Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBDHA:2022:6973

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
06-07-2022
Datum publicatie
03-08-2022
Zaaknummer
NL22.113
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Asiel: Oeganda: LHBTI: ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: NL22.113


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

V-nummer: [v-nummer]

(gemachtigde: mr. B. Manawi),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. S. Imami).


Procesverloop
Bij besluit van 10 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 3 juni 2022 op zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen A.M. Nakamya. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Waar gaat deze zaak over?

1. Eiseres is geboren op [geboortedag] 1986 en heeft de Oegandese nationaliteit. Zij heeft aan

haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij lesbisch is en daardoor problemen heeft ondervonden in Oeganda.

2. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende relevante

elementen:

1. Identiteit, nationaliteit, herkomst;

2. Eiseres is lesbisch;

3. Problemen door de seksuele geaardheid.

3. Verweerder vindt het eerste element geloofwaardig. Verweerder vindt het tweede en

derde element niet geloofwaardig. Volgens verweerder is het geloofwaardig geachte element niet te herleiden tot een grond uit het Vluchtelingenverdrag, zodat eiseres niet als vluchteling kan worden aangemerkt. Verder is volgens verweerder niet aannemelijk gemaakt dat eiseres bij terugkeer naar Oeganda gegronde redenen heeft om te vrezen voor en reëel risico op ernstige schade. Eiseres komt volgens verweerder daarom niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000).

Wat vindt eiseres in beroep?

4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Eiseres vindt dat verweerder

zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat haar seksuele geaardheid en de daaruit voorvloeiende problemen ongeloofwaardig zijn. Het bestreden besluit is wat haar betreft onzorgvuldig tot stand gekomen en onvoldoende gemotiveerd. In de eerste plaats had verweerder volgens eiseres tijdens de gehoren meer rekening moeten houden met haar psychische gesteldheid. Ook had verweerder verder onderzoek moeten doen naar de medische situatie van eiseres en de constatering van het FMMU dat eiseres littekens op haar rug en buik heeft. Eiseres voert aan dat uit de in beroep overgelegde verklaring van een klinisch psycholoog en psychiater van 26 januari 2022 blijkt dat zij van 10 oktober 2019 tot 21 januari 2021 onder behandeling stond bij ARQ Centrum te Diemen. Eiseres heeft verzocht om de zaak aan te houden in afwachting van de uitkomst van een IMMO-onderzoek.

Eiseres voert verder aan dat zij voldoende inzicht heeft gegeven in het door haar genoemde proces van bewustwording en acceptatie van haar seksuele geaardheid. Verweerder heeft zich volgens eiseres ten onrechte op het standpunt gesteld dat zij tegenstrijdig heeft verklaard over haar innerlijke worsteling en het gesprek met de ‘senior woman’ over haar geaardheid. Verweerder heeft zich ook ten onrechte op het standpunt gesteld dat zij oppervlakkig en tegenstrijdig heeft verklaard over haar relatie met Rehema en het moment van het ontstaan daarvan en over haar relatie met [A] , aldus eiseres. Verweerder heeft volgens eiseres bovendien ten onrechte geen acht geslagen op de correcties en aanvullingen die zij naar voren heeft gebracht in reactie op het nader gehoor, omdat daarin is verduidelijkt dat zij weliswaar van [A] heeft gehouden, maar met haar nooit een relatie heeft gehad.

Wat is het oordeel van de rechtbank?

Verwijzing naar de zienswijze

5. Voor zover eiseres verzoekt om haar zienswijze in haar gronden van beroep als

herhaald en ingelast te beschouwen, overweegt de rechtbank dat verweerder in het bestreden

besluit gemotiveerd is ingegaan op wat eiseres in haar zienswijze heeft aangevoerd. Voor

zover eiseres in beroep niet heeft toegelicht waarom verweerder in zijn motivering tekort is

geschoten, gaat de rechtbank hieraan voorbij. Het enkel verwijzen naar de zienswijze leidt

niet tot een vernietiging van het bestreden besluit.

