Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2005:AS4892

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
01-02-2005
Datum publicatie
04-02-2005
Zaaknummer
11/087954-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verkeer; artikel 6 WvW; grove fouten; 3 doden; black-out niet aannemelijk; gevangenisstraf (9 maanden) en ontzegging van de rijbevoegdheid (3 jaar).

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 6
Wegenverkeerswet 1994 175
Wegenverkeerswet 1994 178
Wegenverkeerswet 1994 179
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 57
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2005/23
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Tegenspraak

Parketnummer: 11/087954-04

Zittingsdatum: 18 januari 2005

Uitspraak: 1 februari 2005

VERKORT STRAFVONNIS

De rechtbank te Dordrecht heeft op grondslag van de gewijzigde tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de zaak tegen:

[naam verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de

vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.

1. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding en de wijziging van de tenlastelegging is omschreven. Kopieën van de dagvaarding en de wijziging van de tenlastelegging zijn als bijlage 1 en 1A aan dit vonnis gehecht en maken hiervan deel uit.

{tenlastelegging:

hij op of omstreeks 15 maart 2004 te Gorinchem als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (een

bedrijfsauto, met aanhangwagen, merk Opel Vivaro) daarmee rijdende over de weg, [de parallelbaan) van de rijksweg A15,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend te rijden, immers

heeft hij op die weg met een aanzienlijk hogere snelheid dan de op de matrixborden aangegeven maximumsnelheid van 50 kilometer per uur gereden terwijl er op de hoeken van de matrixborden oranje knipperlichten brandden ter

waarschuwing voor filevorming

en/of

heeft hij toen aldaar - terwijl er op die weg een file van [bijna] stilstaande voertuigen was ontstaan - niet, althans niet tijdig, zijn motorrijtuig tot stilstand gebracht, waardoor hij met zijn motorrijtuig [in volle vaart] op de in de file opgestelde voertuigen, althans één in de file opgestelde personenauto (merk Renault, type Twingo), is ingereden,

ten gevolge waarvan de inzittenden van die personenauto (genaamd [naam slachtoffer], [naam slachtoffer] en [naam slachtoffer])werden gedood.}

[wijziging tenlastelegging:

subsidiair:

hij op of omstreeks 15 maart 2004 te Gorinchem als bestuurder van een voertuig (een bedrijfsauto met aanhangwagen, merk Opel Vivaro) daarmee rijdende over de weg, (de parallelbaan van) de rijksweg A15,

als volgt heeft gehandeld:

door toen en daar op die weg met een aanzienlijk hogere snelheid dan de op de matrixborden aangegeven maximumsnelheid van 50 kilometer per uur te rijden terwijl er op de hoeken van de matrixborden oranje knipperlichten brandden ter waarschuwing voor filevorming

en/of

door toen en daar - terwijl er op die weg een file van [bijna] stilstaande voertuigen was ontstaan - niet, althans niet tijdig, zijn

motorvoertuig tot stilstand gebracht, waardoor hij met zijn motorvoertuig [in volle vaart] op de in de file opgestelde voertuigen, althans één in de file opgesteld(e) (voertuig) personenauto (merk Renault, type Twingo), is ingereden,

door welke gedraging(en) van verdachte het gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 15 maart 2004 te Gorinchem als bestuurder van een voertuig (een bedrijfsauto met aanhangwagen, merk Opel Vivaro) daarmee rijdende over de weg, (de parallelbaan van) de rijksweg A15 niet in staat is geweest zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij verdachte de weg kon overzien en waarover deze vrij was,

immers heeft hij toen en daar - terwijl er op die weg een file van [bijna] stilstaande voertuigen was ontstaan - niet, althans niet tijdig, zijn voertuig tot stilstand gebracht, waardoor hij met zijn motorvoertuig [in volle vaart] op de in de file opgestelde voertuigen, althans één in de file opgesteld(e) (voertuig) personenauto (merk Renault, type Twingo), is ingereden.]

2. De voorvragen

2.1 De geldigheid van de dagvaarding en de de wijziging van de tenlastelegging

Bij onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding en de wijziging van de tenlastelegging aan alle wettelijke eisen voldoen en dus geldig zijn.

2.2 De bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

2.4 De schorsing van de vervolging

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

3. Het onderzoek ter terechtzitting

3.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie - het ten laste gelegde onder primair bewezen achtend - heeft gevorderd een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar, een werkstraf van 240 uur (120 dagen vervangende hechtenis) en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 jaar.

3.2 De verdediging

De raadsman heeft - naast de hierna te noemen verweren - algehele vrijspraak dan wel ontslag van alle rechtsvervolging bepleit en een strafmaatverweer gevoerd.

4. De bewijsbeslissingen

4.1 De verweren

4.1.1

De raadsman heeft bepleit verdachte vrij te spreken van het primair tenlastegelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte onwel is geworden en daardoor niet in staat is geweest ervoor te zorgen dat hij tijdig stilstond achter de auto van de latere slachtoffers. Verdachte heeft geen invloed op deze omstandigheid gehad. Hij had al de hele dag hoofdpijn gehad en had thuis, alvorens de noodlottige rit aan te vangen, koffie gedronken en een paracetamoltablet geslikt.

De rechtbank verwerpt dit verweer, omdat de daaraan ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden niet aannemelijk zijn geworden, nog daargelaten dat de door de raadsman gestelde feitelijkheden niet zonder meer de conclusie zouden kunnen dragen dat verdachte überhaupt onwel is geweest dan wel zodanig onwel is geweest dat de schuld aan het ongeval bij verdachte heeft ontbroken.

