Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2022:9421

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
08-08-2022
Datum publicatie
19-09-2022
Zaaknummer
NL22.13503
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Asiel / Kameroen / biseksualiteit en politieke overtuiging / beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL22.13503


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

v-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. B.J.P.M. Ficq),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. M.P. de Boo).


Procesverloop
Bij besluit van 12 juli 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verweerder heeft eiser ook een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar, gerekend vanaf de datum dat eiser Nederland daadwerkelijk heeft verlaten.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 28 juli 2022 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?

1. Eiser stelt geboren te zijn op [geboortedag] 1979 en in het bezit te zijn van de Kameroense nationaliteit. Hij verblijft als vreemdeling in Nederland en heeft op 15 juni 2022 een asielaanvraag ingediend.

2. Aan zijn asielaanvraag heeft eiser ten grondslag gelegd dat hij niet kan terugkeren naar Kameroen omdat hij biseksueel is. Hij vreest om die reden in de gevangenis terecht te komen. Ook vreest hij voor detentie bij terugkeer vanwege zijn politieke overtuiging. Hij is tegen de dictatuur in Kameroen. Dit blijkt uit het door hem geschreven boek Les Plaies de l'Afrique suivies de Fleurs d'amour en de diverse artikelen op Facebook. Eiser heeft verklaard dat een vriend van hem is gearresteerd omdat hij reageerde op een artikel van eiser op Facebook. Eiser heeft verder verklaard dat hij vanwege zijn boek is gearresteerd en mishandeld. Met behulp van zijn oom is hij vrijgekomen, waarna hij Kameroen heeft verlaten.

3. Verweerder heeft met het bestreden besluit de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.1 Verweerder vindt vooralsnog de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig en ook zijn politieke activiteiten, maar niet dat hij biseksueel is en als gevolg van zijn politieke activiteiten problemen heeft ondervonden. Het feit dat eiser een politieke overtuiging heeft, maakt volgens verweerder niet dat hij eiser een verblijfsvergunning asiel moet verlenen. In het geval van eiser mag bij terugkeer terughoudendheid worden verwacht, omdat het niet aannemelijk is dat eisers politieke activiteiten voortkomen uit een fundamentele politieke overtuiging. Ook leveren de politieke activiteiten van eiser op zichzelf geen gegronde vrees op voor vervolging. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiser op 12 april 2022 heeft geprobeerd zich in te schrijven bij de gemeente Eindhoven met een vals Iers paspoort. Dit maakt volgens verweerder dat eiser hem heeft misleid omtrent zijn identiteit en nationaliteit en Nederland onrechtmatig is binnengekomen en zonder gegronde reden niet zo snel mogelijk een asielaanvraag heeft ingediend.

Waarom is eiser het niet eens met verweerder?

4. De afwijzing van zijn asielaanvraag is volgens eiser onzorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd. Verweerder vindt zijn biseksualiteit ten onrechte ongeloofwaardig. Dat hij onvoldoende heeft verklaard is omdat hij last had van pijnklachten (extreme hoofdpijn), wat blijkt uit het rapport van het nader gehoor. Deze pijnklachten zijn van invloed geweest op zijn mogelijkheid om te verklaren, zodat dit hem niet aan te rekenen is. Over zijn politieke overtuiging merkt eiser op dat verweerder hem de mogelijkheid heeft onthouden om zijn boek en de foto’s van zijn littekens in te brengen, terwijl deze bewijsstukken zijn relaas bevestigen. Deze documenten zijn in het detentiecentrum in Rotterdam achtergebleven, terwijl eiser werd overgebracht naar het Justitieel Complex Schiphol. Verweerder had deze bewijsstukken in samenhang met eisers verklaringen moeten beoordelen. Zonder kennis te nemen van zijn boek kan verweerder het boek niet terzijde schuiven enkel omdat eiser het boek in het gehoor onvoldoende heeft kunnen duiden. Ook vindt verweerder de problemen van eiser als gevolg van zijn politieke activiteiten ten onrechte ongeloofwaardig. Zo heeft verweerder geen gebruik gemaakt van externe geloofwaardigheidsindicatoren, eiser in het gehoor niet geconfronteerd met tegenstrijdige verklaringen en baseert verweerder een deel van zijn argumenten op vermoedens. Eiser stelt dat uit zijn boek blijkt dat hij een fundamentele politieke overtuiging heeft, althans dat hij een opvatting heeft tegen de staat van Kameroen.2 Tot slot beroept eiser zich op de prejudiciële vragen die de hoogste bestuursrechter aan het Europees Hof van Justitie heeft gesteld over hoe de politieke overtuiging van een asielzoeker moet worden beoordeeld.3 Uit deze vragen volgt dat het besluit moet worden vernietigd. Mocht de rechtbank niet tot dit oordeel komen, dan dient de rechtbank op zijn minst de behandeling van het beroep aan te houden totdat het Europees Hof van Justitie de vragen heeft beantwoord.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

