Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2005:AT8490

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
29-06-2005
Datum publicatie
30-06-2005
Zaaknummer
53859 HA ZA 04-2295 (hoofdzaak); 55738 HA ZA 04-2586 (vrijw.z.I); 57205 HA ZA 04-2828 (vrijw.z.II)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Aansprakelijkheid organisator paintballspel.

Deelnemer aan paintballspel wordt bij het ontladen van de paintballgeweren na afloop van het spel door een paintball in het oog geraakt. Organisator van het spel heeft de op haar rustende zorgvuldigheidsverplichting geschonden door er onvoldoende op toe te zien dat de deelnemers bij het ontladen van de wapens veilig handelden en door onvoldoende adequate maatregelen te treffen om te voorkomen dat de wapens zouden worden ontladen in aanwezigheid van deelnemers die geen gezichtsmasker meer droegen. Hoofdelijke aansprakelijkheid van de deelnemer uit wiens paintballgeweer de paintball die het oog heeft geraakt afkomstig was en de organisator. Geen eigen schuld aan de zijde van het slachtoffer.

Gelet op de aard en de ernst van het aan de organisator te maken verwijt en de omstandigheden van het geval eist de billijkheid dat in de onderlinge verhouding tussen de deelnemer uit wiens paintballgeweer de paintball werd afgeschoten en de organisator, de schade geheel door de organisator dient te worden gedragen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2005, 295
JA 2005/68
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rolnummers: 53859 HA ZA 04-2295; 55738 HA ZA 04-2586; 57205 HA ZA 04-2828

Datum: 29 juni 2005

RECHTBANK DORDRECHT

Sector Civiel Recht

Vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

(53859 HAZA 04-2295; verder te noemen: de hoofdzaak)

[partij A],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

procureur: mr. C.J. van der Waarde,

tegen

1. [partij B],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur: mr. V.J. Groot,

2. de vennootschap onder firma

No Limit Outdoor & Trainingscentrum V.O.F.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

3. [partij C],

vennoot van gedaagde sub 2,

wonende te [woonplaats],

4. [partij D],

vennoot van gedaagde sub 2,

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

procureur: mr. B.G. van Twist.

en in de zaak van

(55738 HAZA 04-2586; verder te noemen: vrijwaringszaak I)

1. de vennootschap onder firma

No Limit Outdoor & Trainingscentrum V.O.F.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [partij C],

vennoot van eiseres in vrijwaring sub 1,

wonende te [woonplaats],

3. [partij D],

vennoot van eiseres in vrijwaring sub 1,

wonende te [woonplaats],

eisers in vrijwaring,

procureur: mr. B.G. van Twist.

tegen

[partij B],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in vrijwaring,

procureur: mr. V.J. Groot,

en in de zaak van

(57205 HAZA 04-2828; verder te noemen: vrijwaringszaak II)

[partij B],

wonende te [woonplaats],

eiseres in vrijwaring,

procureur: mr. V.J. Groot,

tegen

1. de vennootschap onder firma

No Limit Outdoor & Trainingscentrum V.O.F.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [partij C],

vennoot van gedaagde in vrijwaring sub 1,

wonende te [woonplaats],

3. [partij D],

vennoot van gedaagde in vrijwaring sub 1,

wonende te [woonplaats],

gedaagden in vrijwaring,

procureur: mr. B.G. van Twist.

Partijen zullen hieronder worden aangeduid als [partij A], [partij B], No Limit, [partij C] en [partij D].

No Limit, [partij C] en [partij D] gezamenlijk zullen ook worden aangeduid als No Limit c.s..

Het procesverloop

1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

in de hoofdzaak

- vonnis in het incident tevens tussenvonnis in de hoofdzaak en in vrijwaringszaak I van 20 oktober 2004 en de daarin genoemde stukken;

- tussenvonnis van 26 januari 2005;

- proces-verbaal van comparitie van 15 maart 2005 en de daarin genoemde stukken;

- de door partijen overgelegde producties.

in vrijwaringszaak I

- dagvaarding van 17 augustus 2004;

- conclusie van antwoord;

- tussenvonnis (tevens vonnis in het incident en tussenvonnis in de hoofdzaak) van 20 oktober 2004;

- tussenvonnis van 26 januari 2005;

- proces-verbaal van comparitie van 15 maart 2005 en de daarin genoemde stukken;

- de door partijen overgelegde producties.

in vrijwaringszaak II

- dagvaarding van 19 november 2004;

- conclusie van antwoord;

- tussenvonnis van 26 januari 2005;

- proces-verbaal van comparitie van 15 maart 2005 en de daarin genoemde stukken;

- de door partijen overgelegde producties.