Medische omstandigheden

6. Uit het medisch advies horen en beslissen (hierna: het FMMU-advies) van

15 oktober 2020 volgt dat eiseres kon worden gehoord, maar dat er relevante beperkingen zijn voor het horen en beslissen. Zo is geadviseerd om tijdens het horen pauzes in te lassen, omdat eiseres emotioneel kan raken bij het spreken over gebeurtenissen uit het verleden. Uit het rapport van het nader gehoor volgt dat verweerder rekening heeft gehouden met deze beperkingen en in lijn met het FMMU-advies heeft gehandeld. Tijdens het nader gehoor zijn, al dan niet op verzoek van eiseres, meerdere pauzes ingelast. Daarnaast heeft eiseres desgevraagd steeds bevestigd dat zij zich lichamelijk en geestelijk in staat achtte om het gehoor voort te zetten en heeft zij aan het slot van het gehoor te kennen gegeven dat zij tevreden was over de werkwijze van zowel de tolk als de gehoormedewerker. Het verslag van het gehoor bevat naar het oordeel van de rechtbank geen indicaties dat eiseres moeite had met het afleggen van verklaringen. Ook uit de overgelegde medische stukken blijkt niet dat eiseres ten tijde van het nader gehoor niet coherent kon verklaren dan wel dat er andere dan in het FMMU-advies vermelde beperkingen waren waarmee verweerder bij het horen en beslissen rekening had moeten houden. De enkele stelling dat het FMMU-advies geen recht doet aan de feitelijke situatie is daartoe onvoldoende. Uit de overlegde rapporten blijkt ook niet dat eiseres niet in staat was om gehoord te worden vanwege haar psychische gesteldheid. Naar het oordeel van de rechtbank mocht verweerder bij de geloofwaardigheidsbeoordeling daarom uitgaan van de verklaringen van eiseres in het nader gehoor.

7. Verder ziet de rechtbank geen aanleiding om deze zaak aan te houden in afwachting

van een mogelijk nog te verrichten IMMO-onderzoek. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres, mede gelet op de duur van deze procedure, voldoende tijd gehad om desgewenst voorafgaand aan de behandeling ter zitting aanvullende informatie over haar medische gesteldheid te overleggen.

8. Verweerder heeft ook geen aanleiding hoeven zien om een medisch onderzoek te

laten verrichten naar de littekens van eiseres. Ter zitting heeft eiseres nader verduidelijkt dat deze littekens niet zozeer verband houden met één van de relevante elementen uit haar asielrelaas, maar er wel op duiden dat zij veel heeft meegemaakt. Gelet ook op wat hiervoor onder 6 is overwogen over de psychische gesteldheid van eiseres, ziet de rechtbank hierin geen grond voor het oordeel dat eiseres niet in staat was om te worden gehoord door verweerder.

Seksuele geaardheid

9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder niet ten onrechte de gestelde

lesbische geaardheid van eiseres ongeloofwaardig geacht. Verweerder heeft het asielrelaas van eiseres op een inzichtelijke wijze en in overeenstemming met de eigen werkinstructie beoordeeld aan de hand van de thema’s “privéleven”, “huidige en voorgaande relaties” en “contact met lhbti’s in Nederland en kennis van de Nederlandse situatie”. Verweerder heeft zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiseres oppervlakkig heeft verklaard over haar seksuele geaardheid en het door haar geschetste proces om haar geaardheid te ontdekken en accepteren. Eiseres heeft verklaard dat zij zich op haar 14e bewust werd van haar geaardheid en daarna tijdens haar gedwongen huwelijk met een man, een relatie aanging met een vrouw. Niet ten onrechte heeft verweerder het standpunt ingenomen dat eiseres weliswaar enig inzicht heeft gegeven in de ontdekking van haar lesbische geaardheid tijdens haar schoolperiode, maar dat eiseres over het verdere verloop van deze ontdekking wisselend en niet overtuigend heeft verklaard. Eiseres heeft het door haar genoemde proces van acceptatie van haar seksuele geaardheid niet persoonlijk weten te maken. Verweerder heeft eiseres in dit verband mogen tegenwerpen dat zij weliswaar heeft benoemd dat dit proces bij haar gevoelens van schaamte en schuld losmaakte, maar dat zij hierover verder oppervlakkig en niet overtuigend heeft verklaard waardoor zij weinig inzicht heeft gegeven in haar persoonlijke beleving. Daarnaast heeft verweerder eiseres terecht tegengeworpen dat zij wisselende verklaringen heeft afgelegd in antwoord op de vraag of zij met haar vriendin Nadia over haar homoseksualiteit heeft gesproken. Verder heeft verweerder niet ten onrechte het standpunt ingenomen dat eiseres summier heeft verklaard over wat het met haar deed dat zij uit een land komt waar haar geaardheid niet wordt geaccepteerd en dat zij haar geaardheid heeft moeten verbergen. In het verlengde hiervan heeft verweerder eiseres mogen tegenwerpen dat zij slechts summiere verklaringen heeft weten af te leggen over hoe het voor haar was om als lesbische vrouw gedwongen getrouwd te zijn met een man. Haar verklaringen dat dit niet fijn was en niet haar eigen keuze, heeft verweerder ontoereikend mogen achten.

