Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2006:AY1198

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
06-07-2006
Datum publicatie
06-07-2006
Zaaknummer
11/510394-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft verdachte wegens een tweetal bijzonder gewelddadige overvallen in woningen veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 jaren. De rechtbank overwoog ten aanzien van de strafmaat in het bijzonder dat verdachte reeds voor een aantal geweldsdelicten is veroordeeld en dat het door verdachte en zijn mededaders toegepaste geweld, het dreigen met vuurwapens en met seksueel misbruik, als mensonterend moet worden beschouwd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 312
Wetboek van Strafrecht 317
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 351
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2006/309
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Tegenspraak

Parketnummer: 11/510394-05

Zittingsdatum : 22 juni 2006

Uitspraak : 6 juli 2006

VERKORT STRAFVONNIS

De rechtbank Dordrecht heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren in 1982,

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in de P.I. Rijnmond, locatie De IJssel, te Krimpen aan den IJssel.

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de

vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren

heeft gebracht.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vorderingen van de benadeelde partijen.

1. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

A.

hij op of omstreeks 27 november 2005 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (ongeveer 470 Euro) en/of een of meerdere GSM('s) en/of

siera(a)d(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

B.

hij op of omstreeks 27 november 2005 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (ongeveer 470 Euro) en/of een of meerdere GSM('s) en/of siera(a)d(en, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), meermalen, althans eenmaal,

- een of meerdere pisto(o)l(en), althans (vuur)wapen(s), in elk geval op (een) (vuur)wapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en), op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht (gehouden) en/of tegen de nek van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geduwd/gehouden en/of

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgepakt/vastgegrepen (bij de nek) en/of tegen het

lichaam heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of geduwd en/of

- aan/tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben gevraagd/gezegd:

- "Waar is de twintigduizend?" en/of

- "Geld! Geld!" en/of

- "Waar zijn de sieraden?" en/of

- "We moeten geld hebben!" en/of

- "Geef het geld af!" en/of "Geef je geld, anders schiet ik je vrouw!" en/of

- "Doe die ketting(en) en/of ring(en) af!" en/of

- "Geef me die twintigduizend, want jij laat mij veel tijd verspelen hier!"

en/of

- "Kleed je uit! Ik ga/wil je neuken!" en/of

- een geluiddemper op de loop van een pistool, althans (vuur)wapen, in elk

geval op (een) (vuur)wapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) heeft/hebben

geschroefd en/of een pistool, althans een (vuur)wapen, in elk

geval (een) op (een) (vuur)wapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) heeft/hebben

doorgeladen en/of

- de kleding van die [slachtoffer 1] heeft/hebben doorzocht en/of

- twee vingers van die [slachtoffer 1] (met (een) tie-rip(s)) aan elkaar heeft/hebben

gebonden en/of

- de polsen en/of voeten van die [slachtoffer 1] (met tape) heeft/hebben vastgebonden;

2.

hij op of omstreeks 15 december 2005 te Rotterdam

een wapen van categorie III, te weten een pistool (merk: BBM), en/of munitie

van categorie III, te weten een of meerdere kogelpatro(o)n(en), voorhanden

heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 06 november 2005 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meerdere GSM('s) en/of siera(a)d(en) en/of een geldbedrag (5000 Euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s), meermalen, althans eenmaal,

- een pistool, althans een (vuur)wapen, in elk geval een op een (vuur)wapen

gelijkend voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft/hebben geplaatst en/of

- de vingers en/of tenen van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft/hebben vastgebonden met een of meerdere tie-rips en/of

- tegen die [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd: "Ik schiet je tenen van je voet!" en/of "Ik schiet je overhoop/door je hoofd!" en/of

- een sweater om de mond van die [slachtoffer 3] heeft/hebben gebonden en/of

- tegen die [slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd: "Niet kijken! Handen op je rug!" en/of

"Is zijn lul niet goed genoeg voor je? Ik ga je zo in je kont pakken!" en/of

"Waar is die geld/kluis?!".

2. De voorvragen

2.1 De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

2.2 De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

2.4 De schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

3. Het onderzoek ter terechtzitting

3.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft -het ten laste gelegde bewezen achtend- gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 jaren met aftrek van het voorarrest.

3.2 De verdediging

De verdediging heeft een bewijsverweer gevoerd.

3.3 De vorderingen van de benadeelde partijen

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

- Benadeelde partij 1.

Zij vordert verdachte te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van 22.810,70 EUR, ter zake van materiële en immateriële schadevergoeding.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering.

