Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2005:AT3046

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
10-02-2005
Datum publicatie
01-04-2005
Zaaknummer
152742 CV EXPL 04-8227
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gebonden aan vaststellingsovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Kenmerk: 152742 CV EXPL 04-8227

Vonnis van de kantonrechter te Dordrecht van 10 februari 2005 in de zaak van:

de vennootschap naar vreemd recht ALFRED McALPINE CONSTRUCTION LIMITED,

gevestigd te Londen (Groot Brittannië),

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

gemachtigde: mr. L.H. van Houten, advocaat te Rotterdam,

tegen :

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BEZEMER DORDRECHT B.V.,

gevestigd te 3316 GC Dordrecht, Bunsenstraat 49,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. M.E. Ten Cate, advocaat te Utrecht.

Partijen worden aangeduid als McAlpine en Bezemer.

Verloop van de procedure

De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken:

1. het vonnis van de sector civiel in deze rechtbank van 22 december 2004 en de daarin genoemde processtukken.

Omschrijving van het geschil

In conventie en in reconventie

1. Tussen partijen staat het volgende vast.

Op 5 juli 2001 hebben partijen een “Equipment Rental Lease Agreement” (verder te noemen de huurovereenkomst) gesloten, waarbij Bezemer (“lessor”) aan McAlpine (“lessee”) een lier verhuurde. In de schriftelijke huurovereenkomst is bepaald, voor zover thans van belang:

(…)

9 DAMAGE TO THE EQUIPMENT

The Lessee shall indemnify the Lessor against any loss of the Equipment and all damage resulting thereto during the Rental Period from any cause.

10 LIABILITY OF THE LESSEE

The Lessee shall indemnify the Lessor against all loss, damage, expense and penalty arising from any action on account of injury to persons (including death) and damage to property (including total destruction), occasioned by the operation handling or transportation of the Equipment during the Rental Period.

The Lessor shall not be liable in any event for loss, delay or damage of any nature resulting from defects in or inefficiency of any nature of the Equipment hereby leased, or accidental breakage thereof in transporting the Equipment, or for delays resulting from strikes, labour, disorders or refusal by its employees and agents to cross picket lines or from other delays and contingencies beyond its control.

(...)

19 OPERATOR/ENGINEER

The Lessor can make available the services of a competent winch operator/engineer to work under the supervision of personnel of the Lessee on equipment supplied by the Lessor.

When an operator/engineer is supplied by the Lessor to work the equipment the operator/engineer shall be under the direction and control of Lessee. Such operators/engineers shall for all purposes in connection with their employment in the working of the equipment be regarded as the servants or agents of Lessee. (...)

All operations to be carried out by the winch remain the responsibility of Lessee and the Lessor will not accept any liability for any mishap or damage, however caused during such operations.

The Lessee exempts Lessor and indemnifies Lessor in connection with all claims from the Lessor and/or third parties for which by virtue of the above and/or Article 10 of this agreement Lessor does not or does not wish to bear liability.

Travel expenses, accommodation, subsistence and medical costs of the operator/engineer are for the account of Lessee.

(...)

Op 21 september 2001 was de lier bij McAlpine in gebruik ten behoeve van een pijpleidingproject in Dublin (Ierland). De haspel is tijdens het gebruik tegen de lier aangekomen, waardoor schade aan de lier en de haspel is ontstaan, welke schade op basis van een op 19 november 2001 door Van Woerkom, Nobels & Ter Veen uitgebracht schaderapport is begroot op € 79.509,--.

Bij faxbericht van 21 december 2001 heeft McAlpine, voor zover thans van belang, aan Bezemer meegedeeld:

(…) As previously advised to you, we have spoken to our insurers and confirm the Loss Adjusters have agreed the amount claimed. (...)

McAlpine heeft op 12 januari 2002 een bedrag van € 79.509,-- aan Bezemer betaald.

McAlpine heeft dit bedrag vervolgens bij haar verzekeraars gedeclareerd en vergoed gekregen.

