Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2005:AU4724

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
20-10-2005
Datum publicatie
24-10-2005
Zaaknummer
11/510051-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Dordrecht heeft de 37-jarige verdachte een gevangenisstraf opgelegd van 15 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk wegens aanranding en het vervaardigen en voorhanden hebben van afbeeldingen van seksuele gedragingen waarbij meisjes van 11 jaar betrokken waren. Verdachte maakte via een chatprogramma (MSN) contact met hen. Hij heeft tijdens de chatgesprekken één van de meisjes bewogen haar billen voor de webcam te tonen. Verdachte maakte daarvan een opname, stuurde deze naar het meisje en dreigde deze foto op internet te plaatsen als niet één van de meisjes helemaal bloot voor de webcam zou gaan staan. Onder deze drang heeft één van de meisjes haar borsten voor de webcam getoond ten einde te voorkomen dat verdachte zijn voornemen zou uitvoeren. Verdachte beloofde daarvan geen opnamen te maken. Tegen de afspraak in deed hij dat wel en chanteerde hij dit meisjes met plaatsing van deze opnamen op internet als zij zich voor de webcam niet geheel zou ontkleden en verdergaande seksueel getinte houdingen zou aannemen. Verdachte heeft van dit alles afbeeldingen gemaakt en aan het betreffende meisje toegezonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Tegenspraak

Parketnummer : 11/510051-05

Zittingsdatum : 6 oktober 2005

Uitspraak : 20 oktober 2005

VERKORT STRAFVONNIS

De rechtbank Dordrecht heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de zaak tegen:

[Naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats verdachte].

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.

1. De tenlastelegging

1.

hij tezamen en in vereniging op een of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 06 januari 2005 te 's-Gravendeel en/of te Hellevoetsluis, in elk geval in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en)

- [slachtoffer 1] (geboren: 13 juli 1993) en/of

- [slachtoffer 2] (geboren: 01 mei 1993)

heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige

handeling(en), bestaande uit

- het zich geheel of gedeeltelijk ontkleden en/of

- het tonen van de borsten en/of billen en/of

- het tonen van het geslachtsdeel (de schaamlippen)

voor een webcam, waarvan hij, verdachte, (vervolgens) de opnamen heeft

opgeslagen

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het dreigen de opnamen,

althans foto's, van bovengenoemde ontuchtinge handelingen op Internet te

plaatsen;

2.

hij tezamen en in vereniging op een of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 06 januari 2005 te 's-Gravendeel en/of te Hellevoetsluis, in elk geval in Nederland, één of meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager, bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten

- een foto van [slachtoffer 1] (geboren: 13-7-1993), waarop zij haar truitje omhoog houdt en haar borsten zichtbaar zijn en/of

- een foto van [slachtoffer 1], waarop zij geheel bloot is afgebeeld en/of

- een foto van [slachtoffer 1], waarop er sterk is ingezoomd op haar geslachtsdeel en/of

- een foto van [slachtoffer 2] (geboren: 01 mei 1993), waarop zij gebukt staat en haar slipje tussen haar billen getrokken houdt,

bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, (telkens) heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad.

2. De voorvragen

2.1 De geldigheid van de dagvaarding

Ten aanzien van het feit onder 2. ten laste gelegd overweegt de rechtbank het volgende.

Gelet op de strekking van het bepaalde in artikel 240b, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht en het belang dat met deze bepaling wordt beschermd leest de rechtbank de tenlastelegging aldus, dat aan verdachte wordt verweten -kort samengevat- dat hij op één of meerdere tijdstippen op of omstreeks 6 januari 2005 een afbeelding- en/of een gegevensdrager, bevattende één of meer afbeeldingen- van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, heeft vervaardigd en/of in bezit heeft gehad.

Blijkens het verhandelde ter terechtzitting heeft verdachte begrepen hetgeen aan hem wordt verweten.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke vereisten en is derhalve geldig.

2.2 De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

2.4 De schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

3. Het onderzoek ter terechtzitting

3.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft -het ten laste gelegde bewezen achtend- gevorderd overeenkomstig de als bijlage 2 aan dit vonnis gehechte vordering ter terechtzitting.

3.2 De verdediging

De verdediging heeft een bewijsverweer en een strafmaatverweer gevoerd.