Door de verdachte is de aansprakelijkheid van de schade betwist.

- Benadeelde partij 2.

Zij vordert verdachte te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van 3.232,50 EUR, ter zake van materiële en immateriële schadevergoeding.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering.

Door de verdachte is de aansprakelijkheid van de schade betwist.

- Benadeelde partij 3.

Zij vordert verdachte te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van 1.970,= EUR, ter zake van materiële en immateriële schadevergoeding.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gedeeltelijke toewijzing van de vordering, te weten een bedrag van 1.740,= EUR.

Door de verdachte is de aansprakelijkheid van de schade betwist.

- Benadeelde partij 4.

Zij vordert verdachte te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van 4.000,= EUR, ter zake van immateriële schadevergoeding.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot een gedeeltelijke toewijzing van de vordering, te weten een bedrag van 2.500,= EUR.

Door de verdachte is de aansprakelijkheid van de schade betwist.

4. De bewijsbeslissingen

4.1 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

1.

op 27 november 2005 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere GSM's, toebehorende aan [slachtoffers 1] en [slachtoffer 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffers 1] en [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

en

op 27 november 2005 te Dordrecht tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffers 1] en [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (ongeveer 470 Euro) en sieraden, toebehorende aan die [slachtoffers 1] en [slachtoffer 2],

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader, eenmaal,

- een pistool op die [slachtoffers 1] en [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht en tegen de nek van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geduwd en

- die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgepakt bij de nek en tegen het lichaam heeft/hebben getrapt en

- aan/tegen die [slachtoffers 1] en [slachtoffer 2] heeft/hebben gevraagd/gezegd:

- "Waar is de twintigduizend?" en

- "Geld! Geld!" en/

- "Waar zijn de sieraden?" en

- "Geef je geld, anders schiet ik je vrouw!" en

- "Doe die kettingen en ringen af!" en

- "Geef me die twintigduizend, want jij laat mij veel tijd verspelen hier!"

en

- "Kleed je uit! Ik ga je neuken!" en

- een geluiddemper op de loop van een pistool heeft/hebben geschroefd en een pistool heeft/hebben doorgeladen en

- de kleding van die [slachtoffer 1] heeft/hebben doorzocht en

- twee vingers van die [slachtoffer 1] met een tie-rip aan elkaar heeft/hebben gebonden en

- de polsen en voeten van die [slachtoffer 1] met tape heeft/hebben vastgebonden;

2.

op 15 december 2005 te Rotterdam een wapen van categorie III, te weten een pistool (merk: BBM), en munitie van categorie III, te weten kogelpatronen, voorhanden heeft gehad;

3.

op 06 november 2005 te Dordrecht tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen meerdere GSM's en sieraden en een geldbedrag (5000 Euro), toebehorende aan [slachtoffers 3] en [slachtoffer 4], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffers 3] en [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken,

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en/of zijn mededaders, eenmaal,

- een pistool tegen het hoofd van die [slachtoffers 3] en [slachtoffer 4]heeft/hebben geplaatst en

- de vingers en tenen van die [slachtoffers 3] en [slachtoffer 4] heeft/hebben vastgebonden met tie-rips en

- tegen die [slachtoffer 3] heeft/hebben gezegd: "Ik schiet je tenen van je voet!" en "Ik schiet je overhoop/door je hoofd!" en

- een sweater om de mond van die [slachtoffer 3] heeft/hebben gebonden en

- tegen die [slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd: "Niet kijken! Handen op je rug!" en "Is zijn lul niet goed genoeg voor je? Ik ga je zo in je kont pakken!" en "Waar is die geld/kluis?!".

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.2 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1:

DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN EN VERGEZELD VAN GEWELD EN BEDREIGING VAN GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN

EN

AFPERSING, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

Feit 2:

HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 26, EERSTE LID VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE, BEGAAN MET BETREKKING TOT EEN VUURWAPEN VAN CATEGORIE III

EN

HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 26, EERSTE LID VAN DE WET WAPENS EN MUNITIE;

Feit 3:

DIEFSTAL, VOORAFGEGAAN EN VERGEZELD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL VOOR TE BEREIDEN EN GEMAKKELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. De redenen, die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

7.1 Strafmotivering

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een tweetal gewelddadige berovingen in woningen en verboden vuurwapenbezit.