In een brief van 18 februari 2004 heeft mr. Ten Cate (advocaat van Bezemer), voor zover thans van belang, meegedeeld:

(…) As Bezemer Dordrecht and Alfred McAlpine always had (and still have) a good business relationship, Bezemer Dordrecht decided not to claim this (consequential) loss. However, as the insurance company of Alfred McAlpine has started legal proceedings on behalf of Alfred McAlpine, Bezemer Dordrecht will claim the (consequential) loss which relates to the incident in these proceedings.(...)

2. McAlpine vordert, na wijziging van eis, dat Bezemer bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om te betalen € 84.507,-- vermeerderd met wettelijke rente vanaf 15 mei 2003, kosten rechtens. Haar vordering specificeert zij als volgt:

Hoofdsom € 79.509,--

Buitengerechtelijke kosten € 5.000,--

Aan haar hoofdvordering legt McAlpine onverschuldigde betaling (subsidiair ongerechtvaardigde verrijking) ten grondslag. In dit verband stelt zij het volgende.

McAlpine heeft zonder rechtsgrond het bedrag van € 79.509,-- betaald, omdat de schade aan de lier niet is ontstaan door een gedraging van McAlpine noch door een andere aan haar toe te rekenen omstandigheid.

Bezemer heeft het gevorderde betwist en zij voert het volgende aan als verweer.

a. McAlpine is niet aan te merken als procespartij in deze procedure, aangezien haar verzekeraars de schade aan McAlpine hebben uitgekeerd. De verzekeraars zijn in de rechten van McAlpine getreden en zij in dienen deze procedure op eigen naam te procederen.

b. McAlpine heeft geen belang bij haar vordering, aangezien zij door haar verzekeraars schadeloos is gesteld;

c. McAlpine heeft, evenals haar verzekeraars, haar aansprakelijkheid jegens Bezemer erkend, zo blijkt uit de fax van 21 december 2001. Er is geen schriftelijk vastgelegde vaststellingsovereenkomst, maar uit het samenstel van handelingen, mededelingen en brieven blijkt dat partijen het er destijds over eens waren dat McAlpine de schade diende te vergoeden. Op deze erkenning kan zij thans niet meer terugkomen. Aldus heeft McAlpine haar vorderingsrechten jegens Bezemer verwerkt.

d. Voorzover Bezemer aansprakelijk is, beroept zij zich op eigenschuld bij McAlpine, omdat zij zelf de schade heeft veroorzaakt.

3. Bezemer vordert in reconventie, na wijziging van eis, dat McAlpine bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld om € 106.883,12 te betalen vermeerderd met wettelijke rente vanaf 25 februari 2004, kosten rechtens.

Aan haar vordering legt Bezemer nakoming van de huurovereenkomst ten grondslag. In dit verband stelt zij dat McAlpine op grond van het bepaalde in artikelen 9, 10 en 19 van de overeenkomst is McAlpine aansprakelijk is voor de aan de lier ontstane schade. De schade is ontstaan omdat McAlpine te dun staaldraad gebruikte en de lier verkeerd heeft ingezet.

Bezemer stelt dat haar schade bestaat uit kosten gemaakt door de heren A. Kuiper en A. Bezemer (prod. 14 eis in rec) en transportkosten, gederfde huur en rente (prod. 24 eis in rec).

McAlpine heeft het betwist aansprakelijk te zijn voor de schade aan de lier en haspel en zij voert het volgende aan als verweer:

e. Bezemer heeft afstand gedaan van haar recht om boven het onverschuldigd betaalde bedrag schadevergoeding te vorderen, zo blijkt uit de hiervoor geciteerde passage uit de brief van 18 februari 2004 van mr. Ten Cate.

f. Gelet op de vaststellingsovereenkomst is de omvang van de schade vast komen te staan. Meer dan het overeengekomen bedrag kan Bezemer niet vorderen, ook niet als het onverschuldigd betaalde wordt teruggevorderd.

Beoordeling van het geschil

in conventie en in reconventie

4. Toepasselijk recht

4.1 Partijen hebben zich niet uitgelaten over het recht dat van toepassing is op de verbintenissen uit de tussen partijen gesloten huurovereenkomst. Nederlands recht van is toepassing als het recht dat waarmee de overeenkomst het nauwst is verbonden, nu de in Nederland gevestigde Bezemer als verhuurster de kenmerkende prestatie moest verrichten.

