Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2005:AT7817

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
26-05-2005
Datum publicatie
21-06-2005
Zaaknummer
11/500095-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft aan een notoire veelpleger wegens mishandeling van zijn vader en een poging tot inbraak de maatregel plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) voor de maximum duur van twee jaar opgelegd. Voor de eveneens door verdachte gepleegde diefstal met geweld en een tweetal inbraken heeft de rechtbank geen straf of maatregel opgelegd aangezien deze feiten waren gepleegd vóór 1 oktober 2004 (datum inwerkingtreding ISD-maatregel). De rechtbank heeft bepaald dat uiterlijk negen maanden na het onherroepelijk worden van het vonnis door haar een tussentijdse toetsing van de tenuitvoerlegging van de maatregel zal plaatsvinden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Tegenspraak

Parketnummer: 11/500095-05

Zittingsdatum : 12 mei 2005

Uitspraak : 26 mei 2005

VERKORT STRAFVONNIS

De rechtbank Dordrecht heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de zaak tegen:

Verdachte,

geboren te Kayapinar op 1981,

wonende te [adres]

thans gedetineerd in de P.I. Rijnmond, locatie Noordsingel, te Rotterdam.

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de

vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren

heeft gebracht.

1. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen

1.

(PV 05-501022)

hij op of omstreeks 02 februari 2005 te Dordrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] (zijnde zijn, verdachtes, vader) van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet één of meerdere ma(a)l(en) met een steen op het hoofd van die [slachtoffer1] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

SUBSIDIAIR: voorzover het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 02 februari 2005 te Dordrecht opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer1], zijnde zijn, verdachtes, vader), één of meerdere ma(a)l(en) met een steen op zijn hoofd heeft geslagen, althans éénmaal een steen tegen zijn hoofd heeft gegooid, en/of één of meerdere ma(a)l(en) tegen zijn gezicht en/of lichaam heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

(PV 04-504098)

hij in of omstreeks de nacht van 29 oktober 2003 op 30 oktober 2003 te Dordrecht,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (personen)auto (merk: Daewoo, type: Matiz, kleur: grijs, kenteken: [kenteken]) heeft weggenomen een frontje van een autoradio/cd-speler en/of één of meerdere cd('s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

(PV 04-504098)

hij op of omstreeks 18 november 2003 te Dordrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (bestel)auto (merk: Volkswagen, type: Transporter, kleur: blauw, kenteken: [kenteken]) heeft weggenomen een navigatiesyteem (merk: Clarion) en/of een afstandsbediening van een autoradio/cassetterecorder (merk: Pioneer), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, een fiets tegen, dan wel in de richting van, die [slachtoffer 3] heeft gegooid;

4.

(PV 05-500939)

hij op of omstreeks 02 februari 2005 te Dordrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (personen)auto (merk: Toyota, type: Starlet, kenteken: [kenteken]) weg te nemen een autoradio/cd-speler, in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die (personen)auto te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of geldbedrag onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, waartoe hij, verdachte, een ruit van die (personen)auto kapot heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

(PV 05-500939)

hij op of omstreeks 18 juni 2004 te Dordrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (personen)auto (merk: Hyundai, kleur: groen, kenteken: [kenteken]) heeft weggenomen een autoradio/cd-speler (merk: Sony) en/of één cd, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

6.

(PV 04-500141A)

hij in of omstreeks de nacht van 21 oktober 2003 op 22 oktober 2003 te Dordrecht,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (personen)auto (merk: Ford, type: Focus, kleur: blauw, kenteken: [kenteken]) heeft weggenomen een autoradio/cd-speler (merk: Pioneer) en/of één of meerdere cd('s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of Unilease B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.De voorvragen

2.1 De geldigheid van de dagvaarding

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

2.2 De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

2.4 De schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

3. Het onderzoek ter terechtzitting

3.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het tenlastegelegde onder 1. primair en 5. De officier van justitie heeft -de feiten 1 subsidiair, 2, 3, 4 en 6 bewezen achtend- gevorderd verdachte te veroordelen tot de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor wat betreft feit 1 subsidiair en feit 4. Met betrekking tot de feiten 2, 3 en 6 heeft de officier van justitie gevorderd te bepalen dat aan verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd (rechterlijk pardon).

