Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2022:8233

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
11-08-2022
Datum publicatie
17-08-2022
Zaaknummer
NL22.5267
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep niet tijdig, inwilliging beschikking, beroep niet-ontvankelijk

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht zaaknummer: NL22.5267

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , eiser v-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. A. Kurt-Gecoglu),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 28 maart 2022 beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.

Bij besluit van 27 juli 2022 heeft verweerder de asielaanvraag van eiser ingewilligd.

De rechtbank heeft bij brief van 27 juli 2022 eiser verzocht de rechtbank te informeren of de inwilligende beslissing aanleiding is om het beroep in te trekken. Eiser heeft niet gereageerd. De rechtbank leidt daaruit af dat het beroep gehandhaafd wordt.

De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De rechtbank stelt vast dat verweerder bij besluit van 27 juli 2022 alsnog op de asielaanvraag van eiser heeft beslist. Eiser heeft geen procesbelang meer bij de beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Eiser kan met zijn beroep niet meer bereiken dan al bereikt is: verweerder heeft een inwilligend besluit op de aanvraag genomen. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is daarom niet- ontvankelijk. Het beroep heeft niet van rechtswege mede betrekking op het inwilligend besluit, omdat dat besluit geheel aan het beroep tegemoet komt, in de zin van artikel 6:20, derde lid, van de Awb.

2. Eiser heeft het beroep niet ingetrokken en dus gehandhaafd, terwijl verweerder door het nemen van het besluit op 27 juli 2022 aan eiser tegemoet is gekomen. Daarom is op grond van artikel 8:75 van de Awb een proceskostenveroordeling in dit geval aangewezen.

3. De rechtbank zal verweerder veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de

door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 379,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 759 en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

- de rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 379,50

(driehonderdnegenenzeventig euro en vijftig cent).

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van mr.

S.C. Spruijt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Documentcode: DSR21758076

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.