Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2004:AO7329

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
01-04-2004
Datum publicatie
16-04-2004
Zaaknummer
129199 03-6056.14
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot schadevergoeding voor beschadigde gasleiding.

Voorafgaande aan graafwerkzaamheden is een KLIC-melding gedaan. Naar aanleiding hiervan zijn twee tekeningen gestuurd. Gedaagde mocht op deze tekeningen vertrouwen nu er geen concrete aanwijzigingen waren dat de KLIC-melding onjuiste of onvolledige informatie bevatte en er geen gerede kans bestond dat er toch een ondergrondse leiding aanwezig was die niet op de tekeningen stond vermeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Kenmerk: 129199 CV EXPL 03-6056

Vonnis van de kantonrechter te Dordrecht van 1 april 2004 in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[...]

gevestigd te [...]

eiseres,

gemachtigde: Pruijn & Van den Bergh deurwaarderskantoor,

tegen :

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[...],

gevestigd te Dordrecht,

gedaagde,

gemachtigde: mr. M. Eijkelenboom.

Partijen worden hierna aangeduid met [eiseres] en [gedaagde].

Verloop van de procedure

De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken:

1. de dagvaarding van 23 september 2003;

2. het herstelexploot van 3 oktober 2003;

3. de conclusie van antwoord;

4. akte royement van [eiseres];

5. akte uitlating van [gedaagde];

6. de conclusie van repliek;

7. de conclusie van dupliek;

8. de overgelegde producties.

Omschrijving van het geschil

De feiten.

Als gesteld door de ene partij en niet of in onvoldoende mate weersproken door de andere partij wordt uitgegaan van het volgende:

1. [gedaagde] heeft in opdracht van de gemeente [...] werkzaamheden verricht ten behoeve van het bouwrijp maken van projectfase 2 in de nieuwbouwwijk [...], bestaande uit het aanleggen van hoofd- en straatriolering en de daarboven gelegen bouwwegen.

2. Op 26 juni 2002 heeft [gedaagde], voorafgaande aan de start van de werkzaamheden een KLIC-melding gedaan. Naar aanleiding van deze melding heeft [eiseres] op 1 juli 2002 een tweetal tekeningen aan [gedaagde] toegezonden.

3. Op 8 juli 2002 heeft [gedaagde] een aanvang gemaakt met de graafwerkzaamheden en heeft een graafmachine van [gedaagde] tijdens die werkzaamheden een gasleiding van [eiseres] geraakt. De gasleiding was in het geheel niet aangegeven op de tekeningen die [eiseres] op 1 juli 2002 aan [gedaagde] had toegezonden.

4. Op 10 juli 2002 heeft [gedaagde] wederom een tekening van [eiseres] ontvangen. Op deze tekening, die dateert van 20 oktober 2001, is de beschadigde gasleiding wel aangegeven.

De vordering.

5. [eiseres] vordert [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen aan [eiseres] te betalen de som van € 409,10, te vermeerderen met wettelijke rente over € 330,50 vanaf de dag der dagvaarding tot de voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

6. [eiseres] stelt daartoe – samengevat – het volgende:

Het is gebruikelijk dat [eiseres] bij nieuwbouwprojecten voorafgaand aan alle bouwwerkzaamheden de benodigde leidingen en kabels voor een dergelijk project in de grond legt. Deze zogenaamde voorinvesteringen zijn zo gebruikelijk dat een ervaren aannemer zoals [gedaagde] daarvan op de hoogte dient te zijn. Derhalve had [gedaagde] de nodige voorzichtigheid dienen te betrachten en proefsleuven dienen te graven alvorens met haar werkzaamheden aan te vangen. Nu zij dat heeft nagelaten is [gedaagde] aansprakelijk voor de schade ad € 330,50 die [eiseres] als gevolg van de beschadiging van de gasleiding heeft geleden. Aangezien betaling uitbleef, heeft haar vordering ter incasso uit handen moeten geven aan haar gemachtigde die buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht. De kosten daarvan bedragen € 68,--. De wettelijke rente over de hoofdsom tot aan de dag van de dagvaarding bedraagt € 10,60.

Het verweer.

7. De conclusie van [gedaagde] strekt tot afwijzing van de vordering. Zij voert als verweer het volgende aan:

[gedaagde] heeft aan haar zorgvuldigheidsverplichtingen voldaan. Op haar rustte geen verdere onderzoeksplicht, aangezien de omstandigheden van het geval zodanig waren dat niet voorzienbaar was dat bij de uitvoering van de graafwerkzaamheden schade zou optreden. [eiseres] heeft de op haar rustende informatieplicht geschonden door bij haar bekende en voorhanden zijnde (relevante en actuele) ligginggegevens niet althans niet tijdig aan [gedaagde] beschikbaar te stellen. De schade aan de gasleiding van [eiseres] kan derhalve niet aan [gedaagde] worden toegerekend. Subsidiair betwist [gedaagde] de hoogte van de gestelde schade.

