Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2022:8525

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
24-08-2022
Datum publicatie
02-09-2022
Zaaknummer
C/09/611015 / HA ZA 21-395
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Collectieve actie van vereniging en mede-eisers tegen de Staat. Tussenvonnis met beslissingen over onder meer de nauw omschreven groep van personen en de opt-out en opt-in publicaties.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/611015 / HA ZA 21-395

Vonnis van 24 augustus 2022

in de zaak van

1 COÖPERATIEVE VERENIGING LAATSTE WIL U.A.te Zutphen,

2. [eiser 1] te [plaats 1] ,

3. [eiseres 1] te [plaats 2] ,

4. [eiser 2] te [plaats 3] ,

5. [eiseres 2] te [plaats 4]

,

6. [eiseres 3] te [plaats 5] ,

7. [eiseres 4] te [plaats 6] ,

8. [eiseres 5] te [plaats 7]

,

9. [eiseres 6] te [plaats 8] ,

10. [eiseres 7] te [plaats 9] ,

11. [eiser 3] te [plaats 10] ,

12. [eiser 4] te [plaats 11] ,

13. [eiseres 8] te [plaats 12] ,

14. [eiseres 9] te [plaats 13] ,

15. [eiseres 10] te [plaats 14] ,

16. [eiseres 11] te [plaats 15] ,

17. [eiser 5] te [plaats 16] ,

18. [eiser 6] te [plaats 17] ,

19. [eiser 7] te [plaats 18] ,

20. [eiseres 12] te [plaats 19] ,

21. [eiseres 13] te [plaats 20] ,

22. [eiseres 14] te [plaats 21] ,

23. [eiser 8] te [plaats 22] ,

24. [eiseres 15] te [plaats 23] ,

25. [eiser 9] te [plaats 24] ,

26. [eiseres 16] te [plaats 25] ,

27. [eiser 10] te [plaats 26] ,

28. [eiser 11] te [plaats 27] ,

29. [eiser 12] te [plaats 28] ,

30. [eiser 13] te [plaats 29] ,

advocaat mr. M.M.N.C. Schellekens te Amsterdam ,

eisers,

tegen

DE STAAT DER NEDERLANDEN (MINISTERIE VAN ALGEMENE ZAKEN, MINISTERIE VAN VOLKSGEZONDHEID EN SPORT) te Den Haag ,

gedaagde,

advocaat mrs. W.I. Wisman en V.R. Koppe te Den Haag .

Eisers zullen hierna CLW en mede-eisers worden genoemd. Gedaagde zal hierna de Staat worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 22 juni 2022;

  • -

    de akte uitlating na tussenvonnis van CLW en mede-eisers;

  • -

    de akte na tussenvonnis van de Staat.

1.2.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

In het tussenvonnis van 22 juni 2022 (hierna ook: het tussenvonnis) heeft de rechtbank geoordeeld dat de collectieve vordering van CLW voldoet aan de eisen van artikel 1018c lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Daarnaast heeft de rechtbank CLW op grond van artikel 1018e lid 1 Rv aangewezen als exclusief belangenbehartiger. Artikel 1018f Rv verbindt aan de aanwijzing van CLW als exclusief belangenbehartiger een aantal voorschriften. In het tussenvonnis heeft de rechtbank partijen (met betrekking tot collectieve vordering: CLW en de Staat) in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over de praktische invulling van die voorschriften, voordat de rechtbank die voorschriften, voor zover nodig, zal concretiseren. Partijen hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt.

2.2.

Het eerste punt waarover partijen zich moesten uitlaten is de vraag of het tussenvonnis (en eventueel een vertaling daarvan in een of meer andere talen dan de Nederlandse taal) op de voet van artikel 1018f lid 2 Rv op een of meer internetadressen moet worden geplaatst. Volgens CLW dient het tussenvonnis en een Engelse vertaling daarvan op haar website te worden geplaatst. De Staat heeft zich op dit punt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Gelet hierop zal de rechtbank het voorstel van CLW volgen en dienovereenkomstig bepalen.

2.3.

De rechtbank heeft partijen verder verzocht zich uit te laten over de omschrijving van de ‘nauw omschreven groep’ en de betekenis van de opt-outregeling voor de collectieve vordering van CLW (artikel 1018f lid 1 Rv) en over de vraag in hoeverre de achterban van CLW bestaat uit “bekende personen” wier belangen zij in deze collectieve vordering behartigt en die dus bij “gewone brief” kunnen worden aangeschreven (artikel 1018f lid 3 Rv).

2.4.

Volgens CLW bestaat de nauw omschreven groep uit haar 27.650 leden en iedereen die (nog) geen lid is van CLW, maar wel haar doel - het verkrijgen van de mogelijkheid tot een waardig zelfverkozen levenseinde, in eigen regie, binnen de wettelijke kaders – nastreeft.

2.5.

