Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2002:AE7377

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
30-08-2002
Datum publicatie
09-09-2002
Zaaknummer
11/006033-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK DORDRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Tegenspraak, na aanhouding verschenen.

Parketnummer : 11.006033-02

Zittingsdatum : 13 en 16 augustus 2002

Uitspraak : 30 augustus 2002

VERKORT STRAFVONNIS

(art. 138b Sv)

De rechtbank te Dordrecht heeft op grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen:

[Verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen)

wonende [adres verdachte].

De rechtbank heeft de processtukken gezien en kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven en zoals deze ter terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie nader is omschreven. Kopieën van de dagvaarding en de vordering nadere omschrijving zijn als bijlage 1 en 1a aan dit vonnis gehecht en maken hiervan deel uit.

2. Voorvragen

2.1 Geldigheid van de dagvaarding.

Bij onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding aan alle wettelijke eisen voldoet en dus geldig is.

2.2 Bevoegdheid van de rechtbank

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

2.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen feiten en/of omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

2.4 Schorsing van de vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing van de vervolging gebleken.

3. Het onderzoek ter terechtzitting

3.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie -het tenlastegelegde bewezen achtend- heeft gevorderd overeenkomstig de als bijlage 2 aan dit vonnis gehechte vordering ter terechtzitting.

3.2 De verdediging

De verdediging heeft naast een bewijsverweer een strafmaatverweer gevoerd.

4. Bewijsbeslissingen

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 1. (zaak 4) integraal en onder 2. (zaak 5) integraal ten laste is gelegd. Verdachte dient derhalve hiervan vrijgesproken te worden.

De rechtbank overweegt hierbij ten aanzien van beide feiten dat verdachte bij beide drugstransporten een of meerdere drugskoeriers terug heeft gebracht naar Schiphol. Dit deed hij echter nadat deze koeriers de bolletjes cocaïne, die zij in hun lichaam van Curaçao naar Nederland hadden vervoerd, al hadden uitgescheiden.

Het uitsluitend vervoeren van koeriers naar Schiphol terwijl de bolletjes cocaïne al zijn uitgescheiden is weliswaar kwalijk, maar valt naar het oordeel van de rechtbank niet onder artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, aangezien in deze situatie het strafbare feit al is voltooid.

Dit zou anders zijn als de betrokkenheid van de verdachte verder zou zijn gegaan dan alleen het terugvervoeren van 'lege' koeriers. Hiervan is echter bij de verdachte in de onderhavige situaties niet gebleken aangezien verdachte bij beide transporten niet betrokken was bij de afwikkeling van de invoer van de bolletjes cocaïne, de transporten niet initiëerde en geen wetenschap had over een eventueel nieuw transport dat de koeriers, nadat deze 'leeg' waren terugvervoerd naar Schiphol, zouden uitvoeren.

Derhalve was er bij verdachte geen sprake van een strafbare betrokkenheid bij de onderhavige transporten.

5. Beslissing.

De rechtbank

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het tenlaste-gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door:

Mr. H.W. Bezemer voorzitter,

en Mr. A.P. Hameete, Mr. E.C. Koekman rechters,

in tegenwoordigheid van Mr. M.E. Boekholtz, griffier

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 augustus 2002.

Mr. E.C. Koekman is wegens afwezigheid buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.