Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2022:8284

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18-08-2022
Datum publicatie
18-08-2022
Zaaknummer
C/09/629950 / FT RK 22/396 en FT RK 22/397
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toewijzing dwangakkoord. Er is een maximaal haalbaar voorstel gedaan. De wet kent geen bijzondere positie toe aan schuldeisers die een groot deel van de schuldenlast vertegenwoordigen. De rechtbank benadrukt de opstelling van de gemeente Veenendaal volkomen begrijpelijk te achten, maar er moet licht aan het einde van de tunnel zijn. Loonbeslag en een afdrachtplicht tot de dood, is naar het oordeel van de rechtbank onmenselijk.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 287a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team Insolventies

rekestnummers: C/09/629950 / FT RK 22/396 en FT RK 22/397

vonnis van 18 augustus 2022


in de zaak van

[verzoeker],

wonende te [adres]

[postcode en woonplaats],

hierna: [verzoeker],

advocaat: mr. P. van der Veld,

tegen

Gemeente Veenendaal, vertegenwoordigd door Van Beest, Knol & Vermeulen Gerechtsdeurwaarders,

gevestigd te Veenendaal,

hierna: de gemeente Veenendaal,

advocaat: mr. C.B. de Jong.

Waar deze zaak over gaat

[verzoeker] bevindt zich in een problematische schuldensituatie. Hij heeft een voorstel gedaan aan zijn schuldeisers, waarbij een deel van de vordering(en) wordt voldaan en het resterende deel door de schuldeiser wordt kwijtgescholden. Omdat niet alle schuldeisers met dit voorstel hebben ingestemd, heeft [verzoeker] de rechtbank verzocht het aangeboden akkoord dwingend op te leggen. Dit verzoek wordt door de rechtbank toegewezen. De rechtbank legt hierna uit waarom zij zo beslist.

1 De feiten waar de rechtbank van uit gaat

1.1.

[verzoeker] heeft de afgelopen jaren een schuldenlast opgebouwd van

€ 5.616.249,70 aan twee schuldeisers. Het is [verzoeker] niet gelukt om zelf een oplossing te vinden voor deze schulden. Met behulp van de gemeente Den Haag heeft hij voor het laatst op 4 februari 2022 een schuldregeling aangeboden (prognoseakkoord). Dit voorstel houdt in dat over een periode van 36 maanden aan de schuldeisers met een recht van voorrang een uitkering wordt aangeboden van 1,576% en aan de gewone schuldeisers een uitkering van 0,788%, tegen kwijtschelding van het restant van hun vorderingen. Deze percentages zijn gebaseerd op de afloscapaciteit van [verzoeker] op basis van zijn inkomen. Dat betekent dat de afloscapaciteit (en daarmee ook de uiteindelijke uitkering aan de schuldeisers) eventueel hoger of lager kan uitvallen. De te verwachte uitdeling aan de schuldeisers bedraagt op dit moment

€ 45.403,72.

1.2.

De gemeente Veenendaal is niet akkoord gegaan met dit voorstel. [verzoeker] heeft een schuld aan de gemeente Veenendaal van € 5.613.712,70, dat is 99,95% van de totale schuldenlast.

1.3.

De andere schuldeiser, de Belastingdienst, heeft het aanbod aanvaard.

1.4.

Om tot een oplossing voor zijn schulden te komen heeft [verzoeker] op 27 mei 2022 bij de rechtbank twee verzoeken ingediend. In de eerste plaats wil hij dat de rechtbank de gemeente Veenendaal dwingt mee te werken aan de schuldregeling (een dwangakkoord oplegt). Wanneer de rechtbank dit verzoek afwijst, wil hij worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP).

2 De procedure

2.1.

De verzoeken van [verzoeker] zijn behandeld op de zitting van 11 augustus 2022. Op deze zitting verschenen:

- [verzoeker] vergezeld door zijn echtgenote, [A],

- mr. E.A. Breetveld namens mr. Van der Veld, voornoemd,

- [B], schuldhulpverleenster van de gemeente Den Haag,

- mr. De Jong, voornoemd, namens de gemeente Veenendaal.

2.2.

De rechtbank maakt verder melding van de ontvangst van:

- het verweerschrift met 22 producties d.d. 3 augustus 2022 van mr. De Jong,

- de reactie met twee producties d.d. 11 augustus 2022 van [verzoeker] op het verweerschrift.