3.2 De verdediging

De verdediging heeft een bewijsverweer en een strafmaatverweer gevoerd.

4. De bewijsbeslissingen

4.1 De vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen wat aan de verdachte onder 1 primair ten laste is gelegd, omdat het wettig bewijs ontbreekt dat verdachte met een steen op het hoofd van het slachtoffer geslagen heeft. Immers wordt de verklaring van het slachtoffer niet ondersteund door enig ander bewijsmiddel.

Naar het oordeel van de rechtbank is ook niet wettig en overtuigend bewezen wat aan de verdachte onder 5 ten laste is gelegd, omdat door de verdachte genoegzaam is aangetoond dat hij ten tijde van het ten laste gelegde in een verslavingskliniek verbleef en de aangifte van het slachtoffer niet door enig ander bewijsmiddel wordt ondersteund.

De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van deze feiten.

4.2 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

1.

SUBSIDIAIR:

op 02 februari 2005 te Dordrecht opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer1], zijnde zijn, verdachtes, vader), een steen tegen zijn hoofd heeft gegooid, en meerdere malen tegen zijn gezicht heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

2.

in de nacht van 29 oktober 2003 op 30 oktober 2003 te Dordrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een (personen)auto (merk: Daewoo, type: Matiz, kleur: grijs, kenteken: [kenteken]) heeft weggenomen een frontje van een autoradio/cd-speler en meerdere cd's, toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

3.

op 18 november 2003 te Dordrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een (bestel)auto (merk: Volkswagen, type: Transporter, kleur: blauw, kenteken: [kenteken]) heeft weggenomen een afstandsbediening van een autoradio/cassetterecorder (merk: Pioneer), toebehorende aan [slachtoffer 3], welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen die [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, een fiets tegen die [slachtoffer 3] heeft gegooid;

4.

op 02 februari 2005 te Dordrecht, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een (personen)auto (merk: Toyota, type: Starlet, kenteken: [kenteken]) weg te nemen een autoradio/cd-speler, in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], die weg te nemen goederen en/of geldbedrag onder zijn bereik te brengen door middel van braak, waartoe hij, verdachte, een ruit van die (personen)auto kapot heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

in de nacht van 21 oktober 2003 op 22 oktober 2003 te Dordrecht, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een (personen)auto (merk: Ford, type: Focus, kleur: blauw, kenteken: [kenteken]) heeft weggenomen een autoradio/cd-speler (merk: Pioneer) en meerdere cd's, toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of Unilease BV, waarbij verdachte de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.3 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De bewezenverklaarde feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

1. subsidiair:

MISHANDELING BEGAAN TEGEN ZIJN VADER TOT WIE HIJ IN FAMILIERECHTELIJKE BETREKKING STAAT

2,6. telkens:

DIEFSTAL WAARBIJ DE SCHULDIGE HET WEG TE NEMEN GOED ONDER ZIJN BEREIK HEEFT GEBRACHT DOOR MIDDEL VAN BRAAK

3. DIEFSTAL, GEVOLGD VAN GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM, BIJ BETRAPPING OP HETERDAAD, AAN ZICHZELF HETZIJ DE VLUCHT MOGELIJK TE MAKEN, HETZIJ HET BEZIT VAN HET GESTOLENE TE VERZEKEREN

4. POGING TOT DIEFSTAL WAARBIJ DE SCHULDIGE HET WEG TE NEMEN GOED ONDER ZIJN BEREIK HEEFT GEBRACHT DOOR MIDDEL VAN BRAAK

6. De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. De redenen, die tot de maatregel hebben geleid

7.1 Motivering

De rechtbank heeft de op te leggen maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zijn vader in diens woning zodanig mishandeld, dat deze daar letsel en pijn aan overhield. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij, door zijn vader in de beslotenheid van diens woning te mishandelen, inbreuk heeft gemaakt op de huiselijke sfeer waarin men zich veilig en geborgen mag voelen. Daarnaast heeft verdachte een reeks autokraken gepleegd. Dit zijn ergerlijke feiten die doorgaans aanzienlijke schade voor de slachtoffers opleveren. Deze feiten worden door de samenleving dan ook scherp afgekeurd.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het voorlichtingsrapport van DeltaBouman d.d. 12 mei 2005 alsmede het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van verdachte d.d. 9 februari 2005. Blijkens dat uittreksel is verdachte in het verleden veelvuldig veroordeeld voor diefstallen en andere vermogensdelicten.