4.1.2

Voorts heeft de raadsman betoogd dat verdachte geen verwijt van het ongeval gemaakt kan worden omdat de auto van de slachtoffers de file te laat zou kunnen hebben opgemerkt en zelfstandig achterop de groene bestelbus is gereden.

De rechtbank verwerpt deze lezing van de toedracht nu deze op geen enkele wijze steun vindt in hetgeen ter terechtzitting omtrent de toedracht van het ongeval is gebleken.

4.1.3

De rechtbank verstaat het beroep van de raadsman op overmacht in het kader van dit schulddelict als een pleidooi voor vrijspraak wegens het niet bewezen zijn van het bestanddeel schuld.

Dit verweer werd hiervoor onder 4.1.1 reeds verworpen.

4.2 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

op 15 maart 2004 te Gorinchem

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (een

bedrijfsauto, met aanhangwagen, merk Opel Vivaro)

daarmee rijdende over de weg, de parallelbaan van de rijksweg A15,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval

heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend te rijden, immers

heeft hij op die weg met een aanzienlijk hogere snelheid dan de op de

matrixborden aangegeven maximumsnelheid van 50 kilometer per uur gereden

en

heeft hij toen aldaar - terwijl er op die weg een file van

stilstaande voertuigen was ontstaan - niet zijn motorrijtuig tot stilstand gebracht, waardoor hij met zijn motorrijtuig in volle vaart op een in de file

opgestelde personenauto (merk Renault, type Twingo), is ingereden,

ten gevolge waarvan de inzittenden van die personenauto (genaamd [naam slachtoffer],

[naam slachtoffer] en [naam slachtoffer]) werden gedood.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

4.3 De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en de omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

Het bewezenverklaarde levert op:

OVERTREDING VAN ARTIKEL 6 VAN DE WEGENVERKEERSWET 1994, TERWIJL HET EEN ONGEVAL BETREFT WAARDOOR EEN ANDER WORDT GEDOOD, MEERMALEN GEPLEEGD.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. De redenen, die de straf hebben bepaald of tot de maatregel hebben geleid

7.1 Strafmotivering

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft als bestuurder van een bedrijfsbus een aantal grove verkeersfouten gemaakt en zeer onvoorzichtig en onoplettend gereden. Hij heeft daardoor een zeer ernstig verkeersongeval veroorzaakt tengevolge waarvan drie dodelijke slachtoffers uit één gezin zijn te betreuren.

Verdachte heeft rijdende in zijn bedrijfsbus met aanhanger de in werking zijnde matrixborden, remlichten van andere auto's en een file genegeerd en is met aanzienlijke snelheid ingereden op een in die file stilstaande personenauto. Deze relatief kleine en lichte personenauto is daardoor opgeduwd tegen een daarvoor stilstaande bedrijfsbus. Deze bus is vervolgens een aantal meters losgekomen van de grond en is daarna op de zijkant geland. Ook de personenauto van de slachtoffers is daarbij losgekomen van de grond. Laatstgenoemde feiten zijn illustratief voor de snelheid waarmee door verdachte moet zijn gereden en waarmee hij achterop de auto van de slachtoffers is geknald. Doordat de auto van de slachtoffers zowel aan de achterzijde - door verdachtes auto - als aan de voorzijde in elkaar is gedrukt, zijn als gevolg daarvan de drie inzittenden omgekomen.

Het verwijt dat verdachte met name te maken valt, is dat hij de ontstane verkeerssituatie in het geheel niet heeft opgemerkt, waarbij hij toen tevens, in strijd met de op dat moment door matrixborden voor zijn rijstrook aangegeven verplichte maximumsnelheid van 50 km/u, zijn snelheid niet heeft aangepast. Verdachte heeft aldus door zijn rijgedrag een voor zijn mede weggebruikers zeer levensbedreigende situatie veroorzaakt, die even goed tot nog meer dodelijke slachtoffers had kunnen leiden.

Van een weggebruiker die naar eigen zeggen beroepshalve zo'n 50.000 kilometer per jaar rijdt, mag extra oplettendheid en voorzichtigheid worden verwacht. Verdachte is zeer ernstig tekort geschoten in zijn verkeersgedrag.

Bij het bepalen van de strafmodaliteit en de duur daarvan houdt de rechtbank tevens rekening met de mate van schuld van verdachte aan het ongeval, de fatale gevolgen van het ongeval voor de direct en indirect betrokkenen, en met de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze ter terechtzitting zijn gebleken. Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.

Alles afwegend acht de rechtbank de eis van de officier van justitie onvoldoende recht doen aan de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de mate van schuld van verdachte. De rechtbank neemt daarbij in ogenschouw de bijzonder ernstige gevolgen die het handelen van verdachte tot gevolg hebben gehad en waardoor drie mensenlevens direct en velen indirect zijn verwoest.

De rechtbank acht het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een forse onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid dan ook zonder meer passend en geboden. Eén en ander als nader in het dictum te melden.

8. De toepasselijke wettelijke voorschriften

De opgelegde straf en maatregel zijn gegrond op de volgende wettelijke voorschriften:

artikel 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9. De beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals vermeld onder 4.2 van dit vonnis;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart dat het bewezenverklaarde de onder 5. vermelde strafbare feiten oplevert;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte wegens deze feiten tot:

EEN GEVANGENISSTRAF VOOR DE DUUR VAN NEGEN (9) MAANDEN;

EEN ONTZEGGING VAN DE BEVOEGDHEID TOT HET BESTUREN VAN MOTORRIJTUIGEN VOOR DE DUUR VAN DRIE (3) JAREN.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H.A.C. Smid, voorzitter,

mrs. I.M.A. de Graaf en G.A.J.M. van Vugt, rechters,

in tegenwoordigheid van A. Gaal, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 februari 2005.

Mr. Van Vugt is wegens afwezigheid buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.