Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2022:7939

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
05-08-2022
Datum publicatie
05-08-2022
Zaaknummer
09-096361-22
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van het voorbereiden van mensensmokkel, in vereniging gepleegd en waarbij van het feit levensgevaar voor een ander te duchten is. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot 8 maanden gevangenisstraf met aftrek van de tijd reeds in voorarrest doorgebracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/096361-22

Datum uitspraak: 5 augustus 2022

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting Middelburg,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 22 juli 2022.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. F.A. Kuipers en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. N. Gierdharie naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Hij op of omstreeks 14 april 2022 te Pijnacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp en/of

(elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, ter voorbereiding van het misdrijf om een of meer personen behulpzaam te

zijn bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Groot-Brittannië of hen

daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen, terwijl verdachte en

zijn mededader wisten of ernstige redenen hadden te vermoeden dat die toegang

en/of die doorreis en/of dat verblijf wederrechtelijk was en terwijl daarvan

levensgevaar voor een ander of anderen te duchten is/was,

hetgeen een misdrijf is als strafbaar gesteld in artikel 197a lid 1 en lid 5 van het

Wetboek van Strafrecht,

opzettelijk voorwerpen, bestemd tot het begaan van dat misdrijf heeft verworven en

voorhanden heeft gehad, te weten

- 40 zwemvesten en/of

- een 40 liter buitenboordmotor en/of

- een rubberboot en/of

- een voertuig (merk Citroën voorzien van het kenteken [kenteken] ).

3 De bewijsbeslissing

3.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde. Op specifieke standpunten wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan.

3.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft namens de verdachte vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit.

Op specifieke standpunten wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan.

3.3.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het BVH nummer [nummer] , onderzoek [onderzoeksnaam] , van de politie eenheid Den Haag, team Migratiecriminaliteit en Mensenhandel, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 236).

1. Het proces-verbaal van aanhouding van verdachte [verdachte] , opgemaakt op 14 april 2022, voor zover inhoudende (p. 18):


Op 14 april 2022 reden wij verbalisanten op de Oudeweg te Nootdorp. Gekomen bij de begraafplaats op de Noordweg te Pijnacker hebben wij verbalisanten het voertuig een stopteken gegeven ter controle op naleving van de Wegenverkeerswet 1994. Het Franse voertuig was voorzien van het kenteken [kenteken] . Wij verbalisanten zagen dat het voertuig harder ging rijden dan de toegestane maximum snelheid van 60 km/h. Wij verbalisanten zagen dat onze boordsnelheid 90 km/h was. Gezien het feit dat het voertuig niet wilde stoppen hebben wij het optisch signaal aangedaan om aandacht te trekken van de bestuurder. Hierop werd niet gereageerd. Vervolgens zagen wij dat de bestuurder naar links stuurde om inhalen onmogelijk te maken. Vervolgens hebben wij verbalisanten het optisch signaal laten vergezellen van geluidssignalen. Hierop hebben wij verbalisanten het voertuig ingehaald en hebben

vervolgens het voertuig een stopteken aan de achterzijde gegeven. Hieraan voldeed de bestuurder.

Op donderdag 14 april 2022 te 10:30 uur heb ik verbalisant de bestuurder

aangesproken en op naleving van de Wegenverkeerswet 1994 gevorderd naar het rijbewijs van de bestuurder. Hieraan kon de bestuurder niet aan voldoen. Vervolgens heb ik verbalisant de bestuurder gevraagd naar zijn paspoort. De bestuurder kon hier niet aan voldoen. Op donderdag 14 april 2022, te 10:35, heb ik verbalisant de bestuurder gefouilleerd ter naleving van de Wet ID. Ik verbalisant trof geen paspoort en of rijbewijs aan. Omdat ik verbalisant geen identiteitspapieren aantrof heb ik het voertuig doorzocht aan de bestuurderszijde. Ik verbalisant zag achter de bestuurderstoel allerlei buitenboordmotoren liggen. Hierop vroeg ik de bestuurder van wie deze buitenboordmotoren waren en of hij aankoopbewijzen bij zich had. Hieraan kon de bestuurder niet voldoen. Op donderdag 14 april 2022, te 10:45 uur, heb ik de bestuurder op de Noordweg te Pijnacker aangehouden terzake Wet ID.

2. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , opgemaakt op 15 april 2022, voor zover inhoudende (p. 53-56):


V: Van wie is de auto (Citroen Evasion [kenteken] ) waarin u gisteren reed?

A: Dat was van die man die tegen ons heeft gezegd dat als wij die spullen voor hem

op gingen halen. Dan zou hij ons gratis naar Engeland laten gaan.

V: Van wie zijn de spullen (boot, buitenboordmotor en reddings/zwemvesten) die in de auto lagen?

A: Dat is een persoon die mensensmokkelaar is in Frankrijk. Die heet [naam] . [naam] of zo iets.

V: Hoe komt u in contact met deze [naam] ?

A: Ik heb u al gezegd. Ik heb geen telefoon bij mij.

V: Dat gaat dus via de telefoon?

A: Ja. Via die vriend van mij, die hier samen met mij is.

V: Waar moesten deze spullen naar toe?

A: Ze moesten naar Frankrijk.

V: Waar in Frankrijk?

A: In Duinkerke hadden ze tegen ons gezegd.

V: Hoe ging de communicatie dan? Belden jullie of moesten jullie een berichtje

sturen?

A: Met wie?

V: Voor de mensen voor wie jullie de spullen op moesten halen.

A: Over de telefoon deden wij dit.

V: Belden jullie dan?

A: Ik niet, maar die persoon die naast mij zat. Die sprak met hun, die belde met hun.

V: wat moest er met deze boot en motor en zwemvesten gebeuren?

A: Het was bedoeld voor mensen die de overtocht wilden maken. Ik heb al vaker gezegd tegen die jongen dat we die spullen niet mogen vervoeren, dat het verboden is en dat het strafbaar is. Vraag maar aan die jongen. Ik heb het wel

honderd keer gevraagd.

V: Wist je wat je ging halen?

A: Ja.

V: Dus je wist wat je ging halen. Alleen niet waar.

A: Ja.

V: Dus u deed het omdat het u beloofd was om dan gratis naar Groot-Brittannië te mogen?

A: Ja, ik en mijn gezin mochten dan gratis komen.

V: Eigenlijk wist u dus dat het fout was wat u ging doen?

A: Ja zeker.

3. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] , opgemaakt op 17 april 2022, voor zover inhoudende (p. 106-108):

V:Als je dit "klusje" zou doen zou men je helpen met vrouw en kind. Wat bedoelde ze daarmee?

A:Dat ze zeg maar geen geld van ons vragen en ons sturen met vrouw en kinderen naar Engeland.

V:Weet je wat het normaal kost om de reis naar Engeland te maken?

A:Nou voor iemand alleen kost het twee a drieduizend Engelse pond. Met vrouw en kind kost het acht a negen duizend.

V: Wat voor spullen werden er in het voertuig geladen?

A: Motor en spullen voor boot

V: Waar worden deze spullen voor gebruikt?

A: voor mensen naar andere kant te sturen

V: Je zegt mensen naar de andere kant sturen, maar welke kant?

A: Naar Engeland sturen

V:Heb jij gehoord van de gevaren van de oversteek met zo'n boot?

A:Ja, het klopt. Het is gevaarlijk maar mensen gaan toch.

V:Waar moest jij de boot naartoe brengen?

A:Naar Duinkerken.

V:Waar zou de boot voor worden gebruikt?

A:lk heb al vaker dit antwoord gegeven. Hij wordt gebruikt voor het maken van de oversteek naar Engeland.

