Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2002:AF5262

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
14-03-2002
Datum publicatie
29-04-2003
Zaaknummer
AWB 01/1181 AWB 02/93
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Op 27 juli 2001 heeft de wedstrijdleiding verzoeker/eiser verwijderd uit het klassement van het Nederlands Kampioenschap Karting (klasse Mini Junioren) te Landsart op 1 juli 2001 op de grond dat bij nakeuring was gebleken dat de door eiser aldaar gebruikte krukaslager niet overeenkomt met de op de homologatiestaat genoemde krukaslager.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

VOORZIENINGENRECHTER VAN DE RECHTBANK DORDRECHT

Sector Bestuursrecht

Reg.nrs.: AWB 01/1181

AWB 02/93

Uitspraak ex artikel 8:84 juncto artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht

inzake:

A te B, wettelijk vertegenwoordigd door C, verzoeker/eiser,

tegen

het College van Beroep van de Knac Nationale Autosport Federatie (KNAF), gevestigd te Leiden, verweerder.

I. Feiten.

Op 27 juli 2001 heeft de wedstrijdleiding verzoeker/eiser (verder te noemen: eiser) verwijderd uit het klassement van het Nederlands Kampioenschap Karting (klasse Mini Junioren) te Landsart op 1 juli 2001 op de grond dat bij nakeuring was gebleken dat de door eiser aldaar gebruikte krukaslager niet overeenkomt met de op de homologatiestaat genoemde krukaslager.

Bij brief van 6 september 2001, verzonden 13 september 2001, is het hiertegen door eiser ingediende protest door het College van Sportcommissarissen afgewezen.

Tegen deze afwijzing heeft eiser bij brief van 14 september 2001 beroep ingesteld bij verweerder.

Bij brief van 30 oktober 2001, verzonden 15 november 2001, heeft verweerder het beroep van eiser ongegrond verklaard en de beslissing van het College van Sportcommissarissen van

6 september 2001 bekrachtigd.

Tegen deze beslissing heeft eiser bij telefax van 20 december 2001 beroep ingesteld bij de rechtbank Dordrecht (verder te noemen: de rechtbank).

Bij telefax van 5 februari 2002 heeft eiser een verzoek om voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (verder te noemen: de Awb) ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank.

Het verzoek om voorlopige voorziening is op 12 maart 2002 ter zitting behandeld.

Eiser en zijn wettelijk vertegenwoordiger zijn in persoon verschenen en hebben zich laten bijstaan door mr. drs. F.H. Garretsen, advocaat te Dordrecht en mr. A.G.W. van Kessel, advocaat te Culemborg.

Verweerder is verschenen bij gemachtigde mr. F.C. Kollen, advocaat te Bussum.

II. Beoordeling.

Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt, op verzoek een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Ingevolge het bepaalde in artikel 8:86, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter voorts, indien een verzoek als hiervoor bedoeld is gedaan terwijl tevens beroep is ingesteld en de voorzieningenrechter van oordeel is dat na zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak.

In dit kader overweegt de voorzieningenrechter het volgende.

De voorzieningenrechter ziet zich allereerst gesteld voor de vraag of het College van Beroep van de KNAF als een bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1, eerste lid, van de Awb kan worden aangemerkt, gelet op het feit dat uit het bepaalde in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb voortvloeit dat er alleen dan sprake is van een besluit als de betreffende beslissing afkomstig is van een bestuursorgaan.

Ingevolge artikel 1:1, eerste lid, van de Awb wordt onder bestuursorgaan verstaan:

a. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of

b. een ander persoon of college, met openbaar gezag bekleed.

Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting is de KNAF een privaatrechtelijke rechtspersoon, zodat de organen van de KNAF, waaronder het College van Sportcommissarissen en het College van Beroep, derhalve geen bestuursorgaan zijn in de zin van het bepaalde onder a van voormeld artikellid.

Onder artikel 1:1, eerste lid, aanhef en sub b, van de Awb vallen blijkens de parlementaire geschiedenis (organen van) privaatrechtelijke rechtspersonen die niet tot de overheid worden gerekend – wegens het ontbreken van een overwegende overheidsinvloed op het beheer van deze rechtspersonen -, maar die wel met openbaar gezag zijn bekleed, dat wil zeggen dat aan hen een of meer overheidstaken zijn opgedragen en de daarvoor benodigde publiekrechtelijke bevoegdheden zijn toegekend. Organen van deze privaatrechtelijke rechtspersonen zijn slechts aan te merken als bestuursorgaan in de gevallen waarin zij hun publiekrechtelijke bevoegdheden uitoefenen. De publiekrechtelijke bevoegdheid tot het bepalen van de rechtspositie van andere rechtssubjecten behoeft overigens niet altijd op een uitdrukkelijke bepaling te berusten. Uit jurisprudentie van de voormalige Afdeling rechtspraak van de Raad van State en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan worden afgeleid dat het voor de kwalificatie van een persoon of college als ‘administratief orgaan’ op zichzelf voldoende is, dat de vervulling van een publieke taak indirect tot een grondwettelijke of wettelijke bevoegdheidstoedeling herleid kan worden.