4.2 Beide partijen doen een beroep op een vaststellingsovereenkomst die is gesloten nadat schade aan de lier was ontstaan. Partijen hebben zich ten aanzien van deze overeenkomst evenmin uitgelaten over het toepasselijke recht. Deze overeenkomst wordt eveneens beheerst door Nederlands recht als het recht dat van toepassing is op de verhouding in verband waarmee de dading is aangegaan, namelijk de uit de huurovereenkomst voortvloeiende verbintenissen.

De door McAlpine gestelde onverschuldigde betaling en (subsidiair) ongerechtvaardigde verrijking worden op dezelfde grond (accessoire aanknoping) eveneens beheerst door Nederlands recht.

5. De vaststellingsovereenkomst

5.1 Art. 7:900, eerste lid BW bepaalt: “Bij een vaststellingsovereenkomst binden partijen, ter beëindiging of ter voorkoming van onzekerheid of geschil omtrent hetgeen tussen hen rechtens geldt, zich jegens elkaar aan een vaststelling daarvan, bestemd om ook te gelden voor zover zij van de tevoren bestaande rechtstoestand mocht afwijken”.

5.2 Beide partijen stellen dat een vaststellingsovereenkomst is gesloten nadat het ongeval op 21 september 2001 had plaatsgevonden (repliek in conventie/antwoord in reconventie pag 10 en dupliek in conventie en repliek in reconventie 40). Partijen hebben gecorrespondeerd over de aansprakelijkheid voor de schade en hebben deze schade onderling geregeld. Uit de hiervoor weergegeven passage in de brief van mr. Ten Cate van 18 februari 2004 volgt dat het ten tijde van het sluiten van de overeenkomst de bedoeling van Bezemer is geweest dat zij geen aanspraak zou maken op vergoeding van meer dan de in rekening gebrachte en door McAlpine betaalde schade. McAlpine gaat eveneens van dit standpunt uit. De in dezelfde passage genoemde voorwaarde is pas geformuleerd naar aanleiding van de onderhavige procedure en maakt geen onderdeel uit van de overeenkomst. Aldus hebben partijen een overeenkomst gesloten die past bij de in de wet gegeven omschrijving van een vaststellingsovereenkomst.

5.3 Geen van partijen heeft aangevoerd dat de vaststellingsovereenkomst op enige juridische grond aantastbaar zou zijn. Beiden zijn aan deze overeenkomst gebonden. Deze overeenkomst bepaalt de rechtstoestand tussen partijen en het beoordelen van de tevoren bestaande rechtstoestand, waaronder het vaststellen van aansprakelijkheid voor de ontstane schade, kan dan ook niet meer aan de orde zijn. De vordering in reconventie dient te worden afgewezen.

5.4 McAlpine heeft op grond van de vaststellingsovereenkomst betaald. Van betaling zonder rechtsgrond is geen sprake, zodat niet onverschuldigd is betaald. Evenmin is Bezemer ongerechtvaardigd verrijkt, nu McAlpine haar verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst is nagekomen. De vordering in conventie dient dan ook te worden afgewezen.

6. McAlpine als procespartij

Beide partijen gaat er van uit, dat de verzekeraars van McAlpine door subrogatie in de rechten van McAlpine zijn getreden. Reeds omdat McAlpine geen vordering op Bezemer kan laten gelden, zijn er in dit verband geen rechten over te dragen aan de verzekeraars van McAlpine. Bij dit verweer heeft Bezemer geen belang.

7. De overige stellingen en verweren in conventie en in reconventie kunnen onbesproken blijven. Gelet op de uitslag van de beide procedures, worden de proceskosten gecompenseerd.

Beslissing

De kantonrechter:

in conventie en in reconventie

wijst de vorderingen af;

compenseert de proceskosten in die zin dat elk van partijen de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 februari 2005, in aanwezigheid van de griffier.