Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2006:AU9896

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
11-01-2006
Datum publicatie
19-01-2006
Zaaknummer
58261 / HA ZA 05-2106
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De curator vordert terugbetaling van aan gedaagde betaalde factuur inzake een verrekening voor gebruik van beton met een lagere gemiddelde prijs dan overeengekomen. De curator baseert zijn vordering op het feit dat de failliet de door haar aan haar onderaannemer verzonden verrekeningsfactuur niet betaald heeft gekregen en dat de door de failliet ingestelde vordering tot betaling van die factuur afgewezen is. Daartoe is op grond van het Haviltex-criterium overwogen dat de uitleg die de failliet aan de bepaling gaf in de gegeven omstandigheden niet voor de hand lag en dat de onduidelijkheid inzake die bepaling voor rekening van de opsteller, de failliet, diende te blijven, zodat de failliet niet verrekeningsbevoegd was. De door de failliet verzonden factuur was gebaseerd op een bepaling in de overeenkomst met de onderaannemer gelijkluidend aan de bepaling in de overeenkomst tussen gedaagde en de failliet, waarop gedaagde de verrekening baseert. Mede op grond van het toepasselijke back-to-back-beginsel brengt de uitleg van de bepaling tegenover de onderaannemer met zich dat de uitleg die gedaagde aan de bepaling gaf ook niet voor de hand lag, zodat geen bevoegdheid tot verrekening bestond, aldus de curator.

De vordering van de curator wordt afgewezen.

Niet aannemelijk is dat de failliet uitging van een andere uitleg van de bepaling dan gedaagde, nu zij zonder meer tot betaling van de op de bepaling gebaseerde factuur is overgegaan. Van een onduidelijkheid in de formulering was in de onderhavige rechtsverhouding ten tijde van de betaling geen sprake, zodat de rechtbank niet toekomt aan toepassing van het Haviltex-criterium.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

AR / 13.1

58261/HA ZA 05-2106 (DO)

datum vonnis: 11 januari 2006

RECHTBANK DORDRECHT

sector civiel recht - enkelvoudige kamer

VONNIS in conventie en in reconventie in de zaak van:

Mr. Paul Henri Joseph T'SAS in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van

de besloten vennootschap ZUID NEDERLANDS VLECHTBEDRIJF B.V.,

wonende te Breda,

eiser in conventie,

verweerder in voorwaardelijke reconventie,

procureur: mr. M.L. Veldhuijzen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BETONIJZERBUIGCENTRALE EN HANDELSMAATSCHAPPIJ B.V.,

gevestigd te Hardinxveld-Giessendam,

gedaagde in conventie,

eiseres in voorwaardelijke reconventie,

procureur: mr. V.J. Groot.

Partijen worden hierna aangeduid als "de curator" respectievelijk "BBC".

Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- de dagvaarding d.d. 28 januari 2005, met producties;

- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie, met producties;

- de conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie tevens houdende akte vermeerdering van eis, met productie;

- de conclusie van dupliek in conventie tevens repliek in reconventie, alsook akte wijziging van eis in reconventie;

- de akte in conventie tevens houdende conclusie van dupliek in (voorwaardelijke) reconventie;

- de antwoordakte van de zijde van BBC.

1. De vaststaande feiten

1.1. BBC heeft in het kader van het project "de Hemboog" (hierna: "het project") van de Combinatie Hemboog V.O.F. (hierna: "de VOF") opdracht gekregen tot het verrichten van bepaalde werkzaamheden. De overeenkomst tussen de VOF en Wapeningsstaalcombinatie B.N.L. v.o.f. (hierna: "hoofdaannemer") enerzijds en BBC als onderaannemer bepaalt, voorzover in dit geding relevant, het volgende.

"HA [hoofdaannemer, rb] en OA [onderaannemer, rb] hebben voor wat betreft het door OA uit te voeren onderdeel jegens elkaar dezelfde rechten en verplichtingen als de opdrachtgever en HA jegens elkaar hebben.

(...)

2. De prijs

HA verbindt zich om aan OA voor het opgedragen werk te betalen:

* Diameter 12 mm f 1.970,-/ton (...)

* Diameter 16 mm f 1.520,-/ton (...)

* Diameter 20 mm f 1.315,-/ton (...)

* Diameter 25 mm f 1.195,-/ton (...)

* Diameter 32 mm f 1.120,-/ton (...)

* Hulpbewapening f 1.395,-/ton (...)

(...)

