Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2004:AO3265

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
20-01-2004
Datum publicatie
09-02-2004
Zaaknummer
Kenmerk: 133883 VV EXPL 03-4
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Arbeidsovereenkomst rechtsgeldig geëindigd in proeftijd. Geen sprake van twee opvolgende arbeidsovereenkomsten. Intentie van partijen van belang. Andere uitleg onaanvaardbaar naar eisen redelijkheid en billijkheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

Kenmerk: 133883 VV EXPL 03-4

Vonnis van de kantonrechter te Dordrecht van 20 januari 2004 in de zaak van:

[...], wonende te [...], eiseres, gemachtigde mr. E.J. Warnar,

tegen:

[...], wonende te [...], gedaagde, gemachtigde mr. J.K. Berkhof.

Verloop van de procedure

De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken:

1. de (concept)dagvaarding;

2. de aantekening dat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 januari 2004;

3. de overgelegde producties.

[gedaagde] heeft verklaard in deze procedure genoegzaam te zijn opgeroepen en zich niet te verzetten tegen de behandeling van voormelde (concept)dagvaarding.

Partijen zullen worden aangeduid als [eiseres] en [gedaagde].

Omschrijving van het geschil

De feiten.

Als gesteld door de ene partij en niet of in onvoldoende mate weersproken door de andere partij wordt uitgegaan van het volgende.

Partijen hebben op 18 augustus 2003 twee arbeidsovereenkomsten getekend. Een voor twee weken - van 18 augustus 2003 tot 1 september 2003 - en aansluitend een van één jaar - van 1 september 2003 tot 1 september 2004- met een proeftijd van twee weken. In het kader van de arbeidsovereenkomst diende [eiseres] de zorg voor de minderjarige zoon (8- jarig, met het syndroom van Down en een autistische stoornis) van [gedaagde] te verlenen.

Op 10 september 2003 is [eiseres], ingaande 11 september 2003, ontslagen.

De vordering.

[eiseres] vordert om bij wijze van voorlopige voorziening bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- [gedaagde] te gebieden [eiseres] weder te werk te stellen in haar functie van zorgverleenster/hulp in de huishouding;

- [gedaagde] te gebieden het aan [eiseres] nog verschuldigde loon over de maanden september tot en met december 2003 te betalen inclusief de wettelijke verhoging van 50%, een bedrag van € 3.175,65;

- [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure, waaronder het salaris van gemachtigde.

[eiseres] stelt daartoe dat het door [gedaagde] aan [eiseres] gegeven ontslag op 10 september 2003 niet rechtsgeldig is gegeven, omdat de tussen partijen overeengekomen proeftijd van twee weken in het tweede contract niet rechtsgeldig is overeengekomen.

Het verweer.

De conclusie van [gedaagde] strekt tot afwijzing van de vordering van [eiseres].

Beoordeling van het geschil

De kantonrechter komt op basis van de haar ter beschikking staande stukken en het ter zitting gestelde voorshands tot het volgende oordeel.

Naar het oordeel van de kantonrechter is de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig geëindigd in de proeftijd om de volgende redenen.

Uit het verhandelde ter zitting en de stellingen van partijen is zondermeer gebleken dat partijen de bedoeling hadden een arbeidsovereenkomst voor de duur van 1 jaar met een proeftijd van 1 maand aan te gaan.

Slechts om administratieve redenen -waarbij partijen werden gesouffleerd door de Sociale Verzekeringsbank (nader te noemen SVB)- zijn er op 18 augustus 2003 twee, door de SVB opgestelde, arbeidsovereenkomsten getekend.

Deze arbeidsovereenkomsten dienen zo uitgelegd te worden dat er geen sprake is van twee opvolgende arbeidsovereenkomsten, doch dat er in feite sprake is van één arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met een rechtsgeldige proeftijd van 1 maand.

Een andere uitleg zou overigens in de onderhavige situatie naar eisen van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn.

Dat de uiteindelijke proefperiode niet langer dan 1 maand is geworden geeft ook de intentie van partijen aan.

De kantonrechter hecht belang aan de omstandigheid dat beide partijen leken zijn op arbeidsrechtelijk gebied en nota bene verkeerd zijn geadviseerd door de SVB.

Nu [eiseres] tijdens de proeftijd is ontslagen is er sprake van een rechtsgeldige beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Het verzoek van [eiseres] zal derhalve worden afgewezen.

Gelet op de omstandigheden van het geval zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering van [eiseres] af;

compenseert de proceskosten, in die zin dat elk van partijen de eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Steenderen-Koornneef, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 januari 2004, in aanwezigheid van de griffier.