Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2005:AU4682

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
20-10-2005
Datum publicatie
20-10-2005
Zaaknummer
160316 CV EXPL 3133/05
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Einde dienstverband: verrekening van provisie na integrale schiking in vaststellingsovereenkomst niet meer mogelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAR 2006, 5
Prg. 2005, 201
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Kenmerk: 160316 CV EXPL 3133/05

Vonnis van de kantonrechter te Dordrecht van 20 oktober 2005 in de zaak van:

[X], wonende te […], eiser in conventie, gedaagde in voorwaardelijke reconventie, gemachtigde mr. M. van der Chijs van SRK te Zoetermeer,

tegen :

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AKTIVA FINANCIELE DIENSTVERLENERS B.V., gevestigd Dordrecht, gedaagde in conventie, eiseres in voorwaardelijke reconventie, gemachtigde mr. J.W.T.M. IJsseldijk, advocaat te Rotterdam.

Partijen worden aangeduid als [X] en AFD.

Verloop van de procedure

De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken:

1. de dagvaarding van 25 april 2005;

2. de conclusie van antwoord in conventie, eis in voorwaardelijke reconventie;

3. de conclusie van repliek in conventie, antwoord in voorwaardelijke reconventie;

4. de conclusie van dupliek in conventie, repliek in voorwaardelijke reconventie;

5. de conclusie van dupliek in voorwaardelijke reconventie;

6. de overgelegde bescheiden;

Omschrijving van het geschil

In conventie en voorwaardelijke reconventie

1. Tussen partijen staat het volgende vast.

[X] is van 1 maart 2000 tot 1 maart 2005 in dienst geweest bij AFD in de functie van Financieel Adviseur, laatstelijk tegen salaris van € 2.112,92 bruto per maand exclusief vakantiegeld. Daarnaast kreeg [X] provisie welke bij wijze van voorschot maandelijks werd voldaan. Naderhand diende er dan een verrekening plaats te vinden.

Over 2003 en 2004 heeft die verrekening niet plaatsgevonden, terwijl hetgeen [X] op basis van de nacalculatie over 2003 nog tegoed had, niet is uitbetaald.

Partijen hebben begin januari 2005 een vaststellingsovereenkomst gesloten. Daarbij werden beide partijen bijgestaan door een raadsman. Partijen kwamen, onder meer, het volgende overeen:

? Het dienstverband wordt beëindigd met ingang van 1 maart a.s. via de Rechtbank, sector kanton, op neutrale gronden wegens verstoorde relatie;

? [X] blijft tot einde dienstverband vrijgesteld van werk, terwijl het verschuldigde salaris wordt doorbetaald;

? [X] krijgt een vergoeding van € 16.258,92 bruto waarvan het netto equivalent wordt uitbetaald uiterlijk binnen 2 weken nadat het dienstverband is beëindigd;

? Eveneens ontvangt [X] een eindafrekening Dit houdt uitsluitend en alleen in dat het nog verschuldigde en opgebouwde vakantiegeld wordt uitbetaald. Vakantiedagen en anderen mogelijke zaken niet, onder meer gezien de hierna te noemen vrijstelling van werk voor de toekomst;

? Het concurrentie beding geldt niet meer. Het relatiebeding blijft onverkort gelden;

? AFD is wel bereid in overleg te treden over het overnemen van enkele familieposten en enkele posten van goede kennissen en vrienden van [X]. Alle terugboekrisico’s komen vervolgens intergraal voor rekening van [X]. Partijen zullen dit vooraf schriftelijk vastleggen alsmede welke posten kunnen worden overgenomen en onder welke verdere voorwaarden;

? Deze regeling betreft de integrale schikking terzake alles wat het dienstverband betreft. Nadat derhalve aan het voorgaande is voldaan, verlenen partijen elkaar algehele finale kwijting over en weer terzake van het gehele dienstverband, niets uitgezonderd.

Bij beschikking van 18 januari 2005 wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden onder toekenning aan [X] van de overeengekomen vergoeding.

Bij brief van 18 maart 2005 deelt AFD aan [X] het volgende mede:

“Wij hebben de afrekening in verband met de beëindiging van uw dienstverband per 1 maart 2005 opgemaakt.

Op deze afrekening hebben wij uw salaris over januari en februari 2005 gecorrigeerd en het vakantiegeld en de ontslagpremie verwerkt. Tevens hebben wij de afrekening provisie 2003 en 2004 opgenomen. Na controle van de administratie blijkt dat u in beide jaren uw inverdienbedrag niet heeft bereikt en dat u over deze 2 jaar geen recht heeft op provisie. De door ons vooruit betaalde provisie over de jaren 2003 en 20004, totaal € 9.600,- hebben wij dan ook op de afrekening gecorrigeerd.