De vaststaande feiten

in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaken

2. Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de producties, voor zover niet betwist, staat het volgende tussen partijen vast.

3. No Limit voert een bedrijf dat zich bezighoudt met de organisatie van buitensportactiviteiten.

4. [partij C] en [partij D] zijn vennoot van No Limit.

5. Op 15 juni 2001 namen [partij A] en [partij B], met nog een aantal andere personen, in het kader van een vrijgezellenfeest deel aan een paintballspel (verder te noemen: het spel).

6. Het spel werd georganiseerd door en uitgevoerd op het terrein van No Limit en begeleid door een instructeur van No Limit.

7. Bij het spel werden de deelnemers in twee groepen verdeeld die op een terrein met paintballgeweren op elkaar dienden te schieten. De paintballgeweren werden geladen met verfkogels die door middel van gasdruk konden worden weggeschoten. Ter bescherming van het gezicht kregen de deelnemers een masker uitgereikt.

8. Tijdens het spel konden de deelnemers hun paintballgeweren opnieuw laden bij de instructeur die zich op een open plek (ook wel aangeduid als: de neutrale zone, of: de vrije zone) bevond. Bij aanvang van het spel heeft de instructeur meegedeeld dat de deelnemers in de vrije zone het masker mochten afdoen. De instructeur droeg zelf geen masker.

9. Na het einde van het spel verzamelden de deelnemers zich in de vrije zone bij de instructeur. Daar dienden zij hun paintballgeweren leeg te maken.

10. De deelnemers hadden geen ervaring met het paintballspel en evenmin met het ontladen van paintballgeweren.

11. Bij het leegmaken van haar paintballgeweer hield [partij B] de loop van het paintballgeweer in de richting van [partij A]. Hierbij ging het wapen af en schoot een verfkogel in het linkeroog van [partij A], die evenals de andere deelnemers haar masker reeds had afgezet. Het oog van [partij A] werd hierdoor beschadigd. (Deze gebeurtenis zal hierna worden aangeduid als: het ongeval)

De vorderingen en verweren

de vordering in de hoofdzaak

12. [partij A] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

- zal verklaren voor recht dat [partij B] en No Limit c.s. hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gevolgen van het ongeval d.d. 15 juni 2001;

- [partij B] en No Limit c.s. hoofdelijk zal veroordelen - in die zin dat betaling door de een de ander zal bevrijden - tot vergoeding van de door [partij A] geleden en te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, welke het gevolg is van het ongeval d.d. 15 juni 2001, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf heden, althans vanaf een eerdere datum waarop de schade geacht wordt opeisbaar te zijn geworden, tot die der algehele voldoening;

- [partij B] en No Limit c.s. hoofdelijk zal veroordelen in de kosten van de procedure.

Zij voert daartoe - zakelijk samengevat - het volgende aan.

13. [partij B] is aansprakelijk omdat zij, terwijl zij bezig was het wapen te ontladen, het paintballgeweer met de loop in de richting van [partij A] hield, terwijl [partij A] op korte afstand stond en geen masker droeg. Door geen acht te slaan op deze gevaarlijke situatie, heeft [partij B] onzorgvuldig jegens [partij A] gehandeld.

14. No Limit heeft onvoldoende veiligheidsinstructies gegeven en heeft verzuimd om aan de deelnemers duidelijk te maken welke risico's waren verbonden aan het gebruik van het paintballgeweer. De deelnemers hebben geen instructie gekregen om de maskers op te houden zolang de paintballgeweren nog geladen waren. Evenmin zijn de deelnemers in voldoende mate gewezen op het gevaar van het niet-dragen van de maskers na afloop van het spel zolang er nog deelnemers waren met geladen paintballgeweren. Ook hebben de deelnemers geen op het ontladen van de paintballgeweren gerichte instructies gekregen en hebben zij onvoldoende uitleg gekregen over de werking van de veiligheidspal. Er werd door de instructeur niet op toegezien dat het ontladen op veilige wijze werd uitgevoerd. Indien er wel goede instructies waren gegeven, zou het ongeval waarschijnlijk niet zijn gebeurd.

