Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2022:8504

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
19-08-2022
Datum publicatie
25-08-2022
Zaaknummer
AWB 21/5117
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek om een voorlopige voorziening - griffierecht is niet betaald – geen connexiteit – niet-ontvankelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 21/5117

uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], verzoeker

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 31 juli 2021 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel ‘arbeid als zelfstandige’ afgewezen.

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Hij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Bij besluit van 22 september 2021 heeft verweerder op het bezwaar beslist.

De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:82, eerste lid, van de Awb wordt van de indiener van een verzoekschrift griffierecht geheven. Voor verzoeker is het griffierecht vastgesteld op € 181.

2. Bij aangetekende nota van 4 september 2021 heeft de griffier verzoeker in de gelegenheid gesteld het griffierecht binnen twee weken te betalen, dan wel binnen die termijn een onderbouwd beroep op betalingsonmacht te doen. Verzoeker is er in de nota op gewezen dat hij het risico loopt dat het verzoek niet-ontvankelijk wordt verklaard indien het griffierecht niet of niet tijdig is betaald.

3. Verzoeker heeft binnen de gestelde termijnen het griffierecht niet voldaan. Niet is gebleken dat dit niet aan verzoeker is toe te rekenen.

4. Nu het griffierecht niet tijdig is voldaan, is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk.

5. Daarnaast is op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb een verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk als er ook een bezwaar (of beroep) aanhangig is.

6. Aangezien verweerder al op het bezwaar heeft beslist, is er geen bezwaar meer aanhangig. Evenmin is er beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar, terwijl de termijn daarvoor inmiddels is verlopen, zodat geen toepassing kan worden gegeven aan artikel 8:81, vijfde lid, van de Awb (het aanmerken van een verzoek om een voorlopige voorziening

hangende bezwaar als een verzoek om voorlopige voorziening hangende beroep).

7. Het verzoek is ook kennelijk niet-ontvankelijk om de reden dat er geen beroep aanhangig is.

8. Voor een proceskosten vergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, op 17 augustus 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.