4. Het proces-verbaal van bevindingen – onderzoek KMAR, opgemaakt op 14 januari 2022, voor zover inhoudende (p. 135-146):

De migratie van illegale vreemdelingen van Frankrijk naar Groot-Brittannië is grotendeels verschoven van verstoppen in vrachtwagens, naar de oversteek in rubberbootjes over het Kanaal. Gezien het feit dat het Nauw van Calais de drukste vaarroute is ter wereld, in samenhang met de explosieve toename van overtochten door migranten, komt het met regelmaat voor dat de migranten in gevaarlijke situaties komen. In dit proces-verbaal worden een aantal aspecten beschreven die het te duchten levensgevaar, zoals genoemd in artikel 197a lid 5 Wetboek van Strafrecht, met betrekking tot het smokkelen van migranten per rubberboot op zee kunnen onderbouwen.

De Dover Strait staat genoemd in het Guinness world records boek. Dit betreft de drukst bevaren zeeroute. Hier passeren 500 - 600 schepen per dag.

leder vaartuig moet voorzien zijn van een rompidentificatienummer en een plaatje van de bouwer, met daarop de fabrikant, GE-markering, maximale belasting en het aanbevolen aantal personen aan boord tijdens het varen. Het vaartuig moet beveiligd zijn tegen overboord vallen en er moeten voorzieningen zijn om weer aan boord te kunnen komen. In ieder vaartuig moet een handleiding aanwezig zijn evenals brandblusapparatuur, welke afgestemd is op het brandgevaar van het vaartuig.

Door overbelading van een vaartuig worden de vaareigenschappen negatief beïnvloed. De normaal maximaal haalbare snelheid zal omlaag gaan. Met de getijdestroom en golven tegen de vaarrichting in zal de maximaal haalbare snelheid nog verder verminderen. Door de te zware belading zal het vaartuig niet de vaareigenschappen hebben waarvoor het is ontworpen en zich onvoorspelbaar bewegen. Een vaartuig is in het algemeen (rompvorm, stabiliteit) om, zeker op zee, mee te bewegen met de aanwezige golfslag. Bij een vaartuig welke door te zware belading dieper in het water ligt, zodat de gewenste waterlijn omlaag gaat en het ontworpen vrijboord (afstand tussen het water en hoogte vaartuig) afneemt, zal het gevaar overspoeld te worden door golven toenemen.

Het drijfvermogen van reddingsvesten wordt gemeten aan de hand van de hoeveelheid Newton (N) en zijn in 4 categorieën onder te verdelen: 50N, 100N, 150N en 275N. Het reddingsvest met 50N wordt ook wel een zwemvest genoemd. 50N zwemvesten zijn aan te raden voor zwemmers in beschutte wateren en voor watersporten in gebieden waar altijd voldoende hulp voorhanden is. Dit type zwemvest biedt onvoldoende drijfvermogen voor iemand die zichzelf niet kan redden. Het is niet ontworpen om een persoon die op zijn buik met zijn gezicht

in het water ligt, om te kunnen draaien.

Aan boord van een sloep of open motorboot kun je de -persoonlijke- keuze maken tussen een vast of een opblaasbaar vest. Bij een opblaasbaar reddingvest is 150N of 275N geschikt, afhankelijk van het vaargebied en de activiteit. 150N is genoeg voor algemeen gebruik op open water, maar op open zee en/of onder extreme omstandigheden is een 275N reddingvest aan te raden. Alle nieuwe reddingsvesten die in Nederland verkocht worden, moeten ISO12402 goedgekeurd zijn

Oudere vesten zijn voorzien van een CE-keurmerk; EN393 of EN399, afhankelijk van het drijfvermogen dat ze leveren.

5. Het proces-verbaal van bevindingen – onderzoek rubberboot, opgemaakt op 18 april 2022, voor zover inhoudende (p. 152-153):

Naar aanleiding van de mogelijkheid tot overbelading van boten is op maandag 18 april 2022, omstreeks 13:30 uur de rubberboot, welke werd aangetroffen in de Citroën, onderzocht. De rubberboot was in de lengte 7,5 a 8 meter lang. In de breedte had de rubberboot een afmeting van 2,5 a 3 meter.