15. [partij A] heeft aanzienlijke schade geleden als gevolg van het ongeval. Het ongeval heeft negatieve gevolgen gehad voor haar schoolloopbaan en carrièreplanning. Daarnaast heeft zij schade als gevolg van extra uitgaven voor verzorging en verpleging, verzekeringen, reiskosten, porti en telefoonkosten, rijlessen en buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand. Ook heeft [partij A] immateriële (letsel)schade geleden. De totale omvang van de schade staat nog niet vast.

het verweer in de hoofdzaak

16. De conclusie van [partij B] strekt tot afwijzing van de vorderingen voor zover deze inhouden dat [partij B] gehouden is meer dan tweederde in het aandeel van of de omvang van de schade aan [partij A] te vergoeden, met veroordeling van [partij A] in de kosten van het geding. Zij voert als verweer - zakelijk samengevat - het volgende aan.

17. Van opzet aan de zijde van [partij B] is geen sprake. De verzekeraar van [partij B] heeft aansprakelijkheid van [partij B] erkend, met dien verstande dat van de schade éénderde deel voor [partij A] heeft te blijven in verband met de eigen schuld van [partij A]. [partij A] wist of behoorde te weten dat het niet dragen van een veiligheidsmasker een (groter) risico op letsel impliceerde. Zij is op korte afstand blijven staan van [partij B] die bezig was haar wapen te ontladen en heeft daarop onvoldoende acht geslagen. De gevolgen van het door [partij A] opgelopen letsel en de omvang van de schade worden door [partij B] - bij gebrek aan wetenschap - betwist.

18. De conclusie van No Limit c.s. strekt tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van [partij A] in de kosten van het geding. Zij voeren als verweer - zakelijk samengevat - het volgende aan.

19. Het ongeval is het gevolg van de onvoorzichtige wijze, in strijd met de gegeven veiligheidsinstructies, waarop [partij B] haar paintballgeweer ontlaadde alsmede van de omstandigheid dat [partij A], in strijd met de gegeven instructies, tijdens het ontladen van de paintballgeweren in de neutrale zone haar gezichtsmasker had afgezet. No Limit heeft zowel voorafgaande als tijdens het paintballspel alle benodigde veiligheidsinstructies verstrekt en de deelnemers uitdrukkelijk erop gewezen te allen tijde het gezichtsmasker op te houden.

20. Er is sprake van eigen schuld aan de zijde van [partij A]. Zij heeft onverantwoord gehandeld door het gezichtsmasker af te zetten terwijl zij zag dat [partij B] in haar onmiddellijke nabijheid bezig was met het ontladen van het paintballgeweer. Voor zover No Limit al enig verwijt kan worden gemaakt, is het letsel grotendeels het gevolg van de onverantwoorde handelwijze van [partij A].

21. Het causaal verband tussen het door [partij A] aan No Limit gemaakte verwijt en het ongeval wordt betwist. Niet aannemelijk is dat [partij B] en [partij A] bij nadere instructies op andere wijze zouden hebben gehandeld.

22. Dat [partij A] blijvend letsel heeft opgelopen en als gevolg van het letsel in de uitoefening van haar beroepswerkzaamheden is beperkt, wordt betwist. Er hebben door de verzekeraar van [partij B] reeds uitkeringen aan [partij A] plaatsgevonden. No Limit c.s. betwisten dat [partij A] nog enige schade te vorderen heeft. Bovendien had de schade van [partij A] reeds kunnen worden begroot. Onder die omstandigheden is er voor een schadestaatprocedure geen plaats meer.

de vordering in vrijwaringszaak I

23. No Limit c.s. vorderen dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, zo mogelijk gelijktijd met het te wijzen vonnis in de hoofdzaak, [partij B] veroordeelt:

- om aan No Limit c.s. te betalen al datgene waartoe No Limit c.s. in de hoofdzaak jegens [partij A] mochten worden veroordeeld, met inbegrip van de kostenveroordeling, en

- om aan No Limit c.s. te betalen alle vermogensschade die No Limit heeft geleden, c.q. zal lijden als gevolg van de tekortkomingen van [partij B], welke schade onder meer bestaat uit de door No Limit noodgedwongen gemaakte c.q. nog te maken kosten van rechtsbijstand, welke schade nader dient te worden opgemaakt bij staat en te vereffenen volgens de wet

- in de kosten van het geding.

Zij voeren daartoe - zakelijk samengevat - het volgende aan.

