Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2005:AS5623

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
09-02-2005
Datum publicatie
09-02-2005
Zaaknummer
56604 ha rk 04-2047`
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toewijzing verzoek voorlopig deskundigenbericht. Het afslaan van een uitnodiging om in preprocessuele fase mee te werken aan een medische expertise onvoldoende om verzoek om voorlopig deskundigenbericht af te wijzen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 198
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 205
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2005, 159
JA 2005/27
JWR 2005/36
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Sector Civiel Recht

Beschikking van de enkelvoudige kamer

inzake

de naamloze vennootschap London Verzekeringen N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

verzoekster,

procureur mr. J.H. Silfhout,

tegen

(naam),

wonende te (plaatsnaam),

verweerster,

procureur mr. J.A. Visser.

Verzoekster en verweerster worden verder aangeduid als London respectievelijk verweerster.

Het procesverloop

1. Bij op 13 oktober 2004 ter griffie ingekomen verzoekschrift met bijlagen heeft London de rechtbank verzocht, ex artikel 202 Rv, een voorlopig deskundigenonderzoek te bevelen, met benoeming van een rechter-commissaris.

2. De zaak is ter terechtzitting van 23 december 2004 behandeld. Bij deze gelegenheid is namens London verschenen dhr. C.H. Insinger, behandelaar personenschade, bijgestaan door mw. mr. D.C. van Fulpen, advocaat te Amersfoort, alsmede verweerster, bijgestaan door mr. R. Gruben, advocaat te Voorburg. De advocaten van partijen hebben de zaak toegelicht, waarbij mr. Van Fulpen gebruik heeft gemaakt van daartoe overgelegde aantekeningen en mr. Gruben van het ter zitting overgelegde verweerschrift.

De feiten

3. Op 24 maart 1999 heeft een aanrijding plaatsgevonden, waarbij betrokken waren verweerster, rijdend in haar personenauto, en een bestuurder van een motorfiets. Laatstbedoelde was verzekerd conform de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen bij London, die haar aansprakelijkheid voor dit ongeval heeft erkend doch niet voor de letselschade die verweerster stelt als gevolg daarvan te hebben geleden.

4. De medisch adviseur van de rechtsbijstandsverzekeraar (Stichting Achmea Rechtsbijstand te Apeldoorn) van verweerster heeft een orthopedisch onderzoek laten verrichten door orthopedisch chirurg P.A.G.M. Bakx. Deze heeft zijn bevindingen naar aanleiding van het onderzoek op 13 juni 2002 gerapporteerd.

5. London kan zich niet verenigen met de inhoud van het rapport van de deskundige Bakx en is tot op heden weigerachtig gebleven tot schadevergoeding over te gaan.

6. Bij dagvaarding van 23 augustus 2004 heeft verweerster een bodemprocedure aanhangig gemaakt tegen London bij deze rechtbank. In deze procedure heeft verweerster, kort gezegd, vergoeding gevorderd van de door haar ten gevolge van het ongeval geleden materiële en immateriële schade.

De gronden voor het verzoek

7. London stelt recht en belang te hebben bij het door haar verzochte deskundigenonderzoek, met benoeming van één van de door haar voorgestelde deskundigen ter beantwoording van de in het verzoekschrift vermelde vragen.

8. London heeft daartoe aangevoerd dat het rapport d.d. 13 juni 2002 van de deskundige Bakx, dat door verweerster in de aanhangige procedure bij deze rechtbank als bewijsmiddel wordt gebruikt, geen onafhankelijke expertise betreft. London stelt dat vanwege het ontbreken van overeenstemming over een uit te brengen medische expertise het onderhavige rapport louter eenzijdig tot stand is gekomen. Dit rapport dat op instigatie van verweerster en door haar verstrekte informatie is opgesteld is aan te merken als een partijrapport.

9. Voorts acht London de inhoud van het rapport onjuist en onvolledig nu de door verweerster ingeschakelde deskundige is afgegaan op door verweerster verstrekte gegevens en overigens onjuiste uitgangspunten. London betwist de juistheid van het rapport en de daarin vermelde diagnose: “Pijnklachten en funktiebeperking van de lumbale regio bij status na L-1 fraktuur als gevolg van een verkeersongeval d.d. 24-3-1999”.