Ik zag dat de rubberboot ongeveer 2,5 a 3 meter breed was. Ik zag dat de rubberboot er nieuw uit zag en dat er geen merk op de rubberboot was aangebracht of dat er een merk verwijderd was. De buitenboordmotor was ook merkloos en zag er ongebruikt uit. Er waren naast de rubberboot ook 40 reddingsvesten in beslag genomen. Bij de rubberboot zaten nog een aantal triplex bodemplaten die op de bodem aan de binnenzijde van de boot gelegd kon worden voor versteviging. Er zaten 2 handpompen bij de rubberboot om hem op te kunnen blazen. Er zat een lege jerrycan bij de boot, mogelijk om extra brandstof mee te kunnen vervoeren. Ondanks dat de boot een nieuwe indruk gaf zag deze er niet professioneel uit of voor de commerciële verkoop bestemd was. Het houten schot aan de achterzijde van de boot was van triplex hout gemaakt en met de hand geschilderd of gespoten.

6. Het proces-verbaal van bevindingen – bevindingen zwemvest, opgemaakt op 21 april 2022, voor zover inhoudende (p. 183-184):

Naar aanleiding van informatie in dat proces-verbaal heb ik een reddingsvest bekeken uit het Franse voertuig met kentekennummer: [kenteken] . Reddingsvest met 50N wordt ook wel zwemvest genoemd en zijn aan te raden voor zwemmers in beschutte wateren en voor watersporten in gebieden waar altijd voldoende hulp voorhanden is. Het vest welke uit het Franse voertuig met kentekennummer: [kenteken] is gehaald voor onderzoek betreft een zwemvest. Dit zwemvest heeft geen enkel label waaruit te herleiden is waar het gemaakt is, van wat voor soort

materiaal het gemaakt is en uit welk drijfvermogen het vest bestaat. Het vulsel van het zwemvest is gelijkend op geperst bubbeltjes isolatie. Het zwemvest uit het Franse voertuig met kentekennummer: [kenteken] heeft geen enkele sticker

in het vest gestikt waaruit op te maken is aan welke eisen dit zwemvest moet voldoen of geschikt is voor welk gebruik.

3.4.

Bewijsoverwegingen

Feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast. Op 14 april 2022 omstreeks 10:45 uur is de verdachte, samen met medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ) staande gehouden op de Noordweg te Pijnacker. Hier aan voorafgaand had de verdachte een stopteken genegeerd en probeerde hij de politie te ontvluchten door aanzienlijk sneller te rijden dan toegestaan en naar links te sturen om het inhalen onmogelijk te maken. Na de staandehouding van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] , zijn in het voertuig 40 zwemvesten, een rubberboot en een buitenboordmotor aangetroffen. De verdachte en [medeverdachte] hadden beiden geen identiteitsbewijs bij zich en zijn vervolgens aangehouden.

De verklaring van de verdachte

De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij samen met [medeverdachte] naar Nederland moest rijden om spullen op te halen. Dit moest hij doen van een man genaamd [naam] (hierna: [naam] ), waarna laatstgenoemde hem zou helpen om gratis met zijn gezin de overtocht naar Groot-Brittannië te maken. De illegale overtocht van Frankrijk naar Groot-Brittannië zou de verdachte en zijn gezin normaal gesproken 8.000 tot 9.000 Britse ponden kosten. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij wist dat [naam] een mensensmokkelaar was, dat hij wist wat hij ging ophalen en dat hij wist waar de goederen voor bedoeld waren. Hij wist eveneens dat het illegaal was, zo blijkt uit zijn verklaring.

Ter terechtzitting heeft de verdachte zijn verklaring gewijzigd, in die zin dat hij niet wist wat hij vervoerde, dat hem is verzekerd dat het legaal was wat hij deed en dat de spullen al in de auto lagen toen hij de auto kreeg. Naar zijn zeggen kon hij niet zien wat er in de auto lag doordat de ramen van de auto donker waren. Pas na zijn aanhouding kwam hij erachter wat hij daadwerkelijk vervoerde.