4. De bewijsbeslissingen

4.1 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

1.

op 06 januari 2005 te Hellevoetsluis, door bedreiging met een andere feitelijkheid [slachtoffer 1] (geboren: 13 juli 1993) heeft gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen, bestaande uit

- het zich geheel ontkleden en

- het tonen van de borsten en/of billen en

- het tonen van het geslachtsdeel (de schaamlippen)

voor een webcam, waarvan hij, verdachte, (vervolgens) de opnamen heeft opgeslagen en bestaande die andere feitelijkheid uit het dreigen de opnamen van onder andere bovengenoemde ontuchtige handelingen op internet te plaatsen;

2. A

op 06 januari 2005 te Hellevoetsluis, meermalen een afbeelding van seksuele gedragingen, te weten

- van [slachtoffer 1], waarop er sterk is ingezoomd op haar geslachtsdeel en

- van [slachtoffer 2] (geboren: 01 mei 1993), waarop zij gebukt staat en haar slipje tussen haar billen getrokken houdt,

bij welke vorenbedoelde seksuele gedragingen telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, telkens heeft vervaardigd;

2. B

op 06 januari 2005 te Hellevoetsluis, een gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten

- een foto van [slachtoffer 1], waarop er sterk is ingezoomd op haar geslachtsdeel en

- een foto van [slachtoffer 2] (geboren: 01 mei 1993), waarop zij gebukt staat en haar slipje tussen haar billen getrokken houdt,

bij welke vorenbedoelde seksuele gedragingen telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, telkens in bezit heeft gehad.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Ten aanzien van hetgeen aan verdachte onder 1. is tenlastegelegd is de rechtbank van oordeel dat niet is bewezen dat verdachte [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen, omdat het wettig bewijs daarvoor ontbreekt.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De rechtbank heeft gelet op de context van het tenlastegelegde onder feit 1, in de laatste regel de woorden "onder andere" verbeterd ingelezen voor het woord "bovengenoemde".

4.2 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

4.3 Nadere bewijsoverweging

Namens verdachte is door de verdediging aangevoerd dat het niet uitgesloten is dat niet verdachte, maar dat een neef van verdachte met de slachtoffers heeft gechat en foto's van hen heeft gemaakt en vervolgens heeft gedreigd deze op het internet te zetten.

De rechtbank is van oordeel dat deze stelling niet aannemelijk is geworden en voert daartoe het volgende aan. Het contact met de meisjes is tot stand gekomen met een computer waarover verdachte beschikte.

Verdachte gebruikte als adres: voornaam_achternaam verdachte@hotmail.com Uit de verklaring van de neef van verdachte kan de rechtbank niet anders afleiden dan dat deze van verdachte heeft gehoord dat - zakelijk weergegeven - ".....er iets mis was met MSN en foto's en dat het allemaal een beetje uit de hand gelopen was.....". Niet is komen vast te staan dat die neef aanwezig is geweest tijdens de chatgesprek waarbij verdachte deze opmerking heeft gemaakt.

De rechtbank voegt daaraan toe dat verdachte heeft bevestigd zich een chatgesprek te kunnen herinneren dat hij had met een meisje dat zich bediende van de naam [naam] en in welk gesprek verdachte allerlei seksueel getinte vragen aan haar stelde en haar nadrukkelijk en bij herhaling vroeg foto's van zichzelf voor hem te maken. Bekend is dat één van de slachtoffers zich van deze naam bediende.

Op grond van deze overwegingen verwerpt de rechtbank het verweer van de verdediging dat niet uitgesloten is dat niet verdachte maar diens neef de ten laste gelegde feiten heeft begaan.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de afbeeldingen zijn aangetroffen in een voor een gewone computergebruiker ontoegankelijk gedeelte van de computer, namelijk de temporary internet files. Verdachte is, aldus de raadsvrouw, zich niet bewust geweest van het feit dat zijn computer deze bestanden bevatte, dan wel dat deze via de temporary internet files werden opgeslagen.

De rechtbank overweegt dat het verdachte zelf is die de betreffende opnamen van de meisjes heeft gemaakt en daarna aan de meisjes heeft verzonden. Daarmee is buiten enige twijfel dat deze opnamen op verdachtes computer aanwezig zijn geweest. Daaraan doet niet af dat deze opnamen op de computer zijn achtergebleven nadat verdachte deze had gewist. De bestanden met deze opnamen zijn op de computer van verdachte aangetroffen op de locatie C:\Documentsandsettings\[naam]\mijndocumenten\mijnafbeeldingen\thumbs.db\ Thumbnail Cache Volume (V6)\Rootentry. Uit het proces-verbaal blijkt niet, en is evenmin voor de rechtbank aannemelijk geworden, dat deze locatie niet toegankelijk is voor een doorsnee computergebruiker. Het verweer van de verdediging wordt derhalve verworpen.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

1.

FEITELIJKE AANRANDING VAN DE EERBAARHEID.

2 A.

EEN AFBEELDING VAN EEN SEKSUELE GEDRAGING, WAARBIJ IEMAND DIE KENNELIJK DE LEEFTIJD VAN ACHTTIEN JAAR NOG NIET HEEFT BEREIKT, VERVAARDIGEN, MEERMALEN GEPLEEGD.