10. Met betrekking tot de gestelde relaties van eiseres heeft verweerder zich niet ten

onrechte op het standpunt gesteld dat eiseres summier en oppervlakkig heeft verklaard over haar relatie met Rehemah en over de wijze en het moment waarop deze relatie is ontstaan. Verweerder mocht van eiseres in alle redelijkheid diepgaander en meer gedetailleerde verklaringen verwachten over deze relatie, temeer nu die relatie ongeveer tien jaar heeft geduurd. Eiseres blijft in haar verklaringen over deze relatie echter steken in algemene termen zoals blijheid, zich goed voelen en dat Rehemah aardig voor haar was. Verweerder heeft eiseres mogen tegenwerpen dat zij de relatie hiermee niet persoonlijk heeft weten te maken. Eiseres heeft ook summier verklaard over welke eigenschap zij minder leuk vond aan Rehema. Eiseres verklaart namelijk alleen dat Rehemah soms boos werd en dat als er iets gebeurde dat Rehemah haar de schuld gaf.

11. Verweerder heeft verder terecht het standpunt ingenomen dat eiseres wisselende en

tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd over de aard van haar relatie met [A] . Zij heeft immers aanvankelijk verklaard dat zij een (geheime) relatie had met [A] , maar is daar later weer op teruggekomen. Dat eiseres in de correcties en aanvullingen op het nader gehoor heeft toegelicht dat zij geen relatie met [A] heeft gehad, doet aan deze wisselende en tegenstrijdige verklaringen tijdens het nader gehoor niet af. De door eiseres afgelegde wisselende verklaringen over [A] doen daarmee afbreuk aan de geloofwaardigheid van haar asielrelaas.

Problemen naar aanleiding van de lesbische geaardheid

12. Bij de beoordeling van de geloofwaardigheid van de door eiseres gestelde

problemen, heeft verweerder tot uitgangspunt mogen nemen dat de lesbische geaardheid van eiseres niet geloofwaardig is. Die omstandigheid doet op voorhand afbreuk aan de geloofwaardigheid van de problemen als gevolg van die geaardheid. Eiseres heeft in beroep geen onderbouwde beroepsgronden gericht tegen het ongeloofwaardig achten van dit element uit het asielrelaas door verweerder. Reeds daarom bestaat geen aanleiding het beroep op dit onderdeel gegrond te verklaren.

Vrees voor ernstige schade bij terugkeer naar Oeganda

13. Eiseres vreest dat zij bij terugkeer naar Oeganda in verband met haar lesbische geaardheid problemen zal ondervinden. Nu verweerder de lesbische geaardheid van eiseres en de als gevolg daarvan ondervonden problemen niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht, heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij bij terugkeer naar Oeganda een gegronde vrees heeft voor een reëel risico op ernstige schade.

Conclusie

14. De rechtbank ziet in hetgeen eiseres heeft aangevoerd geen aanleiding voor het

oordeel dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid of onvoldoende is gemotiveerd.

15. Eiseres komt niet in aanmerking voor toelating op grond van artikel 29,

eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw 2000.

16. Het beroep is ongegrond.

17. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. de Winter, rechter, in aanwezigheid van mr.N.Y. Majoor, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na de dag van bekendmaking.