De reclassering heeft zich in haar rapportage uitgelaten over de afdoening van deze strafzaak. Zij heeft gerapporteerd dat bij verdachte de zogenaamde RISc (Recidive Inschattingsschalen ) is afgenomen. Hieruit heeft de reclassering opgemaakt dat verdachte zowel drugsgerelateerde als sociaal-maatschappelijke problemen heeft. Op grond hiervan, alsmede de omstandigheid dat verdachte een actieve veelpleger is, adviseert de reclassering de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) aan verdachte op te leggen. Dit klemt te meer daar -zo stelt de reclassering- eerdere interventies weinig effect hebben gehad.

De onderhavige maatregel is tevens geschikt voor verdachte, omdat zij er mede toe strekt een bijdrage te leveren aan de oplossing van zijn verslavingsproblematiek. Van belang hierbij is verder dat er geadviseerd is de ISD-maatregel met een programma te combineren. In dat kader wordt het verdachte mogelijk gemaakt een ander gedrags- en levenspatroon aan te leren door middel van het programma, toezicht en begeleiding.

De rechtbank is van oordeel dat de veiligheid van personen of goederen het opleggen van de ISD-maatregel eist. De maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van verdachte. Verdachte heeft immers sinds december 2003 de status van actieve veelpleger in de politieregio Zuid-Holland-Zuid. Eerdere interventies van de zijde van justitie hebben het tij niet kunnen keren.

Aan alle vereisten van artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht is voldaan.

De rechtbank bepaalt dat verdachte wat betreft de feiten 2, 3 en 6, te weten de feiten gepleegd vóór 1 oktober 2004, schuldig zal worden verklaard zonder oplegging van straf. De rechtbank bepaalt de duur van de maatregel op twee jaren. De rechtbank bepaalt dat er geen aftrek van voorlopige hechtenis zal plaatsvinden, omdat zij van mening is dat verdachte de volle termijn van twee jaren nodig zal hebben om het programma met succes te kunnen afronden. Voorts bepaalt de rechtbank dat er door haar een tussentijdse toetsing van de tenuitvoerlegging van de maatregel zal plaatsvinden uiterlijk negen maanden na het onherroepelijk worden van dit vonnis.

7.2 Overige beslissingen

Aan dit vonnis is als bijlage 3 een lijst gehecht van de onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen, waarvan de inhoud als hier ingelast dient te worden beschouwd.

Met betrekking tot het op voormelde lijst onder nummer 12 vermelde voorwerp, te weten een damesfiets, zal de rechtbank teruggave aan de rechtmatige eigenaar gelasten.

8. De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde maatregel is gegrond op de volgende wettelijke voorschriften:

artikelen 9a, 38m, 38n, 38s, 45, 57, 300, 304, 310, 311, 312 van het Wetboek van Strafrecht.

9. De beslissing

De rechtbank

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 1, primair en onder feit 5 ten laste is gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals vermeld onder 4.2 van dit vonnis;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart dat de bewezenverklaarde feiten de onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens feit 1, subsidiair en feit 4 tot:

PLAATSING IN EEN INRICHTING VOOR STELSELMATIGE DADERS voor de duur van TWEE JAREN,

bepaalt dat er na uiterlijk NEGEN MAANDEN na het onherroepelijk worden van het VONNIS een TUSSENTIJDSE BEOORDELING plaatsvindt van de noodzaak van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de maatregel,

bepaalt ten aanzien van de feiten 2, 3 en 6 dat verdachte GEEN STRAF OF MAATREGEL wordt opgelegd;

bepaalt ten aanzien van het beslag: teruggave van de damesfiets aan de rechtmatige eigenaar.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. drs. T.F. van der Lugt, voorzitter,

mr. H. Bedee en mr. A. Hello, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A.J. van Spengen,griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 mei 2005.

(mr. H. Bedee is door afwezigheid buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.)