10. London heeft aangevoerd een onafhankelijke expertise door een deskundige noodzakelijk te achten, teneinde haar huidige procespositie op juiste wijze te kunnen inschatten, nu zij mede op basis van dit rapport in een procedure is betrokken en te verwachten is dat zij bewijs dient leveren. Daartoe dient naar de mening van London een onafhankelijke deskundige door de rechtbank te worden benoemde teneinde te laten onderzoeken waardoor de huidige klachten van verweerster worden veroorzaakt. London is van mening dat bij dat onderzoek een vergelijk dient te worden gemaakt van de gezondheidssituatie voor het ongeval met die van na het ongeval. Om een reële vergelijking mogelijk te maken zijn gegevens nodig van de gezondheidstoestand van verweerster over de periode voor het ongeval. London vordert daartoe overlegging door verweerster van bedoelde gegevens aan de medisch adviseur van London als aan de te benoemen deskundige. London vordert in elk geval overlegging van de zogenoemde groene kaart van de huisarts van verweerster over een periode van vijf jaar voorafgaand aan het ongeval.

Het verweer

11. Verweerster concludeert tot afwijzing van het verzoek omdat een goede procesorde aan toewijzing daarvan in de weg staat. Voorts heeft London haar recht op een onderzoek verwerkt, althans is het verzoek in strijd met de redelijkheid en billijkheid en worden de belangen van verweerster hiermee onevenredig en onnodig geschaad.

12. Verweerster heeft daartoe aangevoerd dat London regelmatig de tactiek toepast, waarbij zij, indien er discussie bestaat over de medische gevolgen ten gevolge van een ongeval, in de preprocessuele fase weigert medewerking te verlenen aan een medische expertise, zelfs indien zij daartoe uitdrukkelijk wordt uitgenodigd zoals in het onderhavige geval. Het gaat ook niet aan dat London thans meer dan twee jaar nadat zij daartoe de mogelijkheid heeft gehad, al dan niet in samenspraak met verweerster, een deskundigenonderzoek te verlangen. Voorts heeft London geen steekhoudende en zwaarwegende argumenten aangevoerd tegen de onderhavige rapportage. De punten van kritiek zijn onjuist, althans onvoldoende gemotiveerd dan wel onderbouwd. De deskundige Bakx heeft kennis genomen van alle relevante medische informatie, evenals de medische adviseurs van London en verweerster, en komt zonder voorbehoud tot de conclusie dat de wervelbreuk ongevalgevolg is. Verweerster wijst er voorts op dat het van ondergeschikt belang is of vaststaat dat de wervelbreuk door het ongeval is veroorzaakt. Tussen partijen staat immers vast dat het ongeval heeft geleid tot de rugklachten van verweerster, terwijl er geen aanwijzingen zijn dat zich na het ongeval een andere oorzaak zou hebben voorgedaan waaruit de rugklachten zouden voortvloeien. Twijfel over de origine van de wervelbreuk, zoals door London geuit, dient onder deze omstandigheden voor haar rekening te komen, aldus verweerster.

13. Verweerster verzoekt primair het verzoek af te wijzen en subsidiair, indien de rechtbank van oordeel is dat het verzoek van London dient te worden toegewezen, één van de door haar genoemde deskundigen te benoemen ter beantwoording van de door haar in het verweerschrift vermelde vragen. Verweerster is bereid, indien de deskundige bij zijn onderzoek de thans beschikbare informatie onvoldoende acht om de voorgelegde vragen te beantwoorden, om in dat specifieke geval de benoemde deskundige te machtigen nader bij haar huisarts te informeren. Verweerster is niet bereid om bedoelde informatie te laten verstrekken aan London of aan haar medisch adviseur, omdat dit een onnodige inbreuk op haar privacy zou betekenen.

De beoordeling

14. De rechtbank stelt voorop dat een voorlopig deskundigenonderzoek zoals door London verzocht ertoe kan dienen London de mogelijkheid te verschaffen aan de hand van het uit te brengen deskundigenbericht zekerheid te verkrijgen omtrent de voor de beslissing van het geschil tussen partijen relevante feiten en omstandigheden en aldus beter haar procespositie te kunnen beoordelen. Het rechterlijk oordeel over het verzoek van London betreft niet een discretionaire bevoegdheid. De rechtbank dient het verzoek in beginsel toe te wijzen, mits het verzoek terzake dienend en voldoende concreet is en feiten betreft die met het deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden.

