Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDOR:2002:AD7957

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
02-01-2002
Datum publicatie
09-01-2002
Zaaknummer
R 50/00
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

insolventienummer: R 50/00

uitspraakdatum: 2 januari 2002

RECHTBANK DORDRECHT

De rechtbank geeft de navolgende beslissing in de schuldsaneringsregeling van:

[schuldenares]

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende te [verblijfplaats].

Schuldenares is gehuwd in gemeenschap van goederen met de heer [echtgenoot]. Beiden zijn toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. De verificatievergadering heeft plaatsgevonden op 12 december 2001. De rechter-commissaris heeft vervolgens in de zaak van schuldenares de verificatievergadering gesloten en bepaald dat de behandeling door de rechtbank van de voortzetting van de regeling en de vaststelling van het saneringsplan zal plaatsvinden op 19 december 2001. De rechter-commissaris heeft de rechtbank geadviseerd de regeling ten aanzien van schuldenares voort te zetten. In de zaak van de echtgenoot heeft de rechter-commissaris de verificatievergadering echter aangehouden tot 23 januari 2002 onder aanzegging dat zij vooralsnog het voornemen heeft de rechtbank te adviseren de regeling te beëindigen.

Ter zitting van 19 december 2001 heeft de schuldenares verklaard thans gescheiden van haar echtgenoot te leven en dat de echtscheiding inmiddels is of binnenkort zal worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De bewindvoerder heeft ter zitting het voorstel van de rechter-commissaris onderschreven.

Op grond van het navolgende kunnen deze adviezen niet worden gevolgd.

De tussen schuldenares en haar (ex-)echtgenoot bestaande huwelijksgoederengemeenschap wordt thans afgewikkeld ten behoeve van alle schuldeisers, zowel die van schuldenares als die van haar (ex-)echtgenoot, die daarop verhaal hebben (artikel 313 jo. 63 Fw.). Terecht is daarom aanvankelijk één verificatievergadering bepaald voor alle schuldeisers. De wijze waarop thans wordt gehandeld kan ertoe leiden dat de regeling van schuldenares wordt voortgezet en die van de (ex-)echtgenoot eindigt in faillissement. Dit zou ertoe leiden dat de gemeenschap van goederen zowel in de schuldsaneringsregeling van schuldenares als in het faillissement van de (ex-)echtgenoot zou moeten worden betrokken, hetgeen uiteraard niet mogelijk is. De afwikkeling van de gemeenschap, en dus ook de verificatievergadering, kan niet worden gesplitst.

Het voorgaande zou niet anders zijn indien zou blijken dat inmiddels de echtscheiding tot stand is gekomen. Weliswaar wordt de gemeenschap van goederen door de echtscheiding ontbonden, maar de gezamenlijke schuldeisers, zowel die van schuldenares als van de (ex-)echtgenoot, behouden hun recht van verhaal op de goederen van de (dan ongebonden) gemeenschap zolang deze niet is verdeeld (artikel 1:100 lid 2 B.W.). Verdeling van de gemeenschap kan niet plaatsvinden omdat door de beschikkingsonbevoegdheid van schuldenares en de (ex-)echtgenoot geen levering van de aandelen in de goederen kan plaatsvinden.

De verificatievergadering in de schuldsaneringsregeling van schuldenares had niet gesloten behoren te worden nu de vergadering in de regeling van de (ex-)echtgenoot werd aangehouden. De rechtbank kan thans nog geen beslissing nemen over de voorzetting van de regeling en de vaststelling van het plan. Zij dient in een geval als dit te bepalen dat de verificatievergadering ook in de zaak van schuldenares zal worden voortgezet op 23 januari 2002. Vervolgens dient de rechter-commissaris na sluiting van de voortgezette vergadering opnieuw de in artikel 335 Fw. bedoelde zitting te bepalen.

BESLISSING:

De rechtbank:

bepaalt dat de verificatievergadering wordt voortgezet op 23 januari 2002 te 11.30 uur;

houdt de beslissing omtrent de voortzetting van de regeling en de vaststelling van het saneringsplan aan.

Deze beslissing is gegeven door mr. P.G.J. de Heij, lid van de eerste enkelvoudige kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 januari 2002 in tegenwoordigheid van de griffier.