24. Voor zover de rechtbank in de hoofdzaak tot het oordeel komt dat No Limit c.s. verplicht zijn tot vergoeding van de schade die [partij A] als gevolg van het ongeval heeft geleden, kan [partij B] op haar beurt door No Limit c.s. voor die schade worden aangesproken. [partij B] heeft haar aansprakelijkheid jegens [partij A] erkend. Deze erkenning heeft tot gevolg dat [partij B] No Limit c.s. dient te vrijwaren voor mogelijke aansprakelijkstellingen van de zijde van [partij A].

25. De verplichting van [partij B] om No Limit c.s. te vrijwaren voor alle schade die No Limit c.s. aan [partij A] dienen te vergoeden vloeit voorts voort uit de toedracht van het ongeval en de handelwijze van [partij B]. [partij B] heeft haar verplichting zich te houden aan de veiligheidsinstructies geschonden. Deze instructies strekken ook ter voorkoming van schade voor No Limit c.s..

het verweer in vrijwaringszaak I

26. De conclusie van [partij B] strekt tot afwijzing van de vorderingen in vrijwaring, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van No Limit c.s. in de kosten van het geding. Zij voert als verweer - zakelijk samengevat - het volgende aan.

27. De deelnemers aan het paintballspel hebben onvoldoende (deugdelijke) instructies gekregen en er was onvoldoende toezicht op de naleving van de instructies. [partij B] heeft haar paintballwapen niet bewust op [partij A] gericht. De eventuele schuld van [partij B] aan het ontstaan van het letsel bij [partij A] is dermate gering dat de schade geheel of in overwegende mate aan No Limit dient te worden toegerekend. Dat de verzekeraar van [partij B] jegens [partij A] gedeeltelijk aansprakelijkheid heeft erkend, staat los van de rechtsverhouding tussen [partij B] en No Limit. Dat sprake is van gevolgschade wordt betwist.

de vordering in vrijwaringszaak II

28. [partij B] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, zo mogelijk gelijktijdig met het te wijzen vonnis in de hoofdzaak:

- No Limit c.s. veroordeelt om aan [partij B] te voldoen al datgene waartoe [partij B] in de hoofdzaak jegens [partij A] mocht worden veroordeeld, met inbegrip van de kostenveroordeling, en

- zal verklaren voor recht dat No Limit c.s. gehouden zijn [partij B] terzake geheel te vrijwaren, althans

- voor zover geoordeeld zou worden dat zowel [partij B] als No Limit c.s. jegens [partij A] hoofdelijk en/of gezamenlijk aansprakelijk zijn, de onderlinge draagplicht tussen partijen zal vaststellen;

- alles met veroordeling van No Limit c.s. in de kosten van het geding.

Zij voert daartoe - zakelijk samengevat - het volgende aan.

29. De deelnemers aan het paintballspel hebben onvoldoende (deugdelijke) instructies gekregen en er was onvoldoende toezicht op de naleving van de instructies. [partij B] heeft haar paintballwapen niet bewust op [partij A] gericht. De eventuele schuld van [partij B] aan het ontstaan van het letsel bij [partij A] is dermate gering dat de schade geheel of in overwegende mate aan No Limit dient te worden toegerekend.

het verweer in vrijwaringszaak II

30. De conclusie van No Limit c.s. strekt tot afwijzing van de vorderingen in vrijwaring, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van [partij B] in de kosten van het geding. Zij voert als verweer - zakelijk samengevat - het volgende aan.

31. Een substantieel gedeelte van de door [partij A] geclaimde schade is inmiddels door de verzekeraar van [partij B] vergoed. Reeds om die reden kan de gevorderde verklaring van recht niet worden toegewezen.

32. Zowel voorafgaande aan het spel als in de fase na het eindsignaal heeft de instructeur de deelnemers erop gewezen dat men het masker op moest houden, ook bij het verwijderen van de nog aanwezige verfkogels. Bovendien is er geen sprake van causaal verband tussen het beweerde nalaten aan de zijde van No Limit en het ongeval. De omstandigheid dat de bewuste kogel werd afgevuurd is een gevolg geweest van bewust handelen door [partij B]. De mogelijke verwijtbaarheid aan de kant van No Limit valt in het niet bij de bewuste onzorgvuldige handelwijze van [partij B].

