van het onderzoek ter terechtzitting, alsmede ter terechtzitting.

Voeging ter terechtzitting geschiedt door een schriftelijke of mondelinge opgave van de vordering en van de gronden waarop zij berust bij de rechter uiterlijk voordat de officier van justitie in de gelegenheid is gesteld overeenkomstig artikel 311 van het Wetboek van Strafvordering te requireren.

Verzoeker is gerechtigd zich als benadeelde partij te voegen in het strafproces tegen de verdachte. Tijdens de behandeling in de raadkamer is gebleken dat verzoeker dit op het moment van indienen van het verzoekschrift nog niet had gedaan.

De verzoekschriftprocedure op de voet van artikel 51d van het Wetboek van Strafvordering is toegesneden op de situatie dat een benadeelde partij zich al heeft gevoegd. In de fase die daaraan vooraf gaat, moet een slachtoffer zijn verzoek om informatie in het kader van de bepalingen van de Wet Openbaarheid van Bestuur doen. Daarom is thans aan de orde de vraag of het verzoek van verzoeker wel in het kader van artikel 51d eerste lid van het wetboek van Strafvordering door de raadkamer van deze rechtbank kan worden getoetst.

Gelet op het hetgeen hiervoor is weergegeven, alsmede het gegeven dat de raadsvrouw van verzoeker heeft aangevoerd dat verzoeker zich vooralsnog beraadt over voeging, is de raadkamer van oordeel dat verzoeker niet ontvankelijk is in zijn verzoek, nu niet is gebleken dat hij zich ten tijde van het indienen van het verzoekschrift had gevoegd als benadeelde partij.

Voor zover door de raadsvrouw en namens verzoeker is bedoeld zich tijdens de behandeling in de raadkamer alsnog te voegen, merkt de raadkamer op dat de wet hiertoe geen andere mogelijkheid biedt dan op de wijze zoals voorzien in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering. Van zodanige voeging is geen sprake.

Ten overvloede merkt de raadkamer op dat verzoeker thans, mede gelet op de aard van de beoogde vordering, te weten smartengeld, onvoldoende heeft kunnen aantonen welk belang hij heeft bij kennisneming van de processtukken, en in het bijzonder bij welke processtukken.

BESLISSING:

De raadkamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk.

Deze beslissing is gegeven door mr. dr. M.J.A. Plaisier, voorzitter, mr. drs. F.J.P. Lock en mr. dr. C.J. van der Wilt, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. N.K. Magnin, en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2006.

mr. drs. F.J.P. Lock is wegens afwezigheid buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.