De Staat heeft zich op dit punt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, maar heeft wel opgemerkt dat de opt-out en opt-in regelingen in deze zaak maar een beperkte betekenis hebben, omdat de vorderingen van CLW alleen kunnen worden toegewezen indien het strafrechtelijk verbod op hulp op zelfdoding onrechtmatig is wegens strijd met een persoonlijkheidsrecht en met artikel 8 EVRM. Zo’n oordeel zal volgens de Staat gevolgen hebben voor iedereen die is onderworpen aan de Nederlandse strafwet, ongeacht of iemand tot de nauw omschreven groep behoort en/of heeft gebruik gemaakt van de opt-out of de opt-in mogelijkheid.

2.6.

De rechtbank is met de Staat van oordeel dat aan de opt-out en opt-in regelingen gelet op de aard en strekking van de vorderingen, mogelijk een beperkte betekenis kan toekomen. Zij acht het desalniettemin aangewezen een omschrijving te geven van de “nauw omschreven groep” van personen die aan de uitspraak gebonden zullen zijn. Voorkomen moet worden dat, als de vorderingen van CLW zouden worden afgewezen, personen uit de achterban van CLW een soortgelijke (individuele) vordering kunnen instellen omdat onduidelijk is of zij gebonden zijn aan de uitspraak in de collectieve procedure. De rechtbank zal de omschrijving van CLW van de “nauw omschreven groep” toevoegen aan de in het tussenvonnis voorgestelde teksten voor (i) plaatsing op de website van de rechtbank Den Haag en/of het centraal register voor collectieve vorderingen en voor (ii) plaatsing in dagbladen. Uit artikel 1018f lid 2 Rv volgt dat CLW op haar website niet alleen het tussenvonnis (van 22 juni 2022) maar ook dit tussenvonnis (beide met een Engelse vertaling) moet plaatsen.

2.7.

Volgens CLW is het niet nodig om haar leden bij “gewone brief” aan te schrijven, nu deze leden via haar nieuwsbrief en website worden geïnformeerd. De Staat heeft zich op dit punt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de plaatsing van het tussenvonnis van 22 juni 2022 en dit vonnis op de website van CLW, de mededeling in de nieuwsbrief van CLW en de aankondiging in de hierna te noemen landelijk dagbladen, geen aanleiding bestaat om CLW op te dragen ook nog bij gewone brief mededeling te doen van haar aanwijzing als exclusief belangenbehartiger, de collectieve vordering en de nauw omschreven groep aan de bekende personen wier belangen zij in deze collectieve vordering behartigt.

2.8.

CLW kan instemmen met de door de rechtbank voorgestelde teksten voor (i) de advertentie in landelijke dagbladen en (ii) de plaatsing op de website van de rechtbank Den Haag en/of het register voor collectieve vorderingen. CLW verzoekt te bepalen dat de advertentie wordt geplaatst in De Volkskrant, NRC Handelsblad en Trouw.

2.9.

De Staat acht het raadzaam om in de onder (ii) bedoelde tekst duidelijk te maken dat diegenen, die niet tot de “nauw omschreven groep” behoren en wier belangen dus niet door CLW in deze procedure worden behartigd, niets hoeven te doen. De Staat heeft hiervoor een tekstvoorstel gedaan. Daarnaast heeft de Staat twee redactionele opmerkingen gemaakt, waarmee de rechtbank rekening zal houden. De door de Staat voorgestelde verduidelijking acht de rechtbank niet nodig.

2.10.

Dit betekent dat de tekst voor publicatie in De Volkskrant, NRC Handelsblad en Trouw als volgt komt te luiden:

Collectieve actie van de Coöperatieve vereniging Laatste Wil U.A. tegen de Staat inzake het verbod op hulp bij zelfdoding.

De Coöperatieve vereniging Laatste Wil U.A. (hierna: CLW) voert bij de rechtbank Den Haag een procedure tegen de Staat der Nederlanden over de (on)rechtmatigheid van het verbod op hulp bij zelfdoding. CLW behartigt in deze procedure de belangen van haar leden en iedereen die (nog) geen lid is van CLW, maar wel haar doel - het verkrijgen van de mogelijkheid tot een waardig zelfverkozen levenseinde, in eigen regie, binnen de wettelijke kaders – nastreeft. Wilt u meer informatie over deze procedure, kijk dan op www.laatstewil.nu.

Wilt u niet dat ook uw belangen in deze procedure worden behartigd, of hebt u geen woonplaats of verblijf in Nederland, maar wilt u juist wel dat ook uw belangen worden behartigd, kijk dan op www.rechtspraak.nl/Registers/centraal-register-voor-collectieve-vorderingen.nl voor meer informatie en stuur vervolgens een bericht aan de Rechtbank Den Haag , Team Handel, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag . Vermeld daarin dat uw verzoek betrekking heeft op zaak/rolnummer C/09/611015 / HA ZA 21-395 (CLW). U kunt dit doen tot en met 1 oktober 2022.”

2.11.