15. Het verzoek van London strekt ertoe een deskundige te laten rapporteren omtrent de oorzaak die heeft geleid tot de huidige (rug)klachten van verweerster. Tussen partijen is niet in geschil dat de vraag naar de oorzaak van de klachten van verweerster relevant is voor de beoordeling van het causaal verband tussen het ongeval en de klachten van verweerster en daarmee van essentieel belang kan zijn voor de uitkomst van de tussen partijen bij deze rechtbank aanhangige procedure. Nu ook overigens is voldaan aan voornoemde vereisten die aan een verzoek tot het gelasten van een voorlopig deskundigenonderzoek kunnen worden gesteld, ligt het verzoek van London in beginsel voor toewijzing gereed.

16. Dat zou anders kunnen zijn indien het verzoek in strijd is met een goede procesorde, van de bevoegdheid tot het verzoeken van een voorlopig deskundigenbericht misbruik wordt gemaakt of sprake is van een zwaarwichtig bezwaar dat aan toewijzing van het verzoek in de weg staat. Hetgeen daartoe door verweerster is aangevoerd is evenwel onvoldoende om een dergelijke conclusie te kunnen dragen.

17. Tussen partijen staat vast dat over de oorzaak van de (rug)klachten van verweerster tot op heden één deskundigenrapportage, namelijk het rapport van Bakx, is uitgebracht. Bij de keuze van de deskundige, de vraagstelling en het onderzoek dat geleid heeft tot deze rapportage is London niet betrokken geweest. London heeft voldoende concreet aannemelijk gemaakt dat er met betrekking tot de beantwoording van de vraagstelling, met name ten aanzien van de diagnose, onduidelijkheden zijn blijven bestaan en het staat London vrij om de juistheid van de door deze deskundige getrokken conclusies te betwisten of in twijfel te trekken. Onder die omstandigheden kan niet worden gezegd dat London misbreuk maakt van haar recht om een (onafhankelijk) deskundigenonderzoek te verlangen.

18. Het feit dat London door verweerster uitdrukkelijk is uitgenodigd om mee te werken aan de medische expertise maar deze uitnodiging heeft afgewezen, maakt dit niet anders. Het is aan London om in een geval als het onderhavige te beoordelen of zij reeds in het preprocessuele stadium bereid is en aanleiding ziet om aan een medische expertise haar medewerking te verlenen. Door het afslaan van een uitnodiging tot medewerking aan een medische expertise, in het onderhavige geval omdat de medisch adviseur van London op dat moment van mening was dat de ongevalsgevolgen afdoende duidelijk waren op basis van de voorhanden informatie, heeft London niet haar (wettelijk) recht om in een later stadium alsnog een voorlopig deskundigenonderzoek te verlangen, verwerkt. Het is voorts niet aan de rechtbank om in het kader van deze procedure te beoordelen of de door London op het rapport van Bakx geuite kritiek terecht is; voor die beoordeling dient nu immers juist mede het verlangde deskundigenonderzoek.

19. Door verweerster zijn voorts niet voldoende zwaarwegende omstandigheden of belangen aan de zijde van verweerster gesteld waarvoor het belang van London bij een voorlopig deskundigenonderzoek zou moeten wijken. Er is onvoldoende gesteld of gebleken dat het ondergaan van het voor de rapportage benodigde onderzoek voor verweerster te belastend zou zijn.

20. Op grond van het bovenstaande dient het verzoek, als op de wet gegrond, te worden toegewezen.

21. Het door London in het kader van deze procedure gedane verzoek tot overlegging van de zogenaamde groene kaart van de huisarts over de periode van minimaal vijf jaar voorafgaand aan het ongeval, wordt afgewezen. Het is aan de deskundige om de naar zijn oordeel voor zijn onderzoek en rapportage benodigde gegevens bij partijen op te vragen. Reeds uit de wet (artikel 205 lid Rv juncto artikel 198 lid 3 Rv) vloeit voort dat partijen in een zaak waarin een voorlopig deskundigenonderzoek is bevolen, gehouden zijn daaraan hun medewerking te verlenen. Verweerster heeft in haar verweerschrift en ter zitting bovendien uitdrukkelijk toegezegd aan een verzoek van de te benoemen deskundige tot verstrekking van gegevens haar medewerking te zullen verlenen.

22. Nu partijen geen overeenstemming hebben kunnen bereiken over de persoon van de te benoemen deskundige, zal de rechtbank een door haar aan te wijzen deskundige benoemen en wel dhr. H.J.A. Kruls, orthopedisch chirurg, verbonden aan het Amphia Ziekenhuis, locatie Molengracht, te Breda.