3 Standpunten van partijen

3.1.

[verzoeker] stelt, kort samengevat, dat het onredelijk is dat de gemeente Veenendaal het aanbod niet aanvaardt. Volgens hem heeft hij al het mogelijke gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden en kan hij niet meer aanbieden dan hij heeft gedaan.

3.2.

De gemeente Veenendaal heeft schriftelijk verweer gevoerd en dit ter zitting mondeling toegelicht. De rechtbank zal de punten uit dit verweer, voor zover relevant, in de beoordeling behandelen.

4 De beoordeling van de verzoeken

4.1.

De rechtbank wijst het verzoek van [verzoeker] om een dwangakkoord op te leggen toe. Hieronder wordt dit oordeel toegelicht.

Het beoordelingskader van een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord

4.2.

Een verzoek tot oplegging van een dwangakkoord kan worden toegewezen als aan twee voorwaarden is voldaan. Ten eerste moet de rechtbank vaststellen dat de schuldbemiddeling op de juiste wijze is uitgevoerd door een daartoe bevoegde instantie. Ten tweede moet de rechtbank aan de hand van een belangenafweging vaststellen dat het onredelijk is dat de gemeente Veenendaal weigert in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.

Bevoegde instantie

4.3.

De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling is uitgevoerd door de gemeente Den Haag. Dat betekent dat wordt voldaan aan de door wet gestelde voorwaarden, namelijk dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij. Het voorstel is naar het oordeel van de rechtbank bovendien goed en controleerbaar gedocumenteerd.

De rechtbank moet een belangenafweging maken

4.4.

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser vrijstaat om te verlangen dat zijn vordering volledig wordt betaald. Tegelijkertijd is het belangrijk dat mensen met problematische schulden zicht hebben op een schuldenvrije toekomst. De wetgever biedt daar verschillende regelingen voor, waarbij mensen met schulden zich drie jaar lang maximaal moeten inspannen om zo veel mogelijk af te lossen en daarna schuldenvrij verder kunnen. Schuldeisers moeten dan vaak wel afstand doen van een (groot) deel van hun vordering. Daarom kunnen schuldeisers alleen onder bijzondere omstandigheden gedwongen worden om in te stemmen met een aangeboden schuldregeling.

4.5.

De rechtbank kan een zogenaamd ‘dwangakkoord’ opleggen wanneer de weigering van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden onredelijk is. Om te kunnen beoordelen of dat het geval is, moet de rechtbank de belangen van alle betrokkenen afwegen: van de verzoeker zelf, van de weigerende schuldeiser(s) en van de schuldeisers die wél hebben ingestemd. Op basis van die belangenafweging is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat een dwangakkoord hier op zijn plaats is.

[verzoeker] heeft het maximaal haalbare voorstel gedaan

4.6.

Het voorstel dat [verzoeker] aan zijn schuldeisers heeft gedaan is het maximaal haalbare. [verzoeker], inmiddels 79 jaar, ontvangt een AOW-uitkering en een drietal pensioenen. Een sollicitatie-/inspanningsverplichting is dan ook niet meer aan de orde. Uit de stukken blijkt dat [verzoeker] zijn vakantiegeld wil inleggen om tot een zo hoog mogelijke uitkering aan zijn schuldeisers te komen. Met de afdracht van zijn vakantiegeld overstijgt de uitdeling in het minnelijke traject die van een uitdeling in de WSNP. Bij deze stand van zaken staat vast dat een beter voorstel niet mogelijk is.

4.7.

Toepassing van de WSNP leidt tot hoge kosten, doordat de vergoeding van de bewindvoerder uit het gespaarde saldo wordt voldaan. Hierdoor blijft een lagere uitkering voor de schuldeisers over. In de aangeboden schuldregeling houdt de gemeente Den Haag gedurende de looptijd toezicht op de inkomsten en uitgaven van [verzoeker], zodat gewaarborgd is dat het maximaal haalbare bedrag zal worden uitgekeerd aan de schuldeisers.

VTLB-berekening

4.8.

Ten aanzien van de door [verzoeker] opgeworpen vragen over de juistheid van de door de gemeente Den Haag opgestelde VTLB-berekening geldt het volgende.

