Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2006:AV8840

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
06-04-2006
Datum publicatie
06-04-2006
Zaaknummer
11/500581-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

'Verdachte heeft in de periode van maart 2001 tot mei 2002 en in de periode van januari 2005 tot mei 2005 vier vrouwen meermalen verkracht. (In de tussenliggende jaren was hij gedetineerd). Hierbij maakte hij gebruik van geweld, feitelijkheden (waaronder het van hem afhankelijk maken van de slachtoffers door hen harddrugs te verstrekken) en bedreiging met geweld. Bij het bewijs is gebruikgemaakt van een kettingconstructie, aangezien verdachte bij alle (drugsverslaafde) slachtoffers op gelijksoortige wijze te werk ging. Hij dwong hen bij hem soortgelijke (tot in detail) handelingen te verrichten en ook het door hem toegepaste geweld en bedreiging met geweld komt overeen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Tegenspraak

Parketnummer: 11/500581-05

Zittingsdatum : 23 maart 2006

Uitspraak : 6 april 2006

VERKORT STRAFVONNIS

De rechtbank Dordrecht heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [ geboortedatum],

zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in de P.I. Zuid-West, locatie Dordtse Poorten, te Dordrecht.

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.

1. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

01 januari 2005 tot en met 26 mei 2005 te Dordrecht, in elk geval in

Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging

met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] (telkens) heeft

gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of

mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer 1], hebbende verdachte zich (langdurig) laten pijpen door die[slachtoffer 1]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte (telkens)

- die[slachtoffer 1] van hem, verdachte, afhankelijk heeft gemaakt, door haar

cocaïne te laten gebruiken en/of

- heeft gedreigd om agressief te worden, waarbij hij, verdachte, die

[slachtoffer 1] de woorden: "maak me niet kwaad" en/of "ik ben levensgevaarlijk" en/of

- ik ben in staat iemand te vermoorden" heeft toegevoegd, althans woorden van

gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- meerdere, althans één, mes(sen) (zichtbaar) onder zijn, verdachtes,

handbereik heeft gehad en/of

- het hoofd van die[slachtoffer 1] (krachtig) heeft beetgepakt en/of vastgehouden(vervolgens) naar zich heeft toegetrokken (waardoor zijn, verdachtes, penis(diep) in de keel van die[slachtoffer 1] kwam, ten gevolge waarvan die[slachtoffer 1]nauwelijks kon ademen en/of dreigde te verstikken en/of pijn aan haar huig)en/of

- heeft gedreigd met het veroorzaken van overlast ten gevolge waarvan die

[slachtoffer 1] (die al een laatste waarschuwing van de Woningbouwverenging had

ontvangen) uit haar huis zou worden gezet,

en/of (aldus) voor die[slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari

2005 tot en met 26 mei 2005 te Dordrecht, in elk geval in Nederland, met N.I.

[slachtoffer 1], van wie hij, verdachte, wist dat die[slachtoffer 1] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn, of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar

geestvermogens leed dat die[slachtoffer 1] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden,

(telkens) één of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit

het seksueel binnendringen van het lichaam van die[slachtoffer 1], immers heeft hij,verdachte, zich meermalen, althans eenmaal, (langdurig) laten pijpen door die [slachtoffer 1];

2.

hij op of omstreeks 20 mei 2005 en/of 21 mei 2005 te Dordrecht, in elk geval

in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging

met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 2] heeft gedwongen

tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer 2], hebbende verdachte

- zich meermalen, althans eenmaal, (langdurig) laten pijpen door die Van der

[slachtoffer 2] en/of

- (vervolgens) zijn, verdachtes, penis meermalen, althans eenmaal, in de

vagina van die [slachtoffer 2] geduwd en/of gebracht,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- die [slachtoffer 2] van hem, verdachte, afhankelijk heeft gemaakt, door haar

