Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2002:AE6092

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
02-08-2002
Datum publicatie
02-08-2002
Zaaknummer
11.006087-02.
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer : 11.006087-02.

datum uitspraak : 2 augustus 2002.

Strafvonnis van de rechtbank Dordrecht.

1. Onderzoek van de zaak.

In de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Dordrecht tegen

[Verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1969 te [geboorteplaats]

wonende te [adres verdachte],

verblijvende in PI De Torentijd, Torentijdweg 1 te Middelburg,

heeft de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken van de

rechtbank Dordrecht het navolgende vonnis gewezen.

De rechtbank heeft de processtukken gezien en de zaak onderzocht ter terechtzit-ting

op de grondslag van de tenlastelegging.

Zij heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van de

verdediging, naar voren gebracht door de verdachte en zijn raadsman

mr. J.Y. Taekema, advocaat te Rotterdam.

2. De tenlastelegging.

Aan verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven en zoals deze

ter terechtzitting van 17 juli 2002 overeenkomstig de vordering van de

officier van justitie is gewijzigd.

Kopieën van de dagvaarding en de wijziging zijn als bijlage bij dit vonnis gevoegd en

maken hiervan deel uit.

3.1. Vrijspraak.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte in de dagvaarding

onder 2. is ten laste gelegd, aangezien uit het voorhanden wettig bewijs niet kan volgen dat

verdachte de daarin vermelde wapens of munitie heeft overgedragen aan [Y].

Verdachte dient hiervan derhalve te worden vrijgesproken.

3.2. De bewezenverklaring.

Door het onderzoek ter terechtzitting is wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1.

in de periode van 01 januari 2002 tot en met 13 januari 2002 in Nederland opzettelijk heeft verkocht ongeveer 4 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3.

op 05 maart 2002 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 2164 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

4.

op 05 maart 2002 te Rotterdam wapens als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten vuurwapens in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet in de vorm van:

- een pistool van het merk Crvena Zastava, model 99, kaliber 9 millimeter met daarbij voor dat

wapen geschikte munitie en

- een pistool van het merk FEG, model PA 63, kaliber 9 millimeter kort, met daarbij voor dat

wapen geschikte munitie

en

een wapen als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie I onder 3 van de Wet wapens en munitie,

te weten een geluiddemper voor een vuurwapen

en

munitie in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die wet van de categorie III, te weten vijftig patronen van het kaliber 9 millimeter Parabellum voorhanden heeft gehad.

Voorzover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen,

zijn deze in de bewezenverklaring verbe-terd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is

de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte dient hiervan derhalve te worden vrijgesproken.

4. De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op

de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de inhoud van wettige bewijsmiddelen.

De rechtbank bezigt ieder bewijsmiddel, ook in onderdelen, telkens slechts voor het bewijs van

het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De rechtbank bezigt de inhoud van de geschriften slechts in verband met de inhoud van de

overige bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

5. De benoeming van de feiten.

Het ten laste van verdachte bewezen verklaarde levert op:

1.

OPZETTELIJK HANDELEN IN STRIJD MET EEN IN ARTIKEL 2, EERSTE LID, ONDER B,

VAN DE OPIUMWET GEGEVEN VERBOD,

strafbaar gesteld bij artikel 10, derde lid van de Opium-wet.

3.

OPZETTELIJK HANDELEN IN STRIJD MET HET IN ARTIKEL 2,EERSTE LID, ONDER

C, VAN DE OPIUMWET GEGEVEN VERBOD,

strafbaar gesteld bij artikel 10, tweede lid van de Opium-wet.

4.

HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 26, EERSTE LID, VAN DE WET WAPENS EN

MUNITIE EN HET FEIT BEGAAN MET BETREKKING EEN VUURWAPEN VAN

CATEGORIE III, MEERMALEN GEPLEEGD,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 55, derde lid, onder a, van de Wet wapens en munitie

en

HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 26, EERSTE LID VAN DE WET WAPENS

EN MUNITIE, MEERMALEN GEPLEEGD,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 55, eerste lid van de Wet wapens en munitie

en

HANDELEN IN STRIJD MET ARTIKEL 13, EERSTE LID VAN DE WET WAPENS

EN MUNITIE,

strafbaar gesteld bij artikel 55, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

6. De strafbaarheid van verdachte.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is niet gebleken, dat strafuitsluitingsgronden van

toepassing zijn, zodat verdachte strafbaar is voor de door hem gepleegde feiten.