Voorbereidingshandelingen

Voor een bewezenverklaring van het plegen van voorbereidingshandelingen als bedoeld in

artikel 46 van het Wetboek van Strafrecht is vereist dat de verdachte een misdrijf heeft

voorbereid waar een gevangenisstraf van acht jaar of meer op staat, dat hij

voorbereidingsmiddelen heeft verworven en voorhanden heeft gehad en dat die voorwerpen

bedoeld waren om dat misdrijf mee te begaan. Met “dat misdrijf” wordt bedoeld het misdrijf

dat is voorbereid en doelt dus niet op de voorbereiding zelf. Dat misdrijf moet met

voldoende bepaaldheid blijken, maar niet is vereist dat de tijd, plaats en de wijze van

uitvoering vaststaat. Vastgesteld moet worden of de voorwerpen, afzonderlijk dan wel

gezamenlijk, naar hun uiterlijke verschijningsvorm ten tijde van het handelen dienstig

kunnen zijn voor het misdadige doel dat de verdachte met het gebruik van de voorwerpen

voor ogen had. Het kan daarom gaan om gewone, alledaagse voorwerpen, die gezamenlijk

met andere voorwerpen, of na samenvoeging met andere voorwerpen, voor een misdadig

doel dienstig kunnen zijn. De gemiddelde rechtsgenoot moet uit de combinatie van zaken

overduidelijk kunnen afleiden dat er een crimineel doel is.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat hij van meet af aan heeft verklaard dat hij niet wist wat hij vervoerde en dat er derhalve geen sprake kan zijn van voorbereidingshandelingen.

Het oordeel van de rechtbank

De verdachte heeft bij de politie in zijn eerste verhoor reeds verklaard dat hij wist waarmee hij bezig was, dat hij met zijn gezin naar Groot-Brittannië wilde, maar de kosten daarvan niet kon dragen en daarom de opdracht uitvoerde. Dat de verdachte van meet af aan heeft verklaard dat hij niet wist wat hij vervoerde, zoals gesteld door de raadsvrouw, is dan ook onjuist. De rechtbank acht de verklaring van de verdachte ter terechtzitting dat hij niet wist waaraan hij meewerkte, ongeloofwaardig. Immers, als dat daadwerkelijk zo was, dan had het in de rede gelegen dat hij dit direct bij de politie had verklaard. De verklaring dat hij niet wist wat er in het voertuig zat doordat het donker was en de ramen zwart waren, acht de rechtbank eveneens onaannemelijk, nu de verdachte op klaarlichte dag is aangehouden en op de foto’s in het dossier te zien is dat de ramen van het voertuig waarin de verdachte zat doorzichtig zijn. Gelet op het voorgaande verwerpt de rechtbank het verweer van de raadsvrouw en schuift zij de gewijzigde verklaring van de verdachte ter terechtzitting, als onaannemelijk, terzijde. De rechtbank gaat uit van de oorspronkelijke, hierboven weergegeven verklaringen van de verdachte bij de politie.

De vraag is nu of de verdachte voorbereidingsmiddelen heeft verworven en voorhanden heeft gehad en dat die voorwerpen bedoeld waren om, in dit geval, mensensmokkel mee te plegen. Het voertuig waarin de verdachte werd aangetroffen zat vol met goederen die in samenhang bezien veelvuldig bij mensensmokkel gebruikt worden. De verdachte heeft zelf bij de politie verklaard dat de goederen gebruikt zouden worden om mensen de overtocht naar Groot-Brittannië te laten maken.

De rechtbank is van oordeel dat het, gelet op voornoemde feiten en omstandigheden, niet

anders kan zijn dan dat verdachte bezig was met de voorbereiding van een strafbaar feit.

