Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2006:AV9493

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
10-04-2006
Datum publicatie
10-04-2006
Zaaknummer
64058 / KG ZA 06-42
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Afwijzing van vordering tot het staken van de executie van een ontruimingsvonnis.

Toepassing van de schuldsaneringsregeling op huurder is een nieuw feit. Geen sprake van misbruik van bevoegdheid door de woningstichting nu van haar niet kan worden gevergd dat zij ter bevordering van een succesvol verloop van de schuldsaneringsregeling afziet van haar eigen belang weer vrijelijk over de woning te beschikken.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 74
Faillissementswet
Faillissementswet 284
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 438
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JHV 2006/158
WR 2006, 76

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer: 64058 / KG ZA 06-42

vonnis in kort geding van 10 april 2006

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

procureur mr. C.M. Malipaard,

tegen

de stichting

Woonstichting Union,

gevestigd te Oud-Beijerland,

gedaagde,

in persoon verschenen bij M.J.M.M. Kouters, bestuurder,

gemachtigde mr. F.C.E. Lussi.

Partijen worden hieronder aangeduid als [eiser] en Union.

1. Het procesverloop

1.1 De voorzieningenrechter heeft ter terechtzitting van 27 maart 2006 kennis genomen van de volgende processtukken:

- dagvaarding van 22 maart 2006,

- pleitnotities van mr. Lussi, voornoemd,

- de door beide partijen overgelegde producties.

2. De feiten

2.1 Op grond van de - in zoverre niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken - stellingen van partijen en in het geding gebrachte producties wordt in dit geding van het volgende uitgegaan:

2.2 [eiser] huurt van Union een woning gelegen aan de [adres] te [postcode] [woonplaats] (hierna: het gehuurde).

2.3 Bij vonnis van de sector kanton van deze rechtbank van 19 december 2005 is de huurovereenkomst tussen partijen ontbonden. Daarbij is [eiser] veroordeeld tot ontruiming.

2.4 Het vonnis is op 16 januari 2006 betekend. [eiser] is aangezegd dat het gehuurde door Union zal worden ontruimd op 31 januari 2006.

2.5 Op 24 januari 2006 heeft deze rechtbank ten aanzien van [eiser] de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken. Voorts is een afkoelingsperiode van één maand bepaald.

2.6 In verband met deze afkoelingsperiode is de ontruiming op 31 januari 2006 niet doorgegaan.

2.7 Op 17 maart 2006 is [eiser] aangezegd dat het gehuurde op 28 maart 2006 zal worden ontruimd. Union heeft ter zitting verklaard niet te zullen ontruimen tot in dit kort geding uitspraak is gedaan.

3. De vordering

3.1 [eiser] vordert -kort samengevat- Union te gebieden de executie van het vonnis van 19 december 2005 te staken voor zover dit is gericht op de ontruiming van [eiser] uit het gehuurde, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van Union in de kosten van het geding. [eiser] stelt daartoe het volgende.

3.2 De tenuitvoerlegging van het vonnis heeft vergaande consequenties voor [eiser]. De ontruiming van het gehuurde en het betrekken van een andere woning brengt immers extra kosten met zich mee, hetgeen gevaar kan opleveren voor de afwikkeling van de schuldsanering. Het is van belang voor [eiser] in de wettelijke schuldsanering te blijven.

Voorts heeft [eiser] belang bij behoud van het gehuurde. Bovendien is hij in staat de huur te voldoen. Er is een evident gevaar dat er aan de zijde van [eiser] een noodtoestand ontstaat. De tenuitvoerlegging van het vonnis is daarom in strijd met de redelijkheid en billijkheid en levert misbruik van bevoegdheid op. De tenuitvoerlegging dient te worden gestaakt.

3.3 Union heeft de vordering gemotiveerd weersproken. De inhoud van haar verweer zal hierna voor zover nodig nader worden omschreven.

4. De beoordeling

De ontvankelijkheid

4.1 Primair stelt Union zich op het standpunt dat [eiser] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat hij in verband met de schuldsaneringsregeling alleen als procespartij kan verschijnen middels zijn bewindvoerder.

Dit standpunt gaat niet op. In de onderhavige procedure wordt een verbod gevorderd tot tenuitvoerlegging van een eerder tegen [eiser] gewezen vonnis. Nu dit geen vordering is welke ziet op tot de boedel behorende rechten of verplichtingen, kan [eiser] in zijn vordering worden ontvangen.

4.2 [eiser] heeft een spoedeisend belang bij de gevorderde voorziening gelet op de aangezegde ontruiming.

De inhoudelijke beoordeling van het geschil

4.3 In een geschil over de executie met betrekking tot een ontruimingsvonnis kan slechts de staking van de tenuitvoerlegging van dat vonnis worden bevolen indien de executant, gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de ontruiming zullen worden geschaad, geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust, hetgeen in het onderhavige geding gesteld noch gebleken is, of indien de ontruiming op grond van na het vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard en sprake is van misbruik van bevoegdheid.

4.4 De toepassing van de schuldsaneringsregeling is een nieuw feit. Thans dient derhalve de vraag te worden beantwoord of dit meebrengt dat sprake is van misbruik van bevoegdheid indien het ontruimingsvonnis zou worden geëxecuteerd.

4.5 De noodtoestand die door de ontruiming als zodanig zou ontstaan kan geen reden zijn de executie van het vonnis ontoelaatbaar te achten. De gevolgen van het vonnis zijn door de kantonrechter onder ogen gezien en aanvaardbaar geacht. Het is niet aan de voorzieningenrechter die beslissing terzijde te stellen.

4.6 Voorshands is aannemelijk dat het voor [eiser] in verband met het welslagen van de schuldsaneringsregeling van belang is dat hij in het gehuurde kan blijven omdat de ontruiming en de daaropvolgende verhuizing naar een andere woning tot kosten zal leiden. Dit is echter geen reden de executie te staken. Van Union kan niet gevergd worden dat zij ter bevordering van een succesvol verloop van de regeling afziet van haar eigen belang weer vrijelijk over de woning te beschikken. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat meerdere procedures tussen partijen zijn gevoerd -onder meer in verband met huurachterstanden- en dat de ontruiming van het gehuurde reeds eerder bij vonnis van 17 januari 2005 is bevolen. De omstandigheid dat inmiddels de schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard op [eiser] kan voorshands derhalve niet tot de conclusie leiden dat executie van het vonnis ontoelaatbaar is. Datzelfde geldt voor de toezegging dat toekomstige huurpenningen tijdig zullen worden voldaan.

4.7 Op grond van het voorgaande zal de vordering van [eiser] worden afgewezen.

4.8 Als de in het ongelijk gestelde partij zal [eiser] worden veroordeeld in de proceskosten.

5. De beslissing in kort geding

De voorzieningenrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Union bepaald op € 816,-- aan salaris van de gemachtigde en € 248,-- aan verschotten (griffierecht).

Dit vonnis is gewezen door mr. P.G.J. de Heij en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 april 2006.