Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2005:AU4114

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
12-10-2005
Datum publicatie
12-10-2005
Zaaknummer
57600 HA ZA 04-2899
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Grenzen aan artikel 25 Rv. Geen ambtshalve aanvulling van rechtsgronden bij uitdrukkelijke keuze om vordering beoordeeld te zien op de aangevoerde grondslag. Uitsluitend beroep op dwaling leidt niet tot schadevergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummer : 57600 HA ZA 04-2899

Datum : 12 oktober 2005

RECHTBANK DORDRECHT

Sector Civiel Recht

Vonnis van de enkelvoudige kamer

in de zaak van

1. [eiser],

wonende te [woonplaats],

2. [eiseres],

wonende te [woonplaats],

eisers,

procureur: mr. J.A Visser,

tegen

1. [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

procureur: mr. J.H. Silfhout.

Partijen worden hieronder aangeduid als [eisers] en [gedaagden].

Het procesverloop

1. De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende processtukken:

* dagvaarding van 20 december 2004,

* conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie,

* tussenvonnis van 23 maart 2005 waarbij een comparitie van partijen is gelast,

* conclusie van antwoord in reconventie,

* proces-verbaal van de comparitie van partijen van 9 juni 2005,

* akte uitlating producties aan de zijde van [eisers],

* de door beide partijen overgelegde producties, waaronder de processen-verbaal van voorlopig getuigenverhoor d.d. 9 december 2003, 6 januari 2004 en 13 april 2004.

2. Aanvankelijk was sprake van een vordering in reconventie. Ter comparitie is deze vordering door [gedaagden] ingetrokken, waarbij zij hebben aangegeven dat zij geen aanspraak maken op proceskostenveroordeling in reconventie. Ook [eisers] hebben aangegeven geen aanspraak te maken op proceskosten in reconventie. De reconventionele vordering kan dan ook verder onbesproken blijven.

De vaststaande feiten

3. Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de producties, voor zover niet betwist, staat het volgende tussen partijen vast.

4. [eisers] hebben van [gedaagden] gekocht en geleverd gekregen de woning aan de [adres] te [woonplaats].

De vordering

5. [eisers] vorderen -na vermindering van eis- om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

* voor recht te verklaren dat [gedaagden] hun rechtsplicht hebben geschonden door, bij gelegenheid van onderhandelingen over de aankoop van het verkochte dan wel anderszins, op eigen initiatief dan wel op verzoek, [eisers] niet, althans niet in voldoende mate, in te lichten over het feit dat de stucplafonds in het verkochte kort tevoren waren overgeschilderd of overgesausd en provisorisch gerepareerd, en dat in het verkochte sprake was van trillingshinder;

* [gedaagden] te veroordelen, om aan [eisers] te voldoen de somma van € 105.558,17, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot en met die der algehele voldoening;

* [gedaagden] te veroordelen in de kosten van dit geding, waaronder de kosten en taxen van het voorlopige getuigenverhoor.

6. Zij stellen daartoe -zakelijk samengevat- het volgende.

7. [eisers] hebben gedwaald bij het aangaan van de koopovereenkomst. De dwaling heeft daarin bestaan dat [gedaagden] -desgevraagd naar het bestaan van geluidshinder- ten onrechte hebben meegedeeld dat daarvan geen sprake was. Bovendien hebben zij niet meegedeeld dat recent plafonds en een muur waren geschilderd om scheurvorming te camoufleren. Indien [eisers] voor het sluiten van de overeenkomst hadden geweten dat er sprake was van trillingshinder en indien zij hadden geweten dat sprake was van scheurvorming in de plafonds en in de badkamermuur die kort voor de bezichtiging waren overgeschilderd, hadden zij niet onder dezelfde voorwaarden de woning gekocht.

8. Op grond hiervan verlangen [eisers] niet de vernietiging van de koopovereenkomst, maar vergoeding van de door hen geleden schade. De schade terzake van de trillingshinder leidt tot waardevermindering van de woning en is getaxeerd op € 88.487,14. De schade ten aanzien van de plafonds bedraagt € 6.702,46 en de schade wegens herstel aan de badkamer bedraagt € 4.040,--.

9. Daarnaast zijn [gedaagden] de kosten gemaakt ter bepaling van de aard en de hoogte van de schade verschuldigd, bestaande uit de kosten van expert [naam expert] ad € 1.844,50, de kosten van het rapport van IFCO ad € 1.509,07 en de kosten voor juridische bijstand, voorafgaande aan de procedure ad € 2.975,-- (inclusief BTW).