Biseksualiteit

5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder bij het horen van eiser voldoende procedurele waarborgen heeft getroffen. Uit het advies van MediFirst van 30 juni 2022 volgt dat eiser in staat was om te worden gehoord. In dit advies staat verder dat het wenselijk is om eiser in de gelegenheid te stellen te staan of te lopen in de gespreksruimte omdat hij klachten heeft aan zijn bewegingsapparaat waardoor langdurig zitten pijnklachten kan verergeren. Uit het rapport van het nader gehoor blijkt dat verweerder eiser meerdere keren heeft gevraagd hoe het met hem ging en of het gehoor voortgezet kon worden. Hoewel eiser op diverse momenten heeft verklaard dat hij pijnklachten had, dat hij pijnstillers nam en behoefte had aan een pauze, blijkt uit het rapport dat verweerder pauzes heeft ingelast en eiser daarna heeft verklaard dat het gehoor kon worden hervat. Aan het eind van het gehoor heeft eiser verklaard dat het gehoor naar zijn tevredenheid is verlopen. De rechtbank ziet geen aanleiding om hieraan te twijfelen. Ook biedt het rapport van het nader gehoor geen aanknopingspunten om te concluderen dat eiser niet in staat was om zijn asielmotieven naar voren te brengen. Daar komt bij dat eiser in beroep niet heeft onderbouwd dat hij zijn asielrelaas niet of onvoldoende naar voren kon brengen als gevolg van zijn pijnklachten.

6. Dit maakt dat verweerder mocht uitgaan van eisers verklaringen. Eiser heeft geen argumenten aangedragen waarom de beoordeling van verweerder dat zijn seksuele gerichtheid ongeloofwaardig is, geen stand kan houden. Dit maakt dat er voor de rechtbank geen aanleiding bestaat om tot een ander oordeel dan verweerder te komen.

Problemen door politieke activiteiten

7. Niet in geschil is dat eiser met zijn boek en artikelen op Facebook in het verleden politieke activiteiten heeft verricht. Wel in geschil is of het geloofwaardig is dat eiser hierdoor problemen in Kameroen heeft ondervonden.

8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder deugdelijk gemotiveerd en terecht stelt dat eisers verklaringen over zijn arrestatie, mishandeling en bevrijding, ongeloofwaardig zijn. Verweerder kan op dit punt in redelijkheid stellen, dat het vreemd is dat eiser zijn boek naar de politie heeft gestuurd voor een aanvraag om zijn boek in Kameroen te presenteren, terwijl hij ook heeft verklaard dat hij bij het schrijven nadacht over het risico om in de gevangenis te belanden vanwege zijn boek en over de andere schrijvers die daadwerkelijk in de gevangenis zijn beland. Eisers verklaringen dat hij dacht dat de politie zijn boek niet zou lezen omdat de titel geen politiek karakter had, vindt verweerder terecht onvoldoende, omdat de tekst op de achterkant van zijn boek wel een politiek karakter heeft. Daar komt bij dat eiser de documenten met betrekking tot de aanvraag om zijn boek te presenteren – de aanvraag zelf en het uiteindelijke verbod – niet heeft overgelegd. Verweerder werpt eiser dit terecht tegen, gelet op het belang van de documenten en het feit dat eiser heeft verklaard dat het verbod hem is uitgereikt na zijn arrestatie en detentie. Dat eiser het schriftelijke verbod per ongeluk heeft weggegooid, heeft verweerder gelet op deze verklaringen onvoldoende kunnen vinden. Tot slot werpt verweerder eiser niet ten onrechte tegen dat hij niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe zijn oom en ex-verloofde wisten dat hij in een andere stad in de gevangenis zat, waardoor het niet inzichtelijk is hoe zijn oom hem heeft vrijgekocht.

9. Niet in geschil is dat eiser en zijn familie geen problemen hebben ondervonden vanwege zijn artikelen op Facebook. De verklaringen van eiser dat een vriend van hem die gereageerd heeft op één van zijn artikelen in 2015 is gearresteerd, heeft verweerder in redelijkheid ongeloofwaardig kunnen vinden. Verweerder stelt terecht dat het vreemd is dat de autoriteiten eiser als schrijver van het artikel met rust laten, maar iemand die op één van zijn artikelen reageert, arresteert.

10. Dat eiser foto’s heeft van zijn littekens, maakt niet dat hij daarmee aannemelijk kan maken dat hij in Kameroen in detentie heeft gezeten en daar is mishandeld. Verweerder stelt terecht dat enkel foto’s geen causaal verband aantonen tussen littekens en de gestelde oorzaak, omdat uit foto’s niet valt af te leiden wat de oorzaak is van de littekens. Dit maakt dat verweerder de foto’s van eiser niet over hoefde te laten komen vanuit het detentiecentrum in Rotterdam.

11. Anders dan eiser betoogt maakt het ontbreken van externe geloofwaardigheidsindicatoren op zichzelf niet dat verweerder zijn standpunt over de geloofwaardigheid van het asielrelaas niet deugdelijk heeft gemotiveerd.4 Daar komt in dit geval bij dat de motivering van verweerder gelet op eisers verklaringen niet van zo’n aard is, dat deze gerelateerd had moet worden aan externe geloofwaardigheidsindicatoren.5 Eiser heeft namelijk diverse vreemde en tegenstrijdige verklaringen afgelegd die afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van zijn gestelde problemen, zoals de reden om een aanvraag in te dienen om zijn boek te presenteren en het ontbreken van relevante documenten. Verweerder heeft eiser in het gehoor hier voldoende op bevraagd.

