Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2006:AX9868

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
15-06-2006
Datum publicatie
03-07-2006
Zaaknummer
171854 CV EXPL 8153-05
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In casu kan een professionele grondroerder ter voldoening aan zijn onderzoeksplicht niet volstaan met het doen van een Klic-melding, maar dient hij er op bedacht te zijn dat de exacte ligging van een kabel op de bodem van water door externe factoren kan veranderen. Nu de grondroerder plaatselijk geen verder onderzoek heeft gedaan is hij tekort geschoten in zijn onderzoeksplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector kanton

Locatie Dordecht

kenmerk: 171854 CV EXPL 8153-05

vonnis van de kantonrechter te Dordrecht van 15 juni 2006

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KPN Telecom B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te ’s-Gravenhage,

eiseres,

gemachtigde mr. A.J. Steenstra, van Groenewegen en Partners Gerechtsdeurwaarders

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid J.C. Rijsdijk B.V.,

gevestigd en kantoorhoudend te Hendrik Ido Ambacht,

gedaagde,

gemachtigde mr. F.R.H. Kuiper advocaat te Apeldoorn.

Partijen worden aangeduid als KPN en Rijsdijk.

Verloop van de procedure

De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken:

1. de dagvaarding van 5 december 2005;

2. de conclusie van antwoord;

3. de conclusie van repliek;

4. de conclusie van dupliek;

5. de overgelegde producties.

Omschrijving van het geschil

1. Tussen partijen staat het volgende vast.

Op of omstreeks 18 maart 2004 heeft Rijsdijk baggerwerkzaamheden in een sloot te Ridderkerk uitgevoerd. Daarbij is een kabel welke eigendom is van KPN, geraakt en beschadigd. KPN ontdekte de beschadiging van de kabel, doordat zij een klacht aangaande telefoonstoring ontving.

Rijsdijk heeft tijdens de werkzaamheden gebruik gemaakt van een Klic-melding d.d. 16 oktober 2003. Op die melding stond de kabel in kwestie aangegeven.

Als gevolg van de beschadiging van de kabel heeft KPN schade geleden ter grootte van € 3.590,24.

De bewuste kabel lag er in ieder geval al in 1988.

2. KPN houdt Rijsdijk aansprakelijk voor de hiervoor vermelde schade, omdat Rijsdijk, volgens haar, niet de vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen.

Volgens KPN heeft Rijsdijk nagelaten ter plaatse voldoende voorzorgsmaatregelen te nemen teneinde eventuele kabels te traceren en positief te lokaliseren en na te volgen. Volgens KPN kan de diepteligging door externe factoren veranderen. Een professionele grondroerder zoals Rijsdijk dient daar volgens KPN rekening mee te houden. Zo de kabel ter plekke al lag in strijd met legvoorschriften welke in de vergunning zouden zijn aangegeven, dan ontheft zulks Rijsdijk in de ogen van KPN niet van haar aansprakelijkheid, nu Rijsdijk volgens PKN niet heeft voldaan aan haar onderzoeksplicht.

KPN vordert in rechte voormeld schadebedrag ad € 3.590,24, vermeerderd met wettelijke rente welke berekend tot 10 november 2005 bedraagt € 223,08 en € 600,- terzake buitengerechtelijke kosten.

3. Rijsdijk heeft de verschuldigdheid van de vordering gemotiveerd betwist.

Zij heeft betoogt dat zij een Klic-melding heeft gedaan en daarmee aan haar onderzoeksplicht heeft voldaan. Volgens Rijsdijk lag de kabel niet (meer) op 1 meter diepte, hetgeen, volgens haar, wel ingevolge de vergunningseisen van Waterschap IJsselmonde is vereist, zoals haar ambtshalve bekend is.

Dat de kabel niet op één meter diepte lag, leidt Rijsdijk af uit het feit dat zij deze heeft geraakt met een schuifboot. Een dergelijke boot schuift volgens Rijsdijk de modder van de bodem weg en dringt daar niet in door.

Volgens Rijsdijk behoeft zij er niet op bedacht te zijn dat de kabels door de modder zweven.

Rijsdijk stelt dat KPN zelf in strijd met haar zorgplicht handelt door op geen enkele wijze te inspecteren of de kabel welke jaren geleden is aangebracht nog op de juiste plaats ligt.

Rijsdijk heeft gemotiveerd de verschuldigdheid van buitengerechtelijke kosten betwist.

Beoordeling van het geschil

4. Rijsdijk heeft betoogd dat de kabel niet lag op de plaats waar deze volgens de vergunning had moeten liggen, op 1 meter diepte. Had de kabel op die plaats gelegen, dan had Rijsdijk deze niet geraakt, zo stelt zij.

5. De vraag is aan de orde of Rijsdijk, veronderstellendewijze ervan uitgaande dat de kabel in strijd met de (in Rijsdijks branche algemeen bekende) vergunningvoorschriften niet op één meer diepte lag, terwijl de boot waar Rijsdijk mee baggerde slechts over de bodem schuift, aansprakelijk kan worden gehouden voor de schade welke is aangericht.

Met KPN is de kantonrechter van oordeel dat Rijsdijk ter voldoening aan haar onderzoeks-plicht niet kan volstaan met het doen van een Klic-melding in casu. Rijsdijk dient er als professionele grondroerder op bedacht te zijn dat de exacte ligging van een kabel op de bodem van water door externe factoren kan veranderen.

Nu uit de eigen stellingen van Rijsdijk valt af te leiden dat zij plaatselijk geen verder onderzoek heeft gedaan en zij is afgegaan op de gegevens van de Klic-melding aangaande de ligging en haar eigen ambtshalve kennis voor wat betreft de diepte, is Rijsdijk tekort geschoten in haar onderzoeksplicht.

Dat wellicht van KPN verwacht mag worden dat zij bij dit soort kabels periodiek controleert of deze nog op de juiste plaats liggen, juist omdat ook KPN behoort te weten dat kabels in de bodem van het water door externe factoren kunnen verplaatsen en aldus niet langer conform de voorschriften liggen, doet in casu niets af aan de verantwoordelijkheid van Rijsdijk, nu deze ter plaatse in het geheel geen onderzoek heeft gedaan.

Het voorgaande leidt ertoe dat de hoofdvordering voor toewijzing gereed ligt.

6. Uit de overgelegde bescheiden blijkt dat de schadebehandelaar van KPN uitgebreid heeft gecorrespondeerd met Rijsdijk teneinde in der minne betaling te verkrijgen.

De vordering der buitengerechtelijke kosten is derhalve reeds daarom toewijsbaar. In dit verband wordt erop gewezen dat niet alleen handelingen van de gemachtigde, doch ook van partij zelf kunnen worden aangemerkt als verrichtingen buiten rechte welke erop gericht waren buiten rechte betaling te verkrijgen en meer omvatten dan een enkele aanmaning of zijn ter instructie van de zaak en aldus voor vergoeding in aanmerking komen.

7. De gevorderde rente zal als niet bestreden worden toegewezen.

8. Rijsdijk zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Rijsdijk aan KPN te betalen een bedrag van € 4.413,32, vermeerderd met de wettelijke rente over € 3.590,24 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de voldoening;

veroordeelt Rijsdijk in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van KPN bepaald op:

aan explootkosten € 71,93

aan griffierecht € 192

aan salaris gemachtigde € 400

Totale kosten € 663,93 ;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. Kemp-Randewijk, kantonrechter, en bij vervroeging uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 juni 2006, in aanwezigheid van de griffier.