De beoordeling

in de hoofdzaak

aansprakelijkheid van [partij B]

33. Tussen partijen is niet in geschil dat [partij B] in beginsel aansprakelijk is voor de schade die [partij A] als gevolg van het ongeval heeft geleden. Het beroep van [partij B] op eigen schuld aan de zijde van [partij A] zal hierna worden behandeld.

aansprakelijkheid van No Limit

34. Het geschil spitst zich toe op de vraag of No Limit uit hoofde van de op haar, als organisator van het spel rustende zorgvuldigheidsverplichting, voldoende maatregelen heeft genomen om het ongeval te voorkomen. Bij de beantwoording van deze vraag dienen alle omstandigheden van het geval in aanmerking te worden genomen en zijn in het bijzonder van belang de aard en de ernst van het mogelijke letsel, de waarschijnlijkheid dat dit letsel zich daadwerkelijk zal voordoen, de bezwaarlijkheid van het nemen van adequate voorzorgsmaatregelen en de gebruikelijkheid daarvan.

35. Bij het paintballspel wordt gebruik gemaakt van wapens waarmee onder gasdruk projectielen (verfkogels) kunnen worden afgeschoten. No Limit moet geacht worden op de hoogte te zijn van de risico's die het gebruik van geladen paintballgeweren met zich brengt, met name indien de verfkogels kwetsbare delen van het lichaam, zoals het hoofd, raken. De gevolgen daarvan kunnen ernstig en blijvend zijn. Onder die omstandigheden mag van No Limit worden verlangd dat zij strenge veiligheidsmaatregelen neemt om het risico van letsel zoveel mogelijk te beperken.

36. Voormelde gevaren zijn niet alleen aanwezig tijdens het spel zelf. Zolang de deelnemers geladen paintballgeweren bij zich dragen bestaat het risico dat, al dan niet bedoeld, verfkogels worden weggeschoten. Dat betekent dat No Limit niet alleen tijdens het spel maar ook na afloop daarvan bijzondere voorzorgsmaatregelen zal moeten treffen om te voorkomen dat met de verfkogels letsel wordt toegebracht. In dit verband heeft [partij A] onder meer aangevoerd dat de instructeur onvoldoende erop heeft toegezien dat het ontladen van de paintballgeweren op veilige wijze geschiedde.

37. Het ongeval heeft plaatsgevonden in de zogenoemde vrije zone. No Limit c.s. hebben ter comparitie erkend dat de instructeur tegen de deelnemers heeft gezegd dat zij in de vrije zone hun maskers mochten afzetten (aan de andersluidende stellingen in de conclusie van antwoord zal de rechtbank dan ook voorbijgaan). Weliswaar hebben No Limit c.s. gesteld dat de instructeur tevens gezegd zou hebben - hetgeen door [partij A] wordt betwist - dat na afloop van het spel de maskers eerst afgezet mochten worden nadat de wapens leeggeschoten waren, maar deze stelling kan - wat van de juistheid daarvan ook zij - No Limit c.s. niet baten. De deelnemers hadden immers tijdens het spel telkens bij het laden van het geweer in de vrije zone hun masker mogen afzetten. Onder die omstandigheden kan van hen niet zonder meer worden verwacht dat zij, toen zij na afloop van het spel weer op diezelfde locatie aankwamen, zich realiseerden toen aldaar niet meer hun masker te mogen afzetten. Dit geldt temeer nu vast staat dat de instructeur, van wie een voorbeeldfunctie mag worden verwacht, zelf ook geen masker droeg. In ieder geval had No Limit er rekening mee moeten houden dat de onervaren deelnemers zich er niet (meer) van bewust waren dat zij na afloop van het spel hun masker moesten ophouden.

38. Gelet daarop had van No Limit mogen worden verwacht dat zij na afloop van het spel ter plaatse van de vrije zone de deelnemers niet alleen (al dan niet opnieuw) had geïnstrueerd hun maskers op te houden zolang de wapens niet zouden zijn ontladen maar tevens dat zij erop zou toezien dat de deelnemers zich aan deze instructie zouden houden en dat zij maatregelen zou nemen zodra bleek dat de deelnemers zich niet aan deze instructie hielden. Uit de eigen stellingen van No Limit c.s. (conclusie van antwoord onder 6.) volgt dat, op het moment dat de deelnemers hun paintballgeweren gingen ontladen, zij hun maskers reeds hadden afgezet. Niet is gesteld dat de instructeur op dat moment de deelnemers erop heeft gewezen het ontladen van de geweren te staken en opnieuw de maskers op te doen danwel dat hij op andere wijze heeft geprobeerd te voorkomen dat de geweren werden ontladen terwijl niet alle deelnemers een masker droegen. No Limit c.s. hebben ter comparitie ook gesteld dat normaal gesproken de maskers pas afmogen nadat de instructeur heeft gecontroleerd of de wapens goed leeggeschoten zijn maar dat in dit geval de instructeur niet dienovereenkomstig heeft gehandeld.

