Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2022:8589

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
23-08-2022
Datum publicatie
29-08-2022
Zaaknummer
NL22.12377
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

trefwoorden: Dublin, Italië, beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL22.12377


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser

V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. E.J.L. van de Glind),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.H.M. Post).

Procesverloop

Bij besluit van 30 juni 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.1

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep op 19 augustus 2022 te Breda op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. J.I.T. Sopacua, als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen G. Hassan-Bernard. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1997 en de Iraakse nationaliteit te hebben. Op 18 mei 2022 heeft eiser een asielaanvraag ingediend.

2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder die aanvraag niet in behandeling genomen. Uit onderzoek uit Eurodac is gebleken dat eiser op 13 oktober 2021 Italië illegaal is ingereisd. Op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening2 is de lidstaat waar de vreemdeling op illegale wijze de grens heeft overschreden vanuit een derde land, verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming. Verweerder heeft Italië daarom verzocht om eiser over te nemen. De Italiaanse autoriteiten zijn daarmee op 26 mei 2022 akkoord gegaan.

3. Eiser voert aan dat ten aanzien van Italië niet langer uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat overdracht daarom in strijd is met artikel 3 van het EVRM.3 Eiser verwijst hiertoe naar verschillende rapporten. Daarnaast is de opvang in Nederland ernstig verslechterd waardoor niet langer ervan uitgegaan kan worden dat de opvang in Italië niet in strijd is met Europese asielrichtlijnen.

De rechtbank oordeelt als volgt.

4. Niet in geschil is dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag, nu eiser via Italië Europa is binnengekomen. In geschil is of ten aanzien van Italië kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.

5. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) mag ten aanzien van Italië in beginsel worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.4 Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat ten aanzien van Italië niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan. Bij deze beoordeling is ook het arrest Jawo van het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof) van 19 maart 20195 van belang. Als blijkt dat er sprake is van structurele tekortkomingen dan moeten die tekortkomingen een bijzonder hoge drempel bereiken om onder het bereik van artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest6 te vallen.

6. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser er niet in geslaagd aan te tonen dat Italië haar verdragsverplichtingen niet zal nakomen. Allereerst wijst verweerder er terecht op dat eiser in het aanmeldgehoor7 heeft verklaard dat hij geen bezwaar heeft tegen overdracht aan Italië. Ter zitting heeft eiser dit herhaald.

7. Voorts leiden de rapporten waarop eiser zich beroept niet tot een ander oordeel. In de uitspraak van de Afdeling van 26 november 20218, waarin de vraag naar het interstatelijk vertrouwensbeginsel is beantwoord, is het door eiser genoemde AIDA-rapport9 van 3 juni 2021 betrokken. Ook het door eiser genoemde rapport van de Swiss Refugee Council10 van 10 juni 2021 is betrokken bij de uitspraak van de Afdeling van 6 januari 2022.11 Ter zitting heeft eiser verwezen naar de update van het AIDA-rapport12 en gesteld dat daaruit volgt dat de situatie voor Dublinterugkeerders in Italië nog altijd onzeker is. Ook dit rapport schetst geen wezenlijk ander beeld dan wat in eerdere rechtspraak is betrokken en geeft dus ook geen aanleiding voor een ander oordeel over het interstatelijk vertrouwensbeginsel.

8. Het betoog van eiser dat de verslechterde opvangsituatie voor asielzoekers in Nederland van betekenis is voor de beoordeling van de opvang in Italië, volgt de rechtbank niet. Het gaat uitsluitend om de vraag of eiser bij overdracht naar Italië mogelijk terecht zou komen in een toestand van zeer verregaande materiële deprivatie en dat daarmee de ondergrens, zoals bedoeld in het arrest Jawo zou worden gehaald. De kwaliteit van de opvang in Nederland is voor die beoordeling niet relevant.

9. Verweerder heeft terecht geconcludeerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat in zijn situatie niet van het interstatelijk vertrouwensbeginsel kan worden uitgegaan en dat hij bij overdracht aan Italië een reëel risico loopt op een behandeling die in strijd is met artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest.

10. Het beroep is ongegrond.

11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

1 Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

2 Verordening nr. (EU) 604/2013.

3 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

4 Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 26 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2738 en 8 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:376.

5 ECLI:EU:C:2019:218.

6 Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

7 Rapport aanmeldgehoor Dublin van 13 juni 2022.

8 ECLI:NL:RVS:2021:2738.

9 AIDA-rapport "Country Report: Italy 2020 Update" van de European Council on Refugees and Exiles (ECRE) van 3 juni 2021.

10 Swiss Refugee council (SFH) and borderline-europe, Aufnahmebedingungen in ltalien van 10 juni 2021

11 ECLI:NL:RVS:2022:38.

12 AIDA Country Report Italy Update 2022.