Gelet op de combinatie van de aangetroffen goederen, te weten de hoeveelheid aan

zwemvesten, een rubberboot en een buitenboordmotor, staat voor de rechtbank in voldoende mate vast dat deze spullen bedoeld waren voor mensensmokkel. Bij dat oordeel kent de rechtbank veel gewicht toe aan het feit dat het om maar liefst 40 zwemvesten gaat en dat de verdachte zelf juist van plan was om op illegale wijze Groot-Brittannië binnen te komen, middels een boot. De verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank de in de tenlastelegging genoemde zaken, behoudens de auto, verworven en voorhanden gehad in het kader van de voorbereiding van mensensmokkel.

Medeplegen

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van medeplegen, nu er geen aanknopingspunten zijn voor een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] .

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de verdachte moet worden aangemerkt als

medepleger. Voor medeplegen is een nauwe en bewuste samenwerking tussen personen

vereist, waarbij de bijdrage van een ieder van hen intellectueel en/of materieel van

voldoende gewicht moet zijn. Of daarvan sprake is, hangt af van de concrete feiten en

omstandigheden van het geval. Op grond van het dossier kan worden vastgesteld dat de verdachte samen met [medeverdachte] naar Nederland is gestuurd om de lading op te halen. De verdachte reed en [medeverdachte] ontving instructies op zijn telefoon over de locatie. Naar het oordeel van de rechtbank is hiermee sprake van een nauwe en bewuste samenwerking, een rolverdeling en een bijdrage van voldoende gewicht. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw.

Levensgevaar

Voorts heeft de raadsvrouw bepleit dat er geen sprake was van te duchten levensgevaar omdat de verdachte geen kennis had van de goederen en dus ook niet wist waar de goederen voor bedoeld waren.

Ten aanzien van de wetenschap bij de verdachte omtrent de goederen en het aanwendingsdoel van de goederen heeft de rechtbank hierboven reeds haar oordeel uiteen gezet.

Ten aanzien van het te duchten levensgevaar overweegt de rechtbank als volgt. In het door een verbalisant van de Koninklijke Marechaussee (verder: KMar) opgemaakte proces-verbaal van bevindingen is een samenvatting van de belangrijkste (levensgevaarlijke)

omstandigheden van een oversteek over het Kanaal weergegeven. Tevens zijn in dat proces-verbaal de verschillende soorten zwemvesten en hun geschiktheid voor welke omstandigheden uiteen gezet. De zwemvesten die onder de verdachte in beslag zijn genomen zijn onderzocht. Hieruit bleek dat deze zwemvesten geen nadere specificaties hadden omtrent hun eigenschappen zoals drijfvermogen en voor welk gebruik ze geschikt waren. Uit de foto’s van de onder de verdachte in beslag genomen zwemvesten en de foto’s van de 50Nzwemvesten die in het hierboven genoemde proces-verbaal van de KMar zijn weer gegeven, gaat de rechtbank ervan uit dat de bij de verdachte aangetroffen zwemvesten op zijn best 50Nzwemvesten betreffen en dus volstrekt ongeschikt om te gebruiken in wateren zoals het Kanaal. Verder overweegt de rechtbank dat het een feit van algemene

bekendheid is dat een oversteek over het Kanaal in een relatief kleine rubberboot door de

stromingen en het drukke en zware zeeverkeer een zeer gevaarlijke onderneming is. Er zijn

meerdere gevallen bekend waarbij de oversteek is misgegaan en opvarenden zijn

verdronken. Het kan niet anders dan dat de verdachte moet hebben geweten dat de oversteek ernstige risico’s met zich brengt, mede gelet op de veelvuldige aandacht daarvoor in internationale media. Blijkens zijn verklaring bij de politie van 17 april 2022 heeft de verdachte in elk geval met zoveel woorden onderkend dat de oversteek gevaarlijk is.

Conclusie

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen verklaard.

3.5.