Een dergelijke (nadere) waarschuwing of instructie is niet alleen een eenvoudig te treffen maatregel maar blijkens de eigen stellingen van No Limit c.s. ook een gebruikelijke maatregel. Daar komt bij dat ook andere, weinig bezwaarlijke maatregelen hadden kunnen worden getroffen om te voorkomen dat de wapens zouden worden ontladen terwijl niet alle deelnemers een masker droegen, zoals het innemen door de instructeur van de wapens op het moment dat de deelnemers na afloop van de het spel de vrije zone bereikten en het naderhand, buiten aanwezigheid van de deelnemers, ontladen van de geweren door de instructeur.

39. Gelet op het voorgaande staat vast dat No Limit onvoldoende erop heeft toegezien dat de deelnemers bij het ontladen van de wapens veilig handelden en dat zij onvoldoende adequate maatregelen heeft getroffen om te voorkomen dat de wapens zouden worden ontladen in aanwezigheid van deelnemers die geen masker meer droegen. Reeds op grond daarvan dient te worden geoordeeld dat No Limit de op haar rustende zorgvuldigheidsverplichting jegens [partij A] heeft geschonden. Hetgeen partijen overigens over en weer hebben gesteld ten aanzien van de al dan niet door No Limit gegeven instructies kan, gelet hierop, verder onbesproken blijven.

40. Het verweer van No Limit c.s. dat geen sprake is van causaal verband tussen de door No Limit geschonden norm en het ongeval wordt verworpen. De door No Limit geschonden zorgvuldigheidsnorm strekt ertoe te voorkomen dat als gevolg van het afschieten van verfkogels letsel (in het gezicht) wordt toegebracht. Vast staat dat [partij A] als gevolg van het afschieten van een verfkogel door [partij B] oogletsel heeft opgelopen. Tevens staat vast dat, indien [partij A] tijdens het ontladen van het paintballgeweer door [partij B] haar gezichtsmasker nog had gedragen of indien [partij B] was verhinderd haar paintballgeweer te ontladen op het moment dat [partij A] haar gezichtsmasker niet droeg, het ongeval zich niet had voorgedaan. Niet alleen kan worden aangenomen dat [partij A] en [partij B] een dringende na afloop van het spel gedane (nadere) waarschuwing of instructie terzake ter harte hadden genomen, met het innemen van de paintballgeweren direct na afloop van het spel door de instructeur had het ongeval zich feitelijk niet kunnen voordoen. Dat het ongeval zich desalniettemin ook zou hebben voorgedaan indien van de zijde van No Limit wel de bedoelde maatregelen zouden zijn genomen, is niet aannemelijk gemaakt. Het door [partij A] opgelopen oogletsel moet dan ook worden toegerekend aan het feit dat No Limit heeft nagelaten aan de hierboven omschreven zorgvuldigheidsverplichting te voldoen.

41. Dat betekent dat No Limit in beginsel aansprakelijk is voor de als gevolg van het ongeval door [partij A] geleden schade.

eigen schuld [partij A]

42. Het verweer van zowel [partij B] als No Limit c.s. dat aan de zijde van [partij A] sprake is van eigen schuld aangezien zij, door haar gezichtsmasker af te zetten, onvoorzichtig heeft gehandeld, faalt.

43. Vast staat dat de deelnemers is medegedeeld dat zij in de vrije zone hun masker mochten afdoen. Tevens staat vast dat [partij A] haar masker eerst heeft afgezet nadat het spel was afgelopen en dat zij zich ten tijde van het ongeval in de vrije zone bevond. Onder die omstandigheden behoefde [partij A] er niet op bedacht te zijn dat alsnog een verfkogel in de richting van haar gezicht zou worden afgeschoten. De omstandigheid dat [partij A] haar gezichtsmasker had afgezet kan dan ook niet in die zin aan haar worden toegerekend dat zij zelf aan de door haar als gevolg van het ongeval geleden schade zou moeten bijdragen.

hoofdelijke aansprakelijkheid van [partij B] en No Limit c.s.

