Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2005:AS2530

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
12-01-2005
Datum publicatie
14-01-2005
Zaaknummer
57773 FT-RK 05/6001
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing eigen aangifte faillissement ex artikel 18 Fw; onvoldoende baten om kosten faillissement te bestrijden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rekestnummer: 57773 FT-RK 05/6001

Datum uitspraak: 12 januari 2005

RECHTBANK DORDRECHT

-beschikking afwijzing faillietverklaring-

Beschikking van de rechtbank Dordrecht, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken.

Op 6 januari 2005 heeft [schuldenaar], h.o.d.n. [handelsnaam],

wonende te [woonplaats],

ter griffie aangifte gedaan tot faillietverklaring.

De rechtbank heeft het verzoek in raadkamer behandeld op 12 januari 2005. Ter zitting is [schuldenaar] verschenen.

[schuldenaar] is op 16 mei 2001, door de tussentijdse beƫindiging van zijn schuldsaneringsregeling, van rechtswege in staat van faillissement verklaard. Op 7 augustus 2002 is dit faillissement opgeheven bij gebrek aan baten.

Nadat een eerder faillissement is geƫindigd door opheffing bij gebrek aan baten, kan ex artikel 18 tweede alinea van de Faillissementswet een nieuw faillissement op eigen aangifte slechts worden uitgesproken indien de schuldenaar kan aantonen dat er voldoende baten zijn om de kosten van het faillissement te bestrijden. De schuldenaar heeft op zijn aangifteformulier geen actief noch inkomsten ingevuld. Ter zitting heeft de schuldenaar bevestigd dat er geen baten aanwezig zijn om de kosten van het faillissement te bestrijden. De rechtbank zal het verzoek tot faillietverklaring dan ook afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot faillietverklaring af.

Deze beschikking is gegeven in raadkamer op 12 januari 2005 door mr. B.C. Vink, in tegenwoordigheid van de griffier(1).

(1) Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een procureur binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.