Tevens kunnen wij u nog mededelen dat wij niet zondermeer akkoord gaan met de overname van de door u, middels de brief van 15 februari 2005 van het SRK opgegeven relaties gezien het aanzienlijke financieel belang. Indien u toch deze relaties over wilt nemen dient u voor de doorlopende provisie een afkoopregeling met ons te treffen.”

2. [X] meent dat AFD gezien de tussen partijen overeengekomen afspraken niet bevoegd is om nog enige provisie welke volgens AFD ten onrechte vooruit is betaald, te verrekenen. Hij wijst op de tekst van de overeenkomst zoals hiervoor weergegeven.

Volgens [X] heeft AFD dan ook ten onrechte € 9.600,- bruto van de ontslagvergoeding niet uitbetaald.

Subsidiair heeft [X] aangevoerd dat de hoogte van het door AFD teruggevorderde bedrag niet klopt, omdat deels die voorschotten als loon tijdens ziekte gezien dienen te worden en overigens van een te hoog inverdienbedrag wordt uitgegaan.

Voorts stelt [X] dat AFD niet met hem in overleg is getreden over het overnemen van familie- en vriendenposten van de door [X] ingebrachte klanten in het relatiebestand van AFD.

[X] vordert in rechte AFD te veroordelen aan hem € 9.600,- bruto te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente en AFD te veroordelen tot nakoming van de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst over het overnemen van familie- en vriendenposten in het relatiebestand van AFD, zulk onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat AFD de betreffende bepaling niet nakomt.

[X] vordert voorts een bedrag van € 663,- terzake buitengerechtelijke kosten, stellende dat de werkzaamheden van zijn gemachtigde niet strekten tot instructie en voorbereiding van de zaak.

Bij conclusie van repliek in conventie heeft [X] zijn eis nog voorwaardelijk vermeerderd in dier voege dat wanneer geoordeeld wordt dat AFD provisie mocht verrekenen, AFD wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 1.702,32 terzake niet betaalde provisie over 2002 en betaling van € 2.880,60 wegens het sinds november 2003 onterecht met terugwerkende kracht verrekenen van loon.

3. AFD heeft de conventionele vorderingen gemotiveerd betwist.

Zij stelt dat [X] wist dat er terzake de provisie nog afgerekend diende te worden. AFD wijst naar de brief van haar raadsman van 22 december 2004 aan de raadsman van [X] waarin wordt medegedeeld

“wat de jaren 2003 en 2004 betreft dient de eindafrekening inderdaad nog te worden opgesteld. Wanneer er naast de reeds voldane voorschotten nog wat dient te worden voldaan geschied dat uiteraard”.

AFD voert aan dat indien er niet verrekend zou mogen worden, er een onrealistisch hoge ontslagvergoeding betaald was, terwijl [X] wist dat AFD in financieel slecht weer verkeerde.

Volgens AFD had [X] moeten bedingen dat hij niet zou hoeven terug te betalen, omdat volgens AFD [X] wist c.q. kon weten dat hij geen recht had op bonus.

AFD meent dat ook de vordering terzake nakoming van de vaststellingsovereenkomst afgewezen dient te worden.

Zij stelt dat zij niet onwillig was om onderhandelingen aan te gaan, doch dat [X] meende dat hij de posten zondermeer kon meenemen. AFD heeft gesteld dat zij steeds bereid was en is tot overleg. [X] dient, volgens AFD, wel een overname te betalen, nu het zoveel posten betreft dat deze bij overname door een derde € 15.337,87 waard zouden zijn. [X] heeft in deze haar nimmer in gebreke gesteld, zodat zij niet in verzuim is.

De voorwaardelijke vordering van € 2.880,60 heeft AFD weersproken met de stelling dat aan [X] ten onrechte een te hoog loon was uitbetaald.

AFD heeft gemotiveerd de verschuldigdheid van buitengerechtelijke kosten betwist.

4. Voor het geval de vordering tot nakoming van de vaststellingsovereenkomst met betrekking tot de familie- en vriendenposten wordt toegewezen, vorderde AFD aanvankelijk in reconventie een bedrag van € 6.000,- zijnde volgens haar het bedrag aan provisie dat zij aan de verzekeringsmaatschappijen zal moeten terugbetalen. Bij repliek in reconventie heeft zij haar eis gewijzigd in dier voegde dat zij vordert dat [X] wordt veroordeeld aan haar te betalen een bedrag van € 15.337,78 voor het geval [X] de door hem genoemde klanten kan overnemen.