2 B.

EEN GEGEVENSDRAGER, BEVATTENDE EEN AFBEELDING VAN EEN SEKSUELE GEDRAGING, WAARBIJ IEMAND DIE KENNELIJK DE LEEFTIJD VAN ACHTTIEN JAAR NOG NIET HEEFT BEREIKT, IS BETROKKEN OF SCHIJNBAAR IS BETROKKEN, IN BEZIT HEBBEN, MEERMALEN GEPLEEGD.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. De redenen, die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

7.1 Strafmotivering

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft via een chatprogramma (MSN) contact gezocht met jonge meisjes. De gesprekken met deze meisjes waren voornamelijk seksueel getint. Verdachte heeft op een gegeven moment een van de meisjes bewogen om haar billen voor de webcam te tonen.

Verdachte heeft hiervan met zijn webcam een opname gemaakt en even later deze opname naar het betreffende meisje gestuurd en gedreigd deze op internet te plaatsen als niet één van de meisjes helemaal bloot voor de webcam zou gaan staan. Voor één van de meisjes, de elfjarige [slachtoffer 1], was deze bedreiging zo reëel dat zij - om te voorkomen dat deze foto van haar vriendin op internet terecht zou komen - zelf voor de webcam is gaan staan en haar borsten heeft ontbloot in de hoop zo verdachte van zijn voornemen af te brengen. Dit pakte echter anders uit. Hoewel verdachte had beloofd geen opnamen van deze [slachtoffer 1] te maken, bleek weldra dat hij dat wel had gedaan. Hij stuurde deze naar genoemde [slachtoffer 1] en dreigde ook deze foto's op het internet te plaatsen als zij zich niet verder voor de webcam zou ontkleden en verdergaande seksueel getinte houdingen zou aannemen. Onder deze druk heeft genoemde [slachtoffer 1] zich uiteindelijk geheel ontkleed en heeft zij steeds verdergaande seksuele houdingen moeten aannemen die vervolgens door verdachte op de 'gevoelige plaat' werden vastgelegd en aan die [slachtoffer 1] werden gezonden.

De rechtbank acht de wijze waarop verdachte van de kwetsbaarheid van deze meisjes misbruik heeft gemaakt schokkend en hoogst ernstig. Het is een feit van algemene bekendheid dat tieners in de fase van ontluikende seksuele gevoelens uit nieuwsgierigheid soms via internet en andere communicatiemiddelen contacten leggen die tot uitspattingen kunnen leiden die zij niet beoogd hebben. Volwassenen, zoals verdachte, maken soms misbruik van dergelijke contacten. Zeker nu de betreffende meisjes hadden aangegeven dat zij 14 jaar waren, wist verdachte dat hij met minderjarige meisjes te doen had. Dat hij desondanks hen op een zodanige grove en onheuse wijze onder druk heeft gezet dat het meisje [slachtoffer 1] zich genoodzaakt voelde voor haar vriendinnetje in de bres te springen en, om erger voor haar te voorkomen, zich onder druk van mogelijke publicatie op internet van de door verdachte van haar vriendin en haar gemaakte opnamen zich gedwongen voelde zich voor de webcam te ontkleden en diverse seksueel getinte handelingen te verrichten acht de rechtbank uiterst laf en verwerpelijk. Het behoeft geen betoog dat dit vooral voor het meisje [slachtoffer 1] een angstaanjagende ervaring is geweest. Gebleken is dat zij nog steeds de nadelige gevolgen hiervan ondervindt. Haar vertrouwen jegens jongens en mannen is geschokt en zij heeft grote moeite zich hierin te hervinden.

Alhoewel verdachte niet eerder voor het plegen van een zedendelict door de strafrechter is veroordeeld, is de rechtbank van oordeel dat gelet op de ernst van de feiten en de jeugdige leeftijd van de meisjes aan verdachte een hogere straf dient te worden opgelegd dan door de officier van justitie is gevorderd.

Gezien het feit dat verdachte de feiten en zijn betrokkenheid daarbij bagatelliseert en kennelijk niet de ernst daarvan inziet, zal de rechtbank bepalen dat er een gedeelte van de op te leggen vrijheidsbenemende straf voorwaardelijk zal worden opgelegd met als bijzondere voorwaarde reclasseringscontact.

8. De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf is gegrond op de volgende wettelijke voorschriften:

artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 240b, 246 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank

verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals vermeld onder 4.1 van dit vonnis;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5. vermelde strafbare feiten oplevert oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens die feiten tot:

een GEVANGENISSTRAF voor de duur van 15 MAANDEN,

met bepaling dat een gedeelte van deze straf, te weten 5 MAANDEN, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd die wordt bepaald op TWEE JAREN, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of niet heeft nageleefd de hierna te melden bijzondere voorwaarde;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen te geven door of namens de Stichting Reclassering Nederland;

verstrekt aan genoemde instelling opdracht om aan de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarde;

beveelt, dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. drs. T.F. van der Lugt, voorzitter,

mr. P.L. van Dijke en mr. S.R.B. Walther, rechters,

in tegenwoordigheid van R. van Andel, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 oktober 2005.

mr. S.R.B. Walther is wegens afwezigheid niet in staat dit vonnis mede te ondertekenen.