Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2022:8306

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-08-2022
Datum publicatie
19-08-2022
Zaaknummer
C/09/629925 / FT RK 22/394 en FT RK 22/395
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toewijzing dwangakkoord. Er is een maximaal haalbaar voorstel gedaan en de regeling is in het belang van de andere schuldeisers. Het verweer dat verzoeker geen (schuld)regeling verdient, omdat hij voor zo veel verdriet heeft gezorgd slaagt niet. Dat verweerder heeft geleden onder het onbetaald laten van zijn loon over de periode van één maand is begrijpelijk. Voorstelbaar is dat hij moeite heeft gehad met het betalen van zijn vaste lasten en stress heeft ondervonden. Verzoeker doet er echter alles aan om zijn schuldeisers te betalen, gelet hierop moet er op een gegeven moment ook een streep onder worden gezet. Dat geldt voor zowel verzoeker als verweerder.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 287a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team Insolventies

rekestnummers: C/09/629925 / FT RK 22/394 en FT RK 22/395

vonnis van 18 augustus 2022


in de zaak van

[verzoeker],

wonende te [adres]

[postcode en woonplaats],

hierna: [verzoeker],

tegen

[verweerder]

wonende te [woonplaats],

hierna: [verweerder].

Waar deze zaak over gaat

[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Hij heeft een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers, waarbij een deel van de vordering(en) wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft [verzoeker] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1 De feiten waar de rechtbank van uit gaat

1.1.

[verzoeker] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van

€ 123.467,43 aan zes schuldeisers. Het is [verzoeker] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van PLANgroep, gemandateerd door de gemeente Alphen aan den Rijn, heeft hij voor het laatst op 3 november 2021 een schuldregeling aangeboden (saneringsakkoord). Dit voorstel houdt in dat aan de schuldeisers met een recht van voorrang een uitkering ineens wordt aangeboden van 20,76% en aan de gewone schuldeisers een uitkering ineens van 10,38%, tegen kwijtschelding van het restant van hun vorderingen.

1.2.

[verweerder] is als enige schuldeiser niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoeker] heeft een schuld aan [verweerder] van € 3.810,97, dat is 3,09% van de totale schuldenlast.

1.3.

De overige vijf schuldeisers hebben het aanbod aanvaard.

1.4.

Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] op 27 mei 2022 bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil hij dat de rechtbank [verweerder] dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil hij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).

2 De procedure

2.1.

De verzoeken van [verzoeker] zijn behandeld op de zitting van 11 augustus 2022. Op deze zitting verschenen:

- [verzoeker] ,

- [A en B], schuldhulpverleners van PLANgroep,

2.2.

[verweerder] is opgeroepen, maar niet op de zitting verschenen.

3 Standpunten van partijen

3.1.

[verzoeker] stelt dat het onredelijk is dat [verweerder] het aanbod niet aanvaardt. Volgens hem heeft hij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden en kan hij niet meer aanbieden dan hij heeft gedaan.

3.2.

[verweerder] heeft zijn standpunt niet kenbaar gemaakt aan de rechtbank. In het minnelijk traject heeft [verweerder] aan PLANgroep medegedeeld dat hij vindt dat [verzoeker] geen (schuld)regeling verdient, omdat hij voor zo veel verdriet heeft gezorgd.

4 De beoordeling van de verzoeken

4.1.

De rechtbank wijst het verzoek van [verzoeker] om een dwangakkoord op te leggen toe. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.

Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord

4.2.

Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat [verweerder] weigert in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.

Bevoegde instantie

4.3.

De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling met mandaat van de gemeente Alphen aan den Rijn door PLANgroep is uitgevoerd. Dat betekent dat wordt voldaan aan de door wet gestelde voorwaarden, namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd.

De rechtbank moet een belangenafweging maken

4.4.

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich drie jaar lang maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen van een (groot) deel van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.

4.5.

De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van de verzoeker zelf, van de weigerende schuldeiser(s) en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is.

[verzoeker] heeft het maximaal haalbare voorstel gedaan

4.6.

Het voorstel dat [verzoeker] aan zijn schuldeisers heeft gedaan is het maximaal haalbare. Een beter voorstel is niet mogelijk. Uit de stukken blijkt dat [verzoeker] op basis van een vast contract 30,4 uur per week werkt en soms betaalde overuren maakt. Ook solliciteert hij aantoonbaar naar aanvullend werk. Hiermee staat vast dat [verzoeker] zich maximaal inspant voor zijn schuldeisers.

Deze regeling is in het belang van de andere schuldeisers

4.7.

De meerderheid van de schuldeisers, die samen ruim 96% van de totale schuldenlast vertegenwoordigen, heeft ingestemd met de aangeboden schuldregeling. De belangen van deze schuldeisers wegen, vanwege de gezamenlijke omvang, zwaarder dan dat van [verweerder] .

4.8.

Uit de bij het verzoekschrift gevoegde stukken blijkt dat het dwangakkoord voor alle schuldeisers tot een gunstiger resultaat leidt dan de WSNP. Toepassing van de WSNP leidt tot hoge kosten, doordat de vergoeding van de bewindvoerder uit het gespaarde saldo wordt voldaan. Hierdoor blijft een lagere uitkering voor de schuldeisers over.

Het aangeboden akkoord wordt op korte termijn aan de schuldeisers overgemaakt, zodat zij het dossier kunnen sluiten.

Argumenten van [verweerder]

4.9.

Dat [verweerder] heeft geleden onder het onbetaald laten van zijn loon over de periode van één maand is begrijpelijk. Voorstelbaar is dat hij moeite heeft gehad met het betalen van zijn vaste lasten en stress heeft ondervonden. [verzoeker] doet er echter alles aan om zijn schuldeisers te betalen, gelet hierop moet er op een gegeven moment ook een streep onder worden gezet. Dat geldt voor zowel [verzoeker] als [verweerder] .

Het WSNP-verzoek is niet langer aan de orde

4.10.

Omdat het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord wordt toegewezen, heeft [verzoeker] geen belang meer bij zijn verzoek om te worden toegelaten tot de WSNP. Dat verzoek wordt daarom afgewezen.

5 De beslissing

De rechtbank:

- beveelt [verweerder] in te stemmen met de onder 1.1 bedoelde schuldregeling;

- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.

Dit is de beslissing van mr. A.C.M. Höppener, rechter, in samenwerking met C.R. Cortenbach-van der Lek LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2022.

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan degene die in het ongelijk is gesteld gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.