3. Prijsverrekening

* De leverantie van de wapeningsstaal is verrekenbaar volgens de CROW met als peildatum 22 september 2000. Verrekening vindt plaats per kwartaal direct na het bekend zijn van de kwartaalcijfers;

* (...)

* (...)

* Staal wordt berekend/verrekend op basis van het theoretisch gewicht met een soortgelijke massa van 7,85 kg/dm³;

* (...)

* Hulpbewapening wordt apart op de buigstaten verrekend;

* (...)

(...)

5. Mede in de prijs is inbegrepen

* (...)

* Diameter overprijzen;

(...)

7. Meer-/minderwerk

In principe zal verrekening van eventueel meerwerk slechts plaatsvinden in geval dit meerwerk is geaccepteerd door de bouwdirectie (back-to-back).

13. Facturering

Wekelijks aan de hand van goedgekeurde buigstaten met hantering van theoretische gewichten (SG 7,85).

De uitvoering van de HA verstrekt bonnen ("bevestiging (deel-)levering") voor de op de bouwplaats geleverde en/of verwerkte netto hoeveelheden."

1.2. BBC heeft (een deel van) de werkzaamheden in het kader van het project uitbesteed aan de besloten vennootschap Zuid Nederlands Vlechtbedrijf (hierna: ZNV"). De opdracht van BBC aan ZNV d.d. 25 juni 2001 luidt onder meer als volgt.

"Het verwerken van :ca 4082500 kg. betonstaal t.b.v. het bovengenoemde werk, e.e.a. volgens de aan U te verstrekken gegevens.

(...)

Prijs :F 12 533700 KG

F 16 800400 KG

F 20 1200700 KG =gem. prijs F 600,00

F 25 1200700 KG per ton, excl. B.T.W.

F 32 266900 KG

hulpwap. 80100 KG

(...)

Meerprijs :(...)

Bij afwijkingen in bovenstaande specificatie zal er verrekening plaatsvinden.

Prijsverrekening : De prijs is vast voor de duur van het werk.

Voorwaarden : Volgens standaard, d.d. 1 januari 1998"

1.3. ZNV heeft op haar beurt (een deel van) de werkzaamheden in het kader van het project uitbesteed aan de besloten vennootschap de Utrechtse Buigcentrale (hierna: "UBC"). De opdracht van ZNV aan UBC d.d. 28 juni 2001 luidt, voorzover relevant, als volgt.

"Het verwerken van :ca 4082500 Kg. betonstaal t.b.v. het bovengenoemde werk, e.e.a. volgens de aan U te verstrekken gegevens.

(...)

Prijs :F 12 533700 KG

F 16 800400 KG

F 20 1200700 KG =gem. prijs F 570,00

F 25 1200700 KG per Ton, excl. B.T.W.

F 32 266900 KG

hulpwap. 80100 KG

(...)

Meerprijs :(...)

Bij afwijkingen in bovenstaande specificatie zal er verrekening plaatsvinden.

Prijsverrekening : De prijs is vast voor de duur van het werk.

Voorwaarden : Volgens standaard, d.d. 1 januari 1998."

1.4. Op 24 maart 2003 heeft ZNV UBC een factuur gezonden ter hoogte van EUR 111.091,53 terzake van een prijscorrectie voor het "Werk; 2825 Hemboog Amsterdam" vanwege een afwijking van de gecontracteerde specificaties in de diameter van het bij de werkzaamheden te gebruiken betonstaal.

1.5. Op 23 april 2003 heeft BBC ZNV een factuur verzonden met als omschrijving "Diameter verrekening Hemboog e.e.a. volgens afspraak/fax d.d. 24-03-03". Het gefactureerde bedrag ad EUR 116.931,11 heeft ZNV voldaan.

1.6. UBC heeft de factuur van ZNV niet voldaan, waarna ZNV haar betalingen aan UBC opgeschort heeft. UBC heeft ZNV vervolgens gedagvaard voor de rechtbank Breda en gevorderd dat ZNV veroordeeld zou worden tot betaling van de facturen van UBC. In reconventie heeft ZNV zich beroepen op verrekening van de vordering van UBC op ZNV met haar vordering op UBC. ZNV heeft zich in die procedure op het standpunt gesteld dat zij op grond van de overeenkomst tussen haar en UBC gerechtigd was een verrekening toe te passen in verband met het feit dat UBC betonstaal had gebruikt met een grotere gemiddelde diameter dan overeengekomen.

1.7. Op 20 april 2004 is ZNV failliet verklaard en is mr. t'Sas tot curator benoemd.

1.8. De rechtbank Breda heeft bij vonnis van 21 april 2004 de vordering in reconventie afgewezen en ZNV tot betaling van de openstaande facturen van UBC veroordeeld. De rechtbank overwoog daartoe onder meer het volgende.