(te dwingen) drank en/of cocaïne en/of heroïne te (laten) gebruiken en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij, verdachte, haar zou gaan

vermoorden (op het moment dat die [slachtoffer 2] aan hem, verdachte, te

kennen had gegeven geen heroïne te willen gebruiken) en/of

- die [slachtoffer 2] heeft gedwongen om op haar knieën te gaan liggen en/of

(daarbij) het hoofd van die [slachtoffer 2] (krachtig) heeft beetgepakt en/of

vastgehouden (waardoor zij niet kon wegkomen) en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer 2] heeft gedwongen op haar rug te gaan liggen

en/of

- met meerdere, althans één, mes(sen) zwaaiende bewegingen heeft gemaakt,

en/of (aldus) voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen

ontstaan;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 20 mei 2005 en/of 21 mei 2005 te Dordrecht, in elk geval

in Nederland, met [slachtoffer 2], van wie hij, verdachte, wist dat die Van

der [slachtoffer 2] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer 2] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, één of meer ontuchtige handeling(en) heeft

gepleegd, bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die Van

der [slachtoffer 2], immers heeft hij, verdachte, zich meermalen, althans eenmaal, (langdurig) laten pijpen door die [slachtoffer 2] en/of heeft hij, verdachte,zijn, verdachtes, penis, meermalen, althans eenmaal, in de vagina van die [slachtoffer 2] geduwd en/of gebracht;

3.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

01 februari 2005 tot en met 22 april 2005 te Dordrecht, in elk geval in

Nederland, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of

bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 3]

heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit

of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer 3], hebbende verdachte meermalen, althans eenmaal, zich (langdurig)

laten pijpen door die [slachtoffer 3] en bestaande dat geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte (telkens)

- die [slachtoffer 3] cocaïne en/of heroïne heeft laten gebruiken en/of

- de woning van die [slachtoffer 3] heeft binnengedrongen en/of

- die [slachtoffer 3] in een afhankelijkheidsrelatie met hem, verdachte, heeft

gebracht en/of met zijn psychische overwicht, dat hij, verdachte, op die

[slachtoffer 3] had verworven, die [slachtoffer 3] aan zijn, verdachtes, wil

heeft onderworpen en/of de wil van die [slachtoffer 3] heeft gemanipuleerd,

althans een overwicht over die [slachtoffer 3] heeft gehad,

en/of (aldus) voor die [slachtoffer 3] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

01 februari 2005 tot en met 22 april 2005 te Dordrecht, in elk geval in

Nederland, met [slachtoffer 3], van wie hij, verdachte, wist dat die

[slachtoffer 3] in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer 3] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, (telkens) één of meer ontuchtige handeling(en)

heeft gepleegd, bestaande uit het seksueel binnendringen van het lichaam van

die [slachtoffer 3], immers heeft hij, verdachte, zich meermalen, althans eenmaal,(langdurig) laten pijpen door die [slachtoffer 3];

4.

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

01 maart 2001 tot en met 18 mei 2002 te Dordrecht, in elk geval in Nederland,

(telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met

geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4], hebbende

verdachte (telkens)

- zich meermalen, althans eenmaal, (langdurig) laten pijpen door die

[slachtoffer 4] en/of

- (vervolgens) zijn, verdachtes, penis meermalen, althans eenmaal, in de

vagina en/of in de anus van die [slachtoffer 4] geduwd en/of gebracht,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte (telkens)

- die [slachtoffer 4] cocaïne en/of heroïne heeft laten gebruiken en/of

- die [slachtoffer 4] in een afhankelijkheidsrelatie met hem, verdachte, heeft

gebracht en/of met zijn psychische overwicht, dat hij, verdachte, op die

[slachtoffer 4] had verworven, die [slachtoffer 4] aan zijn, verdachtes, wil

heeft onderworpen en/of de wil van die [slachtoffer 4] heeft gemanipuleerd,

althans een overwicht over die [slachtoffer 4] heeft gehad,

- die [slachtoffer 4] tegen haar hoofd en/of lichaam heeft geslagen en/of

gestompt en/of

- die [slachtoffer 4] de woorden: "Ik breek je nek" heeft toegevoegd, althans

woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

en/of (aldus) voor die [slachtoffer 4] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 maart 2001

tot en met 18 mei 2002 te Dordrecht, in elk geval in Nederland, met

[slachtoffer 4], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer 4] in staat van bewusteloosheid of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige

gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van haar geestvermogens leed

dat die [slachtoffer 4] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te

bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, (telkens) één of

meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4], immers heeft hij, verdachte, zich meermalen, althans eenmaal, (langdurig) laten pijpen door die [slachtoffer 4]en/of heeft hij, verdachte, zijn, verdachtes, penis meermalen, althans eenmaal, in de vagina en/of in de anus van die [slachtoffer 4] geduwd en/of gebracht;