Op 6 november 2005 is verdachte met een tweetal mededaders de woning van [slachtoffers 1 en 2] binnengedrongen. Op gewelddadige wijze, onder bedreiging van vuurwapens, hebben verdachte en zijn mededaders een geldbedrag en goederen weggenomen. De slachtoffers zijn hierbij, door middel van tie-rips, met hun handen en voeten vastgebonden. Daarnaast hebben verdachte en zijn mededaders gedreigd [slachtoffer 1] dood te schieten en [slachtoffer 2 seksueel te misbruiken.

Op 27 november 2005 is verdachte met een mededader de woning van [slachtoffers 3 en 4] binnengedrongen. Wederom zijn op gewelddadige wijze, onder bedreiging van een vuurwapen, geld en goederen weggenomen. De vingers, polsen en voeten van [slachtoffer 3] zijn aan elkaar gebonden met behulp van een tie-rip en tape. Gelijktijdig werd [slachtoffer 4] verteld dat zij zou worden verkracht en werd zij gedwongen haar broek uit te trekken. Dankzij het feit dat er op dat zelfde moment bij de woning werd aangebeld, is dit niet doorgegaan. Het is dan ook niet de verdienste van verdachte en zijn mededader geweest dat deze verkrachting niet heeft plaatsgevonden.

Verdachte heeft zich bij zijn handelen alleen door eigen financieel gewin laten leiden en geen moment rekening gehouden met mogelijke, wellicht dodelijke gevolgen voor de slachtoffers. Verdachte heeft immers een groot risico gelopen dat hij ten tijde van de overval zichzelf niet in de hand zou kunnen houden en daadwerkelijk zou schieten.

Het behoeft geen betoog dat een dergelijke laffe daad als een overval op een woning grote afkeuring verdient. Het is buiten twijfel dat de overvallen voor de slachtoffers zeer beangstigend moeten zijn geweest. Niet in de laatste plaats omdat zij in hun eigen woning, een plek waar zij worden geacht zich veilig te kunnen voelen, op gewelddadige wijze zijn overvallen. Het daarnaast dreigen met vuurwapens en verkrachting geeft de gewelddadige en mensonterende wijze aan waarop verdachte met zijn mededaders te werk is gegaan. In de samenleving wordt op dergelijke gedragingen met grote onrust gereageerd.

Voorts heeft verdachte op 15 december 2005 een vuurwapen en munitie van de derde categorie van de Wet Wapens en Munitie voorhanden gehad. Het voorhanden hebben van dergelijke wapens en munitie levert een onaanvaardbaar risico op voor de veiligheid van personen.

Wat de persoon van de verdachte betreft, heeft de rechtbank acht geslagen op de justitiële documentatie d.d. 26 januari 2006. Verdachte blijkt eerder een ernstig vermogensdelict te hebben gepleegd. Daarnaast is verdachte veroordeeld voor handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, meermalen gepleegd en het handelen in strijd met de Opiumwet. De rechtbank acht het bijzonder verwerpelijk dat een jeugdig persoon als verdachte over dergelijke justitiële documentatie beschikt en blijft recidiveren.

Een en ander leidt ertoe dat de rechtbank van oordeel is dat op deze gedragingen ten aanzien van de verdachte niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een forse vrijheidsstraf.

7.2 De vorderingen van de benadeelde partijen

- De benadeelde partij 1 is ontvankelijk is haar vordering, nu aan verdachte een straf of maatregel wordt opgelegd en aan haar rechtstreeks schade is toegebracht door het onder 3 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de door het bewezen verklaarde strafbare feit toegebrachte schade.

De rechtbank zal de vordering toewijzen tot een bedrag van 1.500,= EUR, nu de vordering voor dit gedeelte niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

Naast toewijzing van deze civiele vordering zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

De benadeelde partij is in het resterende gedeelte van haar vordering, te weten een bedrag van 21.310,70 EUR niet ontvankelijk nu dit deel van de vordering niet eenvoudig van aard is en dat zij slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

- De benadeelde partij 2 is ontvankelijk is haar vordering, nu aan verdachte een straf of maatregel wordt opgelegd en aan haar rechtstreeks schade is toegebracht door het onder 3 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de door het bewezen verklaarde strafbare feit toegebrachte schade.

De rechtbank zal de vordering toewijzen tot een bedrag van 2.500,= EUR, nu de vordering voor dit gedeelte niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

Naast toewijzing van deze civiele vordering zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

De benadeelde partij is in het resterende gedeelte van haar vordering, te weten een bedrag van 732,50 EUR niet ontvankelijk nu dit deel van de vordering niet eenvoudig van aard is en dat zij slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

- De benadeelde partij 3 is ontvankelijk is haar vordering, nu aan verdachte een straf of maatregel wordt opgelegd en aan haar rechtstreeks schade is toegebracht door het onder 1 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de door het bewezen verklaarde strafbare feit toegebrachte schade.