Het verweer

10. De conclusie van [gedaagden] strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eisers], uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van het geding. Zij voeren als verweer -zakelijk weergegeven- het volgende aan.

11. Er is geen sprake van trillingshinder en van scheurvorming waren [gedaagden] niet op de hoogte. Gebreken die [gedaagden] niet kenden of behoorden te kennen, behoefden zij niet aan [eisers] te melden en dus zijn [gedaagden] niet in hun mededelingsverplichting tekort geschoten. Derhalve is geen sprake van dwaling.

12. Mocht ten aanzien van de gestelde trillingshinder toch sprake zijn van dwaling, dan dient deze voor rekening van [eisers] te blijven, aangezien zij wisten dat het huis in de buurt van een druk kruispunt is gelegen en ook hun makelaar hiervan op de hoogte was. Als [eisers] een trillingsvrij huis hadden willen kopen, dan rustte op hen de plicht daarnaar (nader) onderzoek te (laten) doen.

13. De grondslag waarop [gedaagden] schadeplichtig zouden zijn, hebben [eisers] niet gesteld. Immers vernietigbaarheid op zichzelf leidt niet tot enige schadevergoedingsverplichting. Nu niet aan de stelplicht is voldaan, dient de eis tot schadevergoeding te worden afgewezen.

14. [gedaagden] betwisten het bestaan en de hoogte van de door [eisers] gestelde schade.

De beoordeling van het geschil

15. Blijkens de dagvaarding en het verhandelde ter comparitie van partijen betreft de door [eisers] gevorderde geldsom een vordering tot schadevergoeding. [eisers] hebben deze vordering gebaseerd op dwaling.

16. Een geslaagd beroep op dwaling kan tot (gedeeltelijke) vernietiging of - op verlangen van een der partijen - tot wijziging van de overeenkomst leiden, maar geeft op zichzelf geen recht op schadevergoeding. [eisers] hebben uitdrukkelijk aangegeven zich niet op (gehele of gedeeltelijke) vernietiging van de koopovereenkomst te beroepen en hebben evenmin verzocht de gevolgen van de overeenkomst te wijzigen. Dat betekent dat de gevorderde geldsom niet op grond van dwaling kan worden toegewezen.

17. De rechtbank ziet zich voorts gesteld voor de vraag of er aanleiding bestaat de vorderingen op een andere grondslag dan dwaling te beoordelen. Door [eisers] is een dergelijke grondslag niet aangevoerd. Bij conclusie van antwoord hebben [gedaagden] uitdrukkelijk het verweer gevoerd dat de grondslag van de vordering tot schadevergoeding onduidelijk is en dat de gestelde dwaling onvoldoende is om tot toewijzing van een dergelijke vordering te kunnen komen. [eisers] hebben hierop geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de grondslag van de vorderingen te wijzigen of aan te vullen. Zij hebben desgevraagd ter comparitie van partijen uitdrukkelijk gesteld dat de "vorderingen zijn gebaseerd op dwaling", dat "op grond van dwaling een verplichting tot schadevergoeding bestaat, dat is de grondslag van het gevorderde geldbedrag" en dat "vastgesteld zal moeten worden of trillingshinder een beroep op dwaling rechtvaardigt". Hieruit kan de rechtbank niet anders concluderen dan dat [eisers] uitdrukkelijk wensen dat hun vorderingen (uitsluitend) worden beoordeeld naar de door hen gestelde grondslag, namelijk dwaling. Onder die omstandigheden is voor ambtshalve aanvulling van rechtsgronden zoals bedoeld in artikel 25 Rv geen plaats.

18. Aangezien de grondslag van de vordering niet tot schadevergoeding kan leiden, zal reeds daarom de geldvordering worden afgewezen. Gelet daarop hebben [eisers] geen zelfstandig belang bij de, eveneens op dwaling gebaseerde, vordering tot een verklaring van recht, zodat ook die vordering zal worden afgewezen.

19. Als de in het ongelijk gestelde partij zullen [eisers] worden veroordeeld in de proceskosten.

De beslissing

De rechtbank:

- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [gedaagden] bepaald op € 2.842,-- aan salaris van de procureur en € 1.087,-- aan verschotten (griffierechten);

- verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. F.J.P. Lock en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 12 oktober 2005.