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

hij op 14 april 2022 te Pijnacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp, tezamen en in vereniging met een ander, ter voorbereiding van het misdrijf om een of meer personen behulpzaam te zijn bij het zich verschaffen van toegang tot Groot-Brittannië of hen daartoe middelen te verschaffen, terwijl verdachte en zijn mededader wisten dat die toegang wederrechtelijk was en terwijl daarvan

levensgevaar voor een ander of anderen te duchten is/was, hetgeen een misdrijf is als strafbaar gesteld in artikel 197a lid 1 en lid 5 van het Wetboek van Strafrecht,

opzettelijk voorwerpen, bestemd tot het begaan van dat misdrijf heeft verworven en

voorhanden heeft gehad, te weten

- 40 zwemvesten en

- een 40 liter buitenboordmotor en

- een rubberboot.

4 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht.

6.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht om, mocht de rechtbank tot een veroordeling komen, de verdachte een straf op te leggen gelijk aan het voorarrest en eventueel een voorwaardelijk strafdeel.

6.3.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorbereiden van mensensmokkel, door daartoe middelen te verschaffen, namelijk een rubberboot, 40 zwemvesten en een buitenboordmotor. De rechtbank is zich bewust van de vluchtelingenproblematiek van de laatste jaren en de schrijnende, zo niet mensonterende, omstandigheden waaronder de vluchtelingen in de ‘Jungle van Calais’ leven bij hun zoektocht naar een voor hen en hun gezin hopelijk betere toekomst. Ook de verdachte heeft te maken met deze omstandigheden en de rechtbank begrijpt dat hij het bewezenverklaarde tegen deze achtergrond heeft gepleegd. Niet gebleken is dat de verdachte dit feit heeft gepleegd vanuit winstbejag, dit was overigens ook niet ten laste gelegd, maar vanuit de wens en hoop op een betere toekomst voor hem en zijn gezin. Zij houdt hier dan ook in het voordeel van de verdachte rekening mee bij het bepalen van de straf.

Hier tegenover staat dat het bewezenverklaarde een zeer ernstig feit betreft.

Mensensmokkel doorkruist het overheidsbeleid aangaande bestrijding van wederrechtelijk verblijf in en wederrechtelijke doorreis door Europese landen en draagt daarmee bij aan het in stand houden van een illegaal circuit dat allerhande maatschappelijke ongewenste effecten met zich brengt. De handelwijze van verdachte, door het voorbereiden van mensensmokkel, ondermijnt dit beleid.

Bovendien leidt dit feit gemakkelijk tot vormen van uitbuiting en misbruik van kwetsbare personen en tot levensgevaarlijke situaties waarbij mensen ook daadwerkelijk overlijden.

De verdachte heeft geen blijk gegeven van inzicht in het kwalijke van zijn handelen en de gevaren die aan de mensensmokkel over zee verbonden zijn. Integendeel: hij wist dat hij goederen moest halen voor de overtocht naar Engeland en welke risico’s er aan een overtocht verbonden zijn. Toch ziet hij zichzelf uitsluitend als slachtoffer van de situatie. De rechtbank rekent hem dit aan.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 23 juni 2022. Hieruit volgt dat de verdachte nog niet eerder (in Nederland) is veroordeeld voor een strafbaar feit.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennis genomen van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals hij deze ter terechtzitting heeft toegelicht.

Alles overwegend, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt. De rechtbank komt tot een lagere straf dan de officier van justitie omdat zij in nog grotere mate dan de officier van justitie reeds had gedaan, rekening heeft gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Voor oplegging van een voorwaardelijk strafdeel ziet de rechtbank geen aanleiding, nu het zich laat aanzien dat de verdachte na zijn gevangenisstraf ter uitzetting zal worden overgedragen aan de vreemdelingenpolitie en Nederland zal moeten verlaten.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.

7 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 46, 197a van het Wetboek van Strafrecht;

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

8 De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

het voorbereiden van mensensmokkel, terwijl het feit in vereniging wordt begaan door meerdere personen en van het feit levensgevaar voor een ander te duchten is;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door

mr. F.X. Cozijn, voorzitter,

mr. N.I.S. Boers, rechter,

mr. G. Kuijper, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. I. Verhagen, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 augustus 2022.