""Bij afwijkingen in bovenstaande specificatie zal er verrekening plaatsvinden".

Volgens UBC is er op basis van deze zinsnede alleen verrekening mogelijk bij een afwijking van de in de overeenkomst opgenomen hoeveelheid te verwerken betonstaal, terwijl ZNV van mening is dat verrekening ook mogelijk is bij een afwijking van de overeengekomen diametergrootte.

(...) gaat het bij de uitleg van de litigieuze zinsnede om de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs hieraan mochten toekennen en om hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

(...)

De rechtbank heeft hierboven reeds overwogen dat de uitleg van ZNV van de litigieuze zinsnede in de gegeven omstandigheden niet voor de hand ligt. (...) Waar ZNV en UBC beide professionele partijen zijn, moet de onduidelijkheid in de formulering van de litigieuze zinsnede voorts voor rekening en risico blijven van de opsteller, ZNV."

2. Het geschil

in conventie

2.1. De curator vordert na vermeerdering van eis bij conclusie van repliek dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

primair

BBC zal veroordelen tot betaling tegen bewijs van kwijting van een bedrag van EUR 116.931,11, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 28 januari 2005 tot aan de dag der algehele voldoening;

subsidiair

I de rechtshandeling inhoudende de betaling van de factuur van BBC zal vernietigen;

en, voorzover in rechte komt vast te staan dat de door BBC voorgestane overeenkomst daadwerkelijk bestaat:

II de rechtshandeling inhoudende de overeenstemming over de uitleg en de uitvoering van de overeenkomst zal vernietigen; en

III de nadere overeenkomst van de betaling zal vernietigen.

2.2. De curator legt aan zijn vorderingen, tegen de achtergrond van voormelde vaststaande feiten de volgende stellingen ten grondslag. Op grond van het vonnis van de rechtbank Breda in de procedure tussen UBC en ZNV ligt de uitleg die BBC aan de opdracht aan ZNV geeft niet voor de hand. De curator stelt dat nu volgens de rechtbank Breda tussen UBC en ZNV een vaste diameterprijs gold dit ook het geval is de verhouding ZNV-BBC. De formulering van beide opdrachten is immers hetzelfde. De onduidelijkheid in de formulering van de opdracht dient conform het vonnis van de rechtbank Breda voor rekening van BBC, als opsteller van het document, te komen.

Aan de subsidiaire vorderingen legt de curator, naar de rechtbank begrijpt, de volgende stellingen ten grondslag. De genoemde rechtshandelingen zijn nietig op grond van artikel 42 lid 2 Fw. De rechtshandelingen zijn verricht binnen een jaar voor de faillietverklaring en hadden benadeling van schuldeisers tot gevolg. Op grond van de rechtsvermoedens in artikel 43 Fw. moet het ervoor gehouden worden dat zowel BBC als ZNV zich van die benadeling bewust waren. De waarde van de prestatie van ZNV, betaling van de factuur, overtreft immers de waarde van de prestatie van BBC die daar tegenover stond aanzienlijk, nu daar niets tegenover stond. Voorts heeft ZNV door betaling van de factuur een niet-bestaande, dus niet opeisbare schuld voldaan.

2.3. BBC voert gemotiveerd verweer.

in reconventie

2.4. Uitsluitend voor het geval de vordering in conventie wordt toegewezen, vordert BBC in reconventie een verklaring voor recht dat zij bevoegd is een bedrag van EUR 128.645,25 te verrekenen met de vordering in conventie.

2.5. BBC legt daaraan, naast de vaststaande feiten, de volgende stellingen ten grondslag. ZNV heeft na 1 juni 2004 haar werkzaamheden gestaakt, waardoor BBC anderen heeft moeten inschakelen om het onderhanden werk te voltooien, terwijl ZNV op grond van de verschillende overeenkomsten verplicht was het werk te voltooien. Het bedrag dat gemoeid was met inschakeling van derden is schade voortvloeiend uit de wanprestatie van ZNV. ZNV dient BBC deze schade te vergoeden.

2.6. ZNV heeft tegen de reconventionele vordering gemotiveerd verweer gevoerd.

3. De beoordeling

3.1. De curator stelt dat ZNV er redelijkerwijs vanuit mocht gaan dat geen verrekeningsbevoegdheid voor afwijkingen in diametergrootte bestond, zodat ZNV de verrekeningsfactuur onverschuldigd betaald zou hebben. De rechtbank volgt de curator niet in deze stelling, zodat de primaire vordering van de curator afgewezen wordt.