2. De voorvragen

2.1 De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

2.2 De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

2.4 De schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

3. Het onderzoek ter terechtzitting

3.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft -het primair onder feit 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen achtend- gevorderd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden met aftrek van de tijd die door verdachte in voorlopige hechtenis is doorgebracht.

3.2 De verdediging

De verdediging heeft een bewijsverweer en een strafmaatverweer gevoerd

4. De bewijsbeslissingen

4.1 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

1.

op tijdstippen in de periode van 01 januari 2005 tot en met 26 mei 2005 te Dordrecht, door geweld of andere feitelijkheden en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] telkens heeft gedwongen tot het ondergaan van handeling die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer 1], hebbende verdachte zich langdurig laten pijpen door die[slachtoffer 1] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden en die bedreiging met geweld hierin dat verdachte telkens

- die[slachtoffer 1] van hem, verdachte, afhankelijk heeft gemaakt, door haar cocaïne te laten gebruiken en/of

- heeft gedreigd om agressief te worden, waarbij hij, verdachte, die[slachtoffer 1] de woorden: "maak me niet kwaad" en/of "ik ben levensgevaarlijk"

- heeft toegevoegd, en/of

- het hoofd van die[slachtoffer 1] krachtig heeft beetgepakt en vastgehouden en (vervolgens) naar zich heeft toegetrokken (waardoor zijn, verdachtes, penis (diep) in de keel van die[slachtoffer 1] kwam, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] nauwelijks kon ademen en dreigde te verstikken en pijn aan haar huig kreeg),

en aldus voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2.

op 20 mei 2005 of 21 mei 2005 te Dordrecht, door geweld of andere feitelijkheden en bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van handeling die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], hebbende verdachte

- zich meermalen, langdurig laten pijpen door die [slachtoffer 2] en

- (vervolgens) zijn, verdachtes, penis meermalen, in de vagina van die [slachtoffer 2] geduwd,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden en die bedreiging met geweld hierin dat verdachte

- die [slachtoffer 2] van hem, verdachte, afhankelijk heeft gemaakt, door haar te dwingen cocaïne te gebruiken en

- tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij, verdachte, haar zou gaan vermoorden (op het moment dat die [slachtoffer 2] aan hem, verdachte, te kennen had gegeven geen heroïne te willen gebruiken) en

- die [slachtoffer 2] heeft gedwongen om op haar knieën te gaan liggen en (daarbij) het hoofd van die [slachtoffer 2] (krachtig) heeft beetgepakt en vastgehouden (waardoor zij niet kon wegkomen) en

- (vervolgens) die [slachtoffer 2] heeft gedwongen op haar rug te gaan liggen en/of

- met mes(sen) zwaaiende bewegingen heeft gemaakt,

en (aldus) voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

3.

op tijdstippen in de periode van 01 februari 2005 tot en met 22 april 2005 te Dordrecht, telkens door geweld of andere feitelijkheden [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer 3], hebbende verdachte meermalen, zich langdurig laten pijpen door die [slachtoffer 3] en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden hierin dat verdachte telkens

- die [slachtoffer 3] cocaïne heeft laten gebruiken en/of

- de woning van die [slachtoffer 3] heeft binnengedrongen en/of

- die [slachtoffer 3] in een afhankelijkheidsrelatie met hem, verdachte, heeft gebracht en met zijn psychische overwicht, dat hij, verdachte, op die [slachtoffer 3] had verworven, die [slachtoffer 3] aan zijn, verdachtes, wil heeft onderworpen

en (aldus) voor die [slachtoffer 3] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

4.

op tijdstippen in de periode van 01 maart 2001 tot en met 18 mei 2002 te Dordrecht, telkens door geweld of andere feitelijkheden en bedreiging met geweld [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 4], hebbende verdachte telkens