23. Ook ten aanzien van de vraagstelling hebben partijen geen (volledige) overeenstemming kunnen bereiken. Met inachtneming van de terzake door partijen over en weer gemaakte opmerkingen, zal de rechtbank de door partijen voorgestelde vragen samenvoegen en enigszins preciseren.

24. Aangezien deze procedure verder via de griffie van de rechtbank verloopt, is de benoeming van een rechter-commissaris niet aan de orde.

25. Het door de deskundige verlangde voorschot ad € 400,-- zal door London gedeponeerd dienen te worden.

De beslissing

De rechtbank:

Beveelt een deskundigenonderzoek ter beantwoording van de volgende vragen:

1.a. Hoe luidt de anamnese?

b. Wat zijn uw bevindingen bij lichamelijk onderzoek en eventueel hulponderzoeken?

c. Waaruit bestaan de restklachten en/of restverschijnselen?

d. In hoeverre zijn deze restklachten en/of restverschijnselen een gevolg van het ongeval en/of in hoeverre hebben zij andere oorzaken?

d. Hoe luidt uw diagnose?

2.a. Acht u wat betreft de ongevalsgevolgen op uw vakgebied een medische eindtoestand

bereikt? Zo neen, wanneer verwacht u een eindtoestand?

b. Hoe acht u de prognose? Verwacht u nog verbetering dan wel verslechtering?

c. Heeft u nog therapeutische suggesties?

3. Wilt u de mate van functiestoornis (=impairment) op uw vakgebied als gevolg van het ongeval uitdrukken in een percentage (van arm/been/mens) ongeacht enig beroep en uitgaande van de toestand van betrokkene voor het ongeval? Wilt u hierbij uitgaan van de laatste editie van de American Medical Association for Permanent Impairment (AMA) eventueel aangevuld met NOV/NVN-richtlijnen? Wilt u zo nauwkeurig mogelijk omschrijven hoe het totale percentage is opgebouwd?

4. Bestaan er naar uw mening lichamelijke beperkingen als gevolg van het ongeval (en zo ja, op grond van welke medische overwegingen) ten aanzien van:

- het uitoefenen van sport en liefhebberijen, welke tot de ongevalsdatum actief werden beoefend?

- ten aanzien van de doe-het-zelf-capaciteit?

- in het algemeen dagelijks leven, de zelfverzorgingsactiviteiten of huishoudelijke bezigheden?

Wilt u deze beperkingen zo nauwkeurig mogelijk omschrijven ten behoeve van een eventueel te verrichten arbeidsdeskundig onderzoek?

5. Heeft u zelf nog suggesties dan wel op- of aanmerkingen welke voor de beoordeling van deze zaak van belang kunnen zijn?

Benoemt - ter beantwoording van voormelde vragen - als deskundige:

H.J.A. Kruls, orthopedisch chirurg,

p/a Amphia Ziekenhuis, locatie Molengracht,

Postbus 90518

4800 RK Breda.

Bepaalt dat de deskundige een met redenen omkleed en ondertekend schriftelijk bericht van zijn bevindingen ter griffie van deze rechtbank dient te deponeren uiterlijk zes weken na de uitspraak van deze beschikking.

Bepaalt dat partijen alle relevante informatie zo spoedig mogelijk aan de deskundige dienen te verschaffen.

Bepaalt dat de deskundige partijen in de gelegenheid dient te stellen om opmerkingen te maken en verzoeken te doen. Uit het schriftelijk bericht dient te blijken of en hoe aan dit

voorschrift is voldaan. De inhoud van de opmerkingen en/of verzoeken dient in het schriftelijk bericht te worden vermeld. Indien één der partijen schriftelijke opmerkingen aan de deskundige doet toekomen dient hij of zij daarvan aanstonds afschrift te verschaffen aan de wederpartij.

Bepaalt dat London een voorschot op de kosten van de deskundige ad € 400,-- ter griffie van deze rechtbank zal deponeren door storting op bankrekening Rabobank nummer 19.23.04.313 ten name van “Rechtbank Dordrecht (419)”, zulks onder vermelding van “voorschot kosten deskundige in de zaak, nummer 56604 HA RK 04-2047”.

Bepaalt dat de deskundige zijn werkzaamheden niet behoeft aan te vangen voordat het voorschot is gedeponeerd en hem daarvan mededeling is gedaan door de griffier van deze rechtbank.

Beveelt dat London binnen twee weken na de uitspraak van deze beschikking een afschrift daarvan bij deurwaardersexploit of aangetekende brief zal doen toekomen aan verweerster.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.P. Lock en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 februari 2005.