Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2022:8009

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
03-08-2022
Datum publicatie
09-08-2022
Zaaknummer
NL22.14192
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervolgberoep,LP,Nigeria

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL22.14192


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. D. Schaap),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Verweerder heeft op 10 juni 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.

Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Nigeriaanse nationaliteit te hebben.

2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 27 juni 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:6349. Uit deze uitspraak volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu, voor zover dat in beroep wordt aangevochten, alleen ter beoordeling of sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek de maatregel van bewaring rechtmatig is.

3. Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel aangevoerd dat verweerder onvoldoende voortvarend aan zijn uitzetting werkt. Uit de voortgangsgegevens blijkt dat de aanvraag voor een Laissez-Passer (LP) vanaf 15 maart 2022 bij de diplomatieke vertegenwoordiging van Nigeria in behandeling is en dat inmiddels zes keer schriftelijk is gerappelleerd. De presentatie in persoon staat gepland voor 4 augustus aanstaande. Waarom deze niet eerder kon worden gepland blijkt niet uit de voortgangsrapportage. Verweerder heeft daarom onvoldoende voortvarend gehandeld door eerst een afwachtende houding aan te nemen en schriftelijk te rappelleren en daarna pas een presentatie in persoon te plannen. De bewaringsmaatregel moet dan ook worden opgeheven.

4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende voortvarend aan de voorgenomen verwijdering van eiser werkt en dat niet is gebleken dat er geen zicht op uitzetting is. Verweerder heeft in de periode die in dit vervolgberoep aan de beoordeling van de rechtbank voorligt éénmaal schriftelijk gerappelleerd, namelijk op 7 juli 2022. Voorts blijkt uit de voortgangsgegevens dat eiser op diezelfde datum gepresenteerd zou worden aan de Nigeriaanse autoriteiten, maar dat eiser aldaar – zonder bericht vooraf - niet is verschenen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder onder deze omstandigheid heeft kunnen volstaan met een schriftelijk rappel. Naast dit schriftelijk rappel heeft verweerder op 14 juli 2022 en 22 juli 2022 vertrekgesprekken met eiser gevoerd om hem ertoe te bewegen nadere informatie te verstrekken dan wel acties te ondernemen richting de Nigeriaanse autoriteiten, die de afgifte van een LP en daarmee de verwijdering van eiser kunnen bespoedigen. Uit het vertrekgesprek van 14 juli 2022 volgt dat eiser heeft verklaard dat hij niet bij de presentatie op 7 juli 2022 is verschenen omdat hij die dag ziek was. Hoewel de datum waarop de nieuwe presentatie is aangevraagd niet uit het dossier blijkt, wordt hieruit wel duidelijk dat de nieuwe presentatie uiterlijk op 19 juli 2022 is georganiseerd. Immers, uit het voortgangsrapport blijkt dat op die datum het transport is aangevraagd voor een presentatie op 4 augustus 2022. Dat het (uiterlijk) acht werkdagen heeft geduurd om tot een nieuwe afspraak te komen komt voor rekening en risico van eiser. Verder neemt de rechtbank in aanmerking dat verweerder voor het organiseren van een presentatie afhankelijk is van de medewerking van de Nigeriaanse autoriteiten. Deze grond slaagt daarom niet.

Conclusie

5. Het beroep tegen het bestreden besluit is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. N.F. Kreeftmeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.