3.2. De curator onderbouwt voorgaande stelling met een beroep op het vonnis van de rechtbank Breda tussen ZNV en UBC. Het vonnis van de rechtbank Breda heeft tegenover BBC geen gelding; zij was geen partij bij die procedure. De curator stelt geen feiten of omstandigheden die specifiek betrekking hebben op de rechtsverhouding tussen ZNV en BBC, waaruit afgeleid zou kunnen worden dat ZNV er vanuit ging en gezien de omstandigheden van het geval redelijkerwijs van uit mocht gaan dat zij met BBC een vaste diameterprijs overeengekomen was. De curator stelt derhalve onvoldoende feiten en omstandigheden om zijn primaire vordering te kunnen toewijzen. De rechtbank overweegt terzake voorts het volgende.

3.3. De bewoordingen van de overeenkomst tussen ZNV en UBC zijn blijkens het vonnis van de rechtbank Breda wellicht voor meer dan één uitleg vatbaar. De bewoordingen van de overeenkomst tussen BBC en ZNV zijn gelijk aan die van de overeenkomst tussen ZNV en UBC. Bij de uitleg van een overeenkomst komt het, zoals de curator terecht stelt, echter niet alleen aan op de bewoordingen van de overeenkomst. Daarnaast is voor de uitleg van (een bepaling in) een overeenkomst van belang de zin die partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs aan de overeenkomst mochten toekennen en hetgeen zij wat dat betreft van elkaar mochten verwachten. In de onderhavige zaak blijkt uit het feit dat ZNV zonder enig voorbehoud de verrekeningsfactuur van BBC voldaan heeft, dat ZNV en BBC destijds uitgingen van eenzelfde uitleg van de litigieuze bepaling in hun overeenkomst. Dat ZNV zelf er vanuit ging dat er op grond van de overeenkomst een verrekeningsbevoegdheid wegens een grotere gemiddelde diameter bestond, blijkt ook uit het feit dat zij een maand voordat BBC de verrekeningsfactuur aan haar stuurde, op grond van dezelfde bepaling als die waarop BBC haar verrekening baseerde, een verrekeningsfactuur aan haar opdrachtnemer, UBC, gezonden heeft. Dat UBC jegens ZNV uitging van een andere uitleg dan ZNV en BBC is op zich, zeker bezien in het licht van het voorgaande, onvoldoende om aan te nemen dat ook ZNV jegens BBC uitging van die andere uitleg.

3.4. Of ZNV op grond van de omstandigheden van het geval redelijkerwijs tot een andere uitleg van de overeenkomst tussen haar en BBC had mogen komen, is in casu niet relevant, nu niet aannemelijk is dàt ZNV van een andere uitleg dan BBC uitging, zodat de rechtbank aan toepassing van het Haviltex-criterium niet toekomt. Van een onduidelijkheid ten aanzien van de formulering was in de verhouding ZNV - BBC geen sprake; ZNV en BBC gingen van dezelfde uitleg van de overeenkomst uit en waren het er over eens dat BBC gerechtigd was tot verrekening vanwege de grotere gemiddelde diameter. ZNV heeft de verrekeningsfactuur derhalve niet onverschuldigd betaald, de rechtsgrond voor die factuur is de overeenkomst tussen BBC en ZNV, zoals zowel BBC als ZNV deze in ieder geval in maart/april 2003 begrepen. De primaire vordering in conventie wordt derhalve afgewezen.

3.5. De rechtbank is overigens van oordeel dat de uitleg die BBC en ZNV gaven aan de clausule "Bij afwijkingen in bovenstaande specificatie zal er verrekening plaatsvinden" niet strijdig is met de clausule "De prijs is vast voor de duur van het werk", zodat niet noodzakelijkerwijs één van deze clausules zou moeten prevaleren boven de andere. De rechtbank leest in die laatste clausule niet dat verrekening niet toegestaan zou zijn. Deze clausule bepaalt immers niet meer dan dat verrekening eerst na voltooiing van het werk aan de orde kan zijn.

3.6. Of de wijze van verrekening al dan niet in overeenstemming was met de toepasselijke algemene voorwaarden kan in het midden blijven, nu uit het voorgaande blijkt dat de wijze van verrekenen in overeenstemming is met de overeenkomst tussen partijen, namelijk eenmalig, na voltooiing van het werk. Gesteld noch gebleken is dat partijen niet bevoegd waren bij overeenkomst van de algemene voorwaarden af te wijken.