7. De straf.

7.1. De vordering van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de in de dagvaarding onder 2. ten laste gelegde feiten niet

bewezen en heeft ten aanzien van die feiten gevorderd de verdachte vrij te spreken.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd de verdachte voor de overige feiten te

veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren -met aftrek van voorarrest-.

7.2. De verdediging.

De raadsman heeft bewijsverweren en een strafmaatverweer gevoerd.

7.3. De door de rechtbank op te leggen straf.

De rechtbank heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter

terechtzitting.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft als tussenhandelaar ongeveer 4 kilogram cocaïne verkocht en ongeveer

2164 gram cocaïne aanwezig gehad.

De door de verdachte gepleegde feiten zijn delicten die bijdragen aan de handel in en het

gebruik van cocaïne, waardoor de volksgezondheid ernstig wordt bedreigd en waardoor ook

onder de gebruikers het plegen van vermogensdelicten wordt bevorderd, teneinde de voor het

gebruik benodigde gelden te verkrijgen. Dit veroorzaakt veel schade en onrust in de samenleving.

Bezit van en handel in verdovende middelen, met name harddrugs, vormen een ernstig gevaar

voor de volksgezondheid en zijn vaak oorzaak van onaanvaardbare gebruikerscriminaliteit.

Daarnaast heeft verdachte wapens en munitie voorhanden gehad, hetgeen niet los kan worden

gezien van de bewezenverklaarde drugsdelicten. Door dit bezit heeft verdachte de Wet

wapens en munitie veelvuldig overtreden.

De combinatie van de bewezenverklaarde feiten moet beoordeeld worden als een ernstige

aantasting van de maatschappelijke veiligheid en van de volksgezondheid, zodat een

vrijheidsbene-mende straf van substantiële duur op zijn plaats is.

De rechtbank houdt rekening met het feit dat verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel

uit het algemeen documentatieregister, in het verleden eerder soortgelijke feiten heeft gepleegd

en deswege is veroordeeld hetgeen hem er niet van heeft weerhouden opnieuw misdrijven

te plegen, alsmede met diens overige omstandigheden zoals ter terecht-zitting gebleken.

Op grond van het vorenoverwogene acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur

van vier jaren passend en geboden.

De rechtbank zal de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

- een pistool, merk Crvena Zastava, model 99 voorzien van het serienummer 131363,

kaliber 9 mm Parabellum;

- een pistool, merk FEG, model PA63 voorzien van het serienummer AK0631,

kaliber 9 mm Kort;

- een magazijn met daarin 12 scherpe patronen van het kaliber 9 mm Parabellum;

- een magazijn met daarin 6 scherpe patronen van het kaliber 9 mm Kort;

- een magazijn met daarin 1 scherpe patroon van het kaliber 9 mm Kort;

- een geluiddemper;

- 50 scherpe patronen van het kaliber 9 mm Parabellum;

onttrekken aan het verkeer, aangezien de onder 3.2. sub 4 bewezenverklaarde feiten met betrekking tot deze voorwerpen zijn gepleegd en het ongecontro-leerd bezit ervan in strijd is met de wet.

8. De toegepaste wetsartikelen.

De opgelegde straf en maatregel berusten, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke

voorschriften, op de artikelen 36b, 36c en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

9. DE BESLISSING.

De rechtbank:

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het hem in de dagvaarding

onder 2. ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het door de officier van justitie aan verdachte ten laste gelegde bewezen zoals onder

3.2. omschreven;

Verklaart, dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de onder 5. vermelde strafbare feiten;

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

Verklaart verdachte strafbaar voor de door hem gepleegde feiten en veroordeelt hem tot een

gevangenisstraf voor de duur van VIER JAREN;

Bepaalt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht;

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

- een pistool, merk Crvena Zastava, model 99 voorzien van het serienummer 131363,

kaliber 9 mm Parabellum;

- een pistool, merk FEG, model PA63 voorzien van het serienummer AK0631,

kaliber 9 mm Kort;

- een magazijn met daarin 12 scherpe patronen van het kaliber 9 mm Parabellum;

- een magazijn met daarin 6 scherpe patronen van het kaliber 9 mm Kort;

- een magazijn met daarin 1 scherpe patroon van het kaliber 9 mm Kort;

- een geluiddemper;

- 50 scherpe patronen van het kaliber 9 mm Parabellum.

Dit vonnis is gewezen door

mrs. H.A.C. Smid, voorzitter,

C.B.M. Bruens en H.W. Bezemer, rechters,

in tegenwoordigheid van H. Broer, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank

op 2 augustus 2002.