Blijkens de stukken en het verhandelde ter zitting is de KNAF een zelfstandige sportbond die zich ten doel stelt de beoefening van de autosport in Nederland in de ruimste zin van het woord te bevorderen, daartoe effectieve regelingen te (doen) treffen en de belangen te behartigen van degenen, die de geautoriseerde autosport in binnen- en buitenland beoefenen.

Haar aan dit doel gerelateerde activiteiten bevatten onder meer het (doen) organiseren van autosportwedstrijden op lokaal, regionaal, nationaal en internationaal niveau, door tussenkomst en/of medewerking van de secties en/of de daartoe behorende leden, het voorschrijven en uitgeven van KNAF-licenties en de controle op organisatie van en deelneming aan autosportwedstrijden en het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van beoefenaren en organisatie van deze activiteiten. Een ieder die aan wedstrijden in KNAF-verband wenst deel te nemen dient jaarlijks een licentie aan te vragen bij de KNAF. Door ondertekening van het aanvraagformulier licenties aanvaardt de deelnemer bekend te zijn met en zich de onderwerpen aan voor hem/haar van toepassing zijnde KNAF-reglementen, alsmede te aanvaarden dat het Tuchtcollege en het College van Beroep bij uitsluiting bevoegd zijn om alle geschillen tussen hem/haar en de KNAF, zulks met inachtneming van de van toepassing zijnde KNAF-reglementen, te beslechten.

De KNAF is als nationale sportbond aangesloten bij de koepelorganisatie NOC*NSF en ontvangt van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een zogeheten instellingssubsidie, waarmee de sportbond als totale organisatie wordt gesubsidieerd.

Het College van Sportcommissarissen is door de KNAF ingesteld om de veiligheid tijdens de wedstrijden te bewaken en toezicht te houden op het eerlijk verloop van de wedstrijd, de controle op technische voorzieningen in gemotoriseerde voertuigen daaronder begrepen.

Het College van Sportcommissarissen is in dit verband onder meer belast met het doen van uitspraken betreffende ingediende protesten en het opleggen van straffen en boetes bij overtredingen van reglementen. De taken en bevoegdheden zijn opgenomen in het Reglement taakstelling en bevoegdheden van de sportcommissarissen voor nationale evenementen.

Het College van Beroep is door de KNAF ingesteld en, voor zover hier van belang, belast met het behandelen van beroepen overeenkomstig hoofdstuk XIII van de Code Sportif International tegen beslissingen van sportcommissarissen. Voorts is het College van Beroep bij uitsluiting bevoegd om alle geschillen tussen de licentiehouders en de KNAF te beslechten. De taken en bevoegdheden van het College van Beroep zijn opgenomen in het Reglement betreffende de Autosport Rechtspraak.

Een beslissing van het College van Beroep, zoals thans in geding, om de uitsluiting van een deelnemer van een kartingwedstrijd door de Commissie van Sportcommissarissen te bekrachtigen dient gelet hierop te worden beschouwd als het reguleren van de tussen de KNAF en de betreffende licentiehouder bestaande contractuele rechtsverhouding.

Gelet op het vorenstaande zijn de KNAF noch het College van Beroep met openbaar gezag

bekleed en kunnen zij niet als een bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1, eerste lid, aanhef en sub b, van de Awb worden aangemerkt.

De enkele stelling van eiser dat de KNAF blijkens de tekst van haar internetpagina de schijn wekt dat de KNAF wel degelijk een bestuursorgaan is door onder meer te vermelden dat door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat de reglementering en de controle op de organisatie en veiligheid van autosport en kartsport is gedelegeerd, maakt dit niet anders.

Nu met inachtneming van het vorenoverwogene de KNAF noch enig orgaan van deze rechtspersoon een bestuursorgaan is in de zin van artikel 1:1 van de Awb, is het door verweerder genomen bestreden besluit geen beslissing in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb, waartegen administratiefrechtelijke rechtsbescherming open staat.

Gelet hierop dient de voorzieningenrechter zich onbevoegd te verklaren kennis te nemen van het verzoek om voorlopige voorziening.

Nu voorts nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de hoofdzaak ziet de voorzieningenrechter aanleiding om met toepassing van artikel 8:86 van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

De president verklaart zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen.

Onder deze omstandigheden is er voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding.

Beslist wordt mitsdien als volgt.

III. Uitspraak.

De voorzieningenrechter van de rechtbank Dordrecht,

gelet op het bepaalde in artikel 8:84 juncto artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht:

- verklaart zich onbevoegd om van het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb kennis te nemen.

Aldus gegeven door mr. H.T.J.F. Verhappen, voorzieningenrechter, en door deze en

mr. M.C. Woudstra, griffier, ondertekend.

De griffier, De voorzieningenrechter,

Uitgesproken in het openbaar op: 14 maart 2002

Afschrift verzonden op:

Tegen deze uitspraak, voor zover het betreft de hoofdzaak, kan een belanghebbende beroep instellen. Het instellen van het beroep geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag, binnen zes weken na dagtekening van verzending van deze uitspraak.