Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2022:8561

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
22-08-2022
Datum publicatie
26-08-2022
Zaaknummer
NL22.12337
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

MOB, beroep niet-ontvankelijk, mondelinge uitspraak

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL22.12337


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

V-nummer: [Nummer]

(gemachtigde: mr. F. Boone),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.H.M. Post).


Procesverloop
Bij besluit van 23 juni 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep, tezamen met het verzoek om voorlopige voorziening NL22.12338, op 19 augustus 2022 op zitting behandeld in Breda. Eiser en zijn gemachtigde zijn, na voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Verweerder heeft de rechtbank schriftelijk bericht dat uit informatie van het COA1 is gebleken dat eiser op 13 juli 2022 de opvang heeft verlaten en met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser heeft vervolgens op 25 juli 2022 bericht dat hij op 2 juli 2022 voor het laatst contact met eiser heeft gehad.

De rechtbank stelt verder vast dat eiser niet op zitting is verschenen.

2. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland. De rechtbank vindt zich daarin gesteund door vaste jurisprudentie van de Afdeling2, bijvoorbeeld de uitspraak van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579. Eiser heeft dus geen belang meer bij beoordeling van zijn beroep.

3. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2022 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

1 Centraal orgaan opvang asielzoekers.

2 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State