De tekst voor plaatsing op de website van de rechtbank Den Haag (onderdeel van www.rechtspraak.nl) en/of het centraal register voor collectieve vorderingen komt als volgt te luiden:

Collectieve actie van de Coöperatieve vereniging Laatste Wil U.A. tegen de Staat inzake het verbod op hulp bij zelfdoding.

De Coöperatieve vereniging Laatste Wil U.A. (hierna: CLW) voert bij de rechtbank Den Haag een procedure tegen de Staat der Nederlanden over de (on)rechtmatigheid van het verbod op hulp bij zelfdoding. Wilt u daarover meer informatie, kijk dan op www.laatstewil.nu. Dit heet een “collectieve actie”. De genoemde vereniging is door de rechtbank aangewezen als exclusieve belangenbehartiger.

Niet meedoen of juist wel meedoen

CLW behartigt in deze procedure de belangen van haar leden en iedereen die (nog) geen lid is van CLW, maar wel haar doel - het verkrijgen van de mogelijkheid tot een waardig zelfverkozen levenseinde, in eigen regie, binnen de wettelijke kaders – nastreeft. Als u behoort tot de groep van personen voor wie CLW opkomt en u vindt het goed dat deze vereniging ook uw belangen behartigt, dan hoeft u niets te doen.

Als u niet wilt dat ook uw belangen in deze procedure worden behartigd (bijvoorbeeld omdat u hiervoor zelf een procedure wilt voeren), dan kunt u dat aan de rechtbank kenbaar maken.

Als u geen woonplaats of verblijf in Nederland hebt, heeft de collectieve actie geen betrekking op uw belangen. Dat is alleen anders als u kenbaar maakt dat u wilt dat de vereniging ook voor uw belangen optreedt. Als de vorderingen van CLW geheel of gedeeltelijk worden toegewezen, kunt u daaraan rechten ontlenen, maar als deze worden afgewezen, bent u daaraan gebonden.

Wilt u niet dat ook uw belangen in deze procedure worden behartigd, of hebt u geen woonplaats of verblijf in Nederland, maar wil u juist wel dat ook uw belangen worden behartigd, stuur dan een brief aan de Rechtbank Den Haag , Team Handel, Postbus 20302, 2500 EH Den Haag . U kunt dit doen tot en met 1 oktober 2022.

U kunt de volgende teksten gebruiken:

“Ik wil niet dat in de collectieve actie van de Coöperatieve vereniging Laatste Wil U.A. (zaak/rolnummer C/09/611015 / HA ZA 21-395) mijn belangen worden behartigd.”

OF

“Ik heb geen woonplaats of verblijf in Nederland, maar stem ermee in dat in de collectieve actie van de Coöperatieve vereniging Laatste Wil U.A. (zaak/rolnummer C/09/611015 / HA ZA 21-395) ook mijn belangen worden behartigd.”

2.12.

De rechtbank heeft partijen verder verzocht zich uit te laten over het nut en de noodzaak van het stellen van een termijn voor het beproeven van een schikking als bedoeld in artikel 1018g Rv. Gezien het principiële karakter van het geschil zien partijen zien geen aanleiding voor het stellen van een termijn. De rechtbank volgt partijen op dit punt.

2.13.

Ten slotte heeft de rechtbank CLW verzocht om mee te delen of zij behoefte heeft aan het aanvullen van de gronden van de vordering als bedoeld in artikel 1018g Rv. CLW heeft daarop laten weten dat zij hieraan geen behoefte heeft.

2.14.

De rechtbank draagt CLW op van dit vonnis aantekening te maken in het centraal register voor collectieve vorderingen.

2.15.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden

3 De beslissing

De rechtbank:

3.1.

bepaalt dat tot de nauw omschreven groep personen wier belangen in deze collectieve vordering door CLW worden behartigd behoren de leden van CLW en iedereen die (nog) geen lid is van CLW, maar wel haar doel - het verkrijgen van de mogelijkheid tot een waardig zelfverkozen levenseinde, in eigen regie, binnen de wettelijke kaders - nastreeft;

3.2.

draagt CLW op het tussenvonnis van 22 juni 2022 en dit tussenvonnis met vertalingen van beide vonnissen in de Engelse taal op haar eigen website te plaatsen, waarbij zij door middel van een link mag verwijzen naar de in het centraal register voor collectieve vorderingen aangetekende tussenvonnissen;

3.3.

draagt CLW op de in r.o. 2.10 genoemde tekst per omgaande te publiceren in De Volkskrant, NRC Handelsblad en Trouw;

3.4.

draagt de griffier op om de in r.o. 2.11 genoemde tekst te plaatsen op de website van de rechtbank Den Haag (onderdeel van www.rechtspraak.nl) en/of het centraal register voor collectieve vorderingen;

3.5.

draagt CLW op van dit tussenvonnis aantekening te maken in het centraal register voor collectieve vorderingen;

3.6.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. van Cleef-Metsaars, mr. J. Brandt en mr. A.M. Boogers en in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2022.