- zich meermalen, langdurig laten pijpen door die [slachtoffer 4] en

- (vervolgens) zijn, verdachtes, penis ,in de vagina of in de anus van die [slachtoffer 4] geduwd of gebracht,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden en die bedreiging met geweld hierin dat verdachte telkens

- die [slachtoffer 4] cocaïne en heroïne heeft laten gebruiken en/of

- die [slachtoffer 4] in een afhankelijkheidsrelatie met hem, verdachte, heeft gebracht en met zijn psychische overwicht, dat hij, verdachte, op die [slachtoffer 4] had verworven, die [slachtoffer 4] aan zijn, verdachtes, wil heeft onderworpen en de wil van die [slachtoffer 4] heeft gemanipuleerd,

- die [slachtoffer 4] tegen haar hoofd en lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of

- die [slachtoffer 4] de woorden: "Ik breek je nek" heeft toegevoegd,

en (aldus) voor die [slachtoffer 4] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.2 Nadere bewijsoverweging

Ten aanzien van de bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten

De rechtbank heeft haar overtuiging dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft gepleegd, mede gebaseerd op de verklaringen van de aangeefsters in de andere aan verdachte ten laste gelegde feiten. De rechtbank overweegt het navolgende.

Uit de aangiften blijkt dat er ten aanzien van de navolgende punten overeenkomsten bestaan:

- het feit dat alle aangeefsters vrouwen zijn die verslaafd zijn aan harddrugs waardoor zij in een kwetsbare positie verkeren;

- het feit dat verdachte hen aanvankelijk als vriend harddrugs verstrekte en na korte tijd hiervoor steeds een wederdienst in de vorm van seksuele handelingen verlangde;

- de aard van de seksuele handelingen die door aangeefsters verricht moesten worden;

- de bedreigende houding/gezichtsuitdrukking en/of de bedreigingen die door verdachte naar de slachtoffers werden geuit en de mishandelingen die door verdachte werden gepleegd als zij niet deden wat door verdachte van hen werd verlangd.

De rechtbank is van oordeel dat uit de verschillende aangiftes voldoende blijkt dat de gang van zaken tussen verdachte en de verschillende aangeefsters op essentiële punten met elkaar overeenkomt en dat daarmee (en met andere bewijsmiddelen) voldoende wettig en ook overtuigend bewijs voorhanden is om alle aan verdachte tenlastegelegde feiten bewezen te kunnen verklaren.

Ten aanzien van het onder 3. bewezen verklaarde feit:

Uit het dossier komt naar voren dat het slachtoffer in de onderhavige zaak een persoon betrof die instabiel en afhankelijk van anderen was en moeilijk alleen kon zijn. Voorts komt uit het dossier naar voren dat het slachtoffer verslaafd was aan harddrugs.

Als gevolg van de psychische gesteldheid van het slachtoffer was zij niet bij machte om verdachte buiten de deur te zetten op het moment dat hij bij haar in de woning kwam of hier binnen drong, en om de verleiding te weerstand de door verdachte aan haar aangeboden harddrugs te gebruiken. Hierdoor liep zij als het ware 'in de val' van verdachte om, als tegenprestatie voor de aan haar verstrekte drugs, bij verdachte de door hem gewenste seksuele handelingen als tegenprestatie te verrichten en was zij niet in staat om dit alsnog te weigeren.

De in de tenlastelegging onder de gedachtestreepjes vermelde feitelijkheden en geweld moeten, gezien bovenomschreven situatie waarin het slachtoffer verkeerde, in onderlinge samenhang worden bezien en beoordeeld. Zo beoordeeld leveren de aldaar genoemde feitelijkheden en het geweld naar het oordeel van de rechtbank dat strafbare geweld en die strafbare feitelijkheden op, waardoor de aan verdachte ten lastegelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard.

4.3 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft, maar ook voor het bewijs van de overige feiten, nu deze feiten soortgelijke feiten betreffen en uit de verschillende bewijsmiddelen voldoende blijkt van een gang van zaken die op essentiële punten overeen komt.

