Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2022:8789

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
05-08-2022
Datum publicatie
15-09-2022
Zaaknummer
C/09/630819 / JE RK 22-1227
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Om de positieve ontwikkelingen van de afgelopen periode te bestendigen en zicht te houden op de gebieden waar de ontwikkelingsbedreiging nog niet is weggenomen vindt de kinderrechter een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk. Anders dan de gecertificeerde instelling heeft aangevoerd is een verlenging van een jaar daarvoor niet nodig. De kinderrechter acht een termijn van vier maanden hiervoor passend en geboden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaaksgegevens: C/09/630819 / JE RK 22-1227

Datum uitspraak: 5 augustus 2022

Beschikking van de kinderrechter

Verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak naar aanleiding van het op 16 juni 2022 ingekomen verzoekschrift van:

Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,

betreffende:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2014 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 1] ,

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2015 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige 2] ,

hierna tezamen te noemen: de kinderen.

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de vrouw] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

bijgestaan door advocaat: mr. C. Arslaner te Den Haag.

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift met bijlagen;

- de pleitnota van de advocaat van de moeder, op voorhand toegezonden, d.d. 4 augustus 2022.

Op 5 augustus 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen:

- mevrouw [vertegenwoordiger van de GI] namens de gecertificeerde instelling;

- de moeder, bijgestaan door haar advocaat.

Feiten

- De moeder is belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.

- De kinderen verblijven feitelijk bij de moeder.

- De kinderrechter in de rechtbank Oost-Brabant heeft bij beschikking van 31 augustus 2021 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd van 7 september 2021 tot 17 augustus 2022.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot verlenging van de ondertoezichtstelling voor de periode van één jaar. De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De kinderen hebben veel meegemaakt in hun jonge leven. Ze hebben lange tijd in een onrustige opvoedsituatie gewoond doordat zij regelmatig zijn verhuisd en op meerdere scholen hebben gezeten. De kinderen hebben zich op deze manier niet kunnen hechten aan een vaste omgeving. Het gebrek aan stabiliteit kan invloed hebben op de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen. Daarnaast heeft de vader van de kinderen zich in juli 2021 van het leven beroofd. Dit is logischerwijs erg heftig geweest voor de kinderen. De moeder is in oktober 2021 met de kinderen terug verhuisd naar [verblijfplaats] . Vanuit school zijn er zorgen gemeld over het grote verzuim van beide kinderen. Er is getracht hulpverlening in te zetten voor het gezin, maar dit is niet van de grond gekomen. Volgens de moeder gaat alles goed en heeft zij geen hulp nodig. Het gezin is aangemeld voor Family Supporters. De gecertificeerde instelling vindt het belangrijk dat deze hulpverlening wordt doorgezet, zodat er meer zicht komt op hoe het werkelijk met de kinderen gaat. Daarnaast moet de komende tijd gemonitord worden of de opvoedsituatie van de kinderen daadwerkelijk is gestabiliseerd. Om dit te realiseren vindt de gecertificeerde instelling een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk. Zodra de hulpverlening is gestart en goed verloopt, kan gekeken worden of de hulpverlening in vrijwillig kader kan worden voortgezet.

De moeder heeft, mede bij monde van haar advocaat, verweer gevoerd tegen het verzochte. Daartoe is -samengevat en zakelijk weergegeven- aangevoerd dat niet aan de gronden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De gecertificeerde instelling grijpt steeds terug op dingen die in het verleden verkeerd zijn gegaan. Het afgelopen jaar is de thuissituatie van de kinderen gestabiliseerd. De moeder heeft een vaste woonplek en de kinderen gaan naar school. De moeder houdt de kinderen niet ongeoorloofd van school. De kinderen hebben het juist erg naar hun zin op school. De moeder heeft toestemming verleend om de kinderen te laten onderzoeken door de jeugdarts. Deze afspraak heeft nog niet plaatsgevonden. Volgens de moeder heeft een verlenging van de ondertoezichtstelling geen toegevoegde waarde. De moeder heeft de positieve vooruitgang van de afgelopen periode zelf bewerkstelligd. Als zij nog extra hulp wenst, kan zij de benodigde instanties in vrijwillig kader benaderen. Daarbij komt dat de moeder kan rekenen op de hulp van de grootvader moederszijde. Hij vangt de kinderen op als dat nodig is en springt bij waar kan. Om die redenen verzoekt de moeder het verzoek tot de verlenging van de ondertoezichtstelling af te wijzen.

Beoordeling

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn en dat het noodzakelijk is de ondertoezichtstelling te verlengen, doch voor kortere duur dan verzocht.

De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. De afgelopen periode is de opvoedomgeving van de kinderen gestabiliseerd. De moeder beschikt over vaste woonruimte en de financiën zijn op orde. De grootvader moederszijde woont in de buurt en vormt een stabiel vangnet waar de moeder regelmatig een beroep op kan doen. Ter zitting is besproken dat deze positieve ontwikkelingen grotendeels te danken zijn aan de inspanningen van de moeder. Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken leidt de kinderrechter evenwel af dat op twee gebieden nog sprake is van een ontwikkelingsbedreiging. In het verleden is er veel schoolverzuim geweest, wat tot achterstanden heeft geleid, en ook dit jaar was er veel schoolverzuim van de kinderen. De school heeft hier zorgen over geuit. De kinderrechter vindt het – mede gelet op de eerdere ontwikkelingsachterstanden van de kinderen – belangrijk dat wordt onderzocht of er een (medische) reden ten grondslag ligt aan het hoge verzuim van de kinderen. Daarnaast zijn er nog zorgen over de verliesverwerking bij de kinderen. De kinderen zijn nog erg jong, het is pas een jaar geleden dat zij hun vader hebben verloren en een dergelijk verlies heeft grote invloed op hun emotionele ontwikkeling, ook gelet op de wijze waarop dit verlies heeft plaatsgevonden. De komende tijd moet duidelijk wordt of de kinderen hulpverlening nodig hebben om het verlies van de vader te verwerken. Om de positieve ontwikkelingen van de afgelopen periode te bestendigen en zicht te houden op de hiervoor besproken gebieden waar de ontwikkelingsbedreiging nog niet is weggenomen vindt de kinderrechter een verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk. Anders dan de gecertificeerde instelling heeft aangevoerd is een verlenging van een jaar daarvoor niet nodig. De betrokkenheid van de jeugdbeschermer is nodig om de hulpverlening van Family Supporters van de grond te krijgen en de eerste maanden van het nieuwe schooljaar zich te houden op de frequentie van schoolverzuim. De kinderrechter acht een termijn van vier maanden hiervoor passend en geboden. Die tijd is voldoende om de hulpverlening te starten, de voortgang nog enige tijd te monitoren en de hulpverlening vervolgens over te hevelen naar het vrijwillig kader. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling dan ook verlengen voor de duur van vier maanden en het verzoek voor het overige afwijzen.

Daarom zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van 17 augustus 2022 tot 17 december 2022 met behoud van Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering als gecertificeerde instelling die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling;

verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2022 door mr. M.H. Rochat, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.M. Dreef als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 24 augustus 2022.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van

het gerechtshof Den Haag.