Beoordeling van het geschil

8. In het algemeen rust op degene die graafwerkzaamheden wil gaan verrichten, de plicht zich tevoren op de hoogte te stellen van de aanwezigheid van ondergrondse leidingen, dit met het oog op belangen van derden, waaronder in ieder geval de eigenaren van de leidingen. Juist met het oog op dit probleem is het systeem van de KLIC-melding in het leven geroepen. In beginsel kan degene, die voornemens is graafwerkzaamheden te verrichten, dan ook volstaan met een KLIC-melding en mag hij redelijkerwijze vertrouwen op de naar aanleiding van die KLIC-melding ontvangen informatie. Dit is slechts anders indien er concrete aanwijzingen zijn dat die KLIC-melding onjuiste of onvolledige informatie opleverde en dat er een gerede kans is dat er toch een ondergrondse leiding aanwezig is, die niet is vermeld in de ontvangen informatie.

9. Vast staat in ieder geval dat de beschadigde gasleiding niet was vermeld op de tekeningen van de locatie die [eiseres] naar aanleiding van de KLIC-melding op 1 juli 2002 aan [gedaagde] heeft toegezonden. Niet gesteld is dat [eiseres] daarbij een voorbehoud heeft gemaakt of heeft medegedeeld dat die tekeningen onjuist of onvolledig waren of dat nog andere tekeningen zouden worden toegezonden. Het verwijt van [eiseres] aan [gedaagde] dat zij wel zeer snel na de KLIC-melding van 26 juni 2002 aan het werk is getogen en niet heeft gewacht tot zij informatie van alle betrokkenen had ontvangen, treft geen doel. Niet gesteld is namelijk dat het systeem van de KLIC-melding een langere termijn tussen de melding en de aanvang van de werkzaamheden vereist dan [gedaagde] in acht heeft genomen. Voorts blijkt uit de door [gedaagde] overgelegde KLIC-melding dat daarin 1 juli 2002 als startdatum voor de werkzaamheden van [gedaagde] is vermeld, zodat - zonder nadere toelichting die ontbreekt - niet kan worden aangenomen dat [gedaagde] er op 8 juli 2002 nog rekening mee behoorde te houden dat zij nog relevante informatie zou ontvangen.

10. Niet weersproken is dat [gedaagde] op grond van de gegevens die zij naar aanleiding van de KLIC-melding had ontvangen op 8 juli 2002 geen rekening behoefde te houden met de aanwezigheid van ondergrondse leidingen op de locatie. Voorts blijkt uit de stellingen van [eiseres] niet dat [gedaagde] op die datum concrete aanwijzingen had dat zich op de locatie ondergrondse leidingen bevonden. Haar stelling dat het gebruikelijk is dat zij bij nieuwbouwprojecten voorafgaand aan alle bouwwerkzaamheden de benodigde leidingen en kabels voor een dergelijk project in de grond legt en dat een ervaren aannemer als [gedaagde] daarvan op de hoogte dient te zijn, kan [eiseres] niet baten. Een dergelijk gebruik ontslaat [eiseres] immers niet van de plicht om na een KLIC-melding adequate informatie over haar leidingen of kabels op de betreffende locatie te verschaffen, zodat [gedaagde] op 8 juli 2002 op de toen ontvangen gegevens mocht afgaan en op grond van dat gebruik alleen niet aan de juistheid of volledigheid daarvan behoefde te twijfelen.

11. Uit het voorafgaande volgt dat [gedaagde] op 8 juli 2002 in redelijkheid niet bedacht behoefde te zijn op de aanwezigheid van ondergrondse leidingen op de locatie, zodat zij met het oog op belangen van [eiseres] en/of andere eigenaren van leidingen geen verdere voorzorgsmaatregelen - zoals het graven van proefsleuven - behoefde te nemen. Dit betekent dat de schade die bij de graafwerkzaamheden aan de gasleiding van [eiseres] is toegebracht niet aan [gedaagde] kan worden toegerekend. De vordering van [eiseres] dient derhalve te worden afgewezen.

12. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [gedaagde] bepaald op € 108,-- aan salaris van de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.C. Halk, kantonrechter en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 april 2004, in aanwezigheid van de griffier.