3.7. Uit de beoordeling van de primaire vordering van de curator volgt dat ook de subsidiaire vorderingen van de curator afgewezen worden. Op 25 juni 2001 is de overeenkomst tussen BBC en ZNV tot stand gekomen. De stellingen van de curator zijn geen grond die overeenkomst te vernietigen, zo bleek in het voorgaande. Op grond van deze overeenkomst was ZNV verplicht de verrekeningsfactuur van BBC te betalen, zodat die betaling in ieder geval geen onverplichte rechtshandeling is. Artikel 42 lid 1 Fw is derhalve niet van toepassing.

3.8. Voor de beoordeling van de vernietigbaarheid op grond van artikel 42 lid 2 Fw geldt het volgende. De rechtbank komt niet toe aan toepassing van de rechtsvermoedens van artikel 43 Fw, nu ZNV zich meer dan een jaar voor haar faillietverklaring tot deze betaling verplicht heeft. Derhalve is niet voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van artikel 43 Fw, zodat in het midden kan blijven of sprake is van één van de daar genoemde situaties en niet op die grond op voorhand aangenomen kan worden dat BBC en/of ZNV zich bewust waren van de gestelde benadeling van schuldeisers. De curator heeft verder geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit afgeleid zou kunnen worden dat BBC zich van de gestelde benadeling bewust was of had moeten zijn, zodat niet voldaan is aan de vereisten die artikel 42 lid 2 Fw stelt voor de vernietiging van een verplichte rechtshandeling, daargelaten de vraag of voldoende gesteld is om aan te nemen dat sprake is van benadeling. De subsidiaire vordering onder I tot vernietiging van de betaling wordt afgewezen.

3.9. Ten aanzien van de "rechtshandeling inhoudende de overeenstemming over de uitleg en de uitvoering van de overeenkomst" geldt dat geen sprake is van een rechtshandeling. Om aan te nemen dat sprake is van een rechtshandeling in de zin van het Burgerlijk Wetboek is een op rechtsgevolg gerichte wil vereist die zich door een verklaring heeft geopenbaard. De curator heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit volgt dat ZNV de kennelijk bestaande overeenstemming jegens BBC heeft geuit, zodat geen sprake is van een rechtshandeling. Weliswaar heeft ZNV de overeenstemming geuit door betaling van de factuur van BBC, maar daarmee is die overeenstemming zelf nog geen rechtshandeling. Voor de rechtshandeling die besloten lag in de betaling van de factuur geldt hetgeen hiervoor is overwogen.

3.10. Met betrekking tot de veronderstelde nadere overeenkomst van betaling, geldt dat daarvan slechts sprake zou kunnen zijn geweest, indien niet de primaire overeenkomst tussen ZNV en BBC tot betaling verplichtte. Nu in die primaire overeenkomst in de uitleg die partijen daaraan gaven een dergelijke verplichting al besloten lag, is, op basis van de gestelde feiten en omstandigheden, niet aannemelijk dat sprake is van een nadere overeenkomst tot betaling, zodat ook de subsidiaire vordering onder III afgewezen wordt.

3.11. Inzake de stelling van de curator dat ZNV een dochtermaatschappij zou zijn van BBC, zodat rechtshandelingen tussen BBC en ZNV op grond van artikel 43, lid 1, sub 6, Fw vernietigbaar zou zijn, geldt dat niet inzichtelijk is op grond waarvan de curator meent dat sprake is van een dochtermaatschappij. In ieder geval stelt de curator onvoldoende feiten om zulks aan te nemen, hetgeen ook tot gevolg heeft dat de rechtbank het bewijsaanbod terzake passeert. Overigens geldt ook voor de onder 6 beschreven situatie het vereiste dat ZNV zich minder dan een jaar voor faillietverklaring verplicht moet hebben tot het verrichten van de rechtshandeling, hetgeen niet het geval is.

3.12. De curator wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van het geding in conventie, gevallen aan de zijde van BBC.

3.13. Nu aan de voorwaarde voor het instellen van de eis in reconventie niet is voldaan, komt de rechtbank aan een behandeling van de reconventionele vordering niet toe.

4. De beslissing

De rechtbank

I wijst de vorderingen af;

II veroordeelt de curator in de kosten van deze procedure aan de zijde van BBC, tot op heden begroot op EUR 2.570,- voor verschotten en EUR 2842,- voor salaris procureur;

III verklaart dit vonnis, voor wat de kostenveroordeling betreft, uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Biesma en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 januari 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.