Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2005:AU9602

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
30-11-2005
Datum publicatie
13-01-2006
Zaaknummer
52723 HAZA 04 -2093
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De zaak betreft de vraag of enerzijds de leverancier Vink en anderzijds de importeur MAN Rollo ten opzichte van de bouwer van het jacht en haar verzekeraars aansprakelijk is voor schade aan de motor van een zeezeiljacht. De importeur wordt sowieso niet aansprakelijk geacht. Het verweer van de leverancier, dat bouwer van het jacht de schade niet in eigen vermogen heeft geleden gaat niet op. Na bewijslevering wordt ook de vordering tegen de leverancier afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2007, 86
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

sector civiel recht

Vonnis van de enkelvoudige kamer

in de zaak van

1. de naamloze vennootschap

Nieuwe Hollandse Lloyd Schadeverzekeringmaatschappij N.V.,

gevestigd te Woerden,

2. de naamloze vennootschap

Fortis Corporate Insurance N.V.,

gevestigd te Amstelveen,

3. de naamloze vennootschap

Aegon Schadeverzekering N.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

4. de naamloze vennootschap

Hannover International Insurance (Nederland) N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

5. de naamloze vennootschap

Delta Lloyd Schadeverzekering N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

6. de naamloze vennootschap

Generali Schadeverzekering Maatschappij N.V.,

gevestigd te Diemen,

7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Bruns Ten Brink Assuradeuren B.V.,

gevestigd te Wormer,

8. de naamloze vennootschap

Achmea Schadeverzekeringen N.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

9. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KSA Verzekeringen B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

10. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Holland Jachtbouw B.V.,

gevestigd te Zaandam,

eiseressen,

procureur: mr. J.A. Visser,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Vink Diesel B.V.,

gevestigd te Sliedrecht,

gedaagde,

procureur mr. M. Tanriöver-Urfan.

Eiseressen sub 1 tot en met 9 worden hieronder gezamenlijk ook aangeduid als “Assuradeuren”, eiseres sub 10. ook als “HJB” en gedaagde ook als “Vink”.

Het verdere procesverloop

1. Verwezen wordt naar het vonnis van 26 januari 2005.

2. Eiseressen hebben de getuige [getuige 1] voorgebracht voor verhoor. Van het getuigenverhoor is proces-verbaal opgemaakt.

3. Eiseressen hebben bij akte van 27 april 2005 een verklaring van [naam] overgelegd.

4. Vink heeft de getuigen [getuige 2] en [getuige 3] voorgebracht voor verhoor. Van de getuigenverhoren is proces-verbaal opgemaakt.

5. Eiseressen hebben een conclusie na enquête genomen en daarbij productie 14 overgelegd.

6. Vink heeft daarop ook een conclusie na enquête genomen.

7. Daarop hebben partijen vonnis gevraagd.

8. De rechtbank heeft kennis genomen van de genoemde processtukken.

De verdere beoordeling van de vorderingen

9. Verwezen wordt naar hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 26 januari 2005.

10. Bij dat tussenvonnis is eiseressen opgedragen, desgewenst door middel van getuigen, te bewijzen

(a) dat vóór 23 december 2002 zeewater is doorgedrongen in het carter van de scheepsmotor,

(b) doordat het deksel van de spoelluchtkoeler ervan niet afsloot

(c) en dat daardoor de gestelde schade aan de scheepsmotor is ontstaan.

11. Geen van de getuigen heeft verklaard dat hijzelf heeft waargenomen dat vóór 23 december 2002 zeewater is doorgedrongen in het carter van de scheepsmotor, doordat het deksel van de spoelluchtkoeler ervan niet afsloot en dat daardoor de gestelde schade aan de scheepsmotor is ontstaan. Ook in de schriftelijke verklaring van [naam] wordt dat niet uit eigen waarneming verklaard.

12. De getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij aannam dat de door hem op gedemonteerde onderdelen van de scheepsmotor waargenomen corrosie was ontstaan door het indringen van zout water, maar dat hij geen zout water test heeft gedaan en dat hij niet heeft kunnen onderzoeken of het zoet of zout water was geweest dat sporen had nagelaten op de spoelluchtkoeler.

13. De getuige [getuige 1] baseert zich op een mededeling van [naam] dat deze had geconstateerd dat water via de spoelluchtkoeler in de scheepsmotor was binnengedrongen. Uit de schriftelijke verklaring van [naam] blijkt, echter, dat hij niet heeft waargenomen dat water via de spoelluchtkoeler in de scheepsmotor was binnengedrongen, maar dat hij slechts heeft vastgesteld dat er een lek in die koeler moest zitten. [naam] heeft bij redenering bepaald dat via dat lek zout water de scheepsmotor in kon lopen.

14. Derhalve ligt een feitelijke vaststelling dat, zoals eiseressen stellen, vóór 23 december 2002 zeewater is doorgedrongen in het carter van de scheepsmotor, doordat het deksel van de spoelluchtkoeler ervan niet afsloot en dat daardoor de gestelde schade aan de scheepsmotor is ontstaan niet voor.

15. Waar Vink gemotiveerd betwist dat zeewater in het carter van de scheepsmotor is doorgedrongen als door eiseressen gesteld, alsmede de gestelde oorzaak ervan en Vink andere mogelijke oorzaken voor zodanig eventueel binnendringen aanvoert, terwijl de getuigen [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] ook andere mogelijke oorzaken daarvoor vermelden, wordt geoordeeld dat eiseressen het hen opgedragen bewijs niet hebben geleverd.

16. Daarop stuit toewijzing van de vorderingen tegen Vink af.

17. Eiseressen zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden verwezen.

De beslissing

De rechtbank

Wijst de vorderingen af;

veroordeelt eiseressen in de kosten van het geding gevallen aan de zijde van gedaagde Vink, tot en met dit vonnis bepaald op € 3.576,- aan salaris van de procureur en op € 1.910,- aan verschotten (waarvan € 1.900,- aan griffierecht);

verkaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door mr. W.P. Sprenger, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank van woensdag 30 november 2005.