De rechtbank zal de vordering toewijzen tot een bedrag van 1.740,= EUR, nu de vordering voor dit gedeelte niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

Naast toewijzing van deze civiele vordering zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

De benadeelde partij is in het resterende gedeelte van haar vordering, te weten een bedrag van 230,= EUR niet ontvankelijk nu dit deel van de vordering reeds is vergoed door de Postbank.

- De benadeelde partij 4 is ontvankelijk is haar vordering, nu aan verdachte een straf of maatregel wordt opgelegd en aan haar rechtstreeks schade is toegebracht door het onder 1 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de door het bewezen verklaarde strafbare feit toegebrachte schade.

De rechtbank zal de gevorderde immateriële schade naar billijkheid toewijzen tot een bedrag van 3.500,= EUR, nu de vordering voor dit gedeelte niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

Naast toewijzing van deze civiele vordering zal de rechtbank als extra waarborg voor de schadevergoeding tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

De benadeelde partij is in het resterende gedeelte van haar vordering, te weten een bedrag van 500,= EUR niet ontvankelijk nu dit deel van de vordering niet eenvoudig van aard is en dat zij slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

8. De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf en maatregel zijn gegrond op de volgende wettelijke voorschriften:

artikelen 24, 24c, 36f, 57, 310, 312, 317, 421 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26, 55 van de Wet wapens en munitie.

9. De beslissing

De rechtbank

verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals vermeld onder 4.1 van dit vonnis;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5. vermelde strafbare feiten oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens die feiten tot:

een GEVANGENISSTRAF voor de duur van 9 (negen) JAREN;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan benadeelde partij 1, een bedrag van 1.500,= EUR, met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

bepaalt dat de benadeelde partij 1, niet ontvankelijk is in het resterende deel van de vordering;

verstaat dat gehele of gedeeltelijke betaling van voormeld bedrag door een mededader de veroordeling van de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij 1, met eenzelfde bedrag doet verminderen;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van 1.500,= EUR ten behoeve benadeelde partij 1;

beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen;

verstaat dat de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van benadeelde partij 1, komt te vervallen voor zover een mededader heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van bovengenoemde benadeelde partij;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan benadeelde partij 2, een bedrag van 2.500,= EUR, met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

bepaalt dat de benadeelde partij 2, niet ontvankelijk is in het resterende deel van de vordering;

verstaat dat gehele of gedeeltelijke betaling van voormeld bedrag door een mededader de veroordeling van de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij 2, met eenzelfde bedrag doet verminderen;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van 2.500,= EUR ten behoeve van benadeelde partij 2;

beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen;

verstaat dat de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van benadeelde partij 2, komt te vervallen voor zover een mededader heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van bovengenoemde benadeelde partij;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan benadeelde partij 3, een bedrag van 1.740,= EUR, met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

bepaalt dat de benadeelde partij 3, niet ontvankelijk is in het resterende deel van de vordering;

verstaat dat gehele of gedeeltelijke betaling van voormeld bedrag door een mededader de veroordeling van de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij 3, met eenzelfde bedrag doet verminderen;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van 1.740,= EUR ten behoeve van benadeelde partij 3;

beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 35 dagen;

verstaat dat de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van benadeelde partij 3, komt te vervallen voor zover een mededader heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van bovengenoemde benadeelde partij;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen;

veroordeelt verdachte om tegen kwijting te betalen aan benadeelde partij 4, een bedrag van 3.500,= EUR, met veroordeling tevens van verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot deze uitspraak begroot op nihil;

bepaalt dat de benadeelde partij 4, niet ontvankelijk is in het resterende deel van de vordering;

verstaat dat gehele of gedeeltelijke betaling van voormeld bedrag door een mededader de veroordeling van de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij 4, met eenzelfde bedrag doet verminderen;

legt op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van 3.500,= EUR ten behoeve van benadeelde partij 4;

beveelt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt -onder handhaving van voormelde verplichting- vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 70 dagen;

verstaat dat de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van benadeelde partij 4, komt te vervallen voor zover een mededader heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van bovengenoemde benadeelde partij;

bepaalt dat de voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. drs. T.F. van der Lugt, voorzitter,

mr. dr. C.J. van der Wilt en mr. R.J. Baumgardt, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.C. Visser, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 juli 2006.