In het minnelijk traject dient [verzoeker] zich te houden aan de door de gemeente opgestelde VTLB-berekening, waarin bij de verdeling van de vaste lasten is uitgegaan van een samenwonend stel. De omstandigheid dat sprake is van een huwelijk met uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen maakt niet dat [verzoeker] als een alleenstaande kan worden beschouwd. Dit zou ook niet correct zijn, nu daadwerkelijk sprake is van samenwoning in één huis en hij hierdoor voordelen geniet in de vorm van gedeelde vaste lasten, zoals huur, gas, water en licht.

De wet kent geen bijzondere positie toe aan schuldeisers die een groot deel van de schuldenlast vertegenwoordigen

4.9.

De vordering van de gemeente Veenendaal bedraagt met 99,95% nagenoeg de totale schuldenlast. Dat brengt aan de ene kant mee dat niet snel kan worden geoordeeld dat het onredelijk is dat de gemeente Veenendaal heeft geweigerd met de schuldregeling in te stemmen. Tegelijk kent de wet niet een bijzondere positie toe aan schuldeisers die een groot deel van de schuldenlast vertegenwoordigen. De rechtbank kan het dwangakkoord dus ook toewijzen wanneer de weigerende schuldeiser het grootste deel van de schuldenlast vertegenwoordigt.

Beoordeling van de relevante punten uit het verweer van de gemeente Veenendaal

4.10.

Gelet op het inkomen en de leeftijd van [verzoeker] is het onmogelijk om ooit tot volledige afbetaling van de aanwezige schuld van grofweg 5,6 miljoen te komen. Daar komt nog bij dat deze schuld ieder jaar stijgt door de verschuldigde wettelijke rente, die momenteel 2% per jaar bedraagt. De rechtbank begrijpt dat de gemeente Veenendaal haar maatschappelijke verantwoordelijkheid voelt en neemt om tot een maximaal verhaal te komen, gelet op de maatschappelijke onrust die in de gemeenschap is ontstaan door de ‘Freule-affaire’ en het feit dat de niet-verhaalde schade voor rekening komt van diezelfde gemeenschap. De gemeente Veenendaal heeft hier ook uitvoering aan gegeven door de schade vanaf 2002 waar mogelijk bij de aansprakelijke personen te verhalen. In het geval van [verzoeker] heeft de gemeente Veenendaal haar vordering ingediend in het persoonlijk faillissement van [verzoeker] (2004-2015) en heeft zij een uitkering ontvangen van € 74.641,23. Daarnaast heeft zij sinds 2016 loonbeslag gelegd en ontvangt zij, volgens de verklaring van [verzoeker] ter zitting, maandelijks circa € 1.300,-. Naar de rechtbank begrijpt wil de gemeente Veenendaal dit bedrag tot de dood van [verzoeker] blijven innen. Hoewel het standpunt van de gemeente Veenendaal begrijpelijk is, heeft de wetgever uitdrukkelijk voor ogen gehad dat elke schuldenaar perspectief op een schuldenvrije toekomst moet krijgen. [verzoeker] leeft al bijna 20 jaar van een minimuminkomen en een periode daarvan zelfs onder de beslagvrije voet. Hij is afhankelijk van de voedselbank en er is geen financiële ruimte voor het kopen van kleding en schoenen. Hobby’s zijn jaren geleden opgezegd en [verzoeker] kan zich geen dagje uit veroorloven. De rechtbank benadrukt de opstelling van de gemeente Veenendaal volkomen begrijpelijk te achten, maar er moet licht aan het einde van de tunnel zijn. Loonbeslag en een afdrachtplicht tot de dood, is naar het oordeel van de rechtbank onmenselijk.

Het WSNP-verzoek is niet langer aan de orde

4.11.

Omdat het verzoek tot het opleggen van een dwangakkoord wordt toegewezen, heeft [verzoeker] geen belang meer bij zijn verzoek om te worden toegelaten tot de WSNP. Dat verzoek wordt daarom afgewezen.

5 De beslissing

De rechtbank:

- beveelt de gemeente Veenendaal in te stemmen met de onder 1.1 bedoelde schuldregeling;

- wijst het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af.

Dit is de beslissing van mr. A.C.M. Höppener, rechter, in samenwerking met C.R. Cortenbach-van der Lek LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2022.

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan degene die in het ongelijk is gesteld gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.