Fundamentele politieke overtuiging

12. De rechtbank is van oordeel dat de prejudiciële vragen van de hoogste bestuursrechter van 16 februari 2022 geen aanleiding vormen om de behandeling van eisers beroep aan te houden of om het bestreden besluit te vernietigen. De prejudiciële vragen beperken zich tot de situatie waarin een vreemdeling stelt dat hij in het land van ontvangst een politieke overtuiging heeft ontwikkeld en geuit en daarom bij terugkeer naar het land van herkomst vreest voor vervolging, maar nog niet de negatieve aandacht van de autoriteiten heeft gewekt.6 Die situatie is bij eiser niet aan de orde.

13. Hoewel verweerder het geloofwaardig vindt dat eiser politieke activiteiten heeft verricht in Kameroen, vindt verweerder het niet aannemelijk dat eiser een fundamentele politieke overtuiging heeft. In dit kader weegt verweerder mee dat eiser een universitaire opleiding heeft gevolgd en een boek heeft geschreven. Dit maakt volgens verweerder dat van eiser meer gedetailleerde verklaringen mochten worden verwacht over wat hij belangrijk vindt, en dat daardoor eisers verklaringen dat hij belang hecht aan vrijheden, te algemeen zijn. Ook werpt verweerder eiser tegen dat hij niet inzichtelijk heeft gemaakt, waarom de dictatuur in Kameroen een probleem is, hoe zijn proces is verlopen van politieke interesse naar bestrijding van de dictatuur en waarom het schrijven van een boek hieraan bijdraagt. Daar komt bij dat eiser weinig kennis van de huidige politieke situatie in Kameroen heeft en niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe zijn politieke overtuiging in zijn dagelijks leven doorwerkt. Voor dit laatste is volgens verweerder relevant dat eiser voor het laatst in 2020 op Facebook heeft bericht en nadien geen activiteiten meer heeft verricht.

13.1.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder hiermee terecht heeft gesteld en deugdelijk gemotiveerd heeft, waarom hij het niet aannemelijk vindt dat eiser een fundamentele politieke overtuiging heeft. Hoewel het feit dat eiser een boek heeft geschreven relevant is, mag van eiser ook verwacht worden dat hij in een gehoor in hoofdlijnen het boek – en daarmee de in het boek geuite politieke overtuiging – naar voren kan brengen, om zo inzichtelijk te maken waarom zijn politieke overtuiging zo fundamenteel is voor zijn identiteit en morele integriteit, dat van hem geen terughoudendheid kan worden verwacht. Daar komt bij dat verweerder de beoordeling of eisers politieke overtuiging fundamenteel is, niet enkel heeft gebaseerd op eisers activiteiten in het verleden, maar ook op hoe deze overtuiging in zijn dagelijks leven doorwerkt en op zijn kennis van de huidige situatie in Kameroen. Eiser heeft niet betwist dat hij op die punten ontoereikend heeft verklaard. Dit alles bij elkaar maakt dat verweerder het boek niet hoefde over te laten komen vanuit het detentiecentrum in Rotterdam.

14. Tot slot heeft verweerder terecht gesteld en deugdelijk gemotiveerd dat het niet aannemelijk is dat de politieke activiteiten van eiser op zichzelf maken dat eiser bij terugkeer te vrezen heeft voor vervolging. In dit kader wijst verweerder er terecht op, dat eisers boek in 2015 is uitgegeven in Frankrijk en niet in Kameroen, er vijftig exemplaren zijn verkocht, de president van Kameroen niet bij naam wordt genoemd en eiser sinds de uitgave van zijn boek in 2015 geen (geloofwaardige) problemen heeft ondervonden. Ook de artikelen op Facebook zullen geen problemen bij terugkeer opleveren, omdat eiser zijn account op Facebook heeft verwijderd.

Wat is de conclusie?

15. Verweerder heeft op goede gronden en deugdelijk gemotiveerd beslist dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

16. Nu geen van de beroepsgronden slaagt, verklaart de rechtbank het beroep ongegrond.

17. Verweerder hoeft eiser geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, rechter, in aanwezigheid van mr.R. Kroes, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

1 Zie artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingewet 2000 (de Vw 2000) in samenhang met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c en h, van de Vw 2000.

2 Eiser verwijst naar artikel 10, eerste lid, aanhef en onder e, van de Kwalificatierichtlijn.

3 Zie de prejudiciële vragen van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 16 februari 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:505).

4 Zie de uitspraak van de Afdeling van 18 november 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3652, r.o. 2.4).

5 Zie de uitspraak van de Afdeling van 18 juli 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:2034, r.o. 2.1).

6 Zie rechtsoverwegingen 18-19.2 van de prejudiciële vragen.