De rechtbank bezigt de inhoud van de geschriften als bedoeld in artikel 344, lid 1 sub 5° van het Wetboek van Strafvordering alleen in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De bewezen geachte feiten volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

1. primair, 3. primair en 4. primair telkens

VERKRACHTING, MEERMALEN GEPLEEGD;

2. primair

de voortgezette handeling van

VERKRACHTING, MEERMALEN GEPLEEGD.

6. De strafbaarheid van de verdachte

6.1 Het rapport van de deskundige

Over verdachte is een rapport uitgebracht door P.K.J. Ronhaar, psychiater, en H.A. van Kempen, psycholoog, beiden werkzaam bij het Pieter Baan Centrum te Utrecht, gedateerd 27 februari 2006. Deze gedragsdeskundigen concluderen het navolgende.

'Behalve het vaststellen van verdachtes afhankelijkheid van cocaïne, kan op basis van ons beperkte onderzoek geen uitspraak worden gedaan over het al dan niet bestaan van een psychische stoornis bij verdachte en - indien er sprake is van een stoornis - over de aard en omvang daarvan. De vraag naar de eventuele doorwerking in het tenlastegelegde kan evenmin worden beantwoord. Voor zover er sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis kan daar niet vanzelfsprekend uit worden afgeleid dat verdachte beperkingen ondervond in het maken van keuzes bij zijn delictgedrag.

Vragen over de toerekeningsvatbaarheid en het recidivegevaar voortkomend uit een eventuele stoornis bij verdachte kunnen wij derhalve, samenhangend met het voorgaande, niet beantwoorden.'

6.2 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank verenigt zich met de conclusie van het voormelde rapport. Zij is van oordeel dat op grond van het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting voldoende is komen vast te staan dat de ten laste gelegde en bewezen verklaarde feiten aan verdachte kunnen worden toegerekend.

Ook overigens is er geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdacht uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. De redenen, die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

7.1 Strafmotivering

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in de periode van maart 2001 tot mei 2002 en in de periode van januari 2005 tot mei 2005 diverse slachtoffers gedwongen bij hem seksuele handelingen te verrichten tegen hun wil. Alle slachtoffers betroffen vrouwen die verslaafd waren aan harddrugs en die als gevolg daarvan geen weerstand konden bieden aan de verleiding om de harddrugs te gebruiken die zij van verdachte kregen aangeboden. Als tegenprestatie verlangde verdachte van de vrouwen dat zij hem met name (langdurig) zouden pijpen. Op de momenten dat de slachtoffers zich hiertegen verzetten of de handelingen niet naar tevredenheid van verdachte uitvoerden werden zij veelal bedreigd en/of mishandeld.

Verdachte heeft door het plegen van deze feiten een ontoelaatbare inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. De feiten hebben voorts een grote impact op de slachtoffers gehad.

Het hoeft weinig betoog dat feiten als de onderhavige ook in de samenleving gevoelens van afschuw en verontwaardiging oproepen.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen alsmede gezien de aard en de ernst van de strafbare feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd, kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een vrijheidsbenemende straf.

Bij de bepaling van de duur van de straf houdt de rechtbank rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals deze naar voren zijn gebracht in het over hem door het Pieter Baan Centrum opgemaakte rapport, genoemd onder 6., en zoals die ook overigens ter terechtzitting zijn gebleken. Ten nadele van verdachte weegt de rechtbank mee dat verdachte reeds eerder veelvuldig met politie en justitie in aanraking is gekomen, onder meer wegens geweldsdelicten, en in 1999 door het Gerechtshof te 's-Gravenhage (onder meer) is veroordeeld ter zake van soortgelijke zedendelicten als thans bewezenverklaard.

Alles afwegend acht de rechtbank het opleggen van een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

8. De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf is gegrond op de volgende wettelijke voorschriften:

de artikelen 56, 57 en 242 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank

verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals vermeld onder 4.1 van dit vonnis;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5. vermelde strafbare feiten oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens die feiten tot:

een GEVANGENISSTRAF voor de duur van 4 (VIER) JAREN;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H.W. Bezemer, voorzitter,

mr. F.L.J.M. Heijnen en mr. E.H. van der Steeg, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.E. Boekholtz, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 april 2006.

Wegens afwezigheid zijn mr. Heijnen en mr. Van der Steeg buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.