5. [X] heeft de voorwaardelijke reconventionele vordering gemotiveerd bestreden. Volgens hem is er geen sprake van terugboekprovisie voor rekening en risico van AFD voor klanten welke hij overneemt. Voorzover AFD een vergoeding voor de klanten vraagt, wijst [X] erop dat AFD destijds ook geen vergoeding voor die klanten heeft betaald toen [X] deze meenam van zijn vorige werkgever.

Beoordeling van het geschil

In conventie en voorwaardelijke reconventie

6. Met [X] is de kantonrechter van oordeel dat het AFD niet geoorloofd was nog, volgens haar ten onrechte betaalde, provisie te verrekenen.

Indien AFD zulks wilde doen dan had zij dit in de vaststellingsovereenkomst dienen aan te geven. N.b. de definitieve vaststellingsovereenkomst dateert van na de brief van 22 december 2004. Daarbij is het niet relevant op of op het moment van het sluiten van de overeenkomst al bekend was of er door [X] betaald of ontvangen zou worden. Overigens komt het de kantonrechter voor dat de kennis dienaangaande bij beide partijen in gelijke mate aanwezig kon zijn.

In zijn brief van 10 januari 2005 noemt de raadsman van AFD niet de verrekening van provisie, doch wel de ontbindingsvergoeding, doorbetaling van loon en vakantiegeld. Voorts wordt uitdrukkelijk weergegeven dat de regeling een integrale schikking betreft terzake van alles wat het dienstverband betreft, niets uitgezonderd. Duidelijker kan het toch niet. [X] mocht er dan ook op vertrouwen dat eventueel teveel betaalde provisie niet terugbetaald hoefde te worden.

7. [X] vordert veroordeling van AFD tot betaling van € 9.600,-. Die vordering kan niet worden toegewezen. Immers het betreft een deel van de ontbindingsvergoeding, welke bedrag reeds bij beschikking is toegewezen. [X] heeft terzake reeds een titel. De kantonrechter begrijpt de vordering dan ook aldus dat gevraagd wordt een verklaring voor recht waaruit blijkt dat AFD ten onrechte heeft verrekend.

In de beschikking is geen betalingstermijn opgenomen. In de vaststellingsovereenkomst wel. Derhalve zal de wettelijke rente over € 9.600,- bruto vanaf 16 maart 2005 worden toegewezen.

8. In de brief van 15 februari 2005 heeft [X] aangegeven welke posten hij van AFD wenste over te nemen. Bij brief van 18 maart 2005 heeft AFD vervolgens hierop gereageerd, dat wat haar betreft aan die overname financiële voorwaarden zitten. Zulks is in het algemeen niet ongebruikelijk. Anders dan [X] meent bevat deze brief geen afwijzing.

Niet is gesteld of gebleken dat [X] na de brief van AFD nog pogingen tot onderhandelen aangaande de over te nemen posten heeft gedaan en dat die pogingen door AFD opzettelijk zijn gefrustreerd.

Overigens geeft de vaststellingsovereenkomst slechts een intentie tot onderhandelen aan. Geenszins kwamen partijen overeen dat [X] de door hem opgegeven posten voor weinig of niets zou kunnen overnemen.

Een en ander leidt ertoe dat dit onderdeel van de vordering wordt afgewezen, nu [X] zelf naar het oordeel van de kantonrechter de onderhandelingen heeft gestaakt.

9. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen eveneens worden afgewezen. Niets concreet is gesteld waaruit is gebleken dat er werkzaamheden buiten rechte zijn verricht welke verder strekken dan het schrijven van een enkele sommatiebrief en niet tevens dienen ter instructie van de onderhavige zaak. Daarbij wordt uitdrukkelijk overwogen dat het tot stand komen van de vaststellingsovereenkomst in kwestie niets met buitengerechtelijke werkzaamheden van de onderhavige vordering te maken heeft.

10. Partijen zijn over en weer in conventie deels in het gelijk gesteld, zodat de kantonrechter daarin aanleiding vindt de proceskosten te compenseren.

11. Nu aan de voorwaarde van de reconventionele vordering niet wordt voldaan, kan de behandeling ervan achterwege blijven.

Beslissing

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat AFD ten onrechte bij de uitbetaling van de ontbindingsvergoeding € 9.600,- bruto verrekend heeft ten hare gunste ;

veroordeelt AFD aan [X] te betalen de wettelijke rente over het netto equivalent van € 9.600,- bruto vanaf 16 maart 2005 tot aan de voldoening;

compenseert de proceskosten in die zin dat beide partijen de eigen kosten dragen;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. Kemp-Randewijk, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 oktober 2005, in aanwezigheid van de griffier.