44. Uit het voorgaande volgt dat [partij B] en No Limit, op grond van artikel 6:102 lid 1 BW: hoofdelijk, aansprakelijk zijn voor de door [partij A] als gevolg van het ongeval geleden schade. [partij C] en [partij D] zijn als vennoten van No Limit eveneens hoofdelijk aansprakelijk. De ter zake gevorderde verklaring van recht zal worden toegewezen.

schadestaatprocedure

45. Het verweer van No Limit c.s. dat voor een schadestaatprocedure geen plaats is omdat de schade van [partij A] reeds had kunnen worden begroot, wordt verworpen. Als grondslag voor een veroordeling tot schadevergoeding nader op te maken bij staat is voldoende dat het bestaan van de schade of de mogelijkheid van schade aannemelijk is. Door [partij A] is voldoende gesteld om te kunnen aannemen dat zij als gevolg van het ongeval schade heeft geleden en tevens is aannemelijk dat mogelijk ook van toekomstige schade sprake is. De rechtbank ziet geen aanleiding reeds thans tot begroting van de schade over te gaan. De gevorderde veroordeling tot vergoeding van de door [partij A] geleden en te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, zal worden toegewezen.

46. Tegen de gevorderde rente is geen verweer gevoerd. Nu primair is gevorderd dat de rente zal worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding ("vanaf heden"), zal de gevorderde rente over de nog vast te stellen schade in die zin worden toegewezen.

proceskosten

47. Als de in het ongelijk gestelde partijen zullen [partij B] en No Limit c.s. hoofdelijk worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [partij A] in de hoofdzaak. Tevens zullen [partij B] en No Limit c.s. ieder afzonderlijk worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [partij A] in de onderscheiden vrijwaringsincidenten in de hoofdzaak.

in de vrijwaringszaken

48. De rechtbank stelt voorop dat de vorderingen in vrijwaring naar hun aard alleen betrekking kunnen hebben op een mogelijke veroordeling, uit hoofde van een regresrecht, terzake hetgeen waartoe No Limit c.s. en [partij B] in de hoofdzaak zullen worden veroordeeld. Voor de door No Limit c.s. zelfstandig gevorderde veroordeling van [partij B] tot vergoeding van schade die No Limit heeft geleden als gevolg van gestelde tekortkomingen aan de zijde van [partij B] alsmede voor de door [partij B] gevorderde verklaringen van recht is in een vrijwaringsprocedure geen plaats. De desbetreffende vorderingen zullen reeds daarom worden afgewezen.

49. Voor de bepaling van hetgeen [partij B] enerzijds en No Limit c.s. anderzijds in hun onderlinge verhouding jegens elkaar moeten bijdragen in de vergoeding van de door [partij A] geleden schade, zal moeten worden beoordeeld in hoeverre de aan [partij B] en No Limit toe te rekenen omstandigheden hebben bijgedragen tot de schade. De verdeling van de schade zal naar evenredigheid daarvan moeten plaatsvinden, met dien verstande dat een andere verdeling plaatsvindt of de vergoedingsplicht geheel vervalt of in stand blijft indien de billijkheid dit wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden van het geval eist. Voor de beoordeling van de onderlinge draagplicht van [partij B] en No Limit c.s. is - anders dan No Limit c.s. hebben gesteld - niet relevant in hoeverre (de verzekeraar van) [partij B] jegens [partij A] aansprakelijkheid heeft erkend.

50. Het geschil tussen No Limit c.s. en [partij B] spitst zich toe op de vraag aan wie van hen in overwegende mate een verwijt kan worden gemaakt van het ontstaan van het ongeval.

51. Dat [partij B] het wapen tijdens het ontladen bewust op [partij A] gericht zou hebben gehouden, is niet gebleken. Wat [partij B] wel kan worden verweten is dat zij onvoldoende zorgvuldig haar wapen heeft ontladen door het wapen tijdens het ontladen niet op de grond maar naar boven gericht te houden terwijl de deelnemers geen masker meer droegen. Dit aan [partij B] te maken verwijt kan evenwel niet los worden gezien van het aan No Limit terzake te maken verwijt.

52. Zoals in de hoofdzaak reeds is geoordeeld, valt No Limit te verwijten dat zij onvoldoende erop heeft toegezien dat de deelnemers bij het ontladen van de wapens veilig handelden en dat zij onvoldoende adequate maatregelen heeft getroffen om te voorkomen dat de wapens zouden worden ontladen in aanwezigheid van deelnemers die geen maskers droegen. Dit nalaten van No Limit is niet alleen onzorgvuldig jegens [partij A] maar ook jegens de andere deelnemers, waaronder [partij B]. Het had juist op de weg van No Limit gelegen om maatregelen te treffen waardoor had kunnen worden voorkomen dat een onervaren deelnemer als [partij B], die nooit eerder een paintballgeweer had ontladen, het wapen kon ontladen zoals zij heeft gedaan terwijl de andere deelnemers geen masker meer droegen. Het is juist dit nalaten van No Limit geweest dat ertoe heeft geleid dat het ongeval heeft kunnen plaatsvinden.

53. Gelet op de aard en de ernst van dit aan No Limit (op wie een bijzondere zorgvuldigheidsverplichting jegens de deelnemers van het paintballspel rust) te maken verwijt en gelet op voornoemde omstandigheden van het geval, waaronder de onervarenheid van [partij B], eist de billijkheid dat de door [partij A] geleden schade in de onderlinge verhouding tussen [partij B] en No Limit c.s. geheel door No Limit c.s. dient te worden gedragen.

54. Hieruit volgt dat de vorderingen van No Limit c.s. in vrijwaringszaak I zullen worden afgewezen. De vordering in vrijwaringszaak II om No Limit c.s. te veroordelen om aan [partij B] te voldoen al datgene waartoe [partij B] in de hoofdzaak jegens [partij A] mocht worden veroordeeld, zal worden toegewezen. De andere vorderingen van [partij B] zullen, gelet op hetgeen reeds is overwogen in r.o. 48, worden afgewezen.

55. No Limit c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van vrijwaringszaken I en II.

De beslissingen

De rechtbank:

in de hoofdzaak

- verklaart voor recht dat [partij B], No Limit, [partij C] en [partij D] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de gevolgen van het ongeval d.d. 15 juni 2001;

- veroordeelt [partij B], No Limit, [partij C] en [partij D] hoofdelijk, in die zin dat betaling door de een de ander zal bevrijden, tot vergoeding van de door [partij A] geleden en te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, welke het gevolg is van het ongeval d.d. 15 juni 2001, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot die der algehele voldoening;

- veroordeelt [partij B], No Limit, [partij C] en [partij C] hoofdelijk in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [partij A] bepaald op

* € 904,-- aan salaris van de procureur,

* € 83,78 aan dagvaardingskosten,

* € 180,75 aan in debet gesteld griffierecht, en

* € 60,25 aan verschotten (eigen bijdrage griffierecht),

derhalve € 1,228,78 in totaal, welk bedrag ingevolge artikel 243 Rv dient te worden voldaan aan de griffier van de rechtbank Dordrecht;

- veroordeelt No Limit c.s. in de kosten van het vrijwaringsincident (dat geleid heeft tot vrijwaringszaak I), tot op heden aan de zijde van [partij A] bepaald op € 452,-- aan salaris van de procureur en nihil aan verschotten, derhalve € 452,-- in totaal, welk bedrag ingevolge artikel 243 Rv dient te worden voldaan aan de griffier van de rechtbank Dordrecht;

- veroordeelt [partij B] in de kosten van het vrijwaringsincident (dat geleid heeft tot vrijwaringszaak II), tot op heden aan de zijde van [partij A] bepaald op € 452,-- aan salaris van de procureur en nihil aan verschotten, derhalve € 452,-- in totaal, welk bedrag ingevolge artikel 243 Rv dient te worden voldaan aan de griffier van de rechtbank Dordrecht;

- verklaart deze proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af;

in vrijwaringszaak I

- wijst de vorderingen af;

- veroordeelt No Limit c.s. in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [partij B] bepaald op € 452,-- aan salaris van de procureur en nihil aan verschotten;

- verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

in vrijwaringszaak II

- veroordeelt No Limit c.s. om aan [partij B] te voldoen al datgene waartoe [partij B] in de hoofdzaak jegens [partij A] is en nog mocht worden veroordeeld, met inbegrip van de kostenveroordeling;

- veroordeelt No Limit c.s. in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [partij B] bepaald op € 452,-- aan salaris van de procureur en € 83,78 aan verschotten;

- verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mrs